maandag 20 juli 2015

Fernandes Bakkerij verkoopt nu ook brood in eigen winkel in Georgetown, Guyana

Fernandes Breadbox Bakery vorige week geopend

Rochelle Parsaram in haar zaak. (Bron foto's: inewsguyana.com)

Fernandes Bakkerij zoekt markten buiten Suriname, vooral in Guyana. In de Guyanese hoofdstad Georgetown vond afgelopen week de opening plaats van Fernandes Breadbox Bakery (FBB) aan 92 Middle Street,  aldus de Guyanese nieuwswebsite inewsguyana.com donderdag 16 juli 2015.

FBB heeft momenteel twaalf medewerkers en verkoopt gebak, brood, ijs en chips.

Rochelle Parsaram, FBB marketing manager, maakte bekend, dat het bedrijf van plan is om een ​​bakkerijketen openen. Volgens haar worden er meer dan vijf verschillende soorten brood aangeboden en is het volkorenbrood een succes sinds de bakkerij de deuren voor het publiek opende.

'We wilden de Guyanezen een gezondere broodoptie aanbieden en een gevarieerder aanbod.'  Breadbox wil niet het pad volgen van de vele ambachtelijke bakkerijen in Guyana en wil gaan voor een meer moderne omgeving. In dit kader is er naast een aanbod van brood en gebak ook een verscheidenheid aan pindakaas, ijs, sapen en voorverpakte producten verkrijgbaar.

'Je komt altijd ineen winkel met een aantrekkelijk aroma in de lucht en er zijn vers gebakken producten. Het was een uitdaging en een risico om verpakte roti in Guyana te introduceren, maar dat is nu eenmaal gemakkelijker.' 
 
Er zijn al plannen om twee andere filialen van Fernandes Breadbox te openen, één in het centrum van Georgetown en een andere op de East Bank of Demerara.

Suriname bemoeit zich niet met 'kwestie' Hakuna Matata Gang in Nederland

Minister Lackin: 'Wij gaan ons niet mengen in iets waarvan de Tweede Kamer denkt dat ze een issue heeft'

'Als ik ze was zou ik terugkeren naar Suriname'


De Surinaamse regering heeft geen plannen om zich te mengen in een in Nederland deze dagen gevoerde discussie, waarbij de Surinaamse rapgroep Hakuna Matata Gang (HMG) tijdens haar tour in Nederland geboycot dreigt te worden vanwege dat ene lied 'Bullet' met anti-homo-teksten. Dit zegt minister Winston Lackin van Buitenlandse Zaken (BuZa) vandaag, maandag 20 juli 2015, in de Ware Tijd, ondanks dat de boycot nu ook in de Tweede Kamer in Nederland ondersteuning geniet. 


'Wij gaan ons niet mengen in iets, waarvan de Tweede Kamer denkt dat ze een issue heeft. Wij zijn met belangrijkere dingen bezig en zullen ons niet laten afleiden', zegt Lackin. Hij gaat ervan uit dat de artiesten en hun organisatie weten hoe ze met de situatie moeten omgaan. 'Als ik ze was, zou ik rustig terugkeren naar Suriname.'

Lackin ontkracht, dat de Surinaamse regering de groep financiert of extra ondersteunt. 'De jongens zijn niet namens Suriname vertrokken.' Zijn ministerie helpt volgens hem sporters en artiesten vaker bij het aanvragen van een visum en hij beweert, dat de rappers hiernaast geen extra ondersteuning hebben gehad. De bewindsman heeft vóór het vertrek, de artiesten ontvangen en hen wat tips gegeven.

In Nederland berichten media, dat HMG ondersteund wordt door de Surinaamse regering. De Partij van de Arbeid vroeg vorige week donderdag, 16 juli, in de Tweede Kamer duidelijkheid over de rol van de Surinaamse regering. Buitenlandse Zaken-minister Bert Koenders (PvdA) wordt ook gevraagd zijn Surinaamse ambtsgenoot te vragen die ondersteuning in te trekken:



Dat het nummer 'Bullet', waarover de lgbt-gemeenschap valt, geen deel uitmaakt van het repertoire van HMG, is onvoldoende volgens Tieneke Sumter, van het LGBT Platform in Suriname. Zij vindt dat de artiesten volledig afstand moeten nemen van het lied. Hoewel zij het roerend eens is met de actievoerders in Nederland, is zij niet blij met de acties tegen de groep. 'Je wordt er niet blij van, omdat het talentvolle jonge Surinamers zijn.' Zij moeten volgens haar echter beseffen dat er in de wereld andere maatstaven gelden 'als je wilt doorbreken en je jezelf verder wilt ontwikkelen'.

Minister Belfort: 'Sommige jongens komen op school om andere dingen te doen'

Jonge vrouwelijke leerkrachten worden door groot gebouwde leerlingen lastig gevallen


Het is een vaststaand feit, dat kinderen goed gedrag op school moeten tonen, zodat zij hiermee later ook een wezenlijke bijdrage aan de gemeenschap kunnen leveren. Tot die conclusie komt minister Edward Belfort van Justitie en Politie, die de afgelopen periode landelijk verschillende scholen heeft bezocht om kinderen motiverend toe te spreken, aldus het Dagblad Suriname vandaag, maandag 20 juli 2015.

De bewindsman zegt, dat hij tijdens zijn voorlichtingscampagne ernstige zaken heeft geconstateerd die gewoonweg niet door de beugel konden. Eén van die zaken was, dat jonge vrouwelijke leerkrachten vaak door groot gebouwde leerlingen lastig worden gevallen. ‘De leerkrachten zitten met hun handen in het haar, omdat zij zich geen raad meer weten met deze kinderen’, stelt de bewindsman. Deze jongens komen volgens Belfort op school om andere dingen te doen. Hij vindt het erg, dat zij hun leerkrachten komen ‘zoeken’, terwijl zij juist respect voor hun moeten tonen. Middels zijn motivatiespeeches heeft hij meerdere malen geprobeerd om deze jongens aan te spreken. Maar, de minister beseft dat er een bredere aanpak voor deze problemen moet komen.

Een mogelijke oplossing hiervoor zou zijn dat er een team door het ministerie van Onderwijs Wetenschap en Cultuur (MinOWC) wordt ingesteld die de scholen regelmatig bezoekt. Deze groep moet dan in staat zijn om de leerlingen van goed advies te voorzien.‘Het is een tijdbom waarin wij leven’, aldus Belfort.

Belfort stelt dat het belangrijk is dat leerlingen gemotiveerd worden om de school niet te verlaten en hun best te doen. Zo kunnen zij later ook een positieve bijdrage aan de gemeenschap leveren, in plaats van het criminele circuit ingaan. Het gaat volgens hem ook om groepen kinderen die jongens en meisjes met hun negatief gedrag ‘besmetten’.

Belfort zegt ook, dat hij zijn beleid als positief heeft ervaren. Zijn totaal andere aanpak van criminaliteitsbestrijding en oproepen aan verdachten om zich te melden zouden veel kritiek hebben opgeleverd. De bewindsman zegt echter, dat hij wel succes heeft gehad, omdat hij zijn beleid vergelijkt met de situatie die hij bij zijn aantreden in 2012 aantrof. Hij hoopt vooral dat zijn opvolger de goede zaken zal voortzetten.

Voor Amerikanen gelden nu zelfde toelatingseisen tot Curaçao om te wonen en werken als voor Nederlanders

Slechts een zogenoemde 'verklaring van rechtswege' nodig en niet langer tewerkstellings- vergunning


De toelatingseisen tot Curaçao als het gaat om wonen en werken, gelden sinds kort, net als voor Nederlanders, ook voor Amerikaanse staatsburgers. Deze eisen zijn per 1 juni gelijkgesteld. Dit betekent, dat ook Amerikanen met een zogenoemde ‘verklaring van rechtswege’ en zonder een verblijfs- en werkvergunning, op het eiland mogen wonen en werken, aldus de Amigoe vandaag, maandag 20 juli 2015.
 
Zij mogen maximaal zes maanden aaneengesloten binnen een tijdvak van één jaar zonder vergunning verblijven, dus als toerist. Als zij binnen deze zes maanden willen werken, of beslissen langer dan zes maanden te willen verblijven, dan zullen zij toelating moeten aanvragen door middel van een ‘verklaring van rechtswege’. Burgers van de Verenigde Staten zijn dus conform de gelijkgestelde toelatingseisen vrijgesteld van het aanvragen van een zogenoemde ‘tewerkstellingsvergunning’.

Ook mogen Amerikanen tijdens de aanvraagprocedure op het eiland blijven, terwijl ze de verklaring afwachten, en mogen ze zelfs starten met werken zodra de aanvraag is ingediend. Ook Amerikanen die langer dan tien jaar onafgebroken op Curaçao met een vergunning zijn toegelaten, ontvangen een verklaring van rechtswege.

Hiermee volgt de Toelatingsorganisatie (voorheen Immigratiedienst) de uitspraak van het Hof van december vorig jaar op, die bepaalde dat Amerikaanse staatsburgers gelijkgesteld moeten worden aan Nederlanders als het gaan om wonen en werken. Het Hof oordeelde toen ook, dat staatsburgers van de VS dezelfde rechten en voordelen genieten als Nederlandse staatsburgers. Dit recht wordt ontleend aan het Amerikaans-Nederlands Vriendschapsverdrag van 1956, dat ook van toepassing is op Aruba, St. Maarten en de BES-eilanden.

Het betreft een uitspraak in een zaak die een Amerikaanse burger tegen de Sintmaartense overheid had aangespannen tegen de afwijzing, om door middel van een ‘verklaring van rechtswege’ toegelaten te worden tot dat eiland, conform het Vriendschapsverdrag. De burger won de zaak in eerste aanleg. Duncan was het hier niet mee eens, ging in hoger beroep en verloor de zaak.

Het duurde de lokale overheid vijf maanden om uitvoer te geven aan dit vonnis (HLAR 69566/14), minister van Justitie tegen H.N. Grant) van 15 december 2014:



Uit een onderzoek van de Amigoe blijkt, dat vele Amerikanen die op het eiland verblijven, hiervan niet op de hoogte zijn (gesteld). Dit heeft te maken met het feit dat de Landsverordening Toelating en Uitzetting (LTU) en de verschillende uitvoeringsbesluiten hiervoor niet zijn aangepast en aangekondigd door de lokale overheid.

Maar, alle baliemedewerkers van de toelatingsorganisatie, tijdelijk gevestigd in Pietermaai Mall in de units 21 en 22, zijn op de hoogte van het vonnis en de ‘gevolgen’ hiervan voor de Amerikaanse burgers. Conform de verandering van inzicht van de LTU gebaseerd op het verdrag, dienen Amerikanen nu dus ook – net als de Nederlanders – een zogenoemd ‘model 4 formulier’ (aanvraag verklaring van rechtswege gebaseerd op artikel 3 van LTU) in te vullen bij hun aanvraag. Indien zij een verkeerd formulier indienen, zullen de baliemedewerkers hun gegevens wel correct in het systeem invoeren, melden welingelichte bronnen.

Het is wel de bedoeling om het ‘model 4 formulier’ aan te passen en ‘Amerikaanse staatsburgers’ of ‘personen met een Amerikaanse nationaliteit’ in het formulier op te nemen. Terwijl deze procedure loopt, worden de baliemedewerkers op het hart gedrukt om alert te zijn en de correcte gegevens in het systeem in te vullen, indien de Amerikaanse aanvrager een incorrect formulier heeft ingevuld en ingediend.

Drie Caribische lgbt-organisaties bundelen krachten in strijd voor gelijke rechten

'Rechten van lgbt zijn ook mensenrechten en dus ook gelijkheid op gebied van huwelijk'


Drie Caribische organisaties voor homo-, bi- en transseksuelen (lgbt) hebben de krachten gebundeld in hun strijd voor gelijke rechten. In een gezamenlijke resolutie richten zij zich tot de opinieleiders van Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Het gaat om de organisaties Afla uit Aruba, Foko uit Curaçao en Safe uit Sint Maarten, aldus het Antilliaans Dagblad maandag 20 juli 2015.

In de resolutie staat dat het enige aanvaardbare resultaat van hun strijd is, dat stellen van hetzelfde geslacht in de Caribische landen dezelfde huwelijksrechten krijgen als in Nederland. De drie organisaties zien deze strijd als een verlengstuk van de strijd tegen slavernij en dwangarbeid, de strijd voor gelijke rechten voor vrouwen en de strijd tegen racisme en kolonialisme.

'De rechten van lgbt zijn ook mensenrechten en gelijkheid op het gebied van het huwelijk valt ook onder de mensen- en burgerrechten.'

In de verklaring stellen de organisaties dat er geen sprake is van het door Nederland opdringen van gelijke rechten. 'Uit onze ervaring kunnen we zeggen dat dit de diepste wens is van de lgbt in onze gemeenschappen.'

Voor seksuele diversiteit gelden drie belangrijke doelen: bescherming tegen stigma’s en discriminatie, het opnemen van lgbt in beleid en wetgeving (zoals erfrecht) en gelijke rechten in relaties. Dat de Caribische gemeenschappen in het Koninkrijk hier niet klaar voor zijn, vinden de organisaties geen argument. 'De grootste burgerrechtenbewegingen in de geschiedenis hebben nooit gewacht tot de gemeenschap ergens klaar voor was of tot er toestemming was voor het opeisen van grondrechten.' Voorbeelden van Tula, Betico Croes, Rosa Parks en Martin Luther King worden genoemd. 'Wij willen niemand zijn geloofsovertuiging veranderen. Wij eisen niet dat kerken het homohuwelijk inzegenen. Persoonlijke emoties en overtuigingen hebben geen plaats in deze discussie. Daarom is er een scheiding tussen het kerkelijk en burgerlijk huwelijk en dat moet zo blijven.'

Maar, politici moeten bedenken dat rechten niet kunnen worden afgenomen op basis van één aspect, of dat nu ras is, afkomst of seksuele oriëntatie. In de resolutie wordt verwezen naar Nederland en de Verenigde Staten, twee landen waar nogal eens naar wordt opgekeken in de Caribische landen. In beide landen is het homohuwelijk toegestaan, omdat het niet juist wordt gevonden om twee mensen die zich aan elkaar willen binden iets in de weg te leggen. Het kan niet zo zijn, dat dit in een deel van het Koninkrijk geldt (Europees en Caribisch Nederland) en niet in een ander deel, Curaçao, Aruba en Sint Maarten.

Daarom doen Alfa, Foko en Safe een beroep op politici, advocaten en andere leiders in de drie landen om ervoor te zorgen dat de rechten voor lgbt hetzelfde worden als die voor de rest van de gemeenschappen, inclusief het recht om met elkaar te trouwen.

Aanscherping HAVO-examen op Curaçao nieuw schooljaar ingevoerd

Curaçaose HAVO- en VWO-diploma’s blijven definitief gelijk aan die van Nederland

Rooms-Katholiek Centraal Schoolbestuur blij met besluit minister Dick


De aanscherping voor het HAVO-examen op Curaçao wordt komend schooljaar ingevoerd. Dat heeft minister van Onderwijs Irene Dick (PS) vanochtend, maandag 20 juli 2015, aan de schoolbesturen medegedeeld. Volgend jaar gaat dat ook voor het VWO-diploma gelden. Hierdoor blijven de beide Curaçaose diploma’s gelijk aan die van Nederland. Dit meldt de Amigoe.
 
In december vorig jaar kwam Dick met haar Nederlandse collega Jet Bussemaker overeen, dat voor komend schooljaar een aanscherping van de examencijfers plaats zou vinden. De aanscherping houdt in dat voor de zogenoemde kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde hoogstens één 5 op de cijferlijst mag staan.

Vorige maand heeft Dick een brief naar Bussemaker gestuurd waarin ze aangaf de Nederlandse aanscherping niet te willen invoeren op Curaçao. Ze vond dat de situatie van de Nederlandse en Curaçaose leerlingen anders is. Vooral, omdat de Curaçaose leerlingen het Nederlands niet zo machtig zijn als de Nederlandse leerlingen, die al hun leven die taal al spreken.

In een analyse liet minister Dick zien dat de Curaçaose leerlingen erbij gebaat zouden zijn als ook het Papiaments meegenomen zou worden als kernvak. In de analyse over de uitslagen van 2014 werd aangeven dat meer leerlingen erbij gebaat zouden zijn als de eindcijfers van Nederlands en Papiaments gecombineerd zouden worden tot één eindcijfer.

Er kwam vanuit verschillende schoolbesturen en ouderverenigingen veel protest tegen het idee van de Curaçaose aanscherpingsvariant. Er werd gevreesd dat Nederlandse onderwijsinstellingen de Curaçaose havo- en vwo-diploma’s niet zouden erkennen. Dick moest een week later op aandringen van de ministerraad haar brief weer intrekken.

De minister heeft vanochtend weer met de schoolbesturen om de tafel gezeten. Daarin gaf ze aan, dat in tegenstelling tot haar vorige plan, de Nederlandse aanscherping toch wordt ingevoerd voor de havisten dit jaar. Volgend schooljaar gaat de aanscherping ook gelden voor het behalen van een VWO-diploma.

In een reactie laat de directeur van het Rooms-Katholiek Centraal Schoolbestuur Lisette van Lamoen-Garmers weten verheugd te zijn met de laatste beslissing van de minister. Het neemt volgens haar een hoop onrust weg die bij leerlingen en ouders leefde.

De schoolbesturen moeten nu van de minister een plan ontwikkelen om de leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op de aanscherping. Volgens Van Lamoen-Garmers zijn ze al in 2012, toen Nederland de aanscherping invoerde, begonnen de leerlingen hierop voor te bereiden. Als voorbeeld noemt zij het Maria Immaculata Lyceum (MIL) dat in 2012 meteen met extra lesuren is begonnen. 'Helaas heeft de overheid toen de beloofde vergoeding voor de leraren nooit overgemaakt waardoor wij dat toen zelf hebben bekostigd.' De RKCS-directeur verwacht hierdoor dat de Curaçaose leerlingen de aanscherping best aankunnen.

Identiteit van op vuilstortplaats Selikor op Curaçao gevonden dode nog niet bekend

OM: DNA-onderzoek zal identiteit moeten uitwijzen

Mogelijk heeft een zoon van dode man zich gemeld


Het is vooralsnog niet bekend wie de dode man is, die afgelopen zaterdagochtend op de vuilstortplaats van vuilverwerker Selikor bij Malpais op Curaçao werd gevonden. Onder meer een DNA-onderzoek moet dat uitwijzen, aldus woordvoerder Norman Serphos van het Openbaar Ministerie op het eiland in de Amigoe van vanmiddag, maandag 20 juli 2015.
 
Een patholoog-anatoom heeft lijkschouwing gedaan in Brievengat, waar het slachtoffer later werd begraven, zegt Serphos. Dit in het kader van volksgezondheid, aangezien het lichaam – anders dan wat de politie zaterdag beweerde – al in verre staat van ontbinding was. Politiewoordvoerder Alfred Suares verduidelijkt dat hij niet bij de plaats delict (PD) was – door mogelijk uitbreiding van de PD – en dat hij van de politiearts te horen kreeg dat het lichaam niet in verre staat van ontbinding werd gevonden.

Ervaring leert dat de patholoog-anatoom foto’s maakt van het lichaam. Ook worden de kleding/schoenen en alle waardevolle spullen die het slachtoffer bij zich had, bewaard. Dat geldt tevens voor materiaal voor een DNA-onderzoek. Hij zou ook vingerafdrukken hebben afgenomen voor identificatie van het slachtoffer. Uit het DNA-onderzoek moet blijken wie het slachtoffer is en uit nader onderzoek van de autoriteiten zal duidelijk moeten worden hoe hij om het leven is gekomen, dus of er sprake is geweest van een misdrijf of niet.

Momenteel is de politie bestanden aan het raadplegen of er vermiste personen zijn aangemeld die aan het signalement van de dode man voldoen, om op die manier achter zijn identiteit te komen.
Er is een afspraak gemaakt met een man die dacht dat het slachtoffer zijn vader was. De zoon benaderde verslaggever Yves Cooper die een post van hem op Facebook had geplaatst, waarop velen reageerden, ook Serphos. De man was niet te spreken over het feit dat het lichaam reeds was begraven zonder dat de nabestaanden op de hoogte waren gesteld, terwijl het volgens het politiebericht niet in verregaande staat van ontbinding was.

Het verhaal van deze man is vaag. Zo is niet duidelijk hoe en door wie hij op de hoogte werd gesteld over de dood van ‘zijn vader’. Hij zou een belletje hebben gekregen van iemand die hem had gecondoleerd met de dood van zijn vader. De politie heeft vandaag een afspraak met deze man, zegt Suares. Dan wordt duidelijk of het slachtoffer inderdaad zijn vader is of niet. Het onderzoek duurt voort.

Vrouwen willen weten hoe Financieel-Economisch Platform gaat werken

'Presentatie governor en minister heel globaal'


Sharda Ganga en Eline Graanoogst van respectievelijk het Burger Initiatief voor Participatie en Goed Bestuur en de Nationale Vrouwen Beweging lieten vandaag, maandag 20 juli 2015, na de presentatie van de governor van de Centrale Bank van Suriname, Gillmore Hoefdraad, en de minister van Financiën, Andy Rusland, weten dat zij slechts algemene informatie hebben ontvangen en globale cijfers.

Zij willen van het NDP-team van president Desi Bouterse weten hoe het in te stellen Financieel-Economisch Platform zal gaan werken, hoe het wordt ingesteld, wat de bevoegdheden worden en welke ruimte het gaat hebben om besluiten te mogen nemen.

De vrouwen stelden het initiatief te waarderen, maar willen meer weten voordat ze kunnen bepalen of ze deel zullen nemen aan dat platform.

Bij een economische recessie krijgen vrouwen en kinderen de ergste klappen. 'Op basis waarvan zal besloten worden waar de klappen gaan vallen? Dit moet goed gecommuniceerd en doorgedacht worden', sprak Ganga. Volgens Graanoogst is zeker meer informatie nodig is. Zaken moeten duidelijk gesteld worden, zodat van te voren vast staat op welke manier de financieel-economische maatregelen getroffen zullen worden.

Ganga en Graanoogst zeiden verder, dat de financieel-economische situatie waarin Suriname verkeert voor hun niet als een verrassing is gekomen.

(Bron foto Sharda Ganga: de Ware Tijd)

(Red. De Surinaamse Krant/Starnieuws)

Staatsolie zet ethanol- en suikerproject Wageningen stil

Reden stopzetting: daling olieprijs op wereldmarkt en niet kunnen vinden van goede landbouwpartner


Het Ethanol- en Suikerproject te Wageningen is voor onbepaalde tijd stopgezet door Staatsolie. Hiertoe is volgens het bedrijf overgegaan door de daling van wereldmarktprijs van olie en het uitblijven van een geschikte landbouwpartner.

Staatsolie laat vandaag, 20 juli 2015, in een verklaring weten, dat de sterke daling van de olieprijs ertoe geleid heeft de uitgaven te evalueren en het investeringsprogramma aan te passen. Projecten met een relatief laag rendement en veel onzekerheden krijgen een lagere prioriteit in de projectenportfolio.

'Investeringen voor handhaving van de olieproductie op 17.000 vaten per dag, uitbreiding van de oliereserves en het in productie brengen van de raffinaderij genieten voorkeur', aldus Staatsolie. De districtscommissaris van Nickerie, Wedperkash Joeloemsingh, en de aannemers die diensten leveren voor dit project zijn inmiddels over het besluit geïnformeerd.

De uitvoering van dit project begon in 2013, nadat de haalbaarheid was aangetoond via een proefproject dat drie jaren duurde. In de proefperiode, die op 18 december 2010 startte, is op een areaal van 17 hectare een aantal suikerrietvariëteiten geselecteerd waarmee de commerciële productie zou worden uitgevoerd. De ontwikkeling van de suikerrietkwekerij van 300 hectare was al gestart. De aanleg van een initieel productie-areaal van 150 hectare was in voorbereiding en het gereedmaken van het fabrieksterrein bevond zich in de startblokken, meldt Staatsolie. Of er door de beslissing van Staatsolie banen verloren gegaan is niet duidelijk.
 
In maart vorig jaar deelde Staatsolie bij de presentatie de resultaten in 2013 het volgende mee over het Ethanolproject:

'Staatsolie zal in Wageningen (Nickerie) een ethanol- en suikerfabriek bouwen. Het besluit om hierin ongeveer US$ 300 miljoen te investeren, is genomen op basis van de goede resultaten van haalbaarheidsstudies en een proefteelt van suikerriet van eind 2010 tot begin 2013. De fabriek zal na de ingebruikname jaarlijks 40 miljoen liter ethanol en 42.500 ton suiker produceren. Negentig procent van de ethanol zal in de Staatsolie raffinaderij worden toegevoegd aan de geproduceerde gasoline, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan een schoner milieu. Het brandstofmengsel zal op de markt worden verkocht als E15 gasoline. De rest van de ethanol zal worden geëxporteerd. Van de geproduceerde suiker zal 12.000 ton lokaal worden afgezet, genoeg om de totale vraag naar bruine suiker op jaarbasis te dekken. Het resterend deel zal aan het buitenland worden verkocht. Uit het afval van de suikerriet zal 25 MW aan energie worden opgewekt waarvan 14 MW zal worden geleverd aan het openbaar elektriciteitsnet in Nickerie.

Ter voorbereiding op de productie van E15 gasoline is op 10 september 2013 het finale rapport gepresenteerd van de eerste fase van het E15-testprogramma. De studie heeft negen maanden geduurd en de conclusie is dat het Surinaamse wagenpark goed kan rijden op E15 (een mengsel van 15 volumeprocent ethanol en 85 volumeprocent gasoline). Op 5 maart 2014 is de tweede fase van het testprogramma gestart waarbij de compatibiliteit van de opslagfaciliteiten en E15 onderzocht zal worden.'


Lees ook het artikel 'Staatsolie wil Suriname groen laten rijden' gepubliceerd in United Magazine september 2012/februari 2013. 

(Red. De Surinaamse Krant/Starnieuws)

Vakbond SEU: 'Vastgestelde waarde oude machines en schroot centrale Mundo Nobo, Curaçao, strookt niet met echte waarde'

Bond bij Aqualectra: 'Materiaal in machines vertegenwoordigen hoge waarde'


SEU heeft vele vragen over ontmanteling voor directie Aqualectra


De vastgestelde waarde van de oude machines en het oud schroot van de nog te ontmantelen centrale op Mundu Nobo te Willemstad op Curaçao komt niet overeen met de reële waarde. Dat stelt vakbond SEU van Aqualectra, zo bericht het Antilliaans Dagblad maandag 20 juli 2015.

Als voorbeeld wordt gesteld dat verdamper nummer 6 en turbine nummer 11 niet lang geleden als onderpand dienden voor de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) om een miljoenenlening uit te schrijven. 'We kunnen ons niet voorstellen dat de verdamper en turbine nu ineens niets meer waard zijn', aldus SEUvoorzitter Errold Bishop. Hij stelt ook dat er materiaal in de machines is verwerkt dat van hoge waarde is zoals koper, aluminium, roestvrij staal, messing, brons, nikkel en chroom.

Verder kan de SEU er niet over uit dat de directie van het water- en elektriciteitsbedrijf pas ‘transparant’ is over de ontmanteling van de installaties op Mundu Nobo als een Statenlid hier kritisch over naar buiten treedt. 'Ten eerste wisten wij niets van een budgetneutrale deal voor de afbraak en ten tweede weten wij niet welke experts er betrokken zijn geweest bij de diepgaande analyse die hieraan vooraf is gegaan', zo schrijft SEU in een brief naar directeur Darick Jonis van Aqualectra.

Bishop vindt dat Jonis hiermee geen waardering toont voor de eigen experts binnen het bedrijf. De vakbond is ook niet betrokken geweest bij de evaluatie van offertes en wil weten hoeveel bedrijven zich voor de sloop hebben aangemeld en op basis van welke Terms of Reference (TOR). De voorzitter van SEU heeft vragen die intern binnen het bedrijf leven, op een rijtje gezet en wenst hier zo snel mogelijk antwoord op te krijgen.

Enkele vragen zijn:
'Heeft de directie overwogen om eerst een deel van de plant te verkopen alvorens over te gaan tot de sloop? En, is er nagedacht over het benaderen van de BOO of PdVSA of daar enige interesse is in de machines van Mundu Nobo?'

Ook oppositiepartij MFK had onlangs felle kritiek op de ontmanteling van de centrale te Mundu Nobo. Volgens de MFK heeft Aqualectra de installaties aldaar cadeau gegeven aan een aannemer die de plant moet ontmantelen. In een reactie liet Aqualectra vervolgens weten, dat er wel degelijk een goede analyse is gemaakt van de meest voordelige manier voor ontmanteling. 'Er is een inventarisatie gemaakt van alle aanwezige metalen in de installaties. De waarde hiervan is in vergelijking met de ontmantelingskosten hetzelfde', aldus Aqualectra. De aannemer met de meest voordelige offerte gaat de installaties ontmantelen. 'Dit betekent dat er voor Aqualectra geen kosten zijn terwijl het terrein ook op een verantwoorde manier opgeruimd zal worden', zo meldt de overheids-nv.

Volgens het nutsbedrijf waren de installaties al door het bedrijf afgeschreven. In sommige gevallen gaat het om installaties van meer dan 40 jaar oud die al een tijd buiten werking zijn. Het zou volgens Aqualectra een dure grap zijn om deze installaties weer operationeel te krijgen. De andere installaties die ook zijn afgeschreven maar minder oud zijn, voldoen niet langer aan de technische eisen die er aan de productie van water of elektriciteit worden gesteld.

'In het geval deze installaties ontmanteld zouden worden om naar het buitenland te verschepen, moet er flink geïnvesteerd worden om de onderdelen in elkaar te zetten en ervoor te zorgen dat ze optimaal functioneren. Dit zou veel meer kosten dan wanneer een nieuwe installatie wordt aangeschaft die aan de huidige technische eisen voldoet', zo liet de overheids-nv eerder weten.

Aanleg kustversterking bij Pietermaai op Curaçao begonnen

Groot deel kust bij Pietermaai is verbeterd en bewoonbaar gemaakt

(Bron foto: Jeu Olimpio/Antilliaans Dagblad)

Jewel Investment & Management zou motor zijn achter opleving gebied


Bij Pietermaai Smal op Curaçao ter hoogte van het gebied waar de afgelopen jaren sprake is geweest van een heuse heropleving van dit stadsdeel van Willemstad, zijn sinds enkele dagen kustwerkzaamheden zichtbaar. Het betreft de eerder aangekondigde kustversterking, waarvoor Inspired Group NV namens Jewel Investment & Management Group NV toestemming verzocht en kreeg bij het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP), in het bijzonder de Maritieme Autoriteit Curaçao, aldus het Antilliaans Dagblad vandaag, maandag 20 juli 2015.

In verband met de Landsverordening maritiem beheer is hiervoor instemming vereist van de minister. Pietermaai heeft een aanzienlijke verandering en ontwikkeling ondergaan.


De verlaten, sterk verwaarloosde en onveilige panden, steegjes en straten, zijn omgezet in een uitgaanscentrum met hippe woningen. Aanvankelijk met de focus op stagiaires, is de vizier nu al tijden gericht op vooral ook andere en meer permanente bewoners. Langzaam aan is sprake van een groot deel van een strook langs de kust bij Pietermaai dat sterk is verbeterd en bewoonbaar is gemaakt; toch zijn er ook nog diverse verpauperde panden die schreeuwen om opgeknapt te worden.

Ondertussen zitten de personen achter Jewel niet stil. Jewel Investment & Management Group is al jaren actief in Pietermaai en belegt in onroerende goederen, verkrijgt, bezit, huurt en verhuurt, pacht en verpacht, verkavelt en ontwikkelt. Directeur is Coonawarra NV met Wilfred Hendriksen en Anne-Marieke Holten als bestuurders. Jan Peltenburg is ook een van de grote krachten van de ‘revival’ van het gebied.

De smalle kustlijn bij het oude Pietermaai kalft echter langzaam maar zeker af. Om zowel de monumenten als de nieuwbouw te beschermen tegen het zeewater investeert Jewel ongeveer een miljoen gulden in de versterking van de kust voor Pietermaai Smal. De bedoeling is dat voor de kust een talud komt. In plaats van dat de golven direct op de kust beuken, rollen ze dan uit over een schuin oplopende helling die wordt opgebouwd met enorme brokken natuursteen van een tot drie ton van de Mijnmaatschappij.

Jewel begint ter hoogte van Pietermaaiweg 30, maar uiteindelijk zal het talud doorlopen tot waar het voormalige Rock Beach is. De werkzaamheden voor het hele traject zullen naar verwachting twee tot drie maanden in beslag nemen.

AKMOS: 'We worden uitgenodigd om deel te zijn van beleid, maar weten niet wat dat beleid wordt'

'Men heeft belang van de SER niet ingezien, anders was zij al functioneel'


President Desi Bouterse heeft gekozen voor een zogenaamd breed maatschappelijk draagvlak voor het beleid dat de komende regering wil gaan uitvoeren. Parlementariër Carl Breeveld van DOE zegt vandaag, 20 juli 2015, in het Dagblad Suriname, dat dit aansluit op iets dat dat heel lang had moeten gebeuren, namelijk de Sociaal Economische Raad (SER). 

'Ik denk dat het die richting opgaat. Het is al vaker in het parlement aan de orde gesteld dat het van belang was. Het is heel wijs om die richting op te gaan, maar het moet niet alleen zijn om een benarde situatie op te vangen. Het moet een structurele aanpak hebben, waardoor de ontwikkeling van het land op een consequente manier wordt gemonitord', aldus Breeveld.

De SER is een orgaan van sociale dialoog tussen overheid, overkoepelende organisaties van ondernemers, werknemers en andere maatschappelijke groepen. De SER mag de regering gevraagd en ongevraagd adviseren aangaande economische aangelegenheden. Het orgaan is sinds maart 2004 in De Nationale Assemblee bij wet aangenomen.

Sham Binda, voorzitter van de Associatie van Kleine en Middelgrote Ondernemingen in Suriname (AKMOS), is  het niet eens met Breeveld. 'Men heeft het belang van de SER niet ingezien, anders had men het al lang functioneel gemaakt. Waarom zou men plotseling het belang ervan inzien? Als je over de SER praat, dan praat je over één orgaan. Het gaat op dit moment niet om organen. Het breder draagvlak zoeken van de president heeft meer met het financieel plaatje te maken', zegt Binda.

Volgens Binda wil de president het probleem waar Suriname nu in is beland met het bredere publiek delen. 'Een breder draagvlak zoeken, is niet de enige handeling die je moet plegen, je moet de mensen ook kunnen wijzen dat je van goede wil bent. Je zou eigenlijk direct moeten aangeven waar jou bezuinigingen beginnen', stelt Binda. Volgens hemm moet de president eerst met een masterplan komen om breder draagvlak te kunnen vinden, een plan waaruit duidelijk zal moeten blijken dat de overheid bereidheid toont om te bezuinigen, corruptiezaken aan te pakken en salarissen van hoge functionarissen aan te passen.

'Je komt niet naar breder draagvlak vragen zonder aan te geven wat je daarmee bedoelt. Je moet geen verhaaltjes komen vertellen over het in zwaar weer zijn terechtgekomen, zonder zwaar weer te definiëren. Ons bezwaar is dat wij worden uitgenodigd om deel te zijn van het beleid, maar nog steeds niet weten wat het beleid wordt. Ik moet kunnen zien hoe serieus de overheid is. Daaraan willen we meewerken. We moeten niet meewerken om ministersposten in te vullen. Door organisaties te betrekken in benoemingen van bepaalde posities wil men de organisatie monddood maken. Dan kan je nooit meer kritiek leveren op het beleid, want je zit ook in het beleid', aldus Binda.

'Caribisch Gebied is kwetsbare regio voor risico's van aard- en zeebevingen'

'Recente bevingen maken belang  aardbevingsbestendig bouwen duidelijk'

(Bron: timescaribbeanonline.com)

'Het is nog niet te laat om te leren van de lessen van Haïti'


Het hoofd van het Caribbean Diaster Emergency Management Agency (CDEMA), gevestigd op Barbados, vindt dat de aardbevingen van afgelopen donderdag, 16 juli, iedereen er aan zou moeten herinneren hoe kwetsbaar de regio is voor de gevaren van aard- en zeebevingen, aldus The Barbados Advocate vandaag, maandag 20 juli 2015.

Diverse bij CDEMA aangesloten landen werden getroffen door een serie aardbevingen ten noordoosten van Barbados. Er zijn echter geen meldingen geweest van schade en gewonden.

Het Seismisch Onderzoekscentrum van de Universiteit van de West Indies in St. Augustine op Trinidad & Tobago, meldde dat de eerste aardbeving zich voordeed afgelopen donderdag rond zeven uur 's morgens met een sterkte van 5.9 op de Schaal van Richter, gevolgd door een 6.4-beving om kwart over elf in de ochtend en drie kleinere bevingen van respectievelijk 4.1, 5.3 en 3.8.



De 6.4-aardbeving werd gevoeld op Barbados, Dominica, St. Vincent & the Grenadines, St. Lucia, Grenada, Trinidad & Tobago en in Guyana en Suriname. Er werden geen tsunami-waarschuwingen uitgevaardigd voor het Caribisch gebied.



'Dit moet ook een herinnering zijn voor lidlanden voor wat betreft het belang van versterking van zogenoemde 'first-responder' mogelijkheden en de recente aardbevingen onderstrepen ook het belang van het opbouwen van nationale capaciteiten om op te kunnen treden bij potentiële rampen', aldus Ronald Jackson, directeur van CDEMA.

'De bevingen benadrukken ook het belang van een 'Comprehensive Disaster Management' benadering omdat het Caribisch gebied niet alleen wordt blootgesteld aan gevolgen van klimaatverandering, maar ook aan andere gevaren zoals aard- en zeebevingen.'

Het Seismisch Onderzoekscentrum van de Universiteit van de West Indies stelt overigens, dat de aardbevingen ten noordoosten van Barbados niet ongewoon zijn, omdat het oostelijk deel van het Caribisch gebied seismisch actief is en bewoners in het gebied geconfronteerd zullen blijven worden met aardbevingen.

De directeur van het onderzoekscentrum, dr. Richard Robertson, zegt dat 'de recente aardbevingen zullen moeten leiden tot meer inspanningen om aardbevingsbestendig te bouwen in de regio. Het is nog niet te laat om te leren van de lessen van Haïti.'

Haïti werd 12 januari 2010 getroffen door een vernietigende aardbeving met een kracht van 7.0 op de Schaal van Richter. Op 24 januari waren er 150.000 slachtoffers begraven en op 10 februari was het dodental opgelopen tot 230.000, volgens cijfers van de Haïtiaanse regering. Het aantal gewonden bedroeg op 24 februari 310.000. 1.5 Miljoen inwoners raakte dakloos.

Haïti één van de armste landen ter wereld en bouwvoorschriften zijn er niet nauwkeurig bepaald en de veiligheid van de bouwwerken laat vaak te wensen over. Dat was een mogelijke verklaring voor het feit dat zovele huizen waren ingestort. Heel wat van de gebouwen waren op heuvels gebouwd of waren van onvoldoende fundering voorzien.

(Red. De Surinaamse Krant/The Barbados Advocate)

Guyana heft anti-smokkel eenheid op

BASS zou niet aan verwachtingen autoriteiten voldoen


Guyana ziet het niet meer zitten met de eigen speciale anti-smokkeleenheid die opereert in het Berbicegebied. De elite Berbice Anti-Smuggling Squad (BASS), die de smokkelwaar tussen dat land en Suriname moest tegengaan, wordt opgeheven. Dat werd 17 en 18 juli 2015 bericht door diverse Guyanese media waaronder Kaieteur News en caribnewsdesk.com. De aankondiging komt op het moment dat de Surinaamse politie in Nickerie juist de controle opvoert, om illegaal personenverkeer en smokkel, vooral via de backtrack-route, van goederen tegen te gaan. 

Recent heeft de plaatselijke politie drugs, wapens en illegale personen onderschept. Bij Burnside is de permanente controle opgevoerd.

Regiocommandant Robert Rakijo heeft zich, aldus de Ware Tijd vandaag, maandag 20 juli 2015, beklaagd over het functioneren van de gedoogde backtrackverbinding, die een belangrijke stimulans zou voor een welig tierende smokkel.

BASS, dat onder de Guyanese Belastingdienst -  Guyana Revenue Authority (GRA) - valt, zou in de vijftien jaar van haar bestaan niet het resultaat hebben geboekt dat de autoriteiten graag hadden gezien. De controle zal weer als vanouds worden gedaan door één van de afdelingen van de Belastingdienst, de Law Enforcement and Investigations Division (LEID).

De beslissing om de speciale eenheid op te heffen komt nadat manschappen van deze eenheid op 3 juli een man neerschoten, de 40-jarige Charles Caesar, ‘Nagasar’, vader van twee kinderen uit Fyrish Village, Corentyne,  die bezig was vermoedelijke smokkelwaar uit een boot te laden die afkomstig was uit Suriname. Het slachtoffer werd urenlang aan zijn lot overgelaten. Dit was de druppel die de emmer deed overlopen voor de autoriteiten, die de onproductieve eenheid zat is. Ondanks de dienst is er nooit enige afname geweest in smokkel via de grens-(Corantijn-)rivier van onder meer wapens, drugs en goud.


(Red. De Surinaamse Krant/Kaieteur News/Caribnewsdesk.com/GRA)

CLO-voorzitter: 'Er moet diepgaand onderzoek komen naar lonen in Suriname'

Hooghart geen voorstander loonsverhogingen ambtenaren

FISO-problemen nog steeds niet opgelost


Er moet van Ronald Hooghart, in zijn hoedanigheid als voorzitter van de Centrale van Landsdienaren Organisaties (CLO), een diepgaand onderzoek komen naar de lonen in Suriname, zowel bij de overheid als in de particuliere sector. Op basis daarvan zouden maatregelen getroffen moeten worden om de loonverhoudingen te herstellen en koopkrachtversterking te realiseren. 

De organisatie staat niet te springen om een loonsverhoging voor ambtenaren nu president Desi Bouterse een somber toekomstig economisch plaatje heeft geschetst, aldus de Ware Tijd maandag 20 juli 2015.

De CLO-voorzitter stelt, dat bij elke traditionele loonronde de groep van laagst verdienende personen de dupe wordt. Hij blijft erbij, dat de problemen bij de uitvoering van het Functie Informatiesysteem bij de Overheid (FISO) gecorrigeerd dienen te worden. Loonsverhogingen zonder dat de correcties zijn gepleegd hebben volgens hem geen enkele zin.

'Als je koorts hebt, zoek je naar een kuur om beter te worden. Maar, als je in de regen gaat lopen, wordt je zieker', zegt de vakbondsleider en tegenwoordig tevens namens de NDP Assembleelid. Hij stelt, dat na het vertrek van minister Maurits Hassankhan bij Binnenlandse Zaken, er vanuit de regering geen enkele instructie meer is uitgegaan om de problemen omtrent FISO op te lossen.

Vakbondsleiders zeiden afgelopen zaterdag na een ontmoeting met de minister van Financiën, Andy Rusland, en de governor van de Centrale Bank van Suriname, Gillmore Hoefdraad - die een presentatie verzorgden over de huidige financiële situatie van het land -, dat werknemers niet de dupe moeten worden van versoberingsmaatregelen van de regering. Die moeten rechtvaardig zijn.

De leiders van de onderwijsbonden zeiden te willen meewerken aan het beleid, maar vinden dat het akkoord over verbetering van de positie van onderwijsgevenden getekend moet worden door de regering. Aan dit akkoord is twee jaar onderhandeling voorafgegaan.

(Red. De Surinaamse Krant/de Ware Tijd)

Activist Romeo Hoost: 'Over mensenrechtenschendingen wordt niet onderhandeld'

Hoost reageert op VHP-voorstel aan NDP om samen oplossing te zoeken rond 8 decemberproces

'Enige oplossing is intrekken Amnestiewet april 2012 en voortzetting strafproces'


'Over schending van mensenrechten wordt niet onderhandeld. De schenders van mensenrechten behoren zoals in ieder normaal democratisch land, gewoon berecht te worden', aldus de activist Romeo Hoost vandaag, maandag 20 juli 2015, in de Ware Tijd, naar aanleiding van de brief van VHP-voorzitter Chandrikapersad Santokhi aan president Desi Bouterse waarin de partij aangeeft samen met de NDP te willen zoeken naar oplossingen rond het 8 decemberstrafproces. 

Hoost is voorzitter van de Nederlandse comités Herdenking Slachtoffers Suriname en Geen Moordenaar Als President.' Hoost heeft Santokhi een e-mail gestuurd over deze kwestie.

Santokhi verwijst naar partijondervoorzitter Radjkoemar Randjietsingh die echter niet voor de Ware Tijd bereikbaar was voor commentaar.

Hoost: 'Desiré Delano Bouterse heeft in de nacht van 7 op 8 december 1982 eigenhandig mensen vermoord en laten vermoorden. Hiervoor moet hij, zoals iedereen, die een strafbaar feit begaat, berecht worden. De enige oplossing van de door en in opdracht van Bouterse gepleegde moorden is de Amnestiewet van april 2012 intrekken en de rechtszaak, die al liep voordat Bouterse in 2010 ongrondwettig president van Suriname werd, voort te zetten.'

Volgens Hoost heeft de VHP tijdens de behandeling van de 'ongrondwettige verkiezing van de van moord verdachte Bouterse tot president in de De Nationale Assemblee in 2010 duidelijk en luidruchtig geprobeerd dit punt ter sprake te stellen'. Het bezwaar van de VHP werd toen niet behandeld.

De VHP heeft op 25 mei jongstleden in V7-verband de verkiezingen niet gewonnen. Maar, dat wil volgens Hoost niet zeggen, dat ze nu bereid moet zijn in de besprekingen met Bouterse, de Amnestiewet te laten voor wat het is.

Belfort: 'Jammer, dat ik sinds ik minister ben steeds door 4 VHP-exponenten voor vies en vuil ben uitgescholden'

VHP-Assembleelid en oud-commissaris van politie Mathoera zou beleid Belfort steeds vanuit korpsleiding hebben tegengewerkt

'Men heeft ervoor gekozen mij als pispaal te gebruiken'


Minister Edward Belfort van Justitie en Politie zegt vandaag, maandag 20 juli 2015, in het Dagblad Suriname dat hij het erg vindt dat hij vanaf zijn aantreden als minister in 2012 steeds door vier exponenten vanuit de Vooruitstrevende Hervormings-Partij (VHP) voor vies en vuil is uitgescholden. Een van deze mensen is oud-politiecommissaris en kersvers Assembleelid Krishna Hussainali-Mathoera.

Volgens de bewindsman, die nu ook parlementariër is, heeft Mathoera zijn beleid op het ministerie steeds vanuit de leiding van het Korps Politie Suriname tegengewerkt. Zo zou hij hij bepaalde zaken door tegenwerking van die personen niet hebben kunnen uitvoeren. Dit was de reden dat hij op 30 juni geweigerd heeft zijn stem op Mathoera uit te brengen als kandidaat-Assembleevoorzitter. Zij kreeg slechts 18 uit de 19 stemmen, terwijl vicevoorzitterskandidaat Marinus Bee (ABOP) wel de 19 stemmen kreeg.

'Men heeft ervoor gekozen om mij als pispaal te gebruiken en dit heb ik teruggekaatst toen ik de gelegenheid daartoe kreeg', aldus Belfort.

Belfort stelt, dat het probleem slechts bij de personen Mathoera, Chandrikapersad Santokhi, Asiskumar Gajadien en een andere niet bij naam genoemde VHP’er ligt. Het moet volgens hem in geen geval gezegd worden, dat hij een VHP-hater is, omdat hij ook goede contacten en vrienden binnen die partij heeft. '

'Alles wat ik deed, was slecht. Men schreeuwde over criminaliteit. Wat nu? Hoor je ze nog over criminaliteit praten?', stelt de politicus.

De bewindsman zegt, dat er vergelijkingsmateriaal is tussen zijn periode als minister en de periode van VHP-voorzitter Santokhi. In drie jaren tijd denkt hij toch indruk te hebben gemaakt, gelet op de hoeveelheid kiezers die op hem hebben gestemd. Belfort zegt ook, dat de VHP-voorzitter even moet nagaan wat hij deed met zes kogelwerende auto’s. Daarnaast sloot hij onnodig wijken af, negeerde alle mensen en ook de media. 'De criminaliteit was sky high toen', aldus de bewindsman.

Belfort laat verder weten, dat hij in de maand mei naar Frankrijk moest om zijn Interpol-paspoort op te halen. VHP-Assembleelid Gajadien maakte toen via de media bekend, dat hij de bestelbonnen hiervan in zijn brievenbus gedeponeerd kreeg, waaruit duidelijk bleek dat het ophalen van het Interpol-paspoort de Staat meer dan Srd 50.000 has gekost. De kosten voor de bewindsman waren volgens hem ruim Srd 30.000. Belfort ging met twee personen naar Lyon, Frankrijk. Dat heeft samen meer dan Srd 20.000 gekost.

De bewindsman stelt nu, dat men onnodig hier een probleem heeft willen zoeken, omdat de reis volledig was goedgekeurd door vicepresident Robert Ameerali. Hij vindt het daarom erg, dat de ticketgelden en alles zo negatief in de media zijn beland. 'Men zei dat ik het paspoort na 25 mei moest indienen, maar ik heb het nog steeds in handen', stelt de bewindsman. Aangezien het al duidelijk is dat hij geen Justitie & Politie-minister voor een tweede termijn wordt, zal dit document bij zijn aftreden moeten worden ingeleverd.

Belfort benadrukt, dat hij op dit moment niets kan zeggen over een goede samenwerking tussen de oppositiepartijen ABOP, VHP, NPS en Pertjajah LuhurL. Wat hij wel weet, is dat zijn partijvoorzitter Ronnie Brunswijk duidelijk gemaakt heeft dat zijn fractie een zelfstandige fractie zal zijn. Hij is er ook niet van op de hoogte, dat er gewerkt moet worden om de plooien tussen hem en de aangehaalde VHP’ers glad te gaan strijken.

Voorzitter MULO-directeurenberaad had compliment verwacht van ministerie

Ondanks uitblijven toegezegde subsidie blijven scholen draaien

Meye: 'Er wordt teveel rekening gehouden met bijzondere scholen en niet met openbare'


De voorzitter van het MULO-directeurenberaad Marisa Meye had op z'n minst een compliment verwacht van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC) voor het draaiend houden van de scholen, ondanks het uitblijven van de toegezegde subsidie aan openbare scholen over het haast afgelopen schooljaar. Ook voor 2013/2014 hebben instellingen voor het voortgezet onderwijs junioren (VOJ) geen geld ontvangen, aldus de Ware Tijd vandaag, maandag 20 juli 2015.

Meye verwijst naar de brief die afgelopen week door het ministerie werd verzonden naar schoolhoofden van alle openbare scholen over de inning van materiaalkosten van schoolkinderen. De departementsleiding stelt, dat het inschrijfgeld en de ouderbijdrage zijn afgeschaft. Desondanks merken zij, dat veel scholen door het schooljaar heen de leerlingen geld vragen voor het kopiëren van documenten en andere materialen voor de praktijkvakken.

Om ordening te brengen heeft het MinOWC besloten de materiaalkosten voor het komende schooljaar vast te stellen op Srd 10 voor basisscholen en Srd 35 voor VSO- en VOJ-scholen.

De voorzitter van het MULO-directeurenberaad wil overigens een misverstand uit de wereld helpen. In de brief doet het ministerie voorkomen of scholen ondanks de subsidie toch een bijdrage aan ouders vragen. ‘Omdat de subsidie nooit is gekomen, werd een bijdrage gevraagd.’ Zeker twee jaar geleden, toen niet alle VOJ-scholen over een kopieermachine beschikten, werd vaak geld gevraagd. Het werk werd dan uitbesteed en schoolleiders konden aantonen waarvoor het geld werd gebruikt. Maar, nu zijn de meeste scholen in het bezit van zo’n apparaat, aldus Meye.

Voor dit jaar wordt geen geld meer verwacht, 'maar, onze blikken zijn gericht op het komende schooljaar'.

Meye vindt, dat teveel rekening wordt gehouden met bijzondere scholen en weinig met openbare diensten. Bijzondere scholen hebben al aangegeven, dat de door het ministerie vastgestelde bedragen onvoldoende zijn, terwijl zij al subsidie hebben gekregen. 'Wat moeten openbare scholen zeggen die niets hebben gekregen?', vraagt Meye zich af.

PL-voorzitter blijft 'jagen' op Sapoen en Chitan

Somohardjo wil niet dat Assembleevoorzitter Sapoen en Chitan toelaat in parlement

Deel partijstructuren wil aftreden eigenzinnige Somohardjo


De Pertjajah Luhur-voorzitter Paul Somohardjo stuurt deze week wer een brief naar parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons om haar ten overvloede te informeren dat Diepakkoemar Chitan en Raymond Sapoen zijn teruggeroepen door de partij. De Pertjajah Luhur (PL) wil zich er zo van verzekeren, dat het parlement geen zogenoemde convocatie (uitnodiging) stuurt naar Sapoen en Chitan, omdat verwacht wordt dat het parlement deze week weer bijeenkomt. 

Een deel van de partijstructuren neemt het Somohardjo zeer kwalijk dat gepoogd wordt de twee assembleeleden terug te roepen. Ook wordt gehekeld dat de voorzitter op eigen initiatief heeft besloten de plaats van de twee parlementariërs af te staan aan andere politieke partijen. Dit onderstreept volgens de ontevreden structuren 'nog meer zijn minachting voor de partij en de kiezers die op Pertjajah Luhur hebben gestemd'.

Volgens hen laat Somohardjo zich leiden door persoonlijk belang en houdt hij geen rekening met de grotere belangen van de partij. Om de Pertjajah Luhur van verdere ondergang te behoeden wordt Somohardjo opgeroepen af te treden en snel vervroegde bestuursverkiezingen te houden.

In reactie hierop vragen de hoofdbestuursleden Ronny Tamsiran en Ingrid Karta-Bink zich af, waarom de structuren geen enkele keer tijdens partijraadsvergaderingen hebben geprotesteerd. Bij het bespreken van deze zaak waren ze volgens Tamsiran en Karta-Bink zelfs afwezig.

De hoofdbestuursleden stellen, dat het protest komt van slechts twintig van de meer dan tweehonderd partijkernen. Het besluit tot terugroepen is door de partijraad genomen. Tamsiran en Karta-Bink vragen zich ook af of Sapoen en Chitan het vertrouwen van kiezers niet hebben geschonden door steun te geven aan de NDP, terwijl de Pertjajah Luhur tegen deze partij strijd heeft gevoerd


(Red. De Surinaamse Krant/de Ware Tijd)

Bestuur NPS-afdeling Paramaribo bedankt vertrokken secretaris Oemrawsingh

'NPS zou er goed aan doen politiek van betrokkenheid kader bespreekbaar te maken'


Het bestuur van de afdeling Paramaribo van de Nationale Partij Suriname (NPS) bedankt Sunil Oemrawsingh voor zijn inzet voor en betrokkenheid bij de partij in de afgelopen jaren. Oemrawsingh was secretaris van de afdeling en heeft zijn lidmaatschap 14 juli om principiële verschillen van mening. De aanleiding voor het opzeggen van het lidmaatschap was het optreden van de fractie van de NPS in De Nationale Assemblee bij de verkiezingen van de president en van de vicepresident, zegt afdelingsvoorzitter John van Coblijn vandaag, maandag 20 juli 2015, op Starnieuws.

Oemrawsingh was de mening toegedaan, dat de fractie van de NPS met haar aanwezigheid in de zaal de keuze van Desi Bouterse tot president politiek heeft gelegitimeerd.

'Hij had hiermee moeite, omdat de NPS na zo'n lange strijd voor democratie, gerechtigheid en voor recht en wet heeft gevoerd, hiermee door zou moeten gaan. Hij heeft daarbij ook gewezen op een protestbrief, die in 2010 bij De Nationale Assemblee was ingediend, waarin presidentskandidaat Bouterse vanwege zijn profiel als onacceptabel werd gezien als staatshoofd van onze republiek. Het bestuur van de afdeling Paramaribo onderschrijft de beginselvastheid die Oemrawsingh ook als één van de redenen van het opzeggen van zijn lidmaatschap heeft aangehaald', stelt de afdelingsvoorzitter.

'Als één van de partijideologen van de afgelopen twintig jaar was Oemrawsingh altijd aanwezig om in woord en vooral in geschrift alle organen van de partij bij te staan. Wij herinneren ons ook de verschillende bijdragen die hij geleverd heeft aan diverse staatsorganen waarin leden van de NPS participeerden.'

'De NPS zou er goed aan doen om een politiek van betrokkenheid van kaders en het stimuleren van spraakmakende meningen over uiteenlopende onderwerpen bespreekbaar te maken. Het kan namelijk nooit de bedoeling zijn, dat bij dit soort zwaarwichtige vraagstukken slechts enkelen er toe overgaan een besluit te nemen, dat geleid heeft tot de opzegging van het lidmaatschap door Oemrawsingh.
Het zou ook goed zijn geweest als het optreden van de NPS-fractie in De Nationale Assemblee ook was doorgesproken met alle nabestaanden van slachtoffers als gevolg van de dictatuur die wij in Suriname hebben gekend.'

Twee personen gewond geraakt bij schietpartij op terrein Surgold in Meriangebied

Onduidelijk wat indringers op het terrein van Surgold/Newmont wilden


Twee personen zijn gisteren gewond geraakt tijdens een schotenwisseling met veiligheidsmensen van de Suriname Gold Company, LLC (Surgold) te Merian in het oosten van Suriname. De veiligheid in de centrale Merian-goudmijn is hersteld, aldus Surgold vandaag, maandag 20 juli 2015, in een persbericht. 

Gewapende personen waren het terrein rond kwart over vijf gisterochtend binnengedrongen, schrijft het goudmijnbedrijf Surgold, dat actief is in het opzetten van de grote Surgold/Newmont goudmijn.

Twee van de indringers raakten gewond tijdens het schietincident. Het bedrijf vermeldt niet of dit de twee enige indringers waren. Beiden werden behandeld op de medische post van Merian en verolgens met een helikopter vervoerd naar een ziekenhuis in Paramaribo.

De politie is een onderzoek naar het incident begonnen. Het bedrijf werkt samen met de autoriteiten.

Terwijl het werk op het project verder gaat, neemt Surgold het incident zeer serieus. Het bedrijf stelt mensenrechten te respecteren en te bevorderen. Er wordt gezorgd voor de veiligheid en beveiliging van de werknemers, contractarbeiders, bezoekers en faciliteiten. De inspanningen die Surgold doet op het gebied van veiligheid, worden bepaald door de regels van het bedrijf die vallen onder de ‘Voluntary Principles on Security and Human Rights (VPSHR)’ en het ‘Global Compact’-initiatief van de Verenigde Naties, aldus het bedrijf in haar persbericht.

Voor de echte kunstliefhebber!

Voor de echte kunstliefhebber!