dinsdag 4 augustus 2015

Rashied Doekhie (NDP) is rijstboeren meer dan beu

'Een paar mensen lopen maar te schreeuwen net als bedelaars, subsidie, subsidie' 

'Maar, ze zijn allemaal ambtenaar die teren op 's lands kosten'


'Nickerie moet geen schande meer zijn, omdat een paar mensen lopen te schreeuwen net als bedelaars subsidie, subsidie, en met lijkkisten gaan door de straten van Nickerie, terwijl ze allemaal ambtenaren zijn die teren op 's lands kosten. Ik vraag me af wanneer ze  dan aan het werk zijn.' Woorden van het NDP-Assembleelid Rashied Doekhie in de Times of Suriname vandaag, 4 augustus 2015, in reactie op het nieuws dat padieboeren weer met acties dreigen om compensatie die nog steeds niet is uitbetaald.

Doekhie vindt dat het nu tijd is voor de andere sectoren die ook problemen hebben, maar nooit hun stem laten horen. 'Laat de beurt komen voor de taxichauffeur, die visser, die wachter die schoonmaakster, die groenteboeren en al die andere ondernemers die ook allemaal Surinamers zijn.'

Hij vraagt zich af waarom ze niet stoppen met het verbouwen van padie, in plaats van 50 jaar lang te lopen schreeuwen dat ze geen winst maken. Indien het inderdaad zo was, zouden ze volgens hem al na twee of drie oogsten stoppen met planten. Degenen die wel winst maken, blijven planten en krijgen alle ondersteuning.  Daarnaast vindt hij dat de boeren die een opbrengst van boven de 70 balen per hectare halen, gesubsidieerd kunnen worden, indien de kostprijs anders komt te liggen.

'Maar, niet allerlei grappenmakers die niet eens planten en zo af en toe een keer met de tractor over het perceel gaan en schreeuwen dat ze geplant hebben, omdat ze horen dat ze subsidie gaan krijgen', zegt Doekhie.

Hij vindt het vreemd, dat de Surinaamse Padieboeren Associatie (SPBA) en de groep Onafhankelijke Boeren onder leiding van Radja Ahmadkhan, die het voorstel van de regering hadden afgewezen, nu staan te bedelen om die compensatie. Zij wilden geen meststoffen, maar geld.

Rijstboeren in Nickerie hebben gedreigd deze week actie te voeren. De boeren willen de subsidie die op 11 april dit jaar is toegezegd aan hun belangenorganisatie tijdens onderhandelingen met een regeringsteam bestaande uit minister Soeresh Algoe van Landbouw, Veeteelt en Visserij en minister Winston Lackin van Buitenlandse Zaken. Overeengekomen werd, dat ter compensatie van de verliezen vanwege de lage opkoopprijs voor een baal natte padie het afgelopen seizoen, de boeren per ingezaaide hectare 60 Amerikaanse dollar, een zak ureum en een zak NPK-mest zouden krijgen.

Van de SPBA-voorzitter, Harrinandan Oemraw, hebben zij geëist dat morgen een petitie wordt aangeboden aan districtscommissaris Wedprekash Joeloemsingh, bestemd voor president Desi Bouterse.

Minister Larmonie-Cecilia wil voortzetting nachtopvang voor verslaafden op Curaçao

Deze week nog gesprek bewindsvrouwe en Fundashon pa Maneho di Adikshon (FMA)


Minister Ruthmilda Larmonie-Cecilia (PS) van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn (SOAW) op Curaçao zegt door te willen gaan met de nachtopvang voor verslaafden. Er moeten alleen goede afspraken gemaakt worden over de uitvoering en continuïteit. Ze hoopt deze week om de tafel te zitten met het management van de Fundashon pa Maneho di Adikshon (FMA), die de nachtopvang beheert.


Dat zegt de minister vandaag, dinsdag 4 augustus 2015, in de Amigoe. De opvang sloot afgelopen vrijdag haar deuren. De FMA kan de kosten ervan niet meer opbrengen vanuit haar eigen budget. Tot april van dit jaar werkte het ministerie van SOAW mee aan een project, waarin herintreders op de arbeidsmarkt met behoud van onderstand en een vergoeding, de afgelopen twee jaar werkervaring opdeden bij de nachtopvang. Zij vingen de verslaafden op en fungeerden in feite als een soort oppasser. Maar, gekwalificeerd waren zij niet, terwijl de opvang van verslaafden, die vaak ook een psychische aandoening hebben, dat wel vereist.

Nadat er een keer ‘s nachts op de werkvloer een incident was geweest tussen een verslaafde cliënt van de opvang en een cliënt van het SOAW-project en er meer signalen waren dat het project niet goed liep, werd besloten het project voorlopig te stoppen. 'Het werd niet verantwoord geacht', zegt Larmonie-Cecilia. Het incident is ook erkend door het management van de FMA.

De minister zegt graag een gesprek aan te willen gaan met FMA over wat ze verwachten. 'Als het zo gaat dat Soaw zorg inkoopt bij FMA voor de nachtopvang, met begeleiding door opgeleide medewerkers en wellicht met steun van herintreders, dan wil ik graag de details daarvan weten.'

De minister erkent wel, dat de laatste maanden de communicatie vanuit het ministerie naar FMA niet goed was. Dat heeft te maken met de interne situatie op het ministerie, dat tot voor kort op zijn zachtst gezegd nogal bestuurlijk chaotisch was.

Larmonie-Cecilia zegt van goede wil te zijn om de nachtopvang voort te zetten, maar dan niet meer op projectbasis maar op basis van goede afspraken en verantwoordelijke omstandigheden. Ze hoopt deze week met het management van FMA te kunnen praten over welk deel de partijen elk kunnen dragen om de nachtopvang weer voort te zetten.

De nachtopvang bestaat al meer dan veertien jaar en kost op jaarbasis zo’n 2 ton. Dat bekostigde de FMA vanuit de subsidie van 2,3 miljoen gulden die ze krijgt vanuit het ministerie van Gezondheid. Die subsidie is al sinds 1997 hetzelfde en de laatste jaren is er ook steeds 5 procent gekort, net als bij andere instellingen, in het kader van de bezuinigingen.

Vorig jaar al dreigde sluiting voor de nachtopvang vanwege dezelfde problemen en eind juni van dit jaar was het echt een feit. Dat leverde een stroom aan geschokte reacties en oproepen op. Omdat er verschillende ‘leads’ gegeven werden vanuit de ministeries van Gezondheid en SOAW, die hintten naar een mogelijke, financiële steun, werd besloten de sluiting nog even aan te zien. Met het sluiten moeten 27 verslaafde cliënten de nacht buiten doorbrengen, met het risico dat ze overlast gaan veroorzaken. Evenmin is het vanuit humaan oogpunt wenselijk. Geen van de leads leidden echter tot de gehoopte actie. Ook verzoeken aan particuliere instanties om financiële steun liepen op niets uit en afgelopen vrijdag sloten de deuren van de nachtopvang.

RvC Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten spant Kort Geding aan tegen leden Raad van Bestuur

RvC wil onderzoek naar integriteit leden van bestuurlijke organen


De Raad van Commissarissen (RvC) van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) heeft een Kort Geding aangespannen tegen Emsley Tromp, Alberto Romero en Jerry Hasselmeyer van de Raad van Bestuur van de Centrale Bank. Dat heeft persvoorlichter Bas Jussen van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao vandaag, 4 augustus 2015, bevestigd in het Antilliaans Dagblad. Het Kort Geding dient 17 augustus om negen uur ’s ochtends. 

Inzet van het Kort Geding is een onderzoek naar de integriteit van leden van de bestuurlijke organen, dat er volgens de Raad van Commissarissen moet komen. Advocaat Karel Frielink van de eisende partij bevestigt, dat het Kort geding hierover gaat, maar geeft verder aan niets over de zaak te kunnen zeggen, omdat er mediastilte is afgesproken. De zaak is aangespannen door ‘de Centrale Bank vertegenwoordigd door de Raad van Commissarissen’, zo staat in de processtukken.

De Raad is niet volledig, maar bestaat uit voorzitter Rennie Maduro, Robert Pietersz, Tom Kok en Hubert Lopez. Pietersz wil niets over het Kort Geding loslaten. Maduro treedt deze maand af als voorzitter en zou al langer aandringen op een dergelijk integriteitsonderzoek.

In november 2014 brachten onderzoekers van PwC (PricewaterhouseCoopers) Nederland een rapport uit over de situatie bij de Centrale Bank. Zo moeten uitingen van serieuze beschuldigingen over individuele leden van het bestuur van de CBCS ‘terstond onderzocht worden’, zo staat in het rapport. PwC Advisory deed vijftien aanbevelingen, waaronder: 'De integriteit van leden van de bestuurlijke organen van een Centrale Bank dient boven iedere twijfel verheven te zijn. De reputatie van de Bank lijdt immers onder dergelijke beschuldigingen.'

PwC Nederland heeft ‘geen onderzoek gedaan naar de integriteit van individuele leden’ van de bestuurlijke organen van de Centrale Bank. 'Wel constateren de onderzoekers dat vanaf de oprichting van de CBCS sprake is van diverse openlijke beschuldigingen ten aanzien van de integriteit van individuele leden van de bestuurlijke organen.'

PwC stelt dat een toets op integriteit bij benoeming en herbenoeming van leden onderdeel van het selectieproces zou moeten zijn. In verband met de beschuldigingen van oud-premier Gerrit Schotte aan het adres van bankpresident Tromp stelt PwC, dat een nader onderzoek uitgevoerd zou moeten worden. PwC Advisory wijst er verder op, dat de Raad van Commissarissen er echter - ‘door de tot stagnatie leidende discussies’ - niet in is geslaagd dit onderzoek ook daadwerkelijk ter hand te nemen. De Raad wil nu middels een Kort Geding alsnog aandringen op zo’n integriteitsonderzoek.

Geen ‘Bullet’ meer door HMG om hoegenaamd vrede, rust en eenheid in Suriname te bewaren

'We zijn geen anti-homo band'

Verklaring om weer op te kunnen treden?

Groep beweert dat zij niemand wilde kwetsen, maar dat er niets mis is met vrijelijk uiten mening


Tijdens een speciaal belegde persconferentie heeft de muziekformatie Hakuna Matata Gang (MHG) middels een toch wel halfslachtige verklaring afstand gedaan van het gedeeltelijk door hun geschreven lied ‘Bullet’. Het lied zet aan tot homo-haat en heeft ertoe geleid, dat de band tijdens haar tournee in Nederland op diverse locaties geweerd is en optredens werden afgezegd. Ook de Lustig organisatie in thuisland Suriname liet de band weten, dat zij niet meer welkom is bij haar activiteiten. 

'We zijn geen voorstanders van haatzaaien en we zijn geen anti-homo band en omdat we de rust, vrede en eenheid in Suriname voorstaan hebben wij deze stap gedaan', sprak de voorzanger van de band Otniel Babel, die bekend staat als Otjeman.

Het lied ‘Bullet’ zal niet meer door de band worden gezongen, noch als muziekformatie, noch als individu en zal ook niet meer ter verkoop worden aangeboden.

De band vertrok in juli, met ondersteuning van het Surinaamse ministerie van Buitenlandse Zaken, naar Nederland om een 16-tal optredens te verzorgen waarvan er uiteindelijk maar twee voortgang hebben gevonden, vanwege de inhoud van het gewraakte nummer.

De band stelt in haar verklaring dat zij nimmer de bedoeling had om anderen te kwetsen of te denigreren middels het bewuste lied. De band meent echter wel, dat er verder niets mis met het vrijelijk uitten van een mening en zegt te geloven in dichterlijke vrijheid.

Met een dergelijke verklaring lijkt HMG toch niet werkelijk afstand te nemen van 'Bullet', maar heeft de commotie in Nederland de groep min of meer gedwongen de verklaring uit te brengen, ook om verzekerd te kunnen zijn van optredens in de toekomst. De verklaring is dan ook meer een 'politiek correcte' verklaring voor de bühne. 'Bullet' was willens en wetens opgenomen, met een videoclip en daar kan welke verklaring dan ook vele, zo'n negen, maanden later niets aan veranderen....

(Red. De Surinaamse Krant/Dagblad Suriname)

Dagblad Suriname: Uitslag van het MULO-examen kon beter

3.078 Van 5.582 scholieren meteen geslaagd


Op maandag 3 augustus 2015 hebben de Mulo scholen hebben gisteren de uitslag van het examen bekendgemaakt. Landelijk namen 5.582 studenten deel aan het examen. Van die studenten zijn 3.078 (55,1%) meteen geslaagd en ongeveer 1.667 direct afgewezen. Ruim 837 (15%) leerlingen komen in aanmerking voor het herexamen. De uitslag daarvan zal op 20 augustus bekendgemaakt worden, zo bericht het Dagblad Suriname vandaag, dinsdag 4 augustus 2015.

Op de Hendrikschool hebben 107 studenten deelgenomen aan het examen waarvan 69 van de A- richting en 38 van de B-richting zijn. Van de A-richting zijn 34 meteen geslaagd en 11 leerlingen moeten een herexamen afleggen. Van de B-richting zijn 29 gelijk geslaagd en 4 leerlingen hebben herexamen de rest is afgewezen .

'De uitslag is niet te vergelijken met het vorig jaar, omdat er een dalende trend opgemerkt is in het aantal geslaagden en de motivatie van de studenten', zegt directrice Gusta Kesoemoarso. 'We hebben wel alles aangedaan om de studenten te begeleiden en om de motivatie op te krikken, maar het mocht niet baten. Als we over het algemeen kijken naar de prestaties van de kinderen mogen we niet ontevreden zijn.'

De vakken wiskunde-A, die van invloed is op het cijfer van bedrijfsrekenen, wiskunde-B en aardrijkskunde zijn de vakken die minder goed zijn gegaan bij het examen. 'De basis bij rekenvakken is vaak genoeg niet wat het wezen moet en er moet zeker iets gedaan worden. Men is bezig met een nieuwe rekenmethode. Wat ook nog een rol speelt is het feit dat de leerlingen geen huiswerk maken. Ze moeten werken en dat doen ze niet', aldus de directrice.

Studenten die in aanmerking komen voor het herexamen moesten zich vanochtend om negen uur op school melden om eventuele instructies en boeken op te halen. Zij zullen dus de resterende periode naar het herexamen toe weer lessen komen volgen in hun schooluniform. De groep geslaagden heeft gisteravond tussen hun diploma ontvangen en hebben een inschrijfbriefje ontvangen. Die moet ingevuld worden door de ouders en moeten zij inleveren bij de directeur van de Hendrikschool.

Medische staf Sint Vincentius Ziekenhuis wacht op 8 maanden salaris...

Leiding ziekenhuis heeft tot 20 augustus de tijd om achterstand te voldoen

Geen betaling, dan volgt actie medici


De Medische Staf van het Sint Vincentius Ziekenhuis heeft besloten de leiding tot 20 augustus de tijd te geven om met acht maanden betalingsachterstand over de brug te komen. Als het geld niet op tafel komt, dan zullen de specialisten hun diensten aan de Spoedeisende Hulp (SEH) stopzetten. Dit besluit is genomen op een stafvergadering.

Algemeen directeur Manodj Hindori zegt vandaag, dinsdag 4 augustus 2015, in een reactie op Starnieuws dat hij deze kwestie niet graag in de media bespreekt. Hij bevestigt, dat de staf niet is uitbetaald, omdat er dit jaar geen subsidie is ontvangen van de overheid. Het ziekenhuis is niet in staat op eigen kracht deze kosten te dekken.

De Medische Staf stelt, dat sinds de openstelling van de SEH anderhalf jaar geleden het ziekenhuis niet in staat is geweest om de financiële verplichtingen aan de specialisten op reguliere wijze na te komen.

'Het moet niet zo zijn, dat de Medische Staf de exploitatie van de SEH subsidieert voor het ziekenhuis. De Medische Staf dient iedere maand op tijd en correct uitbetaald te worden', zo staat in een brief aan de Raad van Bestuur van het ziekenhuis. Aangegeven wordt, dat de dienstverlening niet gecontinueerd wordt als het ziekenhuis zijn verplichtingen niet is nagekomen uiterlijk 20 augustus. Geëist wordt dat alle achterstallige tegoeden overgemaakt worden, anders wordt de dienstverlening stopgezet.

Hindori zegt, dat het schrijven van de Medische Staf met spoed is voorgelegd aan minister Michel Blokland van Volksgezondheid. Het ziekenhuis kan de specialisten niet betalen, omdat er al teveel financiële tekorten zijn op alle fronten. 'De minister had alle begrip voor onze situatie en heeft beloofd zich samen met zijn staf in te spannen om de subsidie alsnog rond te krijgen. Wij hebben goede hoop dat er voor 20 augustus een oplossing komt', aldus Hindori.

SWM doet voorstellen tariefaanpassingen aan Financieel Economisch Platform, maar zwijgt over inhoud

'De laatste tariefaanpassing was in februari 2004'



De Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) heeft voorstellen voor tariefaanpassingen gedaan aan het Financieel Economisch Platform (FEP). 'Het is structureel dat de prijs laag ligt. De laatste tariefaanpassing was in februari 2004', zegt Alwin Linger, SWM onderdirecteur Operations, vandaag, 4 augustus 2015, in De West en op Starnieuws. 'De marktprijzen zijn ook veranderd en daarom alleen zou je zeggen dat wij jaarlijks een aanpassing nodig hebben.'

De SWM heeft dus elf jaren geen tariefaanpassing doorgevoerd. Het kostendekkende tarief is nodig om relevante doelen te halen en de dienstverlening te optimaliseren. 'Je wilt als bedrijf niet steeds met handje omhoog naar de overheid.'

Linger gaat echter niet in op de gedane voorstellen en laat het aan het FEP over om de adviezen verder te bespreken met de president. Het bedrijf wacht de resultaten af. Afgelopen week werd een presentatie voor het FEP gehouden en een dag later werd een en ander op schrift ingediend. 'De calculaties zijn uitgewerkt en toegespitst op bepaalde uitgangspunten die de overheid zou willen hebben. Bijvoorbeeld wil je de huishoudens of juist de bedrijven meer belasten?'

De SWM hanteert nu een gemiddelde kostprijs van Srd 2,90 per kubieke meter als het gaat om de operationele kosten. Terwijl de gemiddelde verkoopprijs Srd 1,80 per m³ is. 'In die prijs van Srd 2,90 zijn de investeringen van rond de 260 miljoen Amerikaanse dollar niet meegenomen die wij nodig hebben om de optimalisatie slag te plegen tussen nu en 2024. Een groot deel disconteren wij nu door bepaalde renovaties, beheer en onderhoud niet te doen, maar uit te stellen. Een leiding die elke 20 jaar vervangen moet worden, wordt nu gerepareerd en misschien pas na 40 jaar vervangen. Alles gaat dus ten kostte en laste van de equipement en dienstverlening. Het kan niet anders, omdat de subsidie onvoldoende is om het gat te vullen.'

Met de aangepaste watertarieven conform de marktprijzen anno 2015, zou de SWM niet meer hoeven te snoeien op onderhoud. Op dit moment kampt de SWM in Paramaribo, Wanica en Para met waterverliezen van tussen de 40–45%. Water gaat verloren tussen het net en de wateraansluiting bij huishoudens. Soms wordt het water ‘ergens gebruikt’ en soms gaat het verloren door lekkage aan de leidingen. In plaatst van te investeren in meer productie, wil het bedrijf hierin investeren en met dit verloren water alvast meer klanten helpen. 'Wij denken ook aan het bouwen van meer stations, zoals op Houttuin met een productie van 1.300 m³ per uur.'

Momenteel treft de SWM voorbereidingen voor de uitbreidingen voor het station Van Hattemweg en een nieuwe waterinstallatie te Moengo. Deze projecten worden gefinancierd uit een zogenoemde 'grant' vanuit een staatslening, groot 13 miljoen euro van de Agence Française de Développement, de Franse ontwikkelingsbank. 'Zonder deze investering zou de bevolking in een aantal gebieden met een lage waterdruk blijven kampen. Niemand vindt het leuk om alleen water uit de voetkraan te krijgen, we willen allemaal uit de douchekraan.'

CLO-voorzitter wil 'diepgaand onderzoek' naar sociaal- en maatschappelijk karakter kandidaat-ministers

'Wat we met enkele ministers hebben meegemaakt is niet om over naar huis te schrijven'

Personeel ministerie Justitie en Politie zou niet te spreken zijn over optreden minister Belfort


CLO-voorzitter (Centrale van Landsdienaren Organisaties) Ronald Hooghart doet een beroep op  president Desi Bouterse om bij de samenstelling van zijn nieuwe ministersteam 'een diepgaand onderzoek in te stellen naar het sociaal alsook maatschappelijk karakter van personen' die hij in zijn kabinet wenst te hebben. Want, zegt de vakbondsleider en het Assembleelid namens de NDP, vandaag, dinsdag 4 augustus 2015, in de Ware Tijd, 'wat we met enkele van de ministers hebben meegemaakt, is niet om over naar huis te schrijven.' 

Een en ander heeft Hooghart opgetekend in een brief aan minister Edward Belfort van Justitie en Politie. Daarin schrijft hij verder, dat het personeel bij Justitie en Politie van mening is dat Belfort samen met zijn onderdirecteur 'een puinhoop van de zaak heeft gemaakt'. Het personeel is verder van oordeel dat de minister 'zeer veel schade' heeft berokkend aan hun wil om het land op een gepaste wijze te dienen.

Er zou vrijwel niets zijn gedaan om de waardigheid van hun werk en studie te compenseren. De onevenwichtigheid bij het invullen van posities op het departement is volgens het personeel 'emotioneel niet meer te dragen', wordt Belfort voorgehouden. Hij en de onderdirecteur worden verweten nimmer een luisterend oor te hebben gehad en personeel zou bevreesd zijn de minister te benaderen.

'Heer minister, het personeel ziet u daarom liever gaan dan komen, ook de OD die personeelsafdelingen in zijn machtsuitoefeningen wil sluiten', luidt een passage uit de brief van Hooghart aan Belfort. De medewerkers hopen dat de nieuwe minister een betere optie zal zijn 'in het kader van het dienen van de mens als werknemer anno 2015'.

Drugs, geld, wapen en munitie gevonden bij twee huiszoekingen op Curaçao

Cocaïne, marihuana en contant geld gevonden in Oost Jongbloed

Bij huiszoeking aan Winston Churchillweg vinden agenten vuurwapen en munitie: twee arrestaties


Bij een inval in Oost Jongbloed op Curaçao heeft de politie gisteravond cocaïne, marihuana en contant geld in beslag genomen. Dit gebeurde rond half elf, aldus de nieuwswebsite Versgeperst.com vandaag, dinsdag 4 augustus 2015.

Nog geen half uur later werd een gerechtelijke huiszoeking verricht aan de Winston Churchillweg. In de woning werden een vuurwapen en munitie aangetroffen.
 
De politie heeft bij de woning aan de Winston Churchillweg een Dominicaanse man (25) en vrouw (24) aangehouden.

Kunstwerken van kinderen langs de Kaya Klein Hofje in Willemstad, Curaçao, vernield


Kinderen roepen in kunstwerken in diverse talen op eiland schoon te houden


Onlangs zijn de kunstwerken van kinderen langs de Kaya Klein Hofje in Willemstad op Curaçao vernield. De kinderen van groep 8 van de Santa Claraschool hadden op initiatief van huisarts Alex Roose de borden kleurig beschilderd waarop zij in verschillende talen oproepen om het eiland schoon te houden. Dit bericht het Antilliaans Dagblad vandaag, 4 augustus 2015.

Een tijd geleden vernielde een auto, die uit de bocht was gevlogen, ook al twee van de werken.

Later werden drie houten palen van Aqualectra, die niet bekabeld waren, omgezaagd. Aan die palen hingen ook kunstwerken van de kinderen. Op de foto zijn de vernielde borden te zien.

Curaçaose advocaat Bijkerk: 'MFK-voorman Gerrit Schotte is in zijn klacht tegen mij niet-ontvankelijk'

Schotte: 'Bijkerk voerde heksenjacht tegen mij in zaak Babel'

Schotte en zijn strijd tegen advocaat Bijkerk.
Advocaat zou zijn positie ge- of misbruikt hebben om Schotte te schaden als persoon


MFK-voorman Gerrit Schotte op Curaçao is in zijn klacht tegen advocaat Roel Bijkerk (zie foto hieronder) niet-ontvankelijk. Dat stelt tenminste de advocaat zelf, in zijn repliek, zo bericht het Antilliaans Dagblad vandaag, dinsdag 4 augustus 2015.

Bijkerk voorzag gisteren de Raad van Toezicht op de Advocatuur van zijn verweer. Schotte diende begin juli een klacht in bij de Raad voor de rol van Bijkerk in de zaak 'Babel'. De klacht heeft te maken met de uitgelekte correspondentie tussen de advocaat en Fundashon Akshon Sivil (FAS). Volgens Schotte zou uit die correspondentie blijken dat ‘Bijkerk bezig was met een heksenjacht’ op zijn persoon. Bijkerk zou volgens de parlementariër niets liever willen dan hem persoonlijk schaden. Hiervoor heeft hij volgens Schotte zijn positie en middelen als advocaat gebruikt of misbruikt.

'De conclusie is dat verweerder op geen enkele wijze klachtwaardig gehandeld heeft en dat Schotte bovendien niet-ontvankelijk is in zijn klachten', stelt Bijkerk. Zoals de advocaat al eerder tegenover het dagblad liet weten, ziet hij het klachtschrift als een afleidingsmanoeuvre. Hij ziet het klachtschrift als een onderdeel van het door Schotte in de media gevoerde verweer in zijn aankomende strafzaak, ‘waarbij vooral zijn insteek zal zijn om de aandacht af te leiden van waar het werkelijk om gaat. Namelijk om de strafbare feiten die hem ten laste gelegd worden’.

De MFK-voorman haalt in zijn klacht tegen de advocaat de aangifte aan tegen zijn persoon waarin hem omkoping, witwassen en belastingontduiking ten laste wordt gelegd en die is gedaan naar aanleiding van de uitgelekte 50 meldingen van ongebruikelijke transacties (MOT-meldingen). Volgens Schotte zit Bijkerk achter deze aangifte. Bijkerk: 'Toentertijd is op zeer goede gronden een aangifte tegen Schotte ingediend, door zoals gezegd een yu di Kòrsou en niet door ondergetekende.' Dat Bijkerk betrokken is geraakt bij de zaak heeft volgens hem te maken met het feit dat het Openbaar Ministerie ‘maar achterover bleef leunen’. 'In mijn beleving gleed Curaçao in rap tempo af richting een gefaalde, criminele staat.'

Volgens Schotte koestert Bijkerk een ‘diepgewortelde haat en wrok’ tegen hem en is de aangifte een uitvloeisel van de privébelangen van de advocaat. De advocaat bestrijdt dat en zegt dat hij de leider van MFK niet persoonlijk kent. Toch erkent hij, dat hij deels een persoonlijk belang heeft bij de aangifte tegen Schotte. 'Als iemand, zoals Schotte gedaan heeft, zijn vrienden besteelt en zich kennelijk aan andere misdrijven schuldig gemaakt heeft zoals bijvoorbeeld verzekeringsfraude, valsheid in geschifte, witwassen en omkoping, dan is zo iemand in mijn woordenboek corrupt. Als vervolgens een dergelijk corrupt persoon minister-president van een land wordt dan acht ik dat een bedreiging van de rechtstaat.'

Bijkerk zegt als burger graag in een gezonde rechtstaat te willen wonen. 'Ik heb er als burger belang bij dat een kennelijke corrupte en criminele politicus zich voor de strafrechter moet verantwoorden voor mogelijk door hem begane strafbare feiten. In zoverre heb ik er inderdaad ook een persoonlijk belang bij dat er aangifte gedaan werd toen het OM niet zelfstandig in actie kwam. Het ontgaat mij ten ene malen wat hier klachtwaardig aan zou zijn.'

De advocaat van Schotte, Eldon ‘Peppie’ Sulvaran, zei tijdens de regiezitting in de zaak Babel, dat er sterke indicaties zijn dat de zaak is gearrangeerd door het Openbaar Ministerie. Daarbij werd toen ook de correspondentie tussen Bijkerk en FAS aangehaald, waarbij Bijkerk zich fel uitliet over de toenmalig procureur-generaal Dick Piar, omdat deze niets wilde doen met de MOT-meldingen over Schotte. Hij noemde de PG onder meer een ‘slappe lul’. Bijkerk daarover: 'Het ontgaat mij volledig op grond waarvan Schotte het recht zou hebben om zich bij de Raad van Toezicht te beklagen over hoe ik in een privémail een derde benoem. Dit gaat Schotte helemaal niets aan en bovendien is hij nu juist diegene die deze beweerdelijke ongepaste aanduiding openbaar heeft gemaakt door mijn privécorrespondentie te laten verspreiden.'

Over de stelling van Schotte dat Bijkerk gebruik of misbruik zou hebben gemaakt van zijn positie en middelen als advocaat zegt hij dat deze stukken al geruime tijd in de openbaarheid waren en dat hij geen stukken heeft gebruikt die hem vertrouwelijk ter kennis kwamen.

'Het verhaal dat ik in de aanloop naar Babel verwacht is meer van het zelfde, zogenaamd een politieke vervolging, een door Nederlanders geleide haatzaaiende heksenjacht. Hoe Schotte er nog een draai aan zou willen geven dat de aangifte door het Openbaar Ministerie georkestreerd zou zijn (…) is nog even afwachten. Mij ontgaat zulks echter ten ene male. Voor wat betreft mijn eigen bemoeienissen in dit verhaal kan ik aangeven dat mij enige ‘orkestratie’ door het OM volstrekt onbekend is. Eerder is juist sprake van het tegendeel; het OM is in mijn optiek veel te lang passief geweest jegens Schotte gezien al het belastende materiaal dat open en bloot op straat lag.'

Politie Curaçao vindt lichaam man in woning te Willemstad

Lichaam in verre staat van ontbinding


De politie van Curaçao heeft vanochtend, dinsdag 4 augustus 2015, tegen half negen het lichaam van een man gevonden dat in verre staat van ontbinding verkeerde. Het blijkt om Sherny Vrutaal te gaan, geboren op Curaçao op 20 augustus 1957.

Het lichaam van Vrutaal werd gevonden in een woning aan de Jan H. Fergusonstraat, nadat buurtbewoners klaagden over een penetrante geur.

Bij aankomst vonden agenten het lichaam van Vrutaal liggend op de grond. In de woning werden bloedvlekken gevonden. Mogelijk is hij door een misdrijf om het leven gekomen. Zijn doodsoorzaak wordt onderzocht.

Trinidadiaanse Republic Bank opent haar deuren

'Wij kunnen putten uit brede financiële basis die verspreid is over diverse landen in de regio'


'Indien nodig, kunnen wij putten uit onze brede financiële basis die verspreid is over diverse landen in de regio. In dat opzicht hebben wij een sterkere concurrentiepositie dan de overige banken in Suriname', aldus Derwin Howel, voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Republic Bank, die gisteren haar deuren officieel heeft geopend. 

Hij reageerde, schrijft de Ware Tijd vandaag, dinsdag 4 augustus 2015, op vragen van journalisten over hoe zijn organisatie aankijkt tegen het feit, dat Suriname het financieel moeilijk heeft op het moment dat zij haar intrede doet in Suriname.

Na zo'n vier maanden van voorbereidingen heeft de Trinidadiaanse bank haar overname van Royal Bank of Canada gisteren officieel beklonken. Er is een bedrag van rond de 40 miljoen Amerikaanse dollar mee gemoed.

'Wij zijn vastberaden om deze bank van de derde naar de eerste positie te brengen in Suriname.
En als ik kijk naar het enthousiasme van het managementteam, ben ik er zeker van dat wij dat doel zullen bereiken', zei Gloria Anthony, algemeen directeur van Republic. Zij ziet genoeg groeimogelijkheden in het land.

Anthony is ervan overtuigd dat de huidige onrust bij de bond weggewerkt zal worden. 'Geen van de personeelsleden zal worden afgevloeid. Daarnaast focussen wij sterk op het ontwikkelen van kader', aldus de directrice.

Republic heeft vestigingen in het hele Caribisch gebied en sloot 2014 af met een totaal vermogen van 9,4 miljard Amerikaanse dollar.

Bond Personeel Milieubeheer ministerie van Openbare Werken schort actie op

President bereid bond te ontvangen een week na inauguratie

Blanker spreekt zijn leden toe (Bron foto: Jason Leysner/de Ware Tijd)

De Algemene Bond Personeel Milieubeheer heeft vanochtend, dinsdag 4 augustus 2015, de actie opgeschort waarmee de leden vorige week maandag zijn gestart. De werknemersorganisatie heeft ingestemd met het verzoek van directeur Eugene van der San van bestuurs- en administratieve aangelegenheden van het Kabinet van de President om een week na de inauguratie van de president de bond te ontvangen. Dit zegt bondsvoorzitter Hugo Blanker in de Ware Tijd. 

De bond en zijn leden waren vanochtend naar het Kabinet van de President gegaan, omdat een goot deel van de punten van een protocol, dat de bond in april heeft getekend met minister Rabin Parmessar van Openbare Werken, niet is gerealiseerd.

Het gaat onder meer om duidelijke functieomschrijvingen, waarnemingstoelagen en de verzelfstandiging van de afdeling Openbaar Groen die vroeger Milieubeheer heette.

Het hindert het personeel ook dat Siegfried Wolff van het directoraat Openbaar Groen onder curatele is. De personeelsleden hebben hem graag terug als directeur van de afdeling. Zij beweren dat Parmessar een andere persoon daar heeft geplaatst die zich slechts bezighoudt met het sturen van verweerbrieven naar de personeelsleden.

Opvolging granman Belfon Aboikoni zorgt nog steeds voor spanning tussen 3 groepen Saramaccaners

Twee groepen dragen waarnemend granman voor en derde groep heeft granman benoemd

RO zaait met benoeming Konoe onrust onder Saramaccaners


De spanning tussen de drie groepen van de stam der Saramaccaners rond de kwestie van de opvolging van granman Belfon Aboikoni kan oplopen. Twee groepen hebben los van elkaar een waarnemend granman voor goedkeuring voorgedragen bij het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO). Een andere groep heeft een granman benoemd en de minister van RO gevraagd hem te erkennen, zo bericht de Ware Tijd dinsdag 4 augustus 2015.

Het ministerie heeft echter besloten om de functie van waarnemend granman te laten bekleden door de groep die Pafion Konoe heeft voorgedragen. De andere twee kampen zijn niet te spreken over dit besluit. 'De overheid respecteert onze traditie niet en creëert hierdoor een situatie in de Saramaccaanse gemeenschap die zal escaleren', zegt Stefanus Poeketi, woordvoerder van 'Atjika puu di gaama tii a wan kodo lo' (het is genoeg, laat het granmanschap rouleren).

Hij beweert, dat zijn groep geheel volgens de tradities kapitein Frans Banai van Gujaba benoemd heeft tot granman. Ook Albert Aboikoni van de groep die kapitein Johan Pansa heeft voorgedragen als waarnemend granman vindt dat overheid met de benoeming van Konoe onrust zaait onder de Saramaccaners.

'Dit wordt chaos en de kwestie wordt hierdoor niet opgelost', zegt Aboikoni, die zelf granman wil worden. Hij en Johan Pansa behoren tot de Matjaw lo, waaruit gewoonlijk de granman voortkomt.

De commissie onder leiding van Richène Libretto zou de ruzie tussen de partijen moeten beslechten, maar Libretto zei in een eerder gesprek, dat Aboikoni en zijn volgelingen blijven bij hun standpunt. RO-minister Stanley Betterson laat weten, dat de voordracht van Konoe volgens de regels van de stam heeft plaatsgevonden en zal worden doorgeleid naar de president.

Hakuna Matata Gang neemt alsnog afstand van 'Bullet'

Beter laat dan nooit zal groep hebben gedacht na commotie in Nederland


De rapgroep Hakuna Matata Gang (HMG) gaat vandaag, dinsdag 4 augustus 2015, op een persconferentie publiekelijk afstand nemen van het nummer 'Bullet', dat ze samen zingen met King Koyeba. Dit meldde groepsleider Otniel Babel in een persuitnodiging die gisteren aan lokale Surinaamse media werd verstuurd.

HMG keerde afgelopen zaterdag terug uit Nederland. Twaalf leden van de groep waren daar met de bedoeling enkele optredens te geven. Vanwege het lied 'Bullet', dat homohaat propageert en daar feitelijk toe aanzet, hebben de meeste clubs waar ze zouden optreden uit de line-up gehaald.

Surinaamse en Nederlandse LGBT-activisten voerden publieke actie om er voor te zorgen dat HMG niet zou optreden in onder andere Club Jiggers in Almere en Club Supreme in Arnhem. Zouden zij volgens planning zowel in Nederland, België als Italië op de planken verschijnen, uiteindelijk hebben zij slechts op hun welkomstfeest in Jiggers opgetreden.

Afgelopen zaterdag was HMG ook uit de line-up van het Lustig Festival op White Beach gehaald.

(Red. De Surinaamse Krant/de Ware Tijd)

Nieuw filiaal Hakrinbank geopend in Paramaribo-Noord

Nieuw filiaal is klant- vriendelijk zonder drang- hekken


De Hakrinbank heeft gistermiddag haar nieuwe filiaal aan de Tourtonnelaan in Paramaribo-Noord geopend, waarin ruim 3 miljoen Amerikaanse dollar is geïnvesteerd. 'Het is een prachtig en imposant gebouw geworden, waarmee ook een bijdrage is geleverd aan de verdere ontwikkeling en verfraaiing van deze dynamische omgeving, waarin de laatste jaren flink wordt geïnvesteerd', sprak algemeen directeur Jim Bousaid.

De bouw van dit bankfiliaal past in het meerjaren strategisch beleid van de bank om het kantorennetwerk, dat grotendeels uit de jaren zeventig van de vorige eeuw dateert, te moderniseren. De bank wil zo de kwaliteit van de dienstverlening aan het publiek verbeteren.

Het hoofdkantoor werd in 1973 in gebruik genomen en de meeste filialen werden kort daarna opgezet, ook in Commewijne en Nickerie. 'Dat was onze concrete bijdrage aan het welslagen van de onafhankelijkheid van Suriname die in 1975 begon. Logisch, want Hakrinbank was en is de meest Surinaamse bank', aldus Bousaid.

Hij bracht in herinnering dat sinds 3 augustus ook de Republic Bank uit Trinidad & Tobago, een sterke partij, toetreedt tot de markt. Het bankwezen is volgens Bousaid sterk gegroeid. Hakrinbank is zo sterk gegroeid, dat de capaciteit van het kantorennetwerk te krap werd. Dit heeft geleid tot uitbreiding en modernisering.

De bouw van het filiaal in Paramaribo-Noord begon medio 2014. 'In dit modern kantoor kunnen onze cliënten in een sfeervolle ambiance terecht voor een snelle en efficiënte afhandeling van al hun bankzaken.'

Het Dagblad Suriname bericht dat de bouw van Hakrinbank Noord vanwege de zware regens een vertraging van drie maanden had opgelopen. De aannemer was RCM (Raghoebarsingh). De gehele bouw is met eigen middelen van de bank gefinancierd, zoals de Centrale Bank van Suriname dat ook voorschrijft. Branchemanager van filiaal Tourtonne is Ravin Changoer.

Er is ook gezorgd voor voldoende parkeerruimte en de fysieke beveiliging is optimaal, zo schrijft Starnieuws. De bankier roemde de vele voordelen op van het gebouw dat volledig doorzichtig en transparant is. Hierdoor vormen het plein, de entree en de hal één geheel. Er zijn geen rijen met dranghekken meer. De bank is klantvriendelijk met vier kassa's en een kassaruimte voor grote stortingen.

Archief Nederland van belang voor onderzoek Sandew Hira voorafgaand aan interview met Bouterse

Hira zoekt hulp van en in Nederland bij zijn geruchtmakend onderzoek


De Nederlandse archieven over de rol van Nederland in de jaren tachtig van de vorige eeuw in Suriname zijn een belangrijke bron om de waarheid over de decembermoorden boven water te krijgen. Daarom zou de Nederlandse regering deze archieven vrij moeten geven. 

Dat vindt Sandew Hira, de man die de Surinaamse president Desi Bouterse en hoofdverdachte van de 8 decembermoorden zover heeft gekregen een getuigenis af te leggen over die moorden, zo bericht de Telegraaf vandaag, 4 augustus 2015.

Hira, een Nederlander van Surinaamse afkomst, zei gisteren tijdens een persconferentie in Paramaribo dat hij de hulp van Nederland wil hebben bij de voorbereiding van het gesprek met Bouterse. Ook de VS en Cuba heeft hij nodig. 'Deze landen zijn belangrijke internationale spelers geweest in Suriname sinds 1980', aldus Hira.

Vorige week verbaasde Bouterse vriend en vijand door bekend te maken mee te willen werken aan een gesprek over de decembernoorden.

Hira heeft de afgelopen week veel kritiek op zijn initiatief gekregen. Vooral de nabestaanden van de vijftien vermoorde mannen vinden dat Bouterse in de rechtszaal moet vertellen wat er in december 1982 is gebeurd.

Hira, zelf ook nabestaande - een broer was een van de 8 decemberslachtoffers -, vindt juist dat de afgelopen 33 jaar duidelijk is geworden, dat die juridische weg niet tot een oplossing leidt. Het 8 decemberproces ligt immers stil, nadat het Surinaamse parlement in apri 2012 een wet aannam die de verdachten amnestie verleent.

'Dit is een politieke zaak, geen juridische. Andere landen hebben ook een manier gevonden hun trauma's buiten de rechtszaal op te lossen. Waarom Suriname niet?', vraagt Hira zich af, verwijzend naar onder andere Zuid-Afrika.

Rijstexporteurs niet op hoogte nieuwe deal minister Algoe met Venezuela voor export witte rijst...

LVV-minister tekent in Venezuela overeenkomst voor export ruim 19.000 ton witte rijst


Rijstverwerkers wisten tot afgelopen zondag niets van een nieuwe overeenkomst tussen Suriname en Venezuela, onder de PetroCaribe-deal. 'Ik denk dat we als Vereniging van Rijstexporteurs de minister om duidelijkheid zullen vragen', zegt bestuurslid Rakesh Narsingh vandaag, dinsdag 4 augustus 2015, in de Ware Tijd.

Minister Soeresh Algoe van Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV) heeft vorige week een overeenkomst getekend in Venezuela voor de levering van iets meer dan 19.000 ton witte rijst.

'We zijn nu bezig met voorbereidingen voor de eerste verscheping', zegt Algoe in een reactie. Hij denkt dat het eerste transport van 6.250 ton binnen drie weken kan plaatsvinden.

De PetroCaribe-overeenkomst is ondertussen een zeer gevoelige kwestie geworden onder rijstboeren in het district Nickerie. Toenmalig VRE-voorzitter Bhagwatpersad Ramadhin moest eerder dit jaar het veld ruimen, nadat binnen de organisatie heibel was ontstaan, omdat leden meenden dat hij zichzelf bevoordeeld had bij de enige export van padie tot nu toe onder deze overeenkomst.

Overigens is men het binnen de sector eens met de stelling van Algoe, dat bij de levering van rijst er voordeel is in de vorm van bijproducten als slijpmeel, die dan voor de lokale productie bestemd blijven. Over andere voordelen lopen de meningen uiteen. Terwijl een exporteur zegt geen verschil te zien, aangezien beide producten voor export om een goede verwerking vragen, ziet een andere problemen. 'Je zal zien dat er maar vier of vijf molenaars zijn van wie de faciliteiten voldoen aan wat de Venezolanen vragen', beweert een andere.

De minister zegt zich nu volledig te richten op de export van witte rijst. De sector kijkt er, met de ervaring van het recente verleden, nu met argusogen naar.

Ambassadeur Ramdin meldt zich bij president Bouterse

Oud-assistent-secretaris-generaal OAS deze week terug in Suriname


Ambassadeur Albert Ramdin keert deze week terug in Suriname. Hij beëindigde in juli zijn werkzaamheden als assistent-secretaris-generaal bij de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Hij komt na ruim tien jaar terug, om in dienst te treden van de Surinaamse overheid, schrijft Starnieuws vandaag, dinsdag 4 augustus 2015.

Ramdin zegt, dat hij in de afgelopen periode de ontwikkelingen in Suriname op de voet heeft gevolgd en meerdere malen per jaar het land heeft bezocht.

Ramdin beëindigt met zijn terugkeer een lange internationale carrière in verschillende functies. In 1997 werd hij door toenmalig president Jules Wijdenbosch benoemd als Permanente Vertegenwoordiger bij de OAS. Vervolgens kreeg de ambassadeur toestemming van de regering om assistent-secretaris-generaal voor Buitenlandse Betrekkingen en Gemeenschapsrelaties op het CARICOM Secretariaat in Guyana te worden.

In 2001 trad Ramdin als adviseur toe tot het kabinet van secretaris-generaal Cesar Gaviria in Washington DC. In 2004 werd Ramdin voor korte tijd door president Ronald Venetiaan benoemd als adviseur voor het Westelijk Halfrond, waarna hij werd voorgedragen voor de functie van assistent-secretaris-generaal van de OAS.

Inmiddels heeft ambassadeur Ramdin zich per brief gemeld bij president Desi Bouterse. Ramdin zal de inauguratie van president Desi Bouterse en vicepresident Ashwin Adhin op 12 augustus bijwonen.

Dc Miranda blij met voorstellen belanghebbenden Centrale Markt

Centrale Markt Paramaribo moet zelfvoorzienend worden

'Standhouders snakken naar verandering'
 

Districtscommissaris (dc) Jerry Miranda van Paramaribo-Noordoost is ingenomen met de bijdrage die verschillende belanghebbenden van de Centrale Markt in het centrum van Paramaribo willen leveren om zelfvoorzienend te worden. Iedereen is het erover eens, dat de markt gezond gemaakt kan worden, zegt Miranda vandaag, 4 augustus 2015, op Starnieuws.

De markt is nu verliesgevend. De overheid moet met teveel geld inkomen, terwijl er intensieve economische activiteiten zijn binnen de markt. Met wat inspanning van alle betrokkenen moet het mogelijk zijn om van de markt een goed draaiend bedrijf te maken, meent Miranda. Hij had samen met de nieuwe marktmeester Edwin Geffery een gesprek met verschillende belangengroepen.

'De mensen zijn met diverse voorstellen gekomen, hoe de markt rendabel kan worden gemaakt. Binnen een week zal een rapport worden uitgebracht dat een totale ordening moet brengen. Nu heerst er een chaotische situatie en velen snakken naar verandering', zegt Miranda.

De mensen zijn blij met de nieuwe wind die er nu waait. Zij zijn bereid een bijdrage te leveren als er verandering ten goede wordt gebracht. 'Ik ben heel enthousiast over de houding van de belangenorganisatie. Het zal zeker lukken om de hervorming door te voeren', zegt de districtscommissaris.

Finabank presenteert gunstige cijfers eerste halfjaar 2015

Nettowinst groeit met 35% tot Srd 4.7 miljoen


De Finabank heeft over het eerste halfjaar 2015 gunstige financiële resultaten geboekt. De nettowinst groeide met 35% tot Srd 4,7 miljoen ten opzichte van juni 2014, terwijl het balanstotaal gegroeid is ten opzichte van het balanstotaal in december 2014 met 7,3% van Srd 553,8 miljoen tot Srd 594,3 miljoen. De bank heeft gisteren haar cijfers over het eerste halfjaar van 2015 gepresenteerd, zo bericht Starnieuws vandaag, dinsdag 4 augustus 2015.
 
De Raad van Commissarissen en de directie zijn tevreden met de behaalde halfjaar financiële resultaten, die in lijn zijn met het budget. De resultaten zijn opgemaakt conform de internationaal geldende Nederlandse GAAP (Generally Accepted Accounting Principles) standaarden. Deze publicatie is volledig in lijn met de strategie van de bank, immers de Finabank staat voor een sterke corporate governance cultuur, zo sprak Eblein Frangie, president-directeur van de bank.

De groei van de nettowinst vloeit voort uit de groei van de rentebaten uit hoofde van de gezonde kredietportefeuille van de bank en de renteopbrengst uit hoofde van schatkistpapier. Ook de overige baten groeide met 29% tot Srd 5 miljoen. De kosten van de bank zijn gestegen met 28% tot 14,9 miljoen. De groei van het balanstotaal is enerzijds de resultante van de toename van de schulden aan
banken met 46,4% tot Srd 41,3 miljoen. Het belangrijkste activum van de bank, de kredietportefeuille groeide met 5% tot Srd 330,1 miljoen.

De kernratio's van de bank zijn sterk. De solvabiliteit van de bank bedraagt 19% (interne norm 15% en Centrale Bank van Suriname-norm 10%), de non-performing ratio 3,75% (interne norm 3% en Centrale Bank van Suriname-norm 5%) en de loan-to-deposit ratio 68%. Deze kernratio's en de groei van de balans en de netto-winst van de Finabank weerspiegelen de sterke financiële positie van de bank, benadrukt de financiële onderneming.

Ondanks de tevredenheid over de resultaten, is de directie wel zeer alert op de opwaartse risico's die zij in de economie ziet. Vooral de toenemende tekorten op de lopende rekening kunnen tot onevenwichtigheden in de economie leiden, stelt de bank. Deze onevenwichtigheden kunnen, indien niet de juiste maatregelen worden getroffen, ook negatieve effecten hebben op de
performance van Finabank en de gehele financiële sector.

Hira: 'Ik ben moe van het wachten en wil een einde aan ons lijden'

'30 Jaar is tevergeefs via rechtspraak getracht tot waarheidsvinding te komen'


'Dertig jaar lang is via rechtspraak geprobeerd tot waarheidsvinding te komen over de moorden van 8 december 1982. Dit heeft tot niets geleid. En niets wijst erop dat dat de komende jaren gaat veranderen. Ik ben moe van het wachten. Ik wil een einde aan ons lijden. En dat einde is mogelijk omdat de waarheid ons vrij kan maken. Er is nu een historische kans om gerechtigheid te realiseren door middel van waarheidsvinding. Gerechtigheid komt niet uitsluitend in de vorm van straf. Die kans wil ik niet laten lopen.' Dit zei Starnieuws-columnist Sandew Hira, pseudoniem van Dew Baboeram, gistermiddag op een persconferentie in Residence Inn. Hira is een jongere broer van advocaat John Baboeram, die in december 1982 is gemarteld en vermoord in Fort Zeelandia, samen met 14 andere mannen, zo bericht Starnieuws vandaag, dinsdag 4 augustus 2015.

Hira heeft bijzonder veel kritiek gekregen sinds bekend is geworden dat president Desi Bouterse, die de hoofdverdachte is in het 8 decemberstrafproces, ingaat op het voorstel van Hira om een uitgebreid interview aan hem af te staan. Hira wil tot in de finesses weten bij diverse vormen van geweld sinds 1980 Bouterse betrokken is geweest.

Hij had verwacht dat er een regen van kritiek zou komen, maar ook ondersteuning. Met oprechte kritiek heeft Hira geen moeite.

Hira geeft twee argumenten op de oprechte kritiek die geleverd is. Het eerste argument is die van de rol van de rechtspraak. Het argument luidt: Bouterse moet in de rechtszaal een getuigenis afleggen. Het tweede argument is die van de betrouwbaarheid van de getuigenis. Wie garandeert je dat Bouterse niet gaat liegen? 'Ik toon mijn respect voor deze critici door hun argumenten serieus te nemen en inhoudelijke tegenargumenten te presenteren. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar door eerlijk en inhoudelijk op elkaar te reageren, tonen we onze respect voor elkaar.'

Hira meent dat in een situatie van politieke spanningen de rechtszaal niet het instrument is om gerechtigheid te bereiken. 'Dat heeft de praktijk geleerd en we zijn nog steeds niet in staat die les te trekken. Andere landen hebben een manier gevonden om trauma’s op te lossen buiten de rechtszaal. In Zuid-Afrika is waarheidsvinding een instrument geweest om politieke spanningen op te lossen. Dat waarderen wij in Mandela. Waarom strekt die waardering zich niet uit naar Suriname? Waarom is waarheidsvinding wel een goed instrument voor Zuid-Afrika, maar niet voor Suriname?'

Over de betrouwbaarheid van de getuigenis van Bouterse heeft Hira geen tegenargument. Volgens critici zal Bouterse niet de waarheid vertellen, want zijn getuigenissen worden gebruikt bij het strafproces. 'Ik kan dat niet weerleggen omdat de praktijk van de toekomst de enige toets is om dit argument te bevestigen of te ontkennen. We hebben nu een situatie geschapen waardoor noch Bouterse noch ik terug kunnen. We duiken een rivier in en als we elkaar voorbij zwemmen dan is het enige eindresultaat dat we beide verdrinken. Een andere optie is er niet. Als Bouterse met flut verhalen komt en ik dat accepteer, dan gaan we beide ten onder. Hij gaat ten onder aan nieuwe leugens. Ik ga ten onder aan naïviteit. Brute en pijnlijk eerlijkheid is de enige manier om ons te redden.
Als dit proces mislukt, dan is het aan ons beiden te wijten. Maar als het slaagt dan zullen we honderden anderen dankbaar moeten zijn. Die honderden zijn de mensen die dit proces mogelijk gaan maken.'

'Iedereen weet dat het rommelt bij de douane'

Bouterse: 'Iedereen weet dat er over wordt gefac- tureerd en dat het huilen is met ons belastinginningssysteem'


'We weten waar de problemen zitten. Iedereen weet dat het rommelt bij de douane. En ik denk dat wij samen, ook met douane, ervoor moeten gaan zorgen dat het niet rommelt. Eenieder weet dat er over wordt gefactureerd en dat we samen met het bedrijfsleven moeten gaan kijken om de zaak in goede banen te leiden. En iedereen weet dat wij rommelen met doorvoer en dat we samen moeten kijken om hier paal en perk aan te stellen. En iedereen weet wat er allemaal gebeurt met de zogenaamde depots. Elke dag is er een inbraak. Iedereen weet dat het bijna huilen is met ons belastinginningssysteem, wij zullen er samen aan moeten werken.'

Woorden van president Desi Bouterse gisteren, aldus Starnieuws vandaag, dinsdag 4 augustus 2015, nadat Henk Naarendorp, coördinator van het Financieel Economisch Platform (FEP), het eerste advies aan hem overhandigde.

De maatregelen die zijn voorgesteld zullen ter harte worden genomen. Het moeizaam verworven sociaal pakket zal moeten worden verdedigd, benadrukte Bouterse. De maatregelen zullen zodanig getroffen worden dat mensen die vaak lijden bij hervormingen, niet de eerste zijn die worden bezwaard. Dat is een uitgangspunt zei de president.

Bouterse legde met cijfers uit dat de inkomsten van de overheid drastisch zijn gedaald. De maatregelen zijn nodig om het land financieel-economisch te redden. Hij zei maar weer eens, dat Suriname in zwaar weer terecht is gekomen. De president haalde aan, dat er kritiek is geuit op zijn uitlatingen dat de situatie kan uitlopen op een wereldcrisis. Centrale Banken in diverse landen doen er alles aan om te voorkomen dat de wereld in een crisis terechtkomt zoals in 2007 en 2008. Als dat niet lukt, is herhaling van de crisissituatie van 1929, reëel. De president zei ook, dat het land in zwaar weer terechtgekomen is, maar wanneer de krachten gebundeld zijn, zoals nu in het FEP, zal het lukken om de situatie het hoofd te bieden.

'Het is niet te laat, maar uitstel kan niet verder gedoogd worden.'

Zonder het advies inhoudelijk te bespreken, gaf Bouterse aan dat watertarieven zullen moeten worden aangepast. Hetzelfde geldt voor het stroomtarief. De subsidies die gegeven worden, zijn te hoog. Inschrijvingen van werken moeten transparant plaatsvinden, waarbij controlesystemen ingebouwd moeten worden. Het overheidsapparaat moet worden afgeslankt. Productie en efficiency moeten terugkomen.

Bouterse en Naarendorp bedankten de leden van het FEP die dag en nacht hebben gewerkt aan het advies. Op korte termijn zal de president de uitvoering van de maatregelen bespreken met het FEP.

Sandew Hira spreekt tijdens persconferentie over zijn onderzoek en onderhoud met president Bouterse

In lang en helder betoog doet Hira (Baboe- ram) tekst en uitleg


Starnieuws-co
lumnist Sandew Hira hield gisteren, maandag 3 augustus 2015, tijdens een door hem belegde persconferentie in hotel Residence Inn in Paramaribo een lange uitleg over zijn onderzoek en aankomend gesprek met president Bouterse. Hieronder de tekst van zijn inleiding, geplaatst op de nieuwswebsite Starnieuws:

'Ik wil de Surinaamse gemeenschap in Suriname en in de diaspora informeren over het initiatief dat ik genomen heb om een grondig onderzoek te doen naar processen van geweld in de aanloop naar 25 februari 1980 en de jaren daarna en mijn voorstel aan president Bouterse om een getuigenis af te leggen over zijn betrokkenheid daarbij. 

Ik gebruik een beperkte definitie van geweld, namelijk fysiek geweld. Ik realiseer me dat die definitie beperkt is, want in zekere zin zijn armoede en vernedering ook vormen van geweld.
Ik hou eerst een inleiding van ongeveer 50 minuten en stel u daarna in staat om mij onbeperkt hierover te bevragen.
Ik behandel acht onderwerpen:
1. De emotionele gevolgen van de Decembermoorden
2. De totstandkoming van het initiatief van de getuigenis
3. De getuigenis van Bouterse
4. Antwoord aan mijn critici en het maatschappelijk debat over de getuigenis
5. De relatie met nabestaanden
6. Het onderzoek
7. De communicatie over het onderzoek
8. De follow-up van dit traject

1. De emotionele gevolgen van de Decembermoorden
De afgelopen jaren heb ik meermalen en uit de grond van mijn hart mijn emoties gedeeld over de gevolgen van de Decembermoorden. U kunt ze nalezen op starnieuws.com.

Mijn broer, John Baboeram, was een opkomende advocaat in Suriname. Ons gezin van tien kinderen, is in 1970 naar Nederland vertrokken. Mijn vader was een eenvoudige landmeter, die veelvuldig in het oerwoud van Suriname zijn werk heeft gedaan. Mijn moeder was een huisvrouw die haar lagere school niet had afgemaakt, maar de universiteit van het leven met glans had doorlopen. Mijn moeder en mijn vader leerden ons de belangrijke waarden en normen die ik nog steeds in mij draag en doorgeef aan mijn kinderen. De waarden van integriteit, respect en waardigheid. Mijn ouders zijn enkele jaren geleden gestorven.

De dramatische impact van de Decembermoorden op mij en onze familie zal ik schetsen aan de hand van de geschiedenis van de militaire coup van 25 februari 1980.
Mijn broer John had een succesvolle advocatenpraktijk. Hij had een huis gebouwd en had twee tickets gekocht voor mijn ouders om de inwijding van het huis mee te maken in Suriname. Mijn ouders droomden ervan om ooit hun oude dag in Suriname door te brengen in de warmte van mijn broer. Ze zouden op 10 december 1982 vertrekken.
In de nacht van 8 op 9 december was mijn broer opgepakt, gemarteld en vermoord in Fort Zeelandia. Dat wisten wij toen niet.
In de middag van 9 december kwamen de berichten binnen in Nederland over moorden in Suriname. Van journalisten hoorde ik dat de Nederlandse ambassade in Paramaribo een lijst had samengesteld van de mensen die vermoord waren. De telefoonverbindingen met Suriname waren afgesloten. Ik besloot om het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken te bellen. Ik kreeg een dame aan de lijn, vertelde wie ik was en vroeg of ze kon nakijken of de naam van mijn broer op de lijst voorkwam. Ze zei “wacht even” en kwam kort daarna met het antwoord: “Ik kan geen informatie hierover geven.” Toen wist ik dat het goed fout zat met mijn broer. Ik heb mijn ouders niets verteld over het telefoontje in de hoop dat het niet waar was.



Op 10 december bracht ik mijn ouders naar Schiphol voor hun droomvakantie. We wisten niet dat we in een nachtmerrie zouden stappen. Op Schiphol zag mijn vader een krant waarin de lijst van slachtoffers was gepubliceerd met de naam van mijn broer. Hij was doodongerust. Ik probeerde hem gerust te stellen met de mededeling dat je niet alles moet geloven wat in de krant staat.
De vlucht naar Suriname was afgezegd. We keerden terug naar huis met onze harten vervuld van wanhoop. De dagen daarna probeerden we informatie te krijgen. Toen de telefoonverbindingen waren hersteld, kregen we van een familielid die in het mortuarium was geweest de definitieve bevestiging van de dood van John.

De hartverscheurende taferelen van mijn moeder en vader die aanhoudend huilden is iets wat ik als volwassen zoon nooit heb kunnen vergeten. Mijn ouders die voor hun kinderen altijd de sterke mensen in ons leven waren, waren emotioneel volledig gebroken.
Toen de vliegverbindingen waren hersteld, heb ik hen naar Schiphol gebracht. Met de tickets die hun eerste zoon voor hen had gekocht om een feest te vieren, gingen ze naar Paramaribo om zijn begrafenis mee te maken. Ze gingen een periode tegemoet van dertig jaren van duisternis en oorverdovende stilte. Het leven van alledag ging door, maar het licht in hun ogen was gedoofd. De schreeuw om gerechtigheid viel weg in de storm van politieke turbulentie.

Als ik u dit allemaal vertel, dan zult u zich afvragen: heb je niet veel wraak en woede in je als je dit hebt meegemaakt? Het antwoord is volmondig: “Ja, dat is zo.” Als mens ontkomt je niet aan die gevoelens.
Dan is de volgende vraag: “Hoe ga je hiermee om?”

Je probeert te leren van anderen.
Ik heb net de uitdrukking gebruikt: dertig jaren van duisternis en oorverdovende stilte. Wat bedoel ik ermee?
De verjaardagen, kerst, oud en nieuw, de bijzondere gebeurtenissen van vreugde in de familie werden altijd overschaduwd door het verdriet over de wrede moord op mijn broer en het gegeven dat er nooit gerechtigheid is geschied. Toen de parlementaire democratie werd hersteld, zagen mijn ouders met lede ogen aan hoe degene die verantwoordelijk was voor de moord op hun eerste kind via vrije verkiezingen aan de macht kwam. Bij beelden van Bouterse op de televisie heb ik ze ik vaak ineen zien krimpen van pijn.

Ze zijn er niet meer. En toch zijn ze nog steeds aanwezig in mijn leven.

Dat heb ik geleerd van studenten uit Zuid-Afrika die de afgelopen twee weken de Decolonizing The Mind Summer School hebben gevolgd in Amsterdam die IISR heeft georganiseerd. Ze legden me de kern uit van de Afrikaanse Ubuntu filosofie.
In het onderwijzen van anderen, vorm ik mezelf.
Zo leerde ik tijdens mijn colleges over het Ubuntu-concept van de drie-eenheid: de levenden, de levende doden en de ongeborenen, wat zij noemen de living, the living dead and the unborn.
De living, de levenden, dat zijn wij op aarde, hier en nu.
De living dead zijn de mensen wier lichaam dood is, maar wier geest nog in ons zit. Zij gidsen ons, hoewel ze er niet meer zijn. Onze ouders, onze voorouders, gidsen ons nog steeds in dit leven door wat ze hebben nagelaten aan rituelen, aan ideeën, aan waarden en normen. En ze zijn bij ons via onze herinnering aan hun leven en hun strijd om te overleven en onze herinnering aan hun vreugde en hun verdriet.
De unborn is de generatie die nog geboren moet worden en aan wie wij verplicht zijn om hen de zaken door te geven die wij gekregen hebben van onze ouders en voorouders.

Hoe zit het met trauma’s van onze overleden ouders? Willen wij die doorgeven aan onze kinderen en de kleinkinderen die nog geboren moeten worden? Je moet een manier vinden om die trauma’s op te lossen.

Als één van onze familieleden sterft – en de familie is niet alleen het kerngezin maar de hele gemeenschap – dan hebben we als gemeenschap manieren gevonden om dat verlies te verwerken. Iedere religie heeft rituelen om het verlies te verwerken en de doden een plek te geven waardoor we rust krijgen in ons leven, na de onrust die de dood heeft veroorzaakt.
In onze rituelen zijn we uitgegaan van de natuurlijke dood. Onze ouders gaan als eerste en wij nemen afscheid van hen. We accepteren de onvermijdelijkheid van de eindigheid van het leven via ouderdom.
Wij kunnen moeilijk accepteren dat onze kinderen het leven verlaten terwijl wij er nog zijn. Het is hartverscheurend voor ouders, maar ziekte of een ongeluk zijn ook de onvermijdelijke gebeurtenissen in ons leven. Het is moeilijk, maar uiteindelijk accepteren we dat.

Een onnatuurlijke dood is een dood die vermeden had kunnen worden, die het resultaat is van een doelbewuste actie van een ander mens. Die dood roept niet alleen de emotie van verdriet op. Het roept vooral de emotie van wraak en verbittering op. Het roept op tot actie, de actie van oog om oog, tand om tand.
Als samenleving hebben we een mechanisme gevonden om te voorkomen dat oog om oog, tand om tand tot gevolg heeft dat we als gemeenschap blind en tandeloos worden. Dat is het mechanisme van de rechtspraak. De staat treedt namens de gemeenschap op om de dader te straffen. Vergelding is dan de manier om tegemoet te komen aan de emotie van wraak en verbittering. Maar het lost nooit de emotie van verdriet of het gevoel van verlies op, want het brengt de dode niet terug.

Maar wat doen we als een onnatuurlijke dood niet het gevolg is van een actie van een individu maar het resultaat is van sociale spanningen in een samenleving, van politieke conflicten waarbij niet individuen maar groepen tegen elkaar staan? Coups, oorlogen, opstanden, guerrilla, aanslagen. Dit zijn processen van geweld die hun oorsprong hebben in politieke tegenstellingen. Ze zijn niet het resultaat van gekke mensen die op een bepaald moment raar gaan doen. Ze zijn niet het gevolg van persoonlijke afwijkingen. De Duitse militaire strateeg Carl von Clausewitz zei ooit: “Oorlog is niets anders dan een voortzetting van het politiek verkeer met andere middelen.”
In deze situatie wordt de rechtspraak een politiek instrument in de strijd tussen partijen in een politiek conflict. Gerechtigheid in de vorm van straf wordt de speelbal van de politiek. Maar straf is niet de enige vorm van gerechtigheid. Het interesseert me niet of Bouterse in de gevangenis belandt. Het komt misschien tegemoet aan mijn gevoel van wraak, maar het lost niet het grotere probleem op: de vraag wat is er precies gebeurd met mijn broer, waarom is hij vermoord, heeft de dader spijt van zijn daden? Gerechtigheid gaat ook om waarheidsvinding en niet alleen om wraak en vergelding. En als de rechtspraak onderdeel wordt van politieke strijd dan blijf je dertig jaar lang wanhopig achter met deze emotionele vragen en ben je geen stap verder gekomen.

We verkeren sinds 25 februari 1980 in een soort oorlog die begon met een coup, haar eerste dieptepunt vond in de decembermoorden en later in de Binnenlandse Oorlog en Moiwana haar vervolg beleefde. De vrede die daarna gekomen is, lijkt op een gewapende stilstand omdat het trauma overgegaan is in een taboe. Het taboe op de bespreking van de Decembermoorden. Het taboe is aanwezig op het werk tussen collega’s, op feestjes bij vrienden of familie.
De eerste verkiezingen na de coup vonden plaats in 1987. Het Front voor Democratie en Ontwikkeling haalde 40 van de 51 zetels, dat is 78% van de parlementszetels.
Waarom is het trauma toen niet opgelost via de rechterlijke macht? Omdat iedereen zich realiseerde dat dat zou kunnen leiden tot een sociale explosie.
De rechterlijke macht bleek niet het geschikte instrument om politieke problemen op te lossen. En dat is in de jaren daarna, toen het Front aan de macht, was steeds weer gebleken. Als de Decembermoorden een juridisch probleem was, dan had het Front het al in 1987 opgelost. Maar het gaat hier niet om een juridisch probleem, maar om een politiek probleem. We houden elkaar voor de gek door te stellen dat het een juridisch probleem is dat door juristen in de rechtszaal kan worden opgelost. Ik stel daarom niet een juridische, maar een politieke oplossing voor gebaseerd op morele gronden en dat houdt in gerechtigheid via waarheidsvinding. Ik had gehoopt dat politici die oplossing zouden brengen. Na dertig jaar heb ik besloten zelf met een initiatief te komen. Moet ik me daarvoor schamen?

Veel mensen snakken naar een permanente vrede in de ideologische oorlog rond de Decembermoorden. Te midden van het politieke steekspel vraag ik me af: waar snak ik naar?
Ik wil een definitieve oplossing van de Decembermoorden. Die oplossing leek tot voor kort heel ver weg. Wat houdt die oplossing in? Voor mij betekent die oplossing vijf punten.
Ten eerste, de erkenning door de verantwoordelijken van de Decembermoorden van de pijn die het heeft veroorzaakt. Niet het wegwuiven, maar de simpele erkenning is een eerste belangrijke stap.
Ten tweede, ik wil weten wat er gebeurd is op 8 december en wat daartoe geleid heeft. Ik wil geen leugens horen over mensen die op de vlucht geschoten zijn. Ik wil de details weten, alle details.
Ten derde, ik wil begrijpen hoe en waarom het zover gekomen is.
Ten vierde, ik wil de vraag beantwoorden: welke lessen kunnen we trekken uit het verleden om te voorkomen dat Suriname in de toekomst een nieuwe periode van duisternis zal meemaken.
Tot slot, de herinnering aan pijn en verdriet zou een plek moeten krijgen in ons historisch bewustzijn op een manier waardoor we rust krijgen zonder te vergeten.

Ik had gehoopt dat de politiek de oplossing had gebracht. Die is er niet gekomen. Ik heb me er niet bij neergelegd en heb regelmatig in mijn columns in Starnieuws aangegeven dat de Decembermoorden niet een juridische, maar een morele oplossing vereist.
Ik pleitte voor de intrekking van de amnestiewet en de instelling van een waarheidscommissie met de bevoegdheid om amnestie te geven. Lange tijd heb ik gedacht dat ik tegen dovemansoren sprak.

2. De totstandkoming van het initiatief van de getuigenis
Dat was zo tot begin maart 2014, toen ik in Suriname was om colleges te geven aan de Anton de Kom Universiteit. Een goede vriend vertelde mij dat Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid, mij graag wilde ontmoeten. In mijn column van 10 maart 2014 beschrijf ik mijn gevoelens bij dit voorstel (ik citeer):
Ik was stomverbaasd. Linscheer? Dat is toch de beul van het binnenland, de rechterhand van Bouterse. “No way”, antwoordde ik geschokt. Ik heb gezworen om me nooit in de positie te plaatsen dat ik in de nabijheid van Bouterse zou komen. Met Linscheer lijkt het alsof ik direct met Bouterse praat.
Ik heb veel respect voor mijn vriend. We delen gemeenschappelijke ervaringen en gaan lang met elkaar terug in de tijd. Hij legde me omstandig uit hoe zijn contact met Linscheer zich heeft ontwikkeld. De beeldvorming rond Linscheer is in zijn ervaring onjuist.
Wat is mijn beeld van Linscheer? Ik weet niet eens hoe de man eruit ziet. Ik had het idee van een sinister en duister type uit de onderwereld van veiligheidsdiensten, CIA, geweld en zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Later zou ik hem googelen en zag foto’s van hoe hij eruit zag.
Mijn vriend en ik spraken heel lang over zijn ervaringen met Linscheer. Zijn boodschap was: Linscheer zoekt naar oplossingen voor 8 december.
“Wat verlies je om met hem te praten?”, zei mijn vriend. “Misschien moet je een open houding ontwikkelen in deze kwestie.”
Ik liet me overtuigen. Tegen het advies van mijn vrouw in en met veel tegenzin ging ik naar een ontmoetingsplaats die mijn vriend had georganiseerd. Ik kwam eerst aan. Ik was in een lege kamer met een bureau en twee stoelen naast het bureau. Linscheer kwam later binnen.

Bij de voorbereiding denk je veel na over hoe je het gesprek in wilt gaan en hoe je eruit wilt komen. Wat wil de man van mij? Ik ben een eenvoudige columnist bij een veelgelezen medium dat vecht om het hoofd boven water te houden. Ik heb geen macht, geen organisatie. Ik kan niemand opdragen om iets te doen. Ik heb alleen de kracht van het idee, zoals het idee van Decolonizing the Mind of het idee van een morele oplossing voor 8 december en Moiwana. Ik weet dat als een gedachte eenmaal maatschappelijk worteling vindt, het transformeert van een idee naar een sociale kracht.
Hij kan met mij ook niet over iets onderhandelen. Ik wil geen geld, dus heeft het geen zin om me geld aan te bieden. Ik wil geen positie, dus kom daar niet mee. Wat valt er dan verder te bespreken?

Linscheer kwam binnen met een uitstraling van een intellectueel in plaats van een CIA-baas. Na plichtplegingen van beschaving en wat omcirkelende small talk begon hij met een analyse over zijn zorgen m.b.t. de lange termijn veiligheid van Suriname en de noodzaak van een structurele en fundamentele oplossing van de kwestie van 8 december.
Hij zag de noodzaak in, kende mijn voorstellen uit mijn columns – hij leest al mijn columns - en stelde voor om een vertrouwensrelatie met elkaar te ontwikkelen om een oplossing te vinden. Ik luisterde, onderbrak hem af en toe met wat vragen en probeerde in te schatten: wie heb ik voor me en waarom zou ik hem vertrouwen?
Hij had één voordeel die mijn mind niet liet dichtklappen. Hij analyseerde als een intellectueel en stelde zich open voor discussie. Hij vroeg naar mijn mening en wilde niets van me hebben. Er was geen onderhandeling ergens over. Het was een gesprek over analyses.

We spraken bijna anderhalf uur over de spanningen in de Surinaamse samenleving en onze visies over hoe die op te lossen. We spraken lang over mijn oplossing [SH: om de Amnestiewet in te trekken en een waarheidscommissie in te stellen] en de praktische problemen hieromtrent. Hij stelde voor om onze gesprekken in de komende maanden te continueren en te proberen oplossingen te formuleren.
Ik stelde het volgende voor. Mijn oplossing is helder en duidelijk. De vraag aan jou is: wil je de mogelijkheden onderzoeken om een maatschappelijk draagvlak te scheppen voor deze oplossing? Dan hebben we iets om over te praten in de komende maanden. In dat proces kunnen wij dan een vertrouwensband opbouwen om die oplossingen te realiseren.
Hij antwoordde bevestigend. Hij wil de mogelijkheden onderzoeken.
Ik zei dat ik niets en niemand vertegenwoordig en alleen de kracht heb van ideeën. Ik zie dus geen geheim onderhandelingstraject, maar een publieke discussie. Ik stelde voor om ons gesprek in de openbaarheid te brengen via een column, die ik nota bene niet eens vooraf aan hem zal voorleggen hoewel hij daar recht op heeft gegeven het feit dat het ook een verslag van zijn bijdrage aan het gesprek is. Hij had er geen probleem mee.
We wisselden onze gegevens uit en namen afscheid.

Het contact met Linscheer heeft niet veel opgeleverd. Het maatschappelijk draagvlak voor een waarheidscommissie was niet te vinden.
Toen ik afgelopen maart weer in Suriname was voor colleges en de peilingen wezen op een overwinning van Bouterse, kwam een wild idee in me op. Als Bouterse opnieuw president zou worden, zou hij zeventig zijn.
Zou dit een moment zijn waarop hij gevoelig zou zijn om na te denken over zijn politieke nalatenschap? Zou er een situatie gecreëerd kunnen worden voor een oplossing van de Decembermoorden volgens het model dat ik eerder geschetst heb?

Ik belde Linscheer op en vroeg of we elkaar weer konden ontmoeten in een ontspannen omgeving. Die ontspannen sfeer had ik nodig om te kunnen beoordelen of Linscheer een betrouwbare partner zou kunnen zijn in een traject dat veel risico’s met zich mee zou brengen. Hij zou als vertrouwenspersoon van Bouterse een cruciale rol spelen.
Hij nodigde me thuis uit voor een etentje met zijn vrouw. We leerden elkaar beter kennen in gesprekken over van alles en nog wat. Aan het eind van de avond stelde ik hem de vraag of Bouterse volgens hem iets zou zien in mijn voorstel om een getuigenis af te leggen. Hij schatte de kans hoog in.
Voor mijn vertrek naar Nederland meldde hij me dat hij gesproken had met Bouterse en dit een reële optie was. Hij zou een maand later naar Nederland komen om het idee verder uit te werken. Vanaf dat moment kwam ik een emotionele achtbaan terecht. Het was een wild idee, dat nu handen en voeten moest krijgen. Maar het had ook een gevoelige dimensie, die van emoties.
In april hebben we de praktische implicaties doorgenomen.
Ten eerste, de getuigenis zou zich niet moeten beperken tot de Decembermoorden, maar uitgebreid moeten worden naar de hele periode vanaf de aanloop tot de coup.
Ten tweede, de getuigenis moet gebaseerd zijn op een gedegen onderzoek naar de gebeurtenissen die hebben geleid tot de processen van geweld. Het probleem hierbij is dat ik toegang wilde hebben tot de archieven die nu gesloten zijn in het Nationaal Archief en de archieven van het Ministerie van Justitie en Politie en het Ministerie van Defensie. Het was de vraag of de regering hier toestemming voor zou geven, welke regering dan ook.
Ten derde, de getuigenis zou op band moeten worden opgenomen en integraal gepubliceerd worden in een eindrapport.
Ten vierde, we zouden net zo lang doorgaan met de interviews als nodig was en schatte in dat het drie dagen zou kosten.

Ik had op me genomen om de technische en inhoudelijke aspecten uit te werken van een grootschalig onderzoek. Melvin zou Bouterse polsen of hij serieus was met zijn eerdere toezegging om mee te werken.

Toen Bouterse tot president gekozen was, had ik een plan van aanpak klaar. Ik had emotionele problemen met het hele traject. Hoe zou het zijn om man-to-man, face-to-face in een ruimte met hem te zijn en te praten over gebeurtenissen die het leven van mij, mijn ouders en onze familie zo dramatisch hebben beïnvloed? Moet ik hem een hand geven? Het idee alleen al vond ik weerzinwekkend.
Ik had me voorgenomen om een uitputtende lijst van vragen te stellen.
Stel dat na de eerste vraag zou blijken dat de man me voor de gek houdt en niet serieus van plan is om de vragen te beantwoorden. Loop ik direct weg of na het eind van het eerste interview? Wat zijn de gevolgen voor mij als ik dat doe?

Deze en duizenden andere vragen gingen door mijn hoofd. Ik realiseerde me dat ik grote risico’s nam met mijn emoties en mijn geloofwaardigheid. Maar een wild idee begon nu gestalte te krijgen en ik kon niet meer terug zonder met een gevoel van lafheid achter te blijven.
Ik begon me geestelijk voor te bereiden op een mentale confrontatie met Bouterse.
En eerlijk gezegd was ik niet helemaal overtuigd dat hij het echt zou doen.

3. De getuigenis van Bouterse
Melvin en ik hadden afgesproken dat ik het hele traject zou opstarten met een column waarin ik de oproep zou doen aan Bouterse om een getuigenis af te leggen. Hij zou de president adviseren om uiterlijk woensdag positief te reageren met een korte mededeling dat hij gehoor zou geven aan de oproep.
Toen ik vorige week maandag de column publiceerde zag ik geen problemen. Woensdag bleef het antwoord uit. Melvin sms’te me dat Bouterse meer tijd nodig had. Donderdag en vrijdag kreeg ik hetzelfde verhaal te horen. Ik vreesde dat Bouterse bezig was om terug te krabbelen en de mentale confrontatie niet zou aandurven. Zaterdag was ik met onze studenten van de Summer School in het Rijksmuseum in Amsterdam voor een toeristische tocht toen ik van Melvin een SMS kreeg dat het zover was.

Ik kreeg een antwoord dat mij schokte.
Het antwoord begon teleurstellend (ik citeer): “Net als u noem ook ik het een drama. Ik zeg wel, dat daar vele gebeurtenissen zijn, vanaf 1980, en zelfs al daarvoor, die uiteindelijk hebben geleid tot dit drama. Daarom noem ik het de “December-gebeurtenissen.” De marteling en moord van mijn broer is voor hem een gebeurtenis, maar voor mij een drama. Mijn eerste gevoel was: dit gaat niet goed.
Maar al snel volgde een alinea die mij van mijn stuk bracht (ik citeer): “Ik weet niet of u het op dit moment wil horen, maar weet dat ik uw pijn en verdriet en dat van uw ouders, het hele gezin, alsook van andere nabestaanden begrijp. Wij zijn allen mens en geen van ons zou deze pijn en dit verdriet willen ondergaan, geen van ons gunt een ander deze pijn. Ik ook niet. En toch heeft het kunnen gebeuren.”

Deze passage heb ik keer op keer gelezen. En het is waar. Op dat moment wilde ik het niet horen. Dertig jaar van duisternis en oorverdovende stilte heeft mijn hart gebracht naar een punt waar ik dit niet wil horen, hoewel mijn hoofd altijd bezig was met de vraag waar het licht is aan het einde van de tunnel van verdriet. Door het steeds weer opnieuw te lezen begon bij mij het besef door te dringen dat dit de erkenning van onze pijn is, waar ik steeds om gevraagd heb. Die erkenning klonk in de rest van de brief (ik citeer): “Nu ik President ben, hoor ik er te zijn voor de hele samenleving. Ik kan me nauwelijks een voorstelling maken hoe het voor de nabestaanden moet zijn om mij in deze positie te zien.”
En inderdaad, mijn ouders stierven een tweede dood van verdriet toen hij de eerste keer gekozen werd tot president.
Die erkenning van de pijn werd niet gevolgd door een herhaling van de leugen van mensen die op de vlucht zijn geschoten, maar een besef dat er een verklaring nodig is die dieper gaat dan de feiten. Die gaat naar het niveau van het menselijk bewustzijn en stelt de vraag hoe het monster in de mens uit de kooi van beschaving los kan breken (ik citeer): “Toen de “Groep van 16” in februari 1980 de staatsmacht overnam, had ik nimmer kunnen bevroeden hoe gevaarlijk het was om aan de macht te zijn… Ik heb de afgelopen 35 jaar veel ervaring en veel inzicht mogen opdoen over hoe onmenselijk en meedogenloos de werking van macht kan zijn.”
Hij gaat vervolgens naar een hoger niveau en stelt zich zelf de vraag of hij het anders had kunnen doen (ik citeer): Een zwarte bladzijde ontstond tegen wil en dank. Ik heb het mogen overleven. Maar de kosten voor Suriname waren hoog. Ik zeg u eerlijk, ik begreep het niet, wij begrepen het niet, noch minder onze vrouwen, kinderen en ouders die wisten dat onze plannen altijd vóór Suriname waren… Ik wil er zijn om deze problemen en emoties te helpen oplossen en/of te verlichten. Ook ik heb in mijn leven fouten gemaakt, meerdere zelfs, met steeds andere helingsprocessen.”
Hij eindigt met zijn reactie op mijn oproep (ik citeer): “Bij deze wil ik u zeggen dat ik uw voorstel accepteer om door waarheidsvinding deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis om te slaan. Net als voor u zal dit ook voor mij een emotionele tocht zijn. Maar Suriname heeft recht op de waarheid, recht op afsluiting en verwerking, zodat we samen als natie verder kunnen.” Ik heb deze passages duizend keer gelezen met de vraag: is dit oprecht? Staan we op het punt om daadwerkelijk de waarheid te horen en de fase van leugens achter ons te laten? Staan we voor een historische doorbraak?

Bij het lezen van de overige passages realiseerde ik me, dat we er nog lang niet zijn. We hebben grote meningsverschillen. Hij spreekt van Decembergebeurtenissen. Ik gebruik de term Decembermoorden. Hij spreekt van een revolutie. Ik spreek van een coup. Hij definieert mij in politieke termen, als een patriot. Ik definieer mijzelf in politieke en morele termen als een internationalist die morele principes boven politieke theorie stelt. Hij is een militair en een politicus. Ik ben een intellectueel en een activist.
Er is een wereld van verschil tussen ons. Hoe moet een gesprek tussen ons dan verlopen? Onze politieke filosofieën lopen uiteen. Hij is gegroeid naar een linkse en anti-imperialistische theorie. Ik ben opgegroeid als een marxist in de politieke strijd. Ik heb het marxisme verlaten omdat ik me gerealiseerd heb dat zij mank gaat op een cruciaal punt: het ontbreken van een ethiek. Het marxisme draait om strijd en macht, om klassenstrijd, niet om moraal, niet om wat goed en fout is in morele termen. Haar atheïsme kan niets anders, dan denken in termen van strijd in plaats van liefde. Liefde voor de gemeenschap gaat niet samen met klassenstrijd. Op zoek naar de ethiek van onze strijd voor een beter bestaan ben ik terechtgekomen bij de theorie van Decolonizing The Mind die graaft in de eeuwenoude filosofieën die bestonden voor het kolonialisme: Ubuntu, Hindoëisme, Confucius, Islam, Christendom, Boeddhisme, de Inheemsen filosofie van Aymara.
Ik weet niet hoe ons gesprek zal verlopen. Ik weet wel dat het begint met de acceptatie van onze meningsverschillen en het besef dat we van ver komen en aan weerskanten staan van een rivier die we moeten oversteken.

Ik wil even stil staan bij het proces dat geleid heeft tot mijn oproep en het antwoord van Bouterse.
Sommige mensen presenteren het als een complot dat geïnitieerd is door Bouterse met als doel een flut gesprek te voeren met een nabestaande zodat hij zichzelf kan vrijpleiten van de Decembermoorden. Die stelling is een belediging aan mijn adres en bovendien feitelijk niet waar.
Het initiatief om tot een getuigenis te komen is niet van Bouterse gekomen, maar van mij. Het eerste gesprek met Linscheer om draagvlak te creëren voor de intrekking van de amnestiewet en de instelling van een waarheidscommissie is op niets uitgelopen. Daarom ben ik met een wild idee gekomen en heb het aan Linscheer voorgelegd.

Ik wilde een klimaat creëren dat Bouterse zou brengen naar het punt dat hij de waarheid zou vertellen. Dat klimaat is nu aan het ontstaan. Of het een flut gesprek wordt moet de toekomst uitwijzen. Dat is het risico dat ik neem. Maar om dat risico te minimaliseren breng ik twee zaken in stelling.
Het eerste is een gedegen onderzoek naar de feiten die als basis moeten dienen voor de getuigenis. Daar zeg ik straks meer over.
Het tweede is het scheppen van een klimaat dat een flut verhaal onmogelijk maakt. Dat klimaat bestaat uit een enorme betrokkenheid van de hele gemeenschap bij dit proces. De meeste mensen die nu kritiek op mij leveren dragen paradoxaal genoeg bij aan dit klimaat. Bouterse en ik kunnen niet terugkomen met een flut verhaal. Ik zal dat niet accepteren en de gemeenschap zal dat niet accepteren.

4. Antwoord aan mijn critici en het maatschappelijk debat over de getuigenis

Zoals te verwachten was, heeft mijn initiatief een felle maatschappelijke discussie veroorzaakt in de Surinaamse gemeenschap. Ik zal ingaan op argumenten van critici van dit initiatief. Ik zal buiten beschouwing laten de vele e-mails, Facebook berichten, en telefoontjes van steun en aanbiedingen om actief het onderzoek te ondersteunen.
Ik zal me concentreren op de kritiek.

Er zijn twee soorten kritiek. Kritiek die ik respecteer en kritiek die ik niet respecteer.
De eerste soort is een oprechte kritiek die zich richt op twee argumenten. Het eerste argument is die van de rol van de rechtspraak. Het argument luidt: Bouterse moet in de rechtszaal een getuigenis afleggen.
Het tweede argument is die van de betrouwbaarheid van de getuigenis. Wie garandeert je dat Bouterse niet gaat liegen?
Ik toon mijn respect voor deze critici door hun argumenten serieus te nemen en inhoudelijke tegenargumenten te presenteren. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar door eerlijk en inhoudelijk op elkaar te reageren, tonen we onze respect voor elkaar.

Met betrekking tot het argument van de rechtspraak. Ik heb twee tegenargumenten.
Ten eerste, dertig jaar lang is deze weg geprobeerd en het heeft tot niets geleid. En niets wijst erop dat dat de komende jaren gaat veranderen. Ik ben moe van het wachten. Ik wil een einde aan ons lijden. En dat einde is mogelijk omdat de waarheid ons vrij kan maken. Er is nu een historische kans om gerechtigheid te realiseren door middel van waarheidsvinding. Gerechtigheid komt niet uitsluitend in de vorm van straf. Die kans wil ik niet laten lopen.
Ten tweede, in een situatie van politieke spanningen is de rechtszaal niet het instrument om gerechtigheid te bereiken. Dat heeft de praktijk geleerd en we zijn nog steeds niet in staat die les te trekken.
Andere landen hebben een manier gevonden om trauma’s op te lossen buiten de rechtszaal. In Zuid-Afrika is waarheidsvinding een instrument geweest om politieke spanningen op te lossen. Dat waarderen wij in Mandela. Waarom strekt die waardering zich niet uit naar Suriname? Waarom is waarheidsvinding wel een goed instrument voor Zuid-Afrika, maar niet voor Suriname?

Op het tweede argument over de betrouwbaarheid van de getuigenis van Bouterse heb ik geen tegenargument. Ik kan dat niet weerleggen omdat de praktijk van de toekomst de enige toets is om dit argument te bevestigen of te ontkennen.
We hebben nu een situatie geschapen waardoor noch Bouterse noch ik terug kunnen. We duiken een rivier in en als we elkaar voorbij zwemmen dan is het enige eindresultaat dat we beide verdrinken. Een andere optie is er niet. Als Bouterse met flut verhalen komt en ik dat accepteer, dan gaan we beide ten onder. Hij gaat ten onder aan nieuwe leugens. Ik ga ten onder aan naïviteit. Brute en pijnlijk eerlijkheid is de enige manier om ons te redden.
Als dit proces mislukt, dan is het aan ons beiden te wijten. Maar als het slaagt dan zullen we honderden anderen dankbaar moeten zijn. Die honderden zijn de mensen die dit proces mogelijk gaan maken.
In de eerste plaats Melvin Linscheer, die het geïnitieerd heeft. Ik heb met tegenzin zijn aanbod geaccepteerd om in dialoog te gaan met elkaar. Ik ben hem nu enorm dankbaar voor die stap. Daarnaast zijn er veel mensen die op een stille wijze hun steun hebben betuigd. Sommigen hebben dat openlijk gedaan. Zij hebben me de kracht gegeven om door te gaan.

Ik wil nu ingaan op de argumenten van critici die ik helemaal niet respecteer, omdat hun kritiek zich niet richt op de inhoud, maar op mijn persoon. Die critici worden geleid door Henry Does, alias Theo Para.
Para neemt het recht om te praten als nabestaande omdat hij de vriend was van Bram Behr. Dat recht zou ik erkennen, als hij zich daartoe had beperkt. Maar hij werd ronduit kwetsend, grievend en beledigend toen hij mij betitelde als een toevallige nabestaande. Iemand die bij toeval nabestaande is en dus geen recht van spreken heeft. Het is een totaal gebrek aan respect voor mijn gevoelens, en een ontkenning van de pijn die ik al jarenlang via de columns in Starnieuws heb gedeeld, lang voordat ik afgelopen week de stap nam naar een oproep voor een getuigenis.
Bouterse heeft jarenlang mijn pijn ontkend door te zwijgen en te liegen. Hij heeft die pijn nu met zijn brief erkend. Para ontkent nu die pijn door mij “een toevallige nabestaande” te noemen. Ik hoop niet dat het dertig jaar gaat duren voordat hij zijn excuses gaat aanbieden.
Ik zie dit niet als een verspreking. Het past in een plaatje om mij te portretteren als een politieke opportunist met verborgen belangen. Hij doet alsof de dialoog tussen Melvin en mij - waar ik heel open over ben geweest - iets is dat in donkere achterkamers is bekokstoofd als een complot om Bouterse vrij te pleiten en niet als een stap in een legitiem proces van verwerking van verdriet die ontstaan is als gevolg van politieke strijd.
Hij gebruikt de term “ideologische verwantschap” om te suggereren dat er geen sprake is van een proces van verwerking van verdriet, maar van een duister plan.

Wat is ideologische verwantschap? Dat is als iemand anders en jij opvattingen delen. Maar mensen hebben meningen niet over één ding in het leven, maar over miljoenen zaken. Bouterse is anti-kolonialist. Ik ben anti-kolonialist. Is dat ideologische verwantschap? Ja. Is dat erg? Nee!
Wat hoe voorkom je dat je ideologisch verwantschap hebt? Door openlijk te verklaren dat je pro-koloniaal bent. Durft Para anno 2015 openlijk te zeggen dat hij pro-koloniaal is? Als hij toch anti-koloniaal wil zijn, ook al is het op een andere manier dan Bouterse, betekent dat niet dat hij ook ideologisch verwantschap heeft met Bouterse?
Zijn suggestieve terminologie is bedoeld om karaktermoord te plegen.

Zijn kritiek raakt soms verstrikt in de wetten van de logica. Hij stelt dat het onderzoek dat een toevallige nabestaande doet niet objectief kan zijn, omdat emoties een rol spelen. Nu is hij plotseling een verdediger geworden van Bouterse die beschermd moet worden tegen de subjectiviteit van de onderzoeker. Mijn tegenargumenten zijn inhoudelijk.
Ten eerste, nabestaande zijn betekent niet dat je gek bent van verdriet en je beroofd bent van je verstand, je capaciteiten en vaardigheden. Als je wetenschappelijke onderzoeksvaardigheden hebt, dan worden ze niet plotseling ongeldig bij dit onderzoek.
Ten tweede, nabestaande zijn is in dit onderzoek een voordeel. Dit onderzoek gaat niet alleen over feiten, maar ook over gevoelens. De emoties van verdriet en pijn van nabestaanden horen onderdeel te zijn van het onderzoek en de getuigenis. Maar ook de emoties van de daders zijn van groot belang.

Een ander argument betreft Grenada. Hier gaat het opnieuw om het scheppen van een sfeer van verdachtmaking.
De revolutie in Grenada in 1979 is door veel mensen in het hele Caribische gebied beschouwd als een grote stap vooruit ten opzichte van het dictatoriale regime van Eric Gairy. Ik was in Nederland de voorzitter van het Grenada Solidariteitscomité. Ik ben trots op het werk dat we gedaan hebben.
Maurice Bishop heeft tijdens zijn bezoek aan Suriname de slogan gebruikt “Revolution is not a tea party” en dat wordt gezien als een aansporing voor de Decembermoorden. Mijn standpunt ten aanzien van de Decembermoorden heb ik keer op keer duidelijk gemaakt: het was politiek en moreel verwerpelijk. Het heeft onze gemeenschap niet vooruit gebracht maar teruggeworpen in haar ontwikkeling. De revolutie in Grenada is ten onder gegaan door Stalinisme en heeft nog eens laten zien hoe gevaarlijk het is om lichtvaardig om te gaan met sociale spanningen in een samenleving.

Para hoopt met verdachtmakingen en verdraaiingen karaktermoord te plegen op mij en mij in een situatie te brengen alsof ik me zou moeten schamen voor mijn linkse opvattingen. Maar mijn antwoord aan hem ontleen ik aan Ernesto Che Guevara: liever staande te sterven dan knielend te leven.
Para doet alsof ik niet nader omschreven persoonlijke belangen heb in plaats van morele uitgangspunten. Hij probeert mij neer te zetten als een opportunist zonder principes zonder te specificeren wat mijn doelen in het leven zouden moeten zijn.
Maar ik heb net als miljoenen mensen in de wereld maar één doel in mijn leven:
’s avonds naar bed gaan met mijn vrouw aan mijn zijde en onze kinderen in ons hart en ’s ochtend wakker worden met de gedachte dat ze er nog steeds zijn om een dag van geluk te beleven in een wereld vol ellende.
Dit beeld van wie ik ben, past niet in de campagne van Para. Hij leidt een campagne om het onderzoek te stoppen. Waarom zou je een campagne voeren om iets niet te willen weten? Dat vind ik onbegrijpelijk.

5. De relatie met nabestaanden
Laat me duidelijk zijn: ik praat niet namens andere nabestaanden en andere nabestaanden praten niet namens mij.
Mijn broer is één van de 15 mensen die vermoord is tijdens 8 december. Maar 8 december is niet het enige proces van geweld geweest sinds 25 februari 1980.
Op 25 februari zijn onder andere officier Van Aalst en agent Soeltan omgekomen. In 1981 is Ormskirk vermoord en in 1982 Hawker en Badal. De Binnenlandse oorlog heeft aan 387 mensen het leven gekost, onder wie 72 militairen. In Moiwana zijn 39 mensen omgekomen. In totaal zijn er 446 mensen omgekomen als gevolg van politiek geweld. Het aandeel van de slachtoffers van 8 december in dit totaal bedraagt 3%. Maar die 97% hebben ook een vader en een moeder. Ze hebben misschien broers, zusters of kinderen. Waarom heb ik al die jaren nooit een poging gedaan om contact met hen op te nemen om te luisteren naar hun verhaal. Daar schaam ik me voor. Ik zie keer op keer de foto’s van de 15 slachtoffers van de decembermoorden. Ik heb nooit een foto gezien van de overige 431 mensen. Ik schaam me voor het feit dat ik nooit een poging heb gedaan om die foto’s te zoeken.
Die schaamte wil ik goed maken door in het onderzoek deze anonieme mensen een gezicht en een verhaal te geven.
De nabestaanden mogen niet meer beperkt worden tot de nabestaanden van 8 december. Het begrip nabestaande moeten uitgebreid worden naar de slachtoffers van alle processen van politiek geweld sinds 25 februari 1980.

Ik heb politieke meningsverschillen met de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede (OGV) en de Stichting 8 December 1982. Ik respecteer hun mening ook al ben ik het niet met hen eens. Ik hoop dat ze mijn mening ook respecteren ook al zijn ze het niet met mij eens.
Wat we gemeen hebben is het doorleven van een trauma in ons leven. Maar we hebben nooit om de tafel gezeten om onze meningsverschillen te bespreken. Ik steek hierbij mijn hand uit om een gesprek met elkaar aan te gaan. Misschien komen we tot elkaar, misschien niet, maar ik hoop dat we on speaking terms kunnen komen en mogelijk ergens in het proces nader tot elkaar kunnen komen. Ik hoop van harte dat ze die handreiking aannemen.

De groep van nabestaanden waar ik de meeste moeite mee heb, is mijn familie. Ik weet dat ze het niet eens zijn met me. Ze kunnen de gedachte niet verdragen dat ik in één kamer zal zijn met Bouterse en een gesprek met hem aanga.
We zijn kinderen van dezelfde vader en moeder. De vrouw van mijn broer schreef me een gepassioneerde mail waarin ze haar verdriet uit over deze stap. En wat dit zo moeilijk maakt is het feit dat ik van ze hou, dat ik om hen geef. Ik voel mij in de situatie van prins Arjuna uit het Hindoe-epos de Bhagvad Gita. Op het slagveld van Kurukshetra voeren Heer Krishna en prins Arjuna een dialoog over hoe om te gaan met het gegeven dat families tegenover elkaar moeten strijden terwijl ze van elkaar houden. De dialogen schetsen de dilemma’s tussen individuele belangen en morele principes.
Ik heb gekozen voor een stap op grond van mijn morele principes. En dat leidt tot pijn bij de mensen om wie ik geef.
Maar het meest pijnlijke is het besef dat mijn ouders dit nooit goed gevonden zouden hebben. Dat zij alles zouden doen om mij hiervan te weerhouden. Ik weet dat als het niet om mijn broer, maar om mijn kind zou gaan, ik hetzelfde zou doen. Dit zijn de contradicties van het leven waar niemand een oplossing voor heeft.
Ik ga de komende maanden een moeilijke periode tegemoet. Ik weet niet wat de uitkomst van dit proces zal zijn. Misschien sta ik op het punt de grootste fout in mijn leven te maken. Dat risico neem ik. De brief van Bouterse gaf me het gevoel dat dat besef ook aan de andere kant leeft. De toekomst zal het uitwijzen.

6. Het onderzoek
Ik ben gisteren aangekomen. De komende twee weken zal ik in Suriname een infrastructuur opzetten voor het onderzoek. In Nederland heb ik een kernteam van mensen gevormd dat uitgebreid zal worden afhankelijk van de behoefte van het onderzoek. In Suriname zal ik een counterpart opzetten die het onderzoek hier gaat leiden. Ik zal gesprekken voeren met potentiële kandidaten voor het Surinaamse team.
De centrale vraagstelling van het onderzoek is: welke processen van geweld hebben zich voorgedaan in de aanloop naar 25 februari 1980 en de jaren daarna, wat zijn de drijvende krachten achter deze processen geweest, wie hebben daarin welke rol gespeeld en wat is specifiek de rol geweest van president Bouterse?
De vraagstelling van het onderzoek heeft drie dimensies.
De eerste dimensie is de feitelijke beschrijving: wat is er in een bepaalde tijdsperiode gebeurd, wie heeft wat gedaan, welke krachten hebben een rol gespeeld in de processen die geleid hebben tot geweld? We zullen een tijdlijn maken van de gebeurtenissen.
De tweede dimensie is de analyse: hoe kunnen we deze processen verklaren? Waarom zijn zaken gelopen zoals ze gelopen zijn? Hoe kunnen we voorkomen dat deze gebeurtenissen zich in de toekomst zouden kunnen herhalen in Suriname?
De derde dimensie is de emotie: deze gebeurtenissen hebben het leven beïnvloed van alle betrokkenen zowel de nabestaanden als de plegers van geweld en hun omgeving. Ik wil nadrukkelijk aandacht schenken aan wat het met hen als mens heeft gedaan om de gevolgen van geweld te ondervinden en op welke wijze dit trauma overwonnen kan worden. Daarom denk ik dat het een voordeel is als onderzoekers deze gevoelens hebben meegemaakt en zich een voorstelling kunnen maken van de emoties die daarbij een rol spelen. Ik wil ook aandacht schenken aan het verschijnsel waarbij het monster in ons uitbreekt uit de kooi van beschaving en de meest barbaarse daden kan plegen.

Het doel van het onderzoek is om een uitgebreide tijdlijn te maken van gebeurtenissen en hun achtergronden en als basis te gebruiken voor een gesprek tussen mij en Bouterse. Het is alsof we de film van het heden stopzetten en teruggaan in de tijd om alle processen van geweld te analyseren en de vraag te stellen: wat is er precies gebeurd en had het anders gekund?
We zullen ons afvragen wie wat gedaan heeft, welke krachten de ontwikkeling van de processen bepalen, wat zijn eigen rol daarin is geweest en de evaluatie van die rol. Ik zal de database van de feiten gebruiken en mijn analytisch inzicht om antwoorden te zoeken. Hij hoeft me niet te overtuigen van een politieke lijn en ik hoef hem niet te overtuigen van mijn analyse. Het gaat erom dat zijn versie afgezet wordt tegen de resultaten van het onderzoek.

Het onderzoek maakt gebruik van zes bronnen.
De eerste bron bestaat uit informatie die in de media verschenen zijn en publicaties over de politieke situatie in Suriname vanaf 1979.
De tweede bron zijn de rapporten van reeds verrichte onderzoeken naar processen van geweld, zowel nationale als internationale onderzoeken naar processen van geweld.
De derde bron bestaat uit de archieven van het overheidsapparaat waaronder de archieven van het Ministerie van Justitie en Politie, het Ministerie van Defensie en de gesloten bronnen van het Nationaal Archief. Ik heb een brief geschreven aan de president met het verzoek om deze archieven voor mij op te stellen.
De vierde bron bestaat uit overheidsinformatie uit Nederland, de Verenigde Staten en Cuba die betrekking heeft op de gebeurtenissen in de tijdlijn. Deze landen zijn belangrijke internationale spelers geweest in Suriname sinds 1980. Ik heb een schriftelijk verzoek gericht aan de Nederlandse, Amerikaanse en Cubaanse ambassadeur in Suriname voor een gesprek om de mogelijke medewerking van Nederland, Amerika en Cuba aan dit onderzoek te bespreken.
De vijfde bron bestaat uit interviews met nabestaanden die bereid zijn om mee te werken en mensen die op andere manieren betrokken waren bij de processen van geweld. Ik hoop dat we de nabestaanden van alle 446 slachtoffers kunnen interviewen en hun verhaal deel laten zijn van dit onderzoek.
De zesde bron is het bezoeken van de relevante locaties waar processen van geweld zich hebben afgespeeld zodat ik een beeld heb van de plaatsen waar de zaken zich hebben afgespeeld.

Als we op basis van dit onderzoek de database van feiten hebben opgesteld voor een tijdlijn zullen we de getuigenis van president Bouterse afnemen. De getuigenis zelf is gepland voor eind november gedurende drie dagen.
De tekst van de audiobestanden van de getuigenis zal geïntegreerd worden in het eindrapport en op 8 december 2015 aangeboden worden aan de voorzitter van het parlement.
Ik hoop dat simultaan op die dag een aanbieding georganiseerd kan worden door de Surinaamse gemeenschap in Nederland.

Het onderzoek wordt formeel uitgevoerd door het International Institute for Scientific Research waarvan ik directeur ben. Dit instituut is een onafhankelijk en niet gesubsidieerd centrum voor wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van kolonialisme op kennisproductie.
We gaan mensen aantrekken voor interviews, data-verwerking, uittypen van audiobestanden, analyse en productie van het eindrapport.

Ik heb twee obstakels gecreëerd die het onderzoek bemoeilijken. Ik heb een deadline gesteld voor de presentatie, namelijk 8 december 2015. Dat legt een enorme druk op ons, maar we zijn professionals en zijn ervan overtuigd dat we in staat zijn om dit te doen.
Het tweede obstakel is de financiering. Dit gigantische project zal veel geld kosten. Ik heb aangegeven dat ik geen geld wil van de Surinaamse regering. Ik wil mijn onafhankelijkheid bewaren. Ik heb wel de medewerking van de regering nodig bij het onderzoek. Ik heb de regering gevraagd om logistieke ondersteuning. De logistieke ondersteuning is in de vorm van een werkapparaat (secretariaat e.d.) met toegang tot de overheidsdiensten.
Naast geld kan steun komen in de vorm van sponsoring in natura. Ik ben de SLM en haar directeur Ewald Henshuys dankbaar voor de sponsoring van de tickets en de mogelijkheid om enkele kamers van Residence Inn in te richten als kantoor voor dit onderzoek tijdens mijn verblijf.
Dit onderzoek draait niet op vrijwilligers, maar als mensen in Suriname en daarbuiten vrijwillig een bijdrage willen leveren, dan is dat mogelijk. Meld je aan via het e-mailadres getuigenis@iisr.nl dan kunnen we op basis van je capaciteiten bekijken hoe we je kunnen inzetten. Instituten die menen dat zij met hun infrastructuur een bijdrage kunnen leveren aan het onderzoek zal ik met open armen verwelkomen.

7. De communicatie over het onderzoek
We hebben een communicatieplan opgesteld voor het onderzoek. Dat plan bestaat uit vier onderdelen.
Ten eerste de inrichting van de volgende webpagina op de website van IISR – iisr.nl/getuigenis.htm Via deze webpagina kunnen alle documenten worden geraadpleegd t.b.v. het onderzoek. Daarop staan de artikelen van Starnieuws over dit project, en ook deze inleiding. In de toekomst zal de IISR website de relevante documenten beschikbaar stellen waaronder ook het eindrapport en de geluidsbestanden van de getuigenis.
Ten tweede hebben we een Facebook pagina ingericht, getuigenis van Bouterse, waarmee mensen geïnformeerd worden over het verloop van het onderzoek. Het doel is om transparantie te bevorderen.
Ten derde, zal ik regelmatig in Starnieuws het traject laten terugkomen in mijn wekelijkse column.
Ten vierde, zal ik tijdens mijn bezoeken aan Suriname, waarvan er voorlopig drie zijn gepland, bij de aanvang en de afsluiting van het bezoek persconferenties organiseren waar de media mij kritisch kunnen bevragen. Ik ben niet beschikbaar voor individuele interviews. Als ik een medium wil benaderen, zal ik zelf het initiatief nemen. De volgende persconferentie is vlak voor mijn vertrek gepland op zaterdag 15 augustus om 12.00 uur.

We hebben een e-mailadres aangemaakt voor iedereen die een bijdrage wil leveren of in contact wil treden met ons om hun verhaal te delen of mee te werken aan het onderzoek. Het e-mailadres is: getuigenis@iisr.nl.

8. De follow-up van dit traject
Hoe gaan we verder na het eindrapport? De maatschappelijke discussie in de komende maanden is deel van het helingsproces. Het onderzoek is deel van het helingsproces als ook de getuigenis. Maar ik denk dat we ook iets blijvends nodig hebben om de herinnering aan trauma’s van geweld in onze geschiedenis een plek te geven. Daarom stel ik voor om Fort Zeelandia om te bouwen tot een mausoleum waar alle slachtoffers in onze geschiedenis herdacht worden. Ik heb in een eerdere column van 11 juni 2012 uitgebreid hierover geschreven. Het is een idee dat in de toekomst uitgewerkt zou kunnen worden.

De tekst van deze inleiding is zojuist beschikbaar gesteld op Starnieuws, de website van IISR en Facebook.

To slot vermeld ik hier de belangrijkste gegevens voor de communicatie:
www.iisr.nl
www.starnieuws.com
getuigenis van Bouterse
getuigenis@iisr.nl

• Bankrekening International Institute for Scientific Research in Nederland RABO Bank: IBAN: NL35 RABO 0103 0575 60, BIC: RABONL2U
• Bankrekening International Institute for Scientific Research in Suriname Hakrin Bank:
o SRD rekening: 20 942.50.71
o USD rekening 20 838.94.62
o EURO rekening 20 838.94.54

Ik zie graag uw vragen tegemoet.

Sandew Hira'

Bel goedkoop naar Suriname!