dinsdag 20 oktober 2015

477 Braziliaanse milieuactivisten vermoord tussen 2002 en 2014

Activisten zetten zich in voor de bescherming van het Amazone regenwoud


Milieuactivisten worden een bedreigde soort in Brazilië


Raimundo Santos Rodrigues kwam om het leven terwijl hij het regenwoud, waar hij zo van hield, beschermde. Het was een middag ergens eind augustus van dit jaar. Rodrigues en zijn vrouw waren op de motor onderweg naar huis, naar het 'Gurupi Biological Reserve' in de Braziliaanse staat Maranhão toen twee mannen uit het dichte bos tevoorschijn kwamen en begonnen te schieten waarbij de milieuactivist en zijn echtgenote werden geraakt. Hun motor crashte. De moordenaars, zo werd bericht, liepen naar Rodriges, die 12 kogels in zijn lichaam had, en staken hem nog met een machete, zo bericht de Canadese krant The Star in haar editie van gisteren, maandag 19 oktober 2015. 

Zijn echtgenote, Maria da Conceicao Chaves Lima, overleefde de moordaanslag.

De 54-jarige Rodrigues was slechts het regenwoud en zijn gemeenschap aan het beschermen, zoals hij al zo vele jaren had gedaan.

Het wordt echter steeds gevaarlijker in Brazilië: minstens 477 milieuactivisten zijn tussen 2002 en 2004 vermoord volgens de in Groot-Brittannië gevestigde non-gouvernementele organisatie Global Witness. Dat is bijna een activist wekelijks en bijna de helft van alle milieuactivisten wereldwijd werd in die periode gedood.

Door een toenemende druk op de natuurlijke hulpbronnen zijn zogenoemde 'frontlinie verdedigers' kwetsbaar geworden. Het is vooral slecht gesteld in Latijns Amerika, waar nauwelijks aandacht is voor misdaden tegen het milieu en voor degenen die dat milieu proberen te beschermen.

De meeste Braziliaanse slachtoffers werden vermoord in of bij het Amazone-regenwoud. De meeste activisten waren afkomstig uit inheemse gemeenschappen die hun regenwoud trachtten te beschermen tegen houthakkers, goudzoekers en veehouders.

Landrechten in Brazilië leiden tot conflicten tussen arme boeren of inheemse gemeenschappen en 'landeigenaren met goede contacten, over wie het legale, wettelijke, recht heeft op bossen en het land', aldus een Global Witness rapport.

De armen tegen de machtigen. Geweren en spieren maken de dienst uit. De politie is of afwezig, of medeplichtig of te zwak om de gewapende bendes aan te pakken.

Tica Minami, regenwoud campagnevoerder bij Greenpeace Brazilië, zegt dat het aantal vermoorde activisten zelfs hoger is dan nu wordt geschat, omdat veel zaken niet worden gemeld. 'Het gebeurt zo diep in het regenwoud, dat het soms dagen of weken kan duren voordat het nieuws naar buiten komt.'

De problemen beginnen met illegale houthakkers die soms in een keer honderden hectare aan bos kappen. De nieuw ontstane ontboste gebieden oefenen meteen een magneetwerking uit op veehouders en soyabonen boeren, waardoor conflicten ontstaan met inheemsen in de omgeving.

Volgens de milieuactivisten worden landrechten van inheemse gemeenschappen niet door de Braziliaanse wetgeving erkend en al zou dat wel het geval zijn, zij hebben niet de financiële middelen om een juridische strijd te kunnen voeren.

Minami zegt, dat inheemsen geen idee hebben wat er gebeurt, totdat ze het lawaai van bulldozers horen.
'Degenen die in de bossen leven hebben de neiging om de confrontatie met de indringers aan te gaan', zegt ze. 'Dit is hun land, hun cultuur en hun levensonderhoud staat op het spel. . . en wanneer het in gevaar is, is hun eerste ingeving om met degenen die hun leven kapot maken te gaan vechten.'
Maar, dat is gevaarlijk, zegt ze.

Ongeveer een jaar geleden benaderde een gemeenschap diep in de Amazone Greenpeace voor hulp in hun strijd tegen illegale houthakkers die de rivier gebruikten om gekapt hout te vervoeren. 'Er voeren veel aken uit het gebied', zegt Minami. 'We besloten de rivier te blokkeren en dat hebben wij gedurende drie dagen gedaan.' Maar, op een moment besloot de eigenaar van een aak om de snelheid op te voeren en ramde de blokkade. Miami en haar groep activisten wisten zich op tijd in veiligheid te brengen. Later vernamen zij, dat die eigenaar van de aak de broer was van de burgemeester van een nabij gelegen stad.

Brazilië heeft het grootste netwerk van beschermde gebieden in de wereld en heeft strikte regelgeving wat betreft houtkap. Maar, er is een groot gat tussen wetgeving en handhaving.

Volgens de Washington Post nam ontbossing tussen 2005 en 2012 aanzienlijk af, omdat de regering haar aandacht vestigde op bescherming en het had voorzien op illegale houthakkers. Maar, sindsdien nam het probleem van ontbossing toch weer toe met ongeveer 5.000 kilometer aan Amazone regenwoud gekapt alleen al in 2014.
In sommige delen van Brazilië wordt niet toegezien op naleving van houtkapwetten, aldus Christian Poirier, die werkt voor de organisatie Amazon Watch. Hij noemt het, het klimaat van straffeloosheid waarin 'iedereen van alles kan doen en er mee weg komt'.

Nu en dan deelt de Braziliaanse milieudienst boetes uit, maar slechts een procent daarvan wordt betaald, zegt Poirier.

'De race voor het overblijvende regenwoud is geïntensiveerd', stelt Poirier. 'De staat steunt agressieve uitbreiding, de prijzen van grondstoffen zijn gestegen. En dat alles gaat gepaard met geweld.'

De staat Para, in de noordelijke Braziliaanse Amazone, is het ergst getroffen als het gaat om agressieve gronduitbreiding en geweld.

Ondanks honderden moorden in de afgelopen jaren is slechts een klein aantal zaken opgelost en nog minder belanden uiteindelijk voor een rechter. In enkele zaken trokken getuigen eerder afgelegde verklaringen in of verdwenen; in andere zaken werden agenten omgekocht. Volgens Global Witness worden op dit moment slechts 34 verdachten gedagvaard. Tussen 2002 en 2013 werden slechts 10 personen veroordeeld.

'De Braziliaanse overheid straft moordenaars niet en vooral niet degenen die opdracht gaven voor misdaden', zegt Cleber Buzatto van de 'Missionary Council' voor Inheemse Volkeren in Brazilië, CIMI (Conselho Indígena Missionário). In enkele belangrijke zaken was politieke druk effectief.

Twee van de drie gearresteerde moordenaars van de activisten José Claudio Ribeiro da Silva en Maria do Espirito Santo (zie foto) werden in mei 2011 veroordeeld.


Maar, er was een wijdverspreide woede, omdat de eigenaar van een boerderij die voor de moorden had betaald werd vrijgesproken.

De moord op Raimundo Santos Rodrigues op 25 augustus van dit jaar wordt met prioriteit onderzocht, aldus de autoriteiten. Maar, het is niet duidelijk of verdachten zijn gearresteerd in deze zaak.

Triest is, dat Rodrigues als vrijwilliger werkzaam was bij het Chico Mendes Instituut voor de Bescherming van de Biodiversiteit (Instituto Chico Mendes de Conservação da Biodiversidade, ICMBio), onderdeel van het Braziliaanse ministerie van Milieu. Chico Mendes was een verwoed beschermer van het regenwoud. Hij werd neergeschoten in 1988 in het regenwoud waar hij zo van hield.
In 2014 werden 116 activisten wereldwijd vermoord. De dodelijkste vier landen zijn Brazilië (29), Colombia (25), Honduras (12) en Peru (9).

(Red. De Surinaamse Krant/The Star)

Ramnandanlal (PALU): 'Rijstboer moet ook profiteren van hogere prijs Venezuela'

Oud-Assembleelid vindt te lage opkoopprijs onbegrijpelijk

'Arme rijstboer wordt verder in de penarie geduwd'
 

Henk Ramnandanlal, ondervoorzitter en oud-Assembleelid van de PALU (Progressieve Arbeiders en Landbouwers Unie), pleit ervoor dat rijstboeren ook moeten profiteren van de hogere prijs die exporteurs krijgen voor hun witte rijst in Venezuela. Ramnandanlal zegt niet te begrijpen waarom de opkoopprijs van tussen de Srd 35 en Srd 50 per baal nog wordt gehanteerd, ondanks dat de rijstexporteurs tegen een hogere prijs verkopen. Indien de exporteurs hun witte rijst tegen 525 Amerikaanse dollar verkopen, dan kan gemakkelijk een opkoopprijs van Srd 75 worden betaald aan de boer, aldus Ramnandanlal vandaag, dinsdag 20 oktober 2015, in een persbericht.

Ramnandanlal stelt, dat vanwege de eeuwenlange ervaring met rijst deze sector een transparante sector is in Suriname. We weten precies wat de inputs en dus de productie kosten zijn. Met een eenvoudig rekensommetje is na te gaan wat de opkoopprijs moet zijn bij de boer als we de wereldmarktprijs variëren. We kunnen dan exact het inkomen van zowel de exporteur als de boer uitrekenen bij verschillende wereldmarktprijzen. Bij de vorige oogst hebben de boeren een opkoopprijs van tussen de Srd 35 en Srd 50 ontvangen. Tegelijkertijd hebben de rijstboeren een subsidie ontvangen. Deze goedkope, gesubsidieerde padie zit nog in de rijstschuren van de exporteurs.

De gesubsidieerde rijst wordt nu door de exporteur verkocht tegen de hogere Venezolaanse opkoopprijs. In feite wat we aan het doen zijn, de overheid geeft schaarse miljoenen Srd’s van het volk aan de exporteurs. En de arme rijstboer wordt verder in de penarie geduwd.

Ramnandanlal wil niet ingaan op de beschuldigingen als zouden beleidsmakers het op een akkoordje hebben gegooid met de exporteurs.

De overheid heeft nu de plicht om de hogere exportprijs door te rekenen naar de rijstboer. Tegelijkertijd moeten we blijven kijken naar mogelijkheden om de kostprijs in de totale productie kolom van padie naar witte rijst verder omlaag te brengen. De lage winstmarges als gevolg van de lage wereldmarktprijs zullen gelijkelijk verdeeld moeten worden tussen de rijstboeren en de exporteurs. Daarvoor zullen beleidsmakers samen met onderzoeksinstituten, exporteurs en rijstboeren aan tafel moeten gaan zitten voor het opmaken van een lange termijn overlevingsplan voor de sector.

Eenheid in de sector is dan een dringende voorwaarde om vervolgens dat lange termijnplan uit te voeren, aldus Ramnandanlal.

Vijftien bewoners woning Prinsessestraat door brand dakloos

Brandweer voorkomt overslaan brand naar belendend pand


Vijftien personen zijn vanmiddag, dinsdag 20 oktober 2015, dakloos geworden door een woningbrand aan de Prinsessestraat in Paramaribo. Toen de brandweer arriveerde stond de hoogbouwwoning al in lichterlaaie. De brandweer stelt, aldus Starnieuws, dat niets meer gedaan kon worden om het huis te redden. 

De brandweer wist te voorkomen, dat de brand niet oversloeg naar het pand ernaast. De oorzaak van de brand moet nog worden vastgesteld.

Medebewoners op het perceel beweren, dat het om brandstichting gaat, maar dat kon niet worden bevestigd door de politie ter plekke.

Twee gezinnen woonden op het adres. Het huis was vermoedelijk niet verzekerd tegen brand.

Twee broers gearresteerd verdacht van verkrachting twee of meerdere meisjes

Jongens maken via 'WhatsApp' afspraakjes met meisjes


De broers Argil M. alias Don en Revelino A. zijn gisteren door de politie van Santodorp aangehouden als verdachten van verkrachting en feitelijke aanranding van twee of meerdere jongedames, zo bericht de afdeling Public relations van het Korps Politie Suriname vandaag, dinsdag 20 oktober 2015.

A. had via de app een afspraak gemaakt met een dame om haar in de middaguren af te halen voor een gesprek. Op de afgesproken tijd werd zij afgehaald en gebracht naar de woning van M. Op het adres aangekomen bood A. haar aan om samen met M. in de slaapkamer op de laptop naar films die zij hadden opgenomen te kijken.

Aangezien de jongemannen filmproducties maken, besloot de dame mee te gaan. In de kamer aangekomen, deed M. de kamerdeur op slot. A. moest in de woonkamer wachten. De dame werd tegen haar wil seksueel misbruikt door M. Nadat hij klaar was, deed hij de deur open voor A. om ook het meisje te misbruiken. Het slachtoffer verzette zich hevig waardoor A. niets meer kon doen. Zij deed aangifte bij de politie waarop beide broers konden worden aangehouden.

Na afstemming met een lid van het Openbaar Ministerie werden beide verdachten in verzekering gesteld.

Tijdens het onderzoek is de politie erachter gekomen, dat deze zelfde verdachten een jong meisje seksueel hadden misbruikt op 13 september. De werkwijze van deze broers komt overeen met de verklaring die door dat meisje tijdens de aangifte was afgelegd op zondag 13 september. Het meisje verklaarde toen, dat Revelino A. haar via de app had uitgenodigd om met hem buiten de stad te gaan. Zij stemde in en ging met A. mee.

Bij terugkeer in Paramaribo bracht A. haar naar een hotel. In het hotel werd zij seksueel misbruikt door hem. Daarna werd zij teruggebracht naar M. en werd zij bij hem en een vriend achtergelaten. Het slachtoffertje verklaarde tegenover de politie dat zij uit de auto werd gehaald door M. en langs de straat seksueel werd misbruikt.

De politie vermoedt dat de twee verdachten meerdere jonge meisjes op deze wijze hebben misbruikt. De jongemannen opereren onder een bepaalde naam. Ze zijn bekend onder een bepaalde doelgroep vanwege hun filmopnamen. Vermoedelijk maken zij misbruik van meisjes die zij naar zich toe lokken.

Agrarisch Kredietfonds verhuist van Landbouwbank naar Nationale Ontwikkelingsbank

Landbouwbank wordt overgenomen door de Surinaamse Volkscredietbank (VCB)

 
Het Agrarisch Kredietfonds (AKF) zal van de Landbouwbank naar de Nationale Ontwikkelingsbank (NOB) verhuizen. Dit besluit werd enkele maanden geleden al genomen door de Raad van Ministers en nu wordt de laatste hand gelegd aan het Staatsbesluit. De staatsbanken worden geherstructureerd. De Landbouwbank zal worden overgenomen door de Surinaamse Volkscredietbank (VCB), zo bericht Starnieuws dinsdag 20 oktober 2015.

Het staatsbesluit moet worden gewijzigd om de overheveling mogelijk te maken. Het AKF moet ervoor zorgen, dat de agrarische sector wordt gestimuleerd. Uit dit fonds wordt krediet ter beschikking gesteld aan kleinschalige en middelgrote bedrijven.

Het AKF werd in 2007 opgericht als onderdeel van het Agrarisch Sectorplan. Een klacht uit de sector is dat het te lang duurt voordat de procedure voor het verkrijgen van krediet uit dit fonds, rondkomt. Ondernemers hebben het gevoel dat zij moeten bedelen voor het geld om investeringen te kunnen plegen.

Door de samenvoeging van de Landbouwbank en de VCB is besloten om 'ontwikkelingstaken' over te hevelen naar de NOB. Bij de wijziging van het besluit, wordt gebruik gemaakt van de ervaring en kennis om enkele regels ook aan te passen. De wijzigingen zijn gericht op de garantie van het revolverend karakter van het fonds en het efficiënter kunnen werken.

Starnieuws schrijft te hebben vernomen, dat enkele operationele activiteiten die neergelegd waren bij de president, nu zullen vallen onder de minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, die belast is met het agrarisch beleid.

Na de wijzigingen zal het ook mogelijk zijn dat het AKF in samenwerking met een bestaande kredietinstelling een gezamenlijke financiering aan een onderneming kan verstrekken. Hierdoor wordt het mogelijk om meer kapitaal aan te trekken door het AKF. Dit fonds verstrekt leningen van ten hoogste een half miljoen voor ondernemingen in de rijstsector en maximaal Srd 350.000 voor overige agrarische sectoren.

'Iedereen op Curaçao kan een rijschool starten'

Voorzitter VVVC wil dat strenger gecontroleerd wordt op wie rijschool start


Meer controle op rijscholen kan aantal verkeersongelukken terugdringen


De voorzitter van de Vereniging Veilig Verkeer Curaçao (VVVC/ATSK, Asosashon Tráfiko Sigur Kòrsou), Rignald Cristina, denkt dat verkeersongelukken teruggedrongen kunnen worden door onder andere strenger te controleren op wie een rijschool start. 'Op het moment kan iedereen een rijschool starten, het enige wat je moet bezitten bij het afleggen van examens is een auto met dubbele bediening', aldus Cristina vandaag, dinsdag 20 oktober 2015, in de Amigoe.

'Iedereen heeft de vragen voor het theorie-examen van te voren ingezien, ze leren de vragen uit hun hoofd en maken het examen. Kandidaten wordt geleerd om met twee handen op het stuur te rijden en hun richtingaanwijzer te gebruiken. Tijdens het examen doen ze hun best om volgens de regels te rijden', zegt de voorzitter. Maar, zij worden volgens hem niet ingelicht over hun rol in het verkeer en hoe hun rijgedrag levens kan bepalen.

In 2014 zijn in totaal 12.318 verkeersongelukken geregistreerd. Dat zijn bijna 1.000 verkeersongelukken meer dan in 2013. Voor het jaar 2015 stond de teller eind juli al op 7.012. Als er wordt uitgegaan van een regelmatige groei, betekent dit dat er eind 2015 ruim 14.000 verkeersongelukken geregistreerd zullen zijn.

Cristina heeft geen definitieve verklaring voor het steeds toenemende aantal verkeersongelukken op Curaçao. Een mogelijke reden is volgens hem het stijgende aantal auto’s op het eiland. De drempel om een eigen auto te kopen wordt steeds lager.

'Er zijn vele mogelijkheden om je auto in meerdere jaren af te betalen. Als gevolg daarvan kiezen veel mensen ervoor om hun eigen vervoermiddel te kopen.' Maar, volgens Cristina zijn het aantal wegen waarop auto’s kunnen rijden niet toegenomen. Er rijden dus meer auto’s op Curaçao, maar het rijgebied is niet groter geworden.

De infrastructuur is daarnaast niet geschikt voor de huidige bouwprojecten. 'Er zijn verschillende shopping malls waarbij maar één in- of uitgang is. Weggebruikers rijden door elkaar naar binnen of naar buiten', aldus Cristina. Toch krijgen bedrijven vergunningen om dit soort in- en uitgangen te maken, die volgens hem een gevaarlijke verkeerssituatie creëren.

'Natuurlijk speelt het gedrag van weggebruikers ook een rol. Veel verkeersongelukken worden door onoplettendheid veroorzaakt en kunnen gewoon vermeden worden', zegt de voorzitter. Hij denkt het gedrag van weggebruikers te veranderen door hen te motiveren en bewust te maken van het gedrag dat ze op de weg dienen te vertonen.

Zwembad van Sentro Deportivo Korsou in Brievengat blijft voorlopig dicht

Bad werd afgelopen week gesloten vanwege vervuild water


'We zijn nog bezig met G&Gz om alles weer in orde te maken'


Het zwembad van het SDK (Sentro Deportivo Korsou) in Brievengat blijft voorlopig nog dicht. Dat zegt directeur Thakai Doran van het sportcentrum dinsdag 20 oktober 2015 in het Antilliaans Dagblad. Het bad werd vorige week gesloten nadat uit tests door de afdeling Geneeskunde en Gezondheidszaken (G&Gz, voorheen GGD) was gebleken dat het water vervuild was. 

'We zijn nog bezig met G&Gz om alles weer in orde te maken', zegt Doran. 'We ondernemen daarvoor de nodig stappen en gebruiken de sluiting behalve voor een grote schoonmaak ook voor wat renovaties.'

Hoelang het zwembad nog dicht blijft, kan Doran niet met zekerheid zeggen. 'Dat kan nog een week of anderhalve week zijn.'

De directeur ontkent dat er bacteriën zijn aangetroffen in het water, zoals in de media werd gezegd. Vorige week zei hoofd Sirving Keli van G&Gz, dat er wel degelijk bacteriën zijn aangetroffen, maar dat het grootste probleem de vaste stoffen waren die in het water zaten. Die lossen op een gegeven moment niet meer op, waardoor het water vuil wordt.

Het SDK heeft ook Aqualectra ingeschakeld voor adviezen over het onderhoud van het zwembad en het water. 'Zij hebben veel kennis in huis over water en beschikken over de juiste apparatuur.'

Voor de vaste klanten, vooral zwemclubs, betekent de sluiting van het zwembad dat ze voorlopig niet kunnen zwemmen, aldus Doran. 'Ze hebben weinig uitwijkmogelijkheden. Het zwembad van Asiento wordt ook gerenoveerd. Dat is het nadeel van op een eiland wonen. Het is niet zoals in Nederland dat je naar een stad verderop kan gaan om een ander zwembad te vinden.'

SMOC, Humanitaire Zorg Curaçao en een aantal burgers zetten met beslaglegging Isla onder druk

Beslag heeft zijn basis in een vonnis in hoger beroep uit januari 2010


De stichting Schoon Milieu op Curaçao (SMOC), de stichting Humanitaire Zorg Curaçao en een aantal burgers zetten via de deurwaarder Isla onder druk met een zogeheten executoriaal derdenbeslag van ruim 75 miljoen gulden op onder andere de Curaçao Utilities Company nv (CUC). Dat zegt advocate Sandra in ‘t Veld van SMOC vandaag, dinsdag 20 oktober 2015, in het Antilliaans Dagblad.

De beslaglegging vloeit voort uit een vonnis van januari 2010 in hoger beroep. In dat vonnis oordeelde het Hof dat het de Isla verboden is ‘om meer dan 80 μg/m3 als jaargemiddelde bij te dragen aan de concentratie van zwaveldioxide op leefniveau benedenwinds van de raffinaderij, daaronder begrepen Beth Chaim, zulks op straffe van een dwangsom van 75.000.000 gulden voor ieder kalenderjaar dat Isla in strijd heeft gehandeld met dit verbod, met inachtneming van het overwogene onder 3.14, welk verbod van kracht zal zijn tot en met 31 december 2014’, aldus het vonnis.

Het door de rechters aangehaalde punt 3.14 vermeldde, dat de uitstoot van de Isla berekend moet worden op de manier zoals de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) dat berekende in haar rapport van 16 juni 2008.

'Voor het jaar 2013 is gebleken, dat de uitstoot bij Beth Chaim de maximale norm heeft overschreden. Dat werd duidelijk na metingen van TNO waarbij de exacte berekeningen van de StAB zijn toegepast. Het betekent dus dat de dwangsom nu opeisbaar is', aldus In ‘t Veld. Ze wil niet zeggen bij welke andere nv’s ook een executoriale derdenbeslag is gedaan.

De CUC levert water, stoom en elektriciteit aan de Isla-raffinaderij. Een executoriaal derdenbeslag heeft tot doel om het goed dat een derde partij in handen heeft te geven aan de schuldeiser, in dit geval de SMOC, Stichting Humanitaire Zorg en de groep burgers. Het executoriale derdenbeslag wordt ingezet wanneer de schuldenaar, in dit geval de raffinaderij iets moet betalen maar dat nalaat.

De dwangsommen zijn onlangs, op 12 oktober 2015, aangezegd met daarbij de order om binnen twee dagen tot betaling over te gaan, maar dat bleef achterwege. De stichtingen en de burgers eisen nu de volgende bedragen op: 75 miljoen gulden aan verbeurde dwangsommen, een bedrag van 16.422 gulden voor de kosten in Hoger beroep, 15.644 gulden voor de kosten van de rechtszaak in Eerste Aanleg, 73.001,66 gulden voor een deskundige.

Minister van Arbeid praat met vertegenwoordigers bonden

Moestadja ontvangt bestuur Moederbond (Bron foto: ministerie van Arbeid)
Minister Moestadja streeft naar regelmatig en functioneel overleg met vakbeweging en werkgevers


Sociale dialoog mag volgens minister Soewarto Moestadja van Arbeid geen vrijblijvende aangelegenheid zijn. Regelmatig en functioneel overleg tussen de vakbeweging, werkgevers en de overheid over sociaaleconomische onderwerpen is volgens hem de basis voor he streven van deze regering naar een welzijnssamenleving. Deze benadering zal de minister in deze regeerperiode consequent toepassen, zo laat de afdeling Voorlichting van zijn ministerie vandaag, dinsdag 20 oktober 2015, weten in een uitgebreid persbericht.

Deze insteek deed de bewindsman in afzonderlijke gesprekken de afgelopen dagen met prominenten uit de vakbeweging. De prominenten uit de vakbeweging die de bewindsman alvast heeft ontvangen voor afzonderlijke werkbesprekingen zijn Robby Berenstein (voorzitter C-47), Murwin Leeflang (belangenbehartiger contractarbeiders) en het hoofdbestuur van de Moederbond onder leiding van Errol Snijders.
De bewindsman heeft bij die gelegenheden inzichten verschaft aan de vakbeweging in zijn beleidsvisie over duurzame ontwikkeling in relatie tot arbeid gerelateerde onderwerpen. Hij legde hierbij de nadruk vooral op het voeren van sociale dialoog op basis van respect over en weer. Dit, omdat het proces om te komen tot een welzijnssamenleving gebaseerd is op door en door praten en luisteren naar elkaar.

Het ministerie van Arbeid zal daarom in deze regeerperiode middels duurzaam overleg tussen de sociale partners werken aan de verbetering van de kwaliteit van arbeidsomstandigheden, verhoging van de veiligheid op de werkvloer, het verduurzamen van bedrijven die waardige banen zullen moeten aanbieden, en het in place brengen van benodigde wetgeving.

Een duurzame sociale dialoog zal uiteindelijk moeten leiden tot een sterke vakbeweging en werkgeversvertegenwoordiging. Met betrekking tot het functioneren van de vakbeweging heeft het ministerie meteen na zijn aantreden een ontwerpwet aangeboden aan de Raad van Ministers (RvM) voor goedkeuring. Gisteravond is dit ontwerp in de RvM goedgekeurd. Dit ontwerp heeft betrekking op fundamentele rechten en plichten van vakverenigingen met de bedoeling dat ze meer vrijheid zullen hebben om hun vakbondswerk te kunnen doen.

Ook de ontwerpwet tot regeling van de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) dat eerder door het ministerie werd aangeboden aan de RvM is gisteravond goedgekeurd. Dit ontwerp zal het ministerie meer grip geven op de controle op CAO's.

Voorts moet sociale dialoog onderlinge vertrouwen en arbeidsrust garanderen om zodoende een klimaat te scheppen waarin enthousiast gewerkt kan worden naar duurzame economische en sociale ontwikkeling. Dit zal zowel loontrekkers als bedrijven ten goede komen.

Deze aanpak van Moestadja past volledig in de lijn van president Desi Bouterse die bij aanvang van deze regeerperiode heeft aangekondigd een stevig fundament te zullen leggen voor een welzijnssamenleving. Moestadja verwacht dat meteen na de installatie van de Sociaal Economische Raad (SER) het proces naar een welzijnssamenleving een vaart zal nemen. De installatie van dit instituut is een aangelegenheid van de president.

Theo Para reageert op beschuldiging 'beroepsquerulant' Sandew Hira tijdens zijn persconferentie

'Decembermoorden, misdrijven tegen de menselijkheid'  



'Vooringenomenheid Hira jegens critici van quasi-getuigenis Brokobakaproject'


Theo Para getuigde voor de Krijgsraad

Beroepsquerulant Sandew Hira heeft mij op zijn persconferentie (17-10-2015) ervan beschuldigd Bram Behr, samen met anderen, middels een ‘coup’ te hebben afgezet als leider van de beweging rond het linkse weekblad Mokro. Ik zou met de ‘rechtse’ oppositie hebben geheuld. Behr zou daarom een nieuwe ‘linkse’ partij willen oprichten. 

Hira: ‘Maar voordat hij een nieuwe partij kon oprichten om zich te kunnen onderscheiden van de groep van Does (mijn familienaam. TP ) werd hij gearresteerd en vermoord door militairen die hem in het rechtse kamp plaatsen terwijl die lijn niet door hem maar door Does werd gepropageerd in Mokro. Deze getuigenis laat de tragiek zien van Bram Behr maar ook de noodzaak dat anderen zoals Does hun getuigenis afleggen zodat een compleet beeld ontstaat met verschillende visies op dezelfde gebeurtenissen.’
Hira baseerde zijn lasterlijke speculatie op een volstrekt leugenachtige ‘getuigenis’, die hij niet onderwierp aan de onderzoeksnorm van hoor en wederhoor. Dat was geen uiting van nalatigheid, maar van de vooringenomenheid jegens alle critici van het quasi-getuigenis Brokobaka-project, dat deel uitmaakt van de campagne het 8 december strafproces definitief stop te zetten.

Macabere verdeel-en-heers tactiek
De macabere verdeel-en-heers tactiek tegen de gezamenlijke nagedachtenis van de slachtoffers van de decembermoorden is niet nieuw. Het was Desi Bouterse zelf die suggereerde, dat Bram Behr en Lesley Rahman ‘er niet bij hoorden’, alsof ze daarmee weer tot leven kwamen. Bouterse formuleerde zijn onverdraagzame, dichotome (zwart-wit) denken in zijn rechtvaardiging van de decembermoorden, het was ‘zij of wij’. De moord op de twee linkse journalisten had het ideologisch opgesmukte vijanddenken van de dictatuur, de dichotomieën van ‘links-rechts’, ‘revolutionair-contra-revolutionair’ en ‘koloniaal-antikoloniaal’ beslissend ontmaskerd. Niet of men rechts, contrarevolutionair of anti-koloniaal was, vormde de drijfveer van de dictatoriale moordzucht, maar de aanmatiging te kunnen bepalen wie wel en wie niet mag leven, wie wel en wie geen menswaardig bestaan zou leiden. Het willekeurig vermoorden van mensen kan niet worden gerechtvaardigd door de politieke opvattingen van de slachtoffers. In politieke overtuigingen van burgers een reden zien voor het schenden van hun recht op leven is de denkwijze die leidt tot politicide.

Een vermoorde vrijheidsstrijder
Dat Hira met zijn ongefundeerde beschuldigingen mij tracht te discrediteren is voorzienbare rancune tegen de boodschapper. Ik heb het schaamteloze bedrog van zijn sentimentele media-briefwisseling met de president-hoofdverdachte voor een groot publiek ontmaskerd. Kwalijker vind ik Hira’s lasterlijke aanval op de politiek-morele en journalistieke nalatenschap van Bram Behr: Bram’s strijd mét Mokro tegen de militaire dictatuur, voor vrijheid, democratie en sociale emancipatie.

De laatste bijeenkomst met Bram
Op 7 december 1982, de avond voor zijn ontvoering hadden wij, journalisten en activisten van Mokro, de laatste bijeenkomst met Bram. Hij vertrok na de scholingsbijeenkomst, in ons Revolutionair Vormingscentrum aan de Zwartenhovenbrugstraat, op zijn brommer. Er lag geen spoor van verdeeldheid tussen ons, de eenheid was hechter dan ooit. Dat Bram een andere partij wilde oprichten is volledig uit de duim gezogen. Ook mijn ‘coup’ tegen Bram is klinkklare onzin. Toen ik in het voorjaar van 1982 definitief terugkeerde naar Suriname vroeg Bram mij, al in de auto op weg van Zanderij naar Paramaribo, de leiding van krant en beweging op mij te nemen. Wij deelden de afkeer tegen persoonlijk machtsstreven, we waren onverbeterlijke egalitaristen, en lieten elkaar maar al te graag voorgaan. Bram zei dat hij het gezicht van Mokro zou blijven, want hij was al bekend bij de machthebber. Ik moest voor het repressieve regime onbekend blijven, om de continuïteit van de strijd te waarborgen. Hij had een voorzienige blik.

Indrukwekkende moed
Op 7 april 1982, ik was amper in functie als hoofdverantwoordelijke, werd Bram slachtoffer van willekeurige arrestatie door de Militaire Politie. Aan mij de taak, met de technieken van de clandestiniteit, de campagne voor zijn vrijlating te organiseren. Bram kwam toen vrij. Na zijn derde arrestatie door de dictatuur, in de nacht van 7 op 8 december 1982, werd hij evenals zijn veertien lotgenoten gemarteld en vermoord. Maar ook onder dooddreiging demonstreerde hij zijn indrukwekkende moed en getuigde hij van zijn weerzin tegen de dictatuur. Ooggetuige Roy Horb zou later vertellen dat Bram het moordenaarstribunaaltje in het Fort Zeelandia, onder leiding van Bouterse, fel aanklaagde: ‘Dit is fascisme, moord, ik ben gemarteld en heb niets gedaan!’.

Mijn getuigenis
Hira daagde mij uit ‘getuigenis af te leggen’. Hij is slecht geïnformeerd. Ik heb al en echt getuigd. Op 2 december 2009 heb ik voor de Krijgsraad te Boxel, in het 8 Decemberstrafproces, getuigd tegen hoofdverdachte Desi Bouterse en verdachte Marcel Zeeuw. Mijn getuigenis tegen de ter zitting aanwezige Zeeuw, richtte zich tegen zijn bedreigen van mijn collega-publicist en vriend Bram Behr en zijn betrokkenheid bij de ontvoering van Bram in de nacht van 7 op 8 december 1982. Mijn getuigenis tegen Bouterse, die het niet had aangedurfd ter zitting te verschijnen, ontmaskerde de laster tegen de slachtoffers als zouden zij een coup willen plegen. Ik onthulde gedocumenteerd de valsheid van de alibi van de hoofdverdachte, en maakte zijn aanwezigheid in Fort Zeelandia ten tijde van de moorden en zijn directe betrokkenheid bij de moorden, nog aannemelijker. Mijn ruim drie uren durende getuigenis werd een aanklacht tegen de militaire dictatuur. Ook schriftelijk legde ik getuigenis af. Mijn verzamelbundel De schreeuw van Bastion Veere, om de rechtsorde in Suriname (Uitgeverij Van Gennep), dat in hetzelfde jaar was verschenen, overhandigde ik als deel van mijn getuigenis aan de president van de Krijgsraad, mr. Cynthia Valstein-Montnor.

Misdrijven tegen de menselijkheid
De kern van mijn getuigenis tegen de decembermisdrijven (laster, ontvoeringen, brandstichtingen, folteringen, moorden) was dat de folteringen en moorden kwalificeerden als internationale misdrijven, als misdrijven tegen de menselijkheid. Zij behoorden naar het internationaal strafrecht tot de ernstigste misdrijven, systematisch gepleegd met misbruik van het staatsapparaat in het kader van de discriminatoire vervolging en ontrechting van burgers. Negationisten, zij die de misdrijven willen bagatelliseren of verdunnen, proberen met rekenkundige trucjes het publiek wijs te maken dat vijftien slachtoffers niet zoveel waren. Maar de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) liet in haar Report on the Situation of Human Rights in Suriname (1983) over de grootschalige impact van de decembermisdrijven geen misverstand bestaan:
‘…zelfs in een land met een zeer grote populatie en vele belangrijke stedelijke centra, zou de plotselinge arrestatie en het vermoorden van vijftien vooraanstaande burgers – de voorzitter van de belangrijkste vakbondsfederatie, de Deken van de nationale Orde van Advocaten, de eigenaar van een leidend radiostation, de decaan van de economische faculteit van de nationale universiteit en andere mensen van nationale statuur de hele natie schokken en diepgaande consequenties hebben voor haar politieke en maatschappelijke leven.’
Met mijn overtuiging dat de decembermoorden misdrijven tegen de menselijkheid zijn, verkeer ik in goed gezelschap. Mr.dr. John Dugard is een internationaal gerenommeerd hoogleraar Internationaal Recht. Hij was een vooraanstaand criticus van de Apartheid, een architect van de nieuwe democratische grondwet van Zuid Afrika en wordt als een ‘vader van de mensenrechten in Zuid Afrika’ beschouwd.
In 2000 schreef hij, op verzoek van het Gerechtshof Amsterdam als Amicus Curiae (speciaal deskundige) een gedocumenteerd rapport over de vraag of de folteringen en moorden van 8 december 1982 kwalificeerden als misdrijven tegen de menselijkheid. Zijn antwoord, in de terughoudende stijl van de adviseur geschreven, liet er geen misverstand over bestaan:
‘De folteringen en moorden in Paramaribo in 1982 lijken te vallen binnen de definitie van misdrijven tegen de menselijkheid. Ze werden gepleegd door militaire autoriteiten in Suriname (staatsactoren) tegen een groep burgers die tot doelwit werden, niet vanwege hun individuele eigenschappen maar vanwege hun status als leiders van de Surinaamse intellectuele elite. Bovendien, zij werden gepleegd op een systematische manier als onderdeel van een georganiseerd plan, met gebruikmaking van publieke middelen, gericht op vernietiging van potentiële opponenten van de militaire autoriteiten’. Dugard wees er bovendien op dat ernstige schendingen van de mensenrechten door het militaire regime zich ook voor en na december 1982 hadden voltrokken. Dat was een accurate observatie. De Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de OAS heeft de massaslachting te Moiwana (1986) als misdrijf tegen de menselijkheid gekwalificeerd.

Misdrijven tegen de menselijkheid worden als misdrijven tegen de hele volkerengemeenschap opgevat. Ze zijn dermate ernstig dat naar internationale norm noch amnestie nog verjaring moreel en strafrechtelijk toelaatbaar worden geacht. Ook in de amnestiewet van 1989 en de zelfamnestiewet van 2012 zijn misdrijven tegen de menselijkheid uitgesloten van amnestie. Dat de Krijgsraad in haar vonnis van 2012 – in lijn met de zelfamnestiewet - zonder poging tot onderbouwing - concludeerde dat de decembermoorden niet kwalificeerden als misdrijven tegen de menselijkheid, betekent niet dat de decembermoorden geen misdrijven tegen de menselijkheid waren. Het demonstreert slechts het ontbreken van argumenten tegen de passendheid van die delictomschrijving voor de decembermisdrijven.

De crypto-propagandist
Hira richt zijn factfree aanvallen vooral op critici van de militaire dictatuur en voorvechters van berechting van ernstige schendingen van mensenrechten, in het bijzonder op de beweging van nabestaanden van de vijftien democratische voormannen die op 8 december 1982 werden vermoord. Daarnaast is hij selectief in zijn plastische beschrijvingen van oorlogsmisdaden in de Binnenlandse Oorlog. In gruwelijke details beschrijft hij wandaden van het Junglecommando, maar als het over de massaslachting van Moiwana gaat, roept hij evenals in geval van de decembermoorden, dat we ‘dat al weten’. Hira gedraagt zich als crypto-propagandist van Bouterse. Zijn beschamende kritiekloosheid jegens de regering Bouterse (2010 tot heden)als Starnieuws columnist is achteraf te lezen als een acquisitie. Het bleef niet zonder resultaat. Hij werd door de directeur Nationale Veiligheid, de gevreesde oud-commandant Melvin Linscheer, als ideologisch verwante nabestaande gerekruteerd voor de campagne tégen voortzetting van het 8 Decemberstrafproces. Hira’s quasi-onafhankelijke ‘waarheidsvinding’ werd en wordt ‘in natura’ gefinancierd door het regime van de president-hoofdverdachte. Dat de ‘Getuigenis’ van de hoofdverdachte moet plaatsvinden in diens privé-buitenverblijf te Brokobaka, met uitsluiting van onafhankelijke media en exclusief geregistreerd door de partijdige staatstelevisie, symboliseert de demagogische komedie. Om aan zijn bedenkelijke rol enige geloofwaardigheid te verschaffen heeft Hira zich als wetenschapper geafficheerd. In de wetenschappelijke wereld van vandaag denkt men bij wetenschapper aan een academicus die tenminste is gepromoveerd. Hira is niet alleen een ‘wetenschapper’ zonder proefschrift, hij is ook gespeend van de wetenschappelijke mores. Wetenschappers kenmerken zich door besef van de grenzen van hun vakgebied, kennis, ervaring en vaardigheden. Hira heeft noch de opleiding, noch de ervaring, noch de vaardigheden als het gaat om het onderzoeken van mensenrechtenschendingen, internationale misdrijven en het internationaal humanitair en strafrecht. Hij had een reis naar Zuid Afrika nodig om te ‘leren’ dat het partijdig en niet passend is om in het kader van waarheidsvinding maar één getuige de kans te geven zijn verhaal te doen. Hira mist de precisie van de researcher. Na ruim drie decennia beweert hij dat zijn broer, advocaat John Baboeram, ‘in de nacht van 8 op 9 december 1982 is opgepakt, gemarteld en vermoord’ (Starnieuws 3-8-2015). Dat Bouterse in zijn leugenachtige televisietoespraak van 9 december 1982 – ‘op de vlucht neergeschoten’- in het licht van zijn vals alibi, het idee de wereld in hielp dat de slachtoffers in de nacht van 8 op 9 waren gedood, is door de waarheidsvinding in het kader van het 8 december strafproces volledig onderuit gehaald. Alle slachtoffers zijn in de nacht van 7 op 8 december 1982 ontvoerd en op 8 december op Bastion Veere in het Fort Zeelandia zonder vorm van proces doodgeschoten.

Volgens de 16e ontvoerde van 8 december 1982, Fred Derby en andere ooggetuigen had Bouterse in de willekeurige liquidaties een leidende rol. Sterker nog, verdachte Ruben Rozendaal, lid van de Groep van 16 en toenmalig boezemvriend van Bouterse, heeft getuigd dat Bouterse persoonlijk Surendre Rambocus en Cyrill Daal heeft doodgeschoten. Die verklaring was in lijn met verklaringen van twee andere leden van de Groep van 16: Roy Horb en Paul Bhagwandas, ook aanwezig tijdens de moorden. Rozendaal heeft zich bij Hira aangemeld om ‘ook te getuigen’. Een onafhankelijk onderzoeker zou het aanbod van Rozendaal, als een geschenk uit de hemel, onmiddellijk met beide handen aangrijpen en Rozendaal’s verhaal direct naast die van Bouterse laten registreren en publiceren?! Maar Rozendaal’s geloofwaardige verhaal betekent roet in het eten van de Brokobaka Show. Van het ‘deelrapport’ (?!) dat provocatief en kwetsend juist op 8 december aan de paarse DNA-voorzitter door Hira ‘zal’ worden aangeboden, moest hoe dan ook de lezing van Rozendaal worden uitgesloten. Slechts aan Bouterse komt het (staats)mediapodium toe. Wie betaalt, bepaalt!

Getuigenis als farce
Hira gebruikt in zijn Brokobaka project een begrip uit het strafrecht – getuigenis – bij het tegelijkertijd verwerpen van de strafrechtelijke waarborgen voor het waarheidsgetrouw afleggen van getuigenissen. Het strafrecht kent immers naast de notie van getuigenis, onafscheidelijk daarvan, ook de notie van meineed. Getuigen die niet de waarheid spreken bij de rechtbank, nadat zij de eed of de belofte hebben afgelegd om de waarheid en niets anders dan de waarheid te verklaren, maken zich schuldig aan meineed. Dat is een strafbaar feit. Als president Bouterse aan Hira, zoals te voorzien, te Brokobaka niet de waarheid vertelt, dan is Hira ‘teleurgesteld’, oh, oh, oh wat een sanctie! Als hoofdverdachte Bouterse voor de rechter onwaarheden verkondigd dan wordt hij strafrechtelijk gesanctioneerd voor meineed. Daarom slikte Bouterse in het gerechtelijk vooronderzoek voor de rechter-commissaris zijn onverdedigbare leugen van ‘op de vlucht neergeschoten’ volledig in. En daarom durfde hij niet onder het oog van de onafhankelijke media voor de Krijgsraad te verschijnen. Buiten de strenge strafrechtelijke toetsing om, kan iedereen maar wat roepen en elke roddel als ‘getuigenis’ versleten worden. Vanuit constitutioneel, strafrechtelijk en ethisch gezichtspunt is de Brokobaka ‘getuigenis’ van president Bouterse dan ook een farce.

Nationale verzoening
Ook in zijn pose als verzoener is Hira ongeloofwaardig gebleken. Verzoeners kenmerken zich door openheid, meervoudig perspectief en het vermogen tot objectiviteit en non-discriminatoire empathie. Beroepsquerulant Hira ziet geen verschil tussen inhoud en persoon. Hij mist de sociaal-emotionele vaardigheden en eerlijkheid om in zo een delicaat vraagstuk als de collectieve verwerking van ernstige mensenrechtenschendingen, op te treden als man van verheldering, verbinding en hoop. Hij gedraagt zich, zoals Henry Behr het treffend zei, als een olifant in een porseleinkast en voegt daarmee toe aan het morele leed van nabestaanden. Slachtoffers en nabestaanden hebben geen baat bij ideologische kwakzalverij en splijtzwammerij onder de vlag van verzoening. Nationale verzoening, het herstel van vertrouwen na de pijnlijke schisma’s door ernstige mensenrechten schendingen, is noodzakelijk.

Vertrouwen is onmisbaar voor het gezamenlijke aanpakken van de politieke, economische en maatschappelijke uitdagingen. Cruciaal in herstel van vertrouwen is genoegdoening jegens slachtoffers en hun families, de nabestaanden. Die genoegdoening vraagt om verschillende vormen: eerherstel voor de slachtoffers, berechting van de ernstige schendingen van de mensenrechten, zoals de OAS en Verenigde Naties hebben opgedragen, een onafhankelijke waarheidscommissie, terugtreden van daders uit het openbaar bestuur, openbare excuses, compensatie van de nabestaanden en het schragen van het morele geheugen zoals met het Mensenrechten Monument, het Moiwana ’86 Monument en het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982.

Echte wetenschappers en deskundigen op het gebied van transitional justice kunnen van grote waarde zijn in het helpen van Suriname het proces van nationale verzoening succesvol te voltooien. Opdat Suriname als morele gemeenschap volledig uit de schaduw van het dictatoriale verleden kan treden en daarmee eindelijk de in het volkslied bezongen dichtregel ‘Recht en waarheid maken vrij’ daadwerkelijk kan beleven.

Theo Para

Protest vijf deelnemers tegen gang van zaken CARICOM-jeugdambassadeursverkiezing

Daags voor verkiezing zou uitslag bekend zijn geweest bij Jeugdparlementariërs en op social media


Vijf deelnemers van de zaterdag gehouden CARICOM-jeugdambassadeursverkiezing zijn boos en teleurgesteld over de wijze waarop de verkiezing is verlopen. Enkelen zullen president Desi Bouterse vragen om een grondige evaluatie, zo bericht de Ware Tijd vandaag, dinsdag 20 oktober 2015.

Jo-Ann Misiekaba, Xiomara Grootfaam, Priscilla Dawsa, Quinsy Abelinti en Sonny Pinas hebben er moeite mee, dat daags vóór de verkiezing de uitslag al bekend was bij jeugdparlementariërs en op social media.

Zij geven niet af op de gekozen ambassadeurs, maar op het systeem. De boze kandidaten zijn samen met hun aanhang van oordeel dat niet de beste kandidaten zijn gekozen. (Bron foto: Samaidy Akima, een van de twee gekozen jeugdambassadeurs)
Misiekaba zegt dat er genoeg anderen waren van wie de speeches beter waren. 'Op basis van de inhoud van de speeches moet gestemd worden.'

Grootfaam vindt het lastig, dat zij haar tijd en moeite heeft geïnvesteerd en dat het allemaal zo uitpakt. 'Waarom laat je me dan solliciteren als je al vooraf weet wie het wordt. We voelen ons beetgenomen.' 

'LVV-minister Soeresh Algoe is corrupt, hij moet weg'

Voorzitter Manglie van VRE: 'Bewindsman alleen bezig met vriendjespolitiek en behartigen van enge belangen'


'Een en al frommel, het is alleen rotzooi op het ministerie'


Voor de voorzitter van de Vereniging van Rijst Exporteurs‎, VRE, Imro Manglie is het duidelijk. 'LVV- minister Soeresh Algoe is corrupt, hij moet weg', zo zegt hij vandaag, dinsdag 20 oktober 2015, in het Dagblad Suriname. De bewindsman zou volgens hem alleen bezig zijn met vriendjespolitiek en het behartigen van enge belangen.

Hoewel de VRE enkele maanden geleden wettig gekozen is met Manglie als voorzitter, wordt deze vereniging miskend door Algoe. De lijst die aangevoerd werd door de ex-voorzitter van de VRE, Bhagwatpersad Ramadhin, werd niet gekozen.

Enkele weken na de verkiezing, richtte Ramadhin zijn eigen vereniging op, de Vereniging van Verwerkers en Rijst Exporteurs, de VRE. LVV gaat wel in zee gaat met deze vereniging. En dit gebeurt niet zomaar, legt Manglie uit. Algoe treedt als beschermheer op van deze vereniging, omdat hij ook een dikke vinger in de pap heeft. Blijkt, dat juist de VRE groen licht heeft gekregen om te exporteren naar Venezuela, terwijl zij niet eens over leden beschikken. Het bestuur, bestaande uit vier tot vijf personen, wordt erkend door de LVV-minister.

Manglie zegt de misstanden waaraan de LVV minister zich schuldig maakt, vaker te hebben aangehaald. 'Maar het is als praten in de woestijn.'

Het bevoorrechten van vriendjes zou met de dag steeds ergere vormen aannemen, beweert Manglie. Als voorbeeld haalt hij aan, dat voor het doen van inschrijvingen voor medicijnen, een specifiek merk aangegeven moet worden. Dit ter bevoordeling van enkele personen. Ditzelfde systeem wordt ook toegepast voor de rijstexport naar Venezuela. Slechts de VRE komt in aanmerking hiervoor. Volgens Manglie is niet eens een vergrootglas nodig op LVV om na te gaan, dat de minister zich schuldig maakt aan vriendjespolitiek en corruptie. Dit is met het blote oog zichtbaar.

'Een en al frommel. Het is alleen rotzooi op het ministerie.' Manglie zegt, dat dit ministerie de rijstsector kapot heeft gemaakt. In plaats van om de schade te herstellen, is Algoe bezig de sector te vernietigen. Hij zou niet eens over de capaciteiten beschikken om als minister aan te zitten. Manglie zegt dat de minister zo snel als mogelijk vervangen moet worden om verdere afgang van de rijstsector te voorkomen.

Lading schoolboeken voor VOS-onderwijs zou op Nieuwe Haven liggen te wachten op inklaring door MinOWC

Ministerie van OWC zou kosten inklaring niet kunnen betalen


Het Dagblad Suriname bericht vandaag, dinsdag 20 oktober 2015, te hebben vernomen, dat een lading boeken bestemd voor het onderwijs op VOS-niveau (Voortgezet Onderwijs voor Senioren) op Nieuwe Haven ligt te wachten op inklaring door het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC). 

Naar verluidt, zo schrijft het Dagblad Suriname, beschikt het ministerie niet over de nodige financiën om de kosten te kunnen betalen en zal het mogelijkerwijs een beroep doen op de middelbare scholen om hierin bij te dragen. Ondertussen wachten de scholen op het nodige lesmateriaal.

Leidinggevenden van diverse middelbare scholen hebben aangegeven op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van deze lading boeken op de haven. Ze vragen zich af waarom zij nog niet over de boeken kunnen beschikken. Zij hopen spoedig van het ministerie te zullen vernemen wat de reden voor dit oponthoud is.

De voorzitter van het VOS-Directeurenberaad, Balram Soemeer, zegt ook op de hoogte te zijn van het feit dat de boeken zijn aangekomen, maar dat de scholen die nog niet ontvangen hebben. Of het ministerie mogelijkerwijs een bijdrage zal vragen van de middelbare scholen om de boeken alsnog binnen te krijgen, weet Soemeer niet. De middelbare scholen hebben morgen een directeurenberaad met het ministerie.

SPBA-voorzitter dreigt met beslaglegging op export rijst

Rijstboeren eisen, dat SPBA over betere opkoopprijs padie onderhandelt met exporteurs


De voorzitter van de Surinaamse Padieboerenassociatie (SPBA), Harinandan Oemraw, is het met de padieboeren eens, dat met de exportprijs van 550 Amerikaanse dollar per ton witte rijst de exporteurs niet kunnen blijven vasthouden aan de opkoopprijs van Srd 35 per baal padie van 79 kilo uit de najaarsoogst. Er zou gesproken kunnen worden van woekerwinst, blijkt uit zijn woorden, aldus de Ware Tijd vandaag, dinsdag 20 oktober 2015.

Een nieuwe ontwikkeling in de sector is, dat onder de molenaars/exporteurs verdeeldheid is ontstaan binnen de Vereniging van Rijstexporteurs (VRE). Dit heeft geleid tot een nieuwe organisatie onder de naam Vereniging Verwerkers en Rijstexporteurs (VVRE).
Onder leiding van Radja Ahmedkhan hebben rijstboeren afgelopen zaterdag de SPBA opgedragen te gaan onderhandelen met de molenaars/exporteurs, over een betere opkoopprijs.

De SPBA wil graag met de exporteurs om de tafel gaan zitten, om over een betere prijs te praten. 'Dag en datum moeten zij zelf bepalen, maar het gesprek moet deze week nog plaatsvinden', zegt Oemraw.

Hij dreigt dat indien er geen gesprek komt en er ook geen verandering optreedt in de huidige opkoopprijs, er beslag gelegd zal worden op de export.

Voorzitter AKMOS: 'Het ontbreekt HI-minister Burleson aan gedegen beleidsplan'

Binda: 'De minister komt nu heel vaag over'


Volgens minister Sieglien Burleson van Handel en Industrie (HI) zal het ministerie zich richten op diversificatie van de economie en het scheppen van een goed ondernemersklimaat. Ook het consumentenbeleid zal verbeterd worden. 

Dit klinkt voorzitter Sham Binda van de Associatie van Kleine en Middelgrote Ondernemingen in Suriname (AKMOS) als muziek in de oren. Hij heeft er echter weinig vertrouwen in, dat de plannen verwezenlijkt zullen worden, omdat het volgens hem ontbreekt aan een beleidsplan.

'De minister komt nu heel vaag over. Ik wil een gedegen beleidsplan zien met strategische punten hoe en binnen welke tijdspanne het geld besteed zal worden', aldus Binda vandaag, 20 oktober 2015, in de Ware Tijd.

Dat er voor 2016, in vergelijking met het lopend jaar, veel meer geld is vrijgemaakt op de begroting van het ministerie, zegt hem niets. Over de diversificatie van de economie moet er volgens hem eerst duidelijk gesteld worden hoe de regering dat definieert. Vanuit zijn oogpunt moeten exportmogelijkheden afgestemd zijn op de behoefte van de wereldmarkt, om de verdiencapaciteit van het land te vergroten.
Burleson wenst een drastische inhaalslag te maken. In het komende begrotingsjaar zal zwaar de nadruk gelegd worden op de diversificatie van de economie en als onderdeel daarvan het stimuleren van ondernemerschap en consumentenbescherming.

Korpschef Humphrey Tjin Liep Shie verlaat politie eerder voor directeursfunctie binnen ministerie

Minister Van Dijk-Silos heeft na ontheffen directeur Huijzen-Sedney dringend behoefte aan nieuwe directeur


Minister Jennifer van Dijk-Silos van Justitie en Politie heeft korpschef Humphrey Tjin Liep Shie (zie foto) gevraagd om zijn functie bij het Korps Politie Suriname per direct te verruilen voor het directeurschap op het ministerie. Dit bevestigt de bewindsvrouwe vandaag, dinsdag 20 oktober 2015, in de Ware Tijd. 

Met de plotselinge ontheffing van directeur Inez Huijzen-Sedney heeft de minister nu dringend behoefte aan een directeur. Zij heeft het proces om Tjin Liep Shie te benoemen daarom vervroegd ingezet. 

Als gevolg van het vervroegde vertrek van Tjin Liep Shie, zal ook de benoeming van commissaris Agnes Daniël tot waarnemend korpschef eerder plaatsvinden.
De zaak zou gisteravond in de Raad van Ministers worden behandeld. Totdat het papierwerk voor de aanstelling is afgerond, is onderdirecteur Rechtsaangelegenheden Marianne Chin A Fat waarnemend directeur. Wie de definitieve tweede directeur wordt, weet minister Van Dijk-Silos nog niet. De precieze redenen van de ontheffing van Huijzen-Sedney wilde de bewindsvrouw niet zeggen. Ze zei wel, dat het ontslag niet gepland was.
De minister had kort na haar aantreden duidelijk gemaakt, dat zij niemand onnodig zal vervangen. De Ware Tijd schrijft te hebben vernomen, dat Van Dijk-Silos in een brief aan de directeur twaalf punten zou hebben aangehaald, waarop haar besluit gestoeld is. 'Ik neem geen ongemotiveerde besluiten.'

Besmettelijke bananenziekte Moko onder controle mede door inzet LVV-personeel en leger

Zo'n 200 tot 300 hectare bacovenaanplant Jarikaba is vernietigd

'Output van maatregelen te danken aan goede aanpak nieuwe FAI-directeur' - 'Inspecteurs aan grenzen om invoer illegaal plantmateriaal en fruit te voorkomen'

 
Met een zogenoemde crash-aanpak is het gelukt om landelijk de zeer schadelijke en besmettelijke bananenziekte Moko onder controle te krijgen. Met de inzet van het Nationaal Leger en personeel van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), is deze bacterie teruggedrongen, aldus Starnieuws vandaag, dinsdag 20 oktober 2015.

'Ook Jarikaba is onder controle', zegt minister Soeresh Algoe van LVV. Een kwart van de bacoven aanplant van Food and Agriculture Industries (FAI), zo’n 200 tot 300 hectare, is aangetast en reddeloos. Dat gedeelte is vernietigd en het duurt nog een hele poos voordat dat areaal weer bruikbaar is. Hoe groter het besmet areaal, hoe sneller de ziekte zich verspreid. Er worden allerlei preventieve maatregelen getroffen om verspreiding van de ziekte te Jarikaba te voorkomen.

'De output van de maatregelen is te danken aan de goede aanpak van de nieuwe directeur van FAI NV. Eduardo Nelendez heeft prachtig werk geleverd. Een strakke controle op de maatregelen heeft ertoe geleid, dat we met succes deze ziekte hebben kunnen bestrijden', aldus de minister.

De bewindsman zegt verder, dat gebieden waar vermoed werd dat de ziekte aanwezig was, zijn geïnspecteerd. 'Waar de ziekte is aangetroffen, is ontsmet.' 

De Moko-ziekte komt voor in Midden-Amerika, het Caribisch Gebied en Zuid-Amerika. De bacterie richt grote schade aan de bacovenindustrie aan. In Suriname is de ziekte ‘binnengebracht’ door illegaal plantmateriaal. De open grenzen van het land maken de landbouwsector gevoelig voor plantmateriaal en –ziekten uit het buitenland.

Algoe: 'Ook dat stukje hebben we aangepakt. De grenzen zijn gesloten, in die zin dat er bij de grenzen inspecteurs zijn geplaatst om te voorkomen dat plantmateriaal en fruit, het land vrijelijk, zonder de benodigde veiligheidsdocumenten binnenkomen.'

De ziekte te Jarikaba heeft zowel de plant als de vrucht aangetast. De aanplant van het bacovenbedrijf in Nickerie is gevrijwaard van Moko.

Het besmette areaal te Jarikaba heeft de lasten voor het al noodlijdende bedrijf vergroot. De FAI-directie heeft aangekondigd, dat zij personeel wil afvloeien om de verliezen enigszins terug te dringen. Vakbondsleider Micheal Sallons van de arbeiders van Jarikaba zei eerder, dat de ziekte jaren geleden in 2008, nog voor de overname door FAI, was ontdekt. Er werd destijds echter niets gedaan om de bacterie te bestrijden.

Plantenwortels met besmette aarde, gereedschap met besmette aarde en insecten die zich tegoed doen aan de besmette planten zijn de grootste verspreiders. Op Jarikaba werken zo’n 1.300 arbeiders. Eenzelfde aantal werkt op de FAI-afdeling in Nickerie. Nu een gedeelte van de aanplant is vernietigd, zit het bedrijf met een overschot aan arbeiders te Jarikaba.

Meisje (17) in haar woning verkracht door gemaskerde man

Slachtoffer alleen thuis, vader voor zijn werk in binnenland

 
Een 17-jarig meisje is gisternacht in haar woning aan de Goedezorgweg te Goede Verwachting, Paramaribo, verkracht. Het slachtoffer woont met haar vader, maar ze was alleen thuis, omdat haar vader voor zijn werk in het binnenland is, zo bericht het Dagblad Suriname vandaag, dinsdag 20 oktober 2015.

Rond kwart voor drie gisterochtend wist een onbekende, gemaskerde man door inbraak de woning binnen te komen. Het meisje lag op dat moment te slapen. De verdachte heeft haar op haar bed aangevallen. Hij heeft haar seksueel misbruikt en daarna meteen de benen genomen.

Volgens het slachtoffer heeft de dader enkele shutterglazen gelicht om de woning binnen te kunnen komen.

De politie van Santo Dorp heeft de aangifte opgenomen en het verdere onderzoek overgedragen aan de recherche.

Accountant BDO Assurance distantieert zich van gelekt verslag over EBS

'BDO op geen enkele wijze betrokken bij verstrekken informatie aan media'

 
Het accountantsbureau BDO Assurance NV distantieert zich van het uitlekken van een verslag waarin eventuele malversaties binnen de NV Energiebedrijven Suriname (NV EBS) zijn opgenomen. Dit bericht het Dagblad Suriname vandaag, dinsdag 20 oktober 2015.

BDO, die de accountant is van de NV EBS, stelt in een bekendmaking:  

'Op 15 en 16 oktober 2015 zijn berichten in de media verschenen over N.V. Energiebedrijven Suriname (EBS). In deze berichten is aangegeven, dat de media beschikken over vertrouwelijke informatie welke afkomstig zou zijn van BDO. BDO wenst de gemeenschap te informeren, dat zij op geen enkele wijze betrokken is bij of medewerking heeft verleend aan het verstrekken van informatie aan de media. BDO is niet verantwoordelijk voor de inhoud en de wijze van de berichtgeving in de media. Ingevolge de vigerende beroepsregels houden wij van BDO ons aan de verplichting tot geheimhouding van cliëntgegevens en -inlichtingen met een vertrouwelijk karakter. BDO verzekert, dat zij voortdurend alle maatregelen treft en regels in acht neemt welke nodig zijn om de geheimhouding van cliëntgegevens te waarborgen.’

Ondertussen is naar aanleiding van dit verslag en het rapport van de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) besloten door de aandeelhouders binnen de EBS om de op non actief gestelde waarnemend directeur van het bedrijf te ontslaan.

BDO plaatst vraagtekens bij het jaarverslag van 2014 van de EBS. BDO struikelt over een overeenkomst met Superior Contracting die getekend is namens de Raad van Commissarissen, maar waarvan niet alle leden op de hoogte waren. Erger nog - zo schrijft Dagblad Suriname - er zijn koopopdrachten getekend door Duiker op basis van facturen van Superior Contracting. Het gaat om bedragen die in de miljoenen Euro’s en Amerikaanse dollars liggen. Ook de naam van Olibis wordt meerdere malen genoemd, waarbij de aandacht wordt getrokken naar overfacturering.

De accountant geeft aan dat nagenoeg alle leveringen van de leverancier administratief zijn verwerkt, maar dat in 2014 onjuiste prijzen zijn gehanteerd en beklaagt zich erover dat documenten waar naar gevraagd wordt, niet zijn ontvangen. Het betreft niet alleen documenten van de overeenkomst met SC, maar ook die met Greenland, waardoor onmogelijk is om na te gaan wat de stand van zaken is.

Directeur Jules van Stichting Bosbeheer en Bostoezicht uit functie ontheven

Al lange tijd was er kritiek op de leiding en er zou sprake zijn van corruptie



Directeur Pearl Jules van de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) is gisteren uit zijn functie ontheven. Geruime tijd was er kritiek op de leiding van het bedrijf. Er zou sprake zijn van corruptief handelen. De Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) heeft een onderzoek verricht bij de SBB en tijdens dat onderzoek zijn onevenwichtigheden geconstateerd. Ook buitenproportionele salarissen zouden worden betaald bij de SBB, zo bericht Starnieuws vandaag, dinsdag 20 oktober 2015.

Starnieuws schrijft te hebben vernomen, dat Hesdy Esajas, voorzitter van de Raad van Bestuur, nu belast is met de leiding van SBB. Deze dienst valt onder het ministerie van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer (RGB).

Jules om commentaar gevraagd, zegt echter in dit stadium nog niet te willen reageren. Hij wacht eerst verdere ontwikkelingen af.

Bestuur van Midden Java in Indonesië stuurt 500 verpleegkundigen naar Suriname

Suriname vraagt speciaal verpleegkundigen met ervaring op gebied van nierfalen

(Bron foto: kompasiana.com/Jakarta Post)
kompasiana.com#sthash.wb536wRa.dpuf
kompasiana.com#sthash.wb536wRa.dpuf

Het bestuur van Midden Java in Indonesië zal 500 verpleegkundigen uitzenden naar Suriname om aan de vraag naar medisch personeel in diverse ziekenhuizen in het land te kunnen voldoen. Dit bericht de Indonesische krant Jakarta Post vandaag, dinsdag 20 oktober 2015.

De gouverneur van Midden Java, Ganjar Pranowo, zegt dat het sturen van de verpleegkundigen volgt op een verzoek van de Surinaamse regering.

'Wat speciaal is gevraagd zijn verpleegkundigen met ervaring in de behandeling van patiënten met nierfalen. Dit is een van de afspraken die is gemaakt tussen het bestuur van Midden Java en de regering van Suriname', sprak Pranowo gisteren in Semarang.

Om aan de vraag te kunnen voldoen zal, zo zegt de gouverneur, het provinciaal bestuur nieuwe afgestuurde verpleegkundigen werven van diverse academies op Midden Java.

'Naast de gezondheidswerkers heeft Suriname ook behoefte aan onder andere accountants- en bankspecialisten', aldus Ganjar.

De gouverneur legde het nieuwe plan uit aan journalisten na terugkeer van een werkbezoek aan Duitsland, Suriname en Nederland van 27 september tot 9 oktober.

(Red. De Surinaamse Krant/Jakarta Post)

Starnieuws bericht hierover de volgende dag, woensdag 21 oktober 2015.

Suriname aantal uren getroffen door stroomstoring

Gehele net van de EBS uitgevallen


Suriname is vanochtend, dinsdag 20 oktober 2015, rond vijf uur getroffen door een landelijke stroomstoring. Het net van de NV Energiebedrijven Suriname (EBS) viel uit door, zo bericht Starnieuws, een storing aan een van de hoofdpalen van het elektriciteitsnet.

Volgens de webeditie van het Dagblad Suriname was de oorzaak een defecte 161 kV hoogspanningskabel in combinatie met de kabelbeveiligingsapparatuur die niet functioneerde.

Paramaribo, Wanica, Saramacca, Commewijne en Para werden getroffen door de stroomstoring. Rond negen uur vanochtend was het net weer opgestart en kwam de stroomvoorziening weer op gang.


Berichtgeving Starnieuws en de Ware Tijd over opslag ziekenhuisafval staat haaks op elkaar

Starnieuws: Er is nog niets veranderd aan onverant- woorde wijze van opslag

De Ware Tijd: De laatste afvalresten worden verwijderd en gaan naar nieuwe opslaglocatie


De nieuwswebsite Starnieuws en de Ware Tijd berichten vandaag, dinsdag 20 oktober 2015, volledig verschillend over de opslag van ziekenhuisafval in een zijstraat van de Commissaris Weytinghweg tussen Leiding 11 en 10A en beide media laten de lezers in het ongewisse over de vraag, welk bericht is inhoudelijk correct?

Hieronder volgt eerst de berichtgeving van Starnieuws gevolgd door het artikel vandaag in de Ware Tijd.

In juni 2013 werd, zo bericht Starnieuws, aan de bel getrokken over tonnen aan ziekenhuisafval dat op een onverantwoorde manier in de open lucht was opgeslagen (zie foto - Bron foto: archief Dagblad Suriname). Alle autoriteiten onderkenden dat het om een enorm probleem ging, waarbij acuut moest worden opgetreden. Twee en een half jaar verder, is er, aldus Starnieuws, nauwelijks iets veranderd aan de situatie. Ziekenhuisafval ligt er nog steeds in enorme hoeveelheden in een zijstraat van de Commissaris Weytinghweg.

De eigenaar van het terrein, Dennis Tjoen A Choy, stelt dat hij tevergeefs overal zijn beklag doet, maar er gebeurt niks. Ten einde raad is hij naar de politie geweest, maar die stuurt hem naar het Bureau Openbare voor Gezondheidszorg, BOG.

De redactie van Starnieuws achtte het nodig om samen met Tjoen A Choy en in hun kielzog het VHP-Assembleelid Asiskumar Gajadien, die in de omgeving woont, om zelf eens een kijkje te gaan nemen en zag her en der ligt ziekenhuisafval verspreid over het terrein, dat - volgens de nieuwswebsite - niet bewaakt wordt. Gebruikte naalden liggen op de grond. Aan de sporen is te zien dat iemand pas spullen heeft weggehaald. 'Ik weet niet of het een zwerver is of iemand van het bedrijf Recomsur dat het materiaal daar heeft opgeslagen. Ik krijg nergens gehoor. Mijn huis is compleet vernietigd door deze zaak. Het was nooit de bedoeling dat deze situatie zo lang zou duren', zegt Tjoen A Choy. Het gaat, aldus Starnieuws, om ruim 25 ton ziekenhuisafval op een steenworp afstand van het Saramaccakanaal. In de regentijd stroomt het water van het terrein in het kanaal dat dient als irrigatiewater voor landbouwgewassen.

'Deze situatie geeft alleen aan dat de autoriteiten belast met monitoring het niet nauw nemen met de belangen van de gemeenschap. Verontreiniging van het Saramaccakanaal alleen, kan dienen als doorgeleiding van ziekten. Ook kunnen onverantwoordelijken de spullen in de samenleving terugbrengen. Het is een kleine tijdbom. Ik heb vanaf er sprake was dat zoiets daar ziekenhuisafval opgeslagen en verbrand zou worden, mijn kritieken geleverd in De Nationale Assemblee', zegt Gajadien. Hij zal in de loop van de dag vragen hierover stellen aan het NIMOS (Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname).

De Ware Tijd bericht vandaag echter totaal iets anders, namelijk dat op het terrein aan de Commissaris Weytinghweg de laatste afvalresten worden verwijderd. Binnenkort gebeurt dat op een terrein aan de Sir Winston Churchillweg. De overheid heeft daarvoor een samenwerking met recyclingbedrijf ReComSur (Recycling Company Suriname), die belast is met de verwerking van afval van medische instellingen.

Nadat buurtbewoners hadden geklaagd over de activiteiten, is het bedrijf op zoek gegaan naar een andere locatie. ReComSur-directeur Humphrey Bergraaf zegt, dat er aanvankelijk een terrein in Commewijne was toegewezen door de overheid, maar na onderzoek bleek dat het gebied bij regen onderloopt, wat niet verantwoord is bij de afvalverwerking. Na enige tijd heeft ReComSur via een particulier een terrein van één hectare kunnen huren aan de Sir Winston Churchillweg, nabij de nieuwe raffinaderij van Staatsolie.  

Intussen wordt daar proefgedraaid met de verbrandingsoven. Bergraaf zegt verder, dat er al een buurtonderzoek is gedaan. Hij merkt op dat de nieuwe locatie niet echt bewoond, maar vooral industriegebied is. 'We hebben de districtscommissaris gevraagd om liever geen woonhuizen daar te laten bouwen, want anders heb je hetzelfde probleem weer met buurtbewoners.' Hij garandeert dat de verwerking op een verantwoorde wijze geschiedt.

Het vorengaande lezende zou geconcludeerd kunnen worden, dat Starnieuws voor haar artikel verzuimd heeft om ReComSur voor een reactie te benaderen, immers, had zij dat gedaan, dan had dat artikel niet geschreven hoeven worden.

(Red. De Surinaamse Krant/Starnieuws/de Ware Tijd)

Een week lang gratis adverteren als proef?

Een week lang gratis adverteren als proef?
Zendt uw advertentie en/of logo naar de redactie.