zondag 13 december 2015

Rudolf Elias door president Bouterse benoemd tot algemeen directeur Staatsolie

Staatsolie viert 35e verjaardag met feestje bij Gow2 aan Van 't Hogerhuysstraat

Eerste Staatsolie-benzine getankt in de 'nummer 1' van Bouterse - Lekkende olie vat vlam in Tout Lui Faut-raffinaderij


President Desi Bouterse heeft vanochtend, zondag 13 december 2015, waarnemend directeur van Staatsolie Rudolf Elias benoemd tot algemeen directeur, tijdens het 35e verjaardagsfeestje van het bedrijf, op het terrein van Gow2 aan de Van 't Hogerhuysstraat. 'Dit is een prerogatief van de president. Als je naar een verjaardag komt, breng je een cadeau mee', zei het staatshoofd, aldus Starnieuws.

Bouterse zei, dat Elias per direct benoemd is tot algemeen directeur. De formaliteiten moeten nog worden afgehandeld. Hij feliciteerde het bedrijf met de bereikte mijlpaal en haalde aan, dat zo'n feestelijke dag niet bedoeld is voor lange toespraken. Bouterse bracht hulde aan de mensen die bij de oprichting van Staatsolie er al bij waren.


Met het tanken van de eerste hoogwaardige Staatsolie-gasoline in zijn voertuig, werd het nieuwste product van Staatsolie officieel in gebruik genomen. Vanaf vandaag kan bij Gow2 aan Van 't Hogerhuysstraat Surinaamse diesel en gasoline getankt worden afkomstig uit de bodem van het district Saramacca.

Overigens leek de feestelijke dag van Staatsolie overschaduwd te worden door een brand op het terrein van de raffinaderij. Volgens Starnieuws was een brand begonnen bij een van de modules 'destillatie en vacuüm'.

Elias liet via ABC Radio weten, dat het om een kleine olielekkage ging. De olie was met de buitenlucht in aanraking gekomen, waardoor de brand ontstond. Binnen een half uur was de brand echter onder controle. Volgens de kersverse algemeen directeur was er niets bijzonders aan de hand.

NDP-parlementslid Asadang wil kleinschalige landbouwbedrijven in binnenland

Geïnteresseerden zouden van regering vijf hectare land moeten krijgen


Wendell Asadang, NDP-Assembleelid, pleitte donderdagavond tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblee, voor het opzetten van kleinschalige landbouwbedrijven in het binnenland. Elke inwoner die wil investeren in de agrarische sector zou vijf hectare land van de overheid moeten krijgen om aan landbouw en/of veeteelt te doen, onder begeleiding van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). Dit bericht de Ware Tijd Online vandaag, zondag 13 december 2015.

Een dergelijke aanpak zou kunnen bijdragen aan het realiseren van de voornemens van de regering om Suriname tot de landbouwschuur van het Caribisch gebied te maken.

Asadang wilde weten of de regering een plan heeft hoe Surinamers te motiveren om aan landbouw doen. Ook wil Asadang geïnformeerd worden over wat LVV zal doen om burgers die willen produceren de ruimte daartoe te geven. De politicus wilde verder weten wat de stand van zaken is rond het directoraat voor Agrarische Ontwikkeling Binnenland en wanneer de regering dit van de grond wenst te krijgen.

Asadang: 'Binnenlandbewoners zijn van huis uit landbouwers, maar wat nodig is, is begeleiding, organisatie en trainingen, zodat men meer kan halen uit hun productie.'

Gelet op de slechte financieel-economische situatie in het land en de sterk gedaalde prijzen van exportgrondstoffen is het volgens de NDP'er 'nu meer dan tijd om de economie van het land diversifiëren, waarbij de nodige inspanningen gepleegd moeten worden in het investeren in de landbouw'.

Internationaal is men tot het besef gekomen dat organische productie het beste en duurzamer is voor de nationale gezondheid, iets wat in Suriname gepromoot zou moeten worden, vindt hij.

Deel 1 en 2 gesprek - 'de getuigenis' - tussen president Bouterse en Hira (Baboeram) in beeld



'Nationaal bewustzijn van mijnbouwsector staat niet in relatie tot haar importantie'

Vereniging van Geologen en Mijnbouwers luidt noodklok over gebrek aan kader

'Kennis- en kundigheidsniveau nationale instituten belast met operationeel management mijnbouwsector schrijnend'


De mijnbouwsector in Suriname, de kurk waar onze economie op drijft, maakt turbulente tijden mee. Niet alleen zijn de wereldmarktprijzen voor onze belangrijkste bronnen van inkomsten drastisch gedaald, maar maken wij thans ook het einde mee van ca. een eeuw bauxietindustrie.

Hoewel Suriname al bijkans een eeuw een mijnbouwland is, heeft de Vereniging van Mijnbouwkundigen en Geologen in Suriname (VMGS) de conclusie getrokken dat de nationale ontwikkelingen en het nationaal bewustzijn van deze sector niet in relatie staan tot haar importantie.

Opeenvolgende beleidsmakers hebben jammer genoeg niet de noodzakelijke prioriteiten gesteld om enerzijds een meer duurzame ontwikkeling van de sector na te streven en anderzijds om de materiële en immateriële opbrengsten uit de sector significant te vergroten.

Te gemakkelijk is er gekeken naar de directe opbrengsten en investeringen in de mijnbouw en is beleid daarop afgestemd geworden. Helaas is in deze beleidsafstemming al decennia lang geen lange termijn strategie te bespeuren geweest.

Een oorzaak daarvan kan gevonden worden in het kennelijk gebrek aan inzicht dat de positieve ontwikkelingen van de Surinaamse mijnbouwindustrie voornamelijk te danken zijn aan bijzondere internationale gebeurtenissen. Zo is de naoorlogse expansie van de luchtvaart industrie de grote katalysator van onze bauxietindustrie geweest en danken wij de ontwikkeling van Staatsolie in grote mate aan de hoge olieprijzen die ontstonden na de oliecrisis van de jaren ’70.

Een uitzondering hierop is de goudindustrie, die met de bouw van de Rosebel-mijn een volwassen status bereikt heeft. De totstandkoming van de Rosebel-mijn is des te opvallender omdat zij niet gebouwd is in een periode van exorbitante goudprijzen, zoals dat de afgelopen jaren het geval is geweest. Het is inderdaad een goede vraag of deze ontwikkeling tot stand zou zijn gekomen indien wij als natie, via het staatsmijnbouwbedrijf Grassalco, niet zelf de basis daarvoor hadden gelegd.

De stand van zaken
1) Sinds de teloorgang van de Geologische Mijnbouwkundige Dienst (GMD), vindt er geen gestructureerd beheer meer plaats van onze minerale hulpbronnen en geologische data. Sterker nog, gegevens verzameld over de afgelopen tien tot twintig jaren zijn vermoedelijk slechts in het bezit van de hier te lande opererende of hier geopereerd hebbende mijnbouwbedrijven.

2) Het kennis- en kundigheidsniveau bij de nationale instituten die belast zijn met het operationeel management van de mijnbouwsector, waaronder de GMD en het Bauxietinstituut Suriname (BIS) is schrijnend. Bij de GMD zijn er slechts enkele geologen werkzaam die niet over de middelen beschikken om hun werk uit te voeren. Bij het BIS is de situatie niet rooskleuriger. Dit is in schrijnend contrast met het verleden: de GMD heeft tijdens haar gloriedagen ongeveer 20 geologen en mijnbouwingenieurs in dienst gehad.

3) Het nationaal mijnbouw beleidskader wordt al jarenlang niet uitgemaakt door geologen, mijnbouwkundigen of anders opgeleiden met gedegen kennis van en ervaring in de sector. Het recente debacle rond het getekende MoU met de Alcoa en de verscheidene ad-hoc beleidsmaatregelen waarmee de sector geplaagd wordt zijn hier slechts de symptomen van.

4) Onze zuiderburen hebben het initiatief genomen om de geologische kaart van Zuid-Amerika te unificeren. Dit immense project wordt met succes uitgevoerd en heeft al enige opvallende en nieuwe inzichten verschaft over de geologie van ons werelddeel. Ook ons land is bij dit project betrokken. Echter speelt ook in dit geval het beschamende niveau van het beheer van onze geologische data ons parten. Het is dankzij de Universiteit van Suriname, met significante ondersteuning door Nederlandse geologen, dat ons land enige bijdrage levert in het project.

5) De huidige geologische kaart van Suriname dateert uit 1977 en is tot stand gekomen na intensieve geologische karteringswerkzaamheden. Deze kaart is gebaseerd op een groot aantal gesteente monsters (handstukken) die opgeslagen waren in het toenmalige GMD-gebouw aan de Kleine Waterstraat en een loods van de GMD aan Industrieweg Zuid. Tot aan de verhuizing van de GMD in 1999, werden deze monsters en bijbehorende rapporten zeer zorgvuldig opgeslagen.
Vandaag de dag liggen de gesteentemonsters in een aan bouwval grenzende opslagruimte, zijn monster labels verdwenen en is het nog een vraag of alle belangrijke monsters nog aanwezig zijn. De bijbehorende onderzoeksrapporten zijn kennelijk opgeslagen bij de GMD, alwaar het niet duidelijk is hoe het beheer plaatsvindt.
Al jarenlang is het beheer van onze nationale geologische schatkamer door verschillende instanties en individuen bij de verantwoordelijken aangekaart, tot de presentatie van (nood)reddingsplannen toe. Enige verbetering in de omstandigheden is jammer genoeg tot op heden uitgebleven.

6) Het mineralen instituut, waarvan het concept al jarenlang wacht op uitvoering, is tot op heden nog niet gerealiseerd. Het hoeft geen betoog dat een land dat daadwerkelijk haar mijnbouwsector gebruikt als katalysator voor duurzame ontwikkeling, een grote mate van kennis, kunde en professionalisering van haar geologisch/mijnbouwkundige instituten behoeft.

7) De Universiteit van Suriname is het nationale kennis instituut bij uitstek. Als enige van de publieke actoren binnen het mijnbouw gebeuren, heeft zij enige dynamiek gekend. Er zijn naast de Bachelor of Science opleiding ook twee Master of Science opleidingen, met name Petroleum Geology en Mineral Geosciences. Het instituut heeft hiermee een eerste stap gezet richting het voorzien van de natie van de broodnodige deskundigheid voor een gezonde verdere ontwikkeling van de mijnbouwsector. Goede onderzoekfaciliteiten en mogelijkheden, verduurzaming van de Master of Science opleidingen zijn onder andere zaken die nog gerealiseerd dienen te worden.

8) De Geologische kaart van Suriname dient te worden aangepast. De perceptie over de grote mineralen rijkdom van ons land is gebaseerd op de gegevens vervat in deze kaart. Sinds de teloorgang van de GMD zijn verzamelde geologische data niet meer bijgewerkt. Modern geologisch onderzoek gedaan sinds het verschijnen van de kaart, doen vermoeden dat de kaart dringend aangepast moet worden.

De Vereniging van Geologen en Mijnbouwkundigen is van mening dat al deze zaken de indruk wekken dat in ons land het nodige kader ontbreekt om daadwerkelijk die ontwikkeling aan de mijnbouwsector te geven die het zou moeten hebben. Het is niet het landelijk gebrek aan kader, maar het niet aanhangen van het principe 'de juiste man of vrouw op de juiste plaats', door de verschillende besluitvormende instituten van onze natie, dat hier debet aan is.

De Vereniging luidt nu de noodklok, maar hoopt in het belang van onze gezamenlijke toekomst dat hier verandering in komt. Immers zonder de inzet van eigen kennis en kundigheid zal echte nationale ontwikkeling een droom blijven.


Namens de Vereniging van Geologen en Mijnbouwers in Suriname,

Het bestuur:
Clyde Griffith MSc (Wnd. Voorzitter)
Zeudi Sontohartono MSc (Secretaris)
ir. Rogier Cameron (Penningmeester)
Nicole Kioe A Sen MSc (Lid)
Fydji Sastrohardjo BSc (Lid)
Jimmy Jowntinie BSc (Lid)
Evelien Amijeri BSc (Lid)

Het rapport Commissie Oosting en verkiezingen Frankrijk en Venezuela aan tafel van ’Welgeïnformeerd’ Radio Tamara

Panel bespreekt 'getuigenis' president Bouterse in gesprek met Hira en de reactie daarop van oud-militair Chas Mijnals

(Bron foto: Dagblad Suriname)

Het wekelijkse actualiteitenprogramma ’Welgeïnformeerd’ van de lokale Amsterdamse zender Radio Tamara heeft vanavond, zondag 13 december 2015, in het eerste uur van zes uur tot zeven uur, weer diverse interessante en vooral actuele wereldse gespreksonderwerpen:

* Commissie-Oosting: Teeven-deal deugde niet, Kamervoorzitter treedt af
De commissie-Oosting velt een ongekend hard oordeel over de zogeheten Teeven-deal. De deal dateert uit het jaar 2000 en werd gesloten met een beruchte crimineel. In ruil voor informatie kreeg de crimineel een relatief lage boete en mocht 4,7 miljoen van zijn illegaal verkregen vermogen houden. De Belastingdienst werd, tegen de wettelijke regels in, buiten de deal gehouden. Verantwoordelijk voor de deal was toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven, de latere staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Teeven en minister Opstelten traden af, nadat de pers aantoonde dat zij de Kamer verkeerd hadden ingelicht over de bedragen die gemoeid waren met de deal.
Hoewel Teeven en ook premier Rutte volhouden dat er niets mis was met de deal ('voor volk en vaderland'), oordeelt de commissie dat de deal nadelig was voor de staat. Bovendien is destijds toestemming gegeven voor een andere deal dan de deal die uiteindelijk is gesloten. Ook blijkt uit het rapport van de commissie dat Teeven tot aan zijn aftreden uit het hoofd wist welke bedragen er gemoeid waren met de deal.

Daarnaast is de commissie ongenadig in haar oordeel over het handelen van Kamervoorzitter Anoushka van Miltenburg (VVD). Zij heeft een brief van een klokkenluider over de deal vernietigd in plaats van deze door te spelen naar de Kamer.
Is er sprake van een doofpot op het ministerie van Veiligheid en Justitie dat door de VVD wordt bestiert?
Zo ja, wat proberen Rutte en de VVD onder de pet te houden?
Van Miltenburg heeft tijdens haar voorzitterschap regelmatig laten zien niet de juiste eigenschappen en vaardigheden te bezitten voor het uitoefenen van haar taak. Is het terecht dat zij aftreed nog voor zij zich heeft verantwoord voor de Kamer?

* Time: Angela Merkel persoon van het jaar
Het Amerikaans weekblad Time heeft de Duitse bondskanselier Angela Merkel uitgeroepen tot Persoon van het Jaar. Het blad roemt haar leiderschap in de euro-crisis, de strijd tegen IS en de vluchtelingencrisis. Zich rekenschap gevend van het destructieve nazi-verleden van haar land, heeft Merkel Duitsland en de wereld de weg gewezen op het pad van humaniteit, generositeit en tolerantie, schrijft het blad. 'Als we ons ervoor moeten excuseren dat we humaan reageren in een noodsituatie, dan is dit niet mijn land', zei ze na kritiek op haar vluchtelingenbeleid. Is de uitverkiezing terecht?

* Verkiezingen in Frankrijk: Front National zegeviert
Vorige week behaalde het populistische Front National (FN) ruim 40 procent van de stemmen tijdens regionale verkiezingen in Frankrijk. Vandaag wordt de tweede ronde gehouden. De uitslag is een voorbode voor de presidentsverkiezing in 2017. Het is al eerder gezegd, maar nu wordt de bewering dat FN-leider Marine Le Pen de volgende Franse president wordt gestaafd met cijfers. Het FN is anti-islam, -immigratie en -Europa. In combinatie met terreur, lijkt het electoraat uit te kijken naar een partij die recht, orde en veiligheid beloofd in combinatie met economische stabiliteit. Staat Europa aan de vooravond van een populistische machtsovername?
Wat betekent dit voor het Europese project?
En voor de multiculturele samenlevingen?

* Verkiezingen in Venezuela: Maduro verliest
Vorige week won de oppositie in Venezuela 116 van de 167 parlementszetels. De zogeheten Bolivariaanse Revolutie heeft het land in een ongekende politieke, economische en morele crisis gebracht. Hoe lang kan de linkse president Maduro nog stand houden? Stat hetzelfde lot ook Suriname te wachten?


In het tweede uur van zeven uur tot acht uur weer actuele onderwerpen over Suriname en Surinamers:

- Het panel spreekt met vakbondsleider Murwin Leeflang. Leeflang is betrokken bij actuele acties van contractarbeiders van de Suralco en van werknemers bij het verzorgingstehuis Huize Ashiana.

- Verder aandacht voor het interview dat Dew Baboeram (Sandew Hira) heeft afgenomen van Desi Bouterse in het kader van de zogeheten waarheidsvinding naar onder andere de 8 decembermoorden. Revolutionair van het eerste uur Chas Mijnals heeft de uitspraken van Bouterse inmiddels als 'geschiedvervalsing' en 'leugenachtig' bestempeld.



'Welgeinformeerd' wordt vanavond gepresenteerd door Krishna Salikram en het panel bestaat deze keer uit Max Sordam en Iwan Bottse en Owen Venloo doet via de telefoon mee aan het tweede uur.

Dit programma wordt vanavond (zondag 13 december 2015) tussen 22.00 uur en 24.00 uur ook uitgezonden in Amsterdam en omgeving via Salto, kanaal Caribbean FM, 105.5 kabel en 107.9 ether. Om 0.00 uur, dat is 20.00 uur Surinaamse tijd, volgt een herhaling van The Talk met Wayne Telgt. Online te beluisteren via www.radiotamara.com.

Surinaamse Kustwacht zit te springen om nieuwe boten en formalisering Wet op de Kustwacht

'De Brazilianen smokkelen honden voor hondengevechten over zee en er wordt veel op gewed'


De Kustwacht Autoriteit Suriname kijkt nog steeds uit naar de aanname van de Wet op de Kustwacht. 'De wet zou ons als autoriteit de mogelijkheid geven om aan fonds- en personeelswerving te doen. Ook zouden wij ondersteuning van het buitenland kunnen ontvangen', zegt Kustwacht-directeur kolonel Jerry Slijngard gisteren, zaterdag 12 december 2015, op Starnieuws en in De West.

De Kustwacht is twee jaar actief en loopt externe hulp mis. Bevriende landen willen heel graag investeren. 'Zij stellen echter een wettelijke basis van ons als ultieme eis. Deze eis is conform hun eigen wetgeving.'

Slijngard stelt, dat wat het werk zelf aangaat, de organisatie in principe alles kan doen. 'Behalve in geval van zelfverdediging, moeten wij voor het gebruik van vuurwapengeweld steeds eerst de opdracht krijgen van de procureur-generaal. Hij sanctioneert de operaties en met de wet zou dit enigszins anders lopen.' Manschappen die vaartuigen enteren, zijn al benoemd tot buitenagent van politie. 'Wij gaan nu het traject in van een hulpofficier van Justitie en waarschijnlijk wordt de directeur hiertoe benoemd.' De organisatie draait nu met 45 personen en mikt voor februari 2016 op een nieuwe lichting personeel, die een opleiding krijgt.

Slijngard ziet de grootheid en uitgestrektheid van het zeegebied als grootste uitdaging voor zijn organisatie. In één adem noemt hij ook het tekort aan materieel. 'We hebben maar drie boten om een heel zeegebied, dat op zijn minst even groot is als het landgebied van Suriname, te kunnen controleren.' Een samenwerking te water met de marine zou de taak kunnen vergemakkelijken. 'Helaas zijn hun boten niet bruikbaar en moet er weer geïnvesteerd worden in het opkalefateren van hun vloot.' Ook een partnerschap met de politie is welkom. De politie heeft een aantal snelle boten om heel dicht tegen de kustlijn te varen. 'Wij kunnen deze lijn juist niet bevaren vanwege de geringe diepgang. Wij hebben een kleiner vaartuig hiervoor nodig.'

Nu wordt een klein buitenboordvaartuig aan boord van een Kustwachtboot, uitgestuurd voor deze missies. Het vermoeden bestaat, dat net even buiten de 12 zeemijl aan de oostelijke kant ‘dingen gebeuren’ die de Kustwacht al te graag in kaart wil brengen. Slijngard noemt hierbij visserij en praktijken gerelateerd aan mensen- en drugsmokkel en honden aan boord. 'De Brazilianen smokkelen de dieren voor hondengevechten en er wordt veel hierop gewed.'

De Kustwacht beschikt over drie boten en heeft na twee jaar ervaring ter zee door, dat zij andere type vaartuigen nodig heeft. Bij de aanschaf in 2013 wisten we niet wat er echt nodig was, aldus de directeur. 'Wij hebben ons laten leiden door ervaringen in het buitenland.' Om het grote zee-areaal te kunnen bevaren zijn minimaal nog twee boten nodig. Zo ligt er een voorstel op tafel voor nog één van 34 meter en één in de klasse 42 meter lengte. Deze wordt gebruikt door de Antillen, kan op high sea en 180 mijl vanuit de kustlijn opereren. Dit is hard nodig, daar een offshore oliemaatschappij actief is in dit zeegebied.

'Zij stellen de veiligheid ter zee als voorwaarde. Suriname moet dus de boot hebben of inhuren. Zelf investeren levert natuurlijk meer voordelen op.' Aanvankelijk zou Suriname in 2016 een nieuw vaartuig kopen, maar door de huidige financiële situatie zijn de plannen uitgesteld tot 2017. 'Ik stel altijd, als het om rechtshandhaving gaat, zijn er landen die willen bijdragen.' 

De Kustwacht Autoriteit is opgezet onder coördinatie van het Bureau Nationale Veiligheid en ondergebracht bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De financiën komen van dit ministerie en die ook de politieke verantwoordelijkheid draagt, 'maar onze directe baas, de operationele man is de president'.

De procureur-generaal is verantwoordelijk voor het juridisch technische gedeelte. Naast overheidsmiddelen, houdt Slijngard de organisatie staande door eigen inventiviteit. Voor veiligheidspatrouilles voor derden, zoals Staatsolie, vraagt hij brandstof of snelle import van machinerie als compensatie. De organisatie zoekt binnenkort de publiciteit op om Surinamers te informeren over de activiteiten. 'Wij willen transparant zijn en tonen wat het resultaat na twee jaar al is.'

Raffinaderij Staatsolie vanaf dinsdag 15 december weer in productie

Voorlopig alleen Staatsolie gasoline bij de pomp aan de Van ’t Hogerhuystraat verkrijgbaar


Sinds vorige week maandag is de raffinaderij van Staatsolie door de stroomuitval bij de NV Energiebedrijven Suriname (EBS) niet in bedrijf. De raffinaderij zal vanaf dinsdag weer in productie zijn. Per dag worden in deze fase 5.500 barrels ofwel vaten diesel geproduceerd. Het bedrijf heeft 60.000 barrels diesel en 3.000 vaten gasoline in voorraad. De retail gebruikt 2.300 barrels op dagbasis. Vanaf donderdag zullen per dag 1.500 barrels gasoline vervaardigd worden. De behoefte aan gasoline is dagelijks 4.000 barrels. Dit zegt Rudolf Elias, waarnemend algemeen directeur van Staatsolie, vandaag, zondag 13 december 2013, op Starnieuws. 

Staatsolie bestaat vandaag 35 jaar. Later op de dag wordt de auto van president Desi Bouterse op het hoofdkantoor van Gow2 getankt met de eerste benzine van Staatsolie.

Elias zegt, dat hoewel het dochterbedrijf Staatsolie Power Company Suriname (SPCS) NV leverancier is van energie, de raffinaderij verbonden is aan het net van EBS. Als de hoogspanning van Afobaka uitvalt, schakelen de SPCS en de EBS automatisch uit. De powerplant start binnen een uur op, maar de raffinaderij neemt tien tot twaalf dagen om weer in productie te zijn.

Gow2, de dochtermaatschappij van Staatsolie, wordt voorzien van diesel en gasoline. Voorlopig zal de Staatsolie gasoline alleen bij de pomp aan de Van ’t Hogerhuystraat verkrijgbaar zijn.

Sinds 2011 is door Staatsolie 981 miljoen Amerikaanse dollar geïnvesteerd in verschillende projecten. Het doel van deze investering is om de capaciteit van de raffinaderij van 7.000 barrels naar 15.000 barrels per dag uit te breiden. Het bedrijf produceert hoogwaardige diesel en gasoline. De realisatie van het project heeft uiteindelijk 121 miljoen meer gekost. Elias stelt, dat constructiewerkzaamheden in eigen beheer uitgevoerd zijn, waardoor 200 miljoen bespaard is. De hoofdaannemer Saipem uit Italië - die betrokken zou zijn bij een aantal corruptieve zaken in onder andere Algerije en Brazilië - had initieel 1,2 miljard Amerikaanse dollar gevraagd voor het contract, omdat het risico heel hoog ingeschat was.

Nu de bouw voltooid is zullen 15 specialisten van Saipem en 30 andere deskundigen de 250 werknemers van Staatsolie nog een jaar opleiden om alle ingewikkelde equipment en modules te kunnen beheersen. Ongeveer 2.800 mensen waren werkzaam op de piek van het project. Hiervan was meer dan 70% Surinamers. Ruim 120 lokale bedrijven en leveranciers waren betrokken bij de bouw.

Chinees houtbedrijf Greenheart in Apoera ligt al maanden stil

Bondsvoorzitter Berenstein: 'Arbeiders hebben bijna niets te doen en willen weten wat gaat gebeuren'

 
De activiteiten van de Chinese houtmultinational Greenheart in Apoera liggen al maanden vrijwel stil. De Ware Tijd bericht vandaag, zondag 13 december 2015, te hebben vernomen van 'bronnen binnen het bedrijf', dat de nieuwe leiding andere machines wil installeren in de zagerij, omdat de bestaande niet efficiënt zijn. Hoewel de arbeiders wel worden betaald, vindt de bond het geen gezonde zaak. 'De mensen hebben bijna niets te doen en dat werkt frustrerend, omdat ze willen weten wat er precies zal gebeuren', zegt Robby Berenstein, voorzitter van Greenheart Group Werknemersorganisatie.

Ook de ploegendienst van het bedrijf is afgeschaft.

In Apoera zijn ruim tweehonderd mensen bij het bedrijf werkzaam. Berenstein weet niet waarom deze situatie is ontstaan en daarom heeft de bond enige tijd geleden gevraagd om een gesprek, maar hierop is nog niet gereageerd.

Nu verplicht het bedrijf werknemers om in de jaarlijkse bedrijfsvakantie, reguliere vakantiedagen op te nemen, maar de werknemers zijn daar tegen. In het verleden werden deze dagen niet afgetrokken van het gewone verlof. De bedrijfsvakantie is van 18 december tot 6 januari. De kwestie is nu voorgelegd aan de dienst Arbeidsinspectie. Niemand van Greenheart was bereikbaar voor een reactie, aldus de Ware Tijd.

De houtgigant wilde enkele maanden geleden honderdenvijf werknemers ontslaan wegens jarenlange tegenvallende bedrijfsresultaten door onder meer hoge loonkosten en ondermaatse prestaties. Greenheart had hiervoor een ontslagvergunning aangevraagd, maar de ontslag commissie heeft het verzoek afgewezen. In de beschikking van de commissie staat, dat het bedrijf onder meer de aangevoerde hoge loonkosten en ondermaatse prestaties niet heeft kunnen onderbouwen met documenten. Ook kon het bedrijf volgens Berenstein geen afvloeiingsplan overleggen.

Etnel (NPS): 'Srd 20.000 in 2016 voor kunst- en cultuureducatie is schandalig'

'Regering lijkt cultuuronderwijs niet serieus te nemen'


Met een bedrag van Srd 20.000 voor kunst- en cultuureducatie in 2016 lijkt de regering cultuuronderwijs niet serieus te nemen. NPS-Assembleelid Patricia Etnel vindt dit bedrag ronduit ‘schandalig’ en uitte haar misnoegen hierover vrijdag tijdens de begrotingsbehandeling 2016 in het parlement. Hoe stiefmoederlijk zul je het onderwijs dan niet behandelen met dit bedrag, vroeg de politica zich af, aldus de Ware Tijd vandaag, zondag 13 december 2015.

'Wat ik mis, is specifieke versterking en bevordering van cultuuronderwijs op de GLO- (Gewoon Lager Onderwijs) en VOJ-scholen (Voortgezet Onderwijs op Juniorenniveau). Een curriculum voor het bevorderen van Surinaamse zang en cultuur is na 40 jaar onafhankelijk één van de zwaarste punten als je het mij vraagt', sprak ze.

Ze vindt, dat de overheid veel meer zou moeten investeren in het ontwikkelen van talenten die het land internationaal kunnen uitdragen en op de kaart zetten. Behalve dat het land internationaal bekendheid krijgt, zal een dergelijke aanpak ervoor zorgen dat individuen in staat gesteld worden 'veel geld' te verdienen zodat ze in hun levensonderhoud en dat van hun gezin kunnen voorzien.

Etnel is er ook niet over te spreken dat op de begroting van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, veel meer geld voor infrastructuur en onderhoud is opgebracht dan voor de uitvoering van beleidsprogramma's. Voor infrastructuur is meer dan Srd 120 miljoen opgebracht en voor beleidsprogramma's slechts Srd 40 miljoen. Ze vraagt zich af of de onderwijsdoelen met een dergelijk laag bedrag wel gerealiseerd zullen worden en vroeg waarom het speciaal onderwijs niet is opgenomen in de begroting.

Voor de echte kunstliefhebber!

Voor de echte kunstliefhebber!