donderdag 7 januari 2016

Eisers St. Monumentenzorg Curaçao en Sea Shore Properties vragen uitspraak in Jan Kok olievervuilingszaak

Monumentenzorg en SSP eisen onder andere verbod op verdere olielekkages die limiet hindervergunning overschrijden


In de olievervuilingszaak van de gebieden Rif St. Marie en de Jan Kok-saliña, aangespannen tegen de Isla-raffinaderij, hebben de eisers Stichting Monumentenzorg en Sea Shore Properties NV de rechter verzocht om te vonnissen aangezien er geen vertrouwen meer was in een schikking met de Isla. Dit bevestigt de raadsman van de eisende partijen, Rogier van den Heuvel, in de Amigoe van vandaag, donderdag 7 janari 2016, en hij licht toe dat het vonnis voor 15 februari geagendeerd staat.

Monumentenzorg en Sea Shore Properties spanden na het omvangrijke olielek van 18 augustus 2012, waarbij het gebied van de saliña van Jan Kok zwaar vervuild raakte door een olielekkage bij de overslagterminal te Bullenbaai, een zaak aan tegen de Curaçao Oil Terminal (COT).


Van den Heuvel: 'Deze zaak loopt al geruime tijd waarbij binnen de lopende bodemprocedure, van juni vorig jaar, alle getuigen zijn gehoord. Vervolgens heeft men dus gepoogd te schikken, waar de eisers geen vertrouwen meer in hadden en vorige maand om een vonnis hebben gevraagd.'

Hij haalt tevens het tussenvonnis aan waarin op 21 juli 2014 de rechter heeft geoordeeld dat het aan de eisers is om te bewijzen dat de olie, waardoor zij schade hebben geleden, afkomstig is van COT. Tevens oordeelde de rechter toen, dat de eisers daar met de aangeleverde bewijslast vooralsnog in waren geslaagd. De Isla kreeg van de rechter de gelegenheid om aan te tonen dat de olie afkomstig had kunnen zijn van een andere vervuiler.

De eisers vragen om veroordeling van de Isla tot het betalen van een dwangsom, in het geval er zich wederom een lekkage voor zou doen. De eisers vragen om veroordeling van de Isla tot een voorschot van 500.000 gulden (te vermeerderen met de wettelijke rente) voor de nog te maken kosten van onderzoek en het herstel van het gebied. Tevens wordt een vordering neergelegd voor de gemaakte kosten van 38.300 euro (inclusief de wettelijke rente) voor het inschakelen van het schadeclaimbureau Dekra Claims en Expertise. Verder wordt gevorderd de Isla te verbieden om nog olie in concentraties van meer dan 100 ppm (de in de hindervergunning vastgelegde norm) bij Bullenbaai in zee te lozen of op andere wijze in de zee terecht te laten komen onder een dwangsom van 5 miljoen per gebeurtenis.

Om nieuwe schadegevallen te voorkomen vorderen Monumentenzorg en SSP een verbod op verdere olielekkages die de limiet in de hindervergunning overschrijden. 'Zij gaven echter de voorkeur aan een door Isla en PdVSA te treffen technische voorziening, waarmee de saliña en het omliggende gebied kunnen worden beschermd. De technische voorziening behelst de bescherming van de saliña Rif St. Marie en het omliggende gebied tegen lekkages, door de aanleg van een sluis. Men heeft dus omtrent dit alternatief niet kunnen schikken, de Isla is niet van plan om op eigen kosten een dergelijke sluis te ontwerpen en te bouwen.'

Ongeveer 100 jaar oude kade van Motetwerf in Willemstad, Curaçao, wordt gerenoveerd

Renovatie oude kade heeft prijskaartje van 10 miljoen gulden


 
De naar schatting ongeveer 100 jaar oude kade van de Motetwerf aan de Otrobanda-zijde van de Annabaai in Willemstad zal met ingang van maart geheel gerenoveerd worden, waarmee een investering van 10 miljoen gulden gemoeid zal zijn door overheidsbedrijf Curaçao Ports Authority (CPA). Dit zegt CPA-directeur Humberto de Castro vanmiddag, donderdag 7 januari 2016, in de Amigoe, die stelt dat reeds deze maand de voorbereidende werkzaamheden hiervoor zullen starten.

De Castro licht toe, dat deze renovatie deel uitmaakt van een meerjarenplan waarbinnen de havenfaciliteiten/de kades stapsgewijs vernieuwd dienen te worden.

Op eerdere uitlatingen – in mei 2014 – dat CPA een integraal rehabilitatie-/reparatieplan had ontwikkeld voor de havenfaciliteiten, waaronder gebouwen, kades maar ook de jetty’s vallen en dat daarvoor een totaalinvestering van 60 tot 70 miljoen gulden over vijf jaar zou zijn gemoeid, laat De Castro weten: 'Dit bedrag wordt als het ware als een ‘wishlist’ gezien. Natuurlijk dienen wij per project – waar vaak grote investeringen mee gemoeid zijn – een afweging te maken door te kijken naar wat de opbrengsten van het bedrijf zijn geweest om vervolgens aan de hand van de noodzaak voor renovatie de nodige prioriteit aan een bepaald project toe te kennen.'

Op de vraag of ook de jetty’s in de Caracasbaai zullen worden aangepakt, omdat de huidige staat van de pieren niet toelaat dat er groot gewicht vanaf de pier op de aangemeerde schepen/platformen wordt geladen, antwoordt De Castro: 'Op dit moment heeft de Motetwerf grotere voorrang, maar nogmaals zo dient men continu een afweging te maken, het gaat immers om grote bedragen. Verder blijven wij ook voortdurend investeren in het nodige reguliere onderhoud.'

Dat de Motetwerf voorrang verdient aangezien het zich in het kloppend hart van de haven ofwel de St. Annabaai bevindt, mag duidelijk zijn.

De vraag omtrent de Caracasbaai-jetty’s werd desondanks gesteld, omdat deze jetty’s dusdanig achteruit zijn gegaan en de pieren hun draagkracht verloren zijn, dat bijvoorbeeld het Castoro 7-platform, dat in het verleden gedurende lange periodes op het eiland verbleef en dagelijks 2.700 dollar aan haven- en liggelden genereerde voor CPA, bijzonder creatief moest omgaan met het laden en lossen. Het lukte slechts om materieel met minder gewicht, proviand en andere benodigdheden middels een eigen container te laden en lossen. Dit door voortdurend de container op spanning aan een kabel aan het platform te laten hangen – dus door deze niet op de pier te plaatsen – waarop deze met een fork-lift geladen kon worden. Ook kunnen hierdoor de kosten voor de aangemeerde schepen oplopen, omdat er met regelmaat barges ingehuurd moeten worden om materieel aan boord te krijgen.

Het belang van de renovatie van de Motetwerf wordt ook door coo van CPA, Albert Zueste, benadrukt. 'De werkzaamheden die in maart definitief van start zullen gaan, dienen bijzonder goed te worden uitgepland in verband met de reeds aangekondigde komst van schepen. Deze aankomsten worden ruim van te voren ingepland. Ook wordt deze kade intensief voor het bunkeren van brandstof gebruikt. Zo is de Motetwerf bijvoorbeeld ook vaak de uitvalsbasis van het schip ‘Zeta1’ van Curoil, die voor offshore bunkering wordt ingezet.'

Hij zegt verder,  dat de werkzaamheden onder andere zullen behelzen het plaatsen van een dikke wand op 30 centimeter afstand van de huidige kade, waarna de bestaande kade van nieuwe verankering voorzien zal worden om alles vervolgens tot één geheelkade af te werken. Hierbij zullen de bestaande brandstofleidingen voor het bunkeren omgelegd moeten worden.

VHP besluit tijdens partijcongres van 10 januari lidmaatschapsleeftijd naar 16 jaar te verlagen

Belangrijkste agendapunt is behandelen en wijziging partijstatuten


De Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) houdt komende zondag haar Partijcongres met als belangrijkste agendapunt het behandelen en wijzigen van haar statuten. De partij wil haar statuten moderner en interessanter maken, zodat ook jongeren en andere groepen hun weg makkelijker kunnen vinden naar de partij. 

Het Dagblad Suriname schrijft vandaag, donderdag 7 januari 2016,te hebben vernomen, dat een van de belangrijkste wijzigingen zal zijn het verlagen van de leeftijd om het lidmaatschap van de partij aan te vragen. Was de leeftijd vroeger om lid te worden minimaal 18 jaar, dat zal na de wijziging 16 jaar zijn. Jeugdigen van 12 tot 16 jaar kunnen aspirant lid worden.

Een andere wijziging zal zijn het optrekken van het aantal leden in het hoofdbestuur van 21 naar maximaal 25. Ook de kernbesturen, die maximaal 13 leden mochten hebben, zal opgetrokken worden naar 25 personen. In de nieuwe opzet zal de bestaande Partijraad ophouden te bestaan. De Partijraad was min of meer dezelfde als het Partijcongres. In de toekomst zal alleen het Partijcongres gehouden worden. Aan dit congres doen mee het hoofdbestuur, volksvertegenwoordigers, de verschillende raden en de dagelijkse besturen van de kernen. In de Partijraad zijn bepaalde van deze groepen uitgesloten om mee te stemmen.

In de nieuwe statuten komen er ook een paar nieuwe raden en instituten voor. Zo komen er een Politieke Raad, het Jagernath Lachmon Wetenschappelijk Instituut en het Jnan Adhin Kennisinstituut binnen de VHP. In de Politieke Raad zullen alle oudgedienden, waaronder presidenten, vicepresidenten, ministers, Assembleeleden, directeuren, prominenten en andere hoogwaardigheidsbekleders plaatsnemen. Verder zullen daarin ook zitting hebben een lid van de Adviesraad, de Jongerenraad en het Wetenschappelijk Instituut, alsook de fractieleider en waarnemend fractieleider van de VHP. De leiding van de Politieke Raad ligt bij het dagelijks bestuur van het hoofdbestuur. Ze zal de partij adviseren en ondersteunen bij zwaarwichtige vraagstukken.

Het Jagernath Lachmon Wetenschappelijk Instituut zal werken als het wetenschappelijk bureau van de partij. Alle trainingen, opleidingen en andere zaken rakende studies, zullen ondergebracht worden onder het Jnan Adhin Kennisinstituut.

Op het Partijcongres zullen de wijzigingen gepresenteerd worden aan de aanwezige leden. De leden mogen ook hun zegje doen. Hierna zullen de statuten in stemming gebracht worden. Alleen bij een tweederde meerderheid kunnen de statuten gewijzigd worden. De wijziging van de statuten was een van de beloften die de huidige VHP-voorzitter Chandrikapersad Santokhi bij zijn aantreden in juli 2011 had gedaan.

Vernomen wordt, dat ook het huishoudelijk reglement onder de loep genomen zal worden. In juli 2016 houdt de VHP bestuursverkiezingen. Volgende week, 16 januari, bestaat de VHP 67 jaar.

De 'helaasheid' van 40 verliesjaren

Vermoeide generatie eist visie en actie! (Deel 1)


Vanaf de onafhankelijk- heidsdatum 25 november 1975 tracht een 'No Nonsensgeneratie' door te dringen met nieuwe standpunten over nationale ontwikkeling. Men is het populistische inefficiënt gerommel van de ‘oude politiek’ zat. De oude politiek is na 40 jaren experimenteren failliet vindt zij. Suriname is Moe van corruptie, Moe van bedrog. Het oude nationalisme is bedrieglijk en ontoereikend gebleken. De tijd van 'Ik wil iemand haten vandaag', van het emotionele aanklagende 'Dobru - nationalisme' van na 1945, heeft zijn tijd gehad. 

Niet klagen, maar presteren zegt de huidige generatie. Men wil precies weten waar Suriname aan toe is. Wie deugt en wie deugt niet. Hoe vormen wij als volk een collectieve denk- en productiekracht, die zwakheden opheft en sterke eigenschappen benut. Het economisch bijbenen in de nieuwe wereld van vandaag vergt herziening en wederopbouw van onze gehavende ex-koloniale kennisinfrastructuur; de oorzaak van alle tegenspoed.

De Surinaamse kennisinfrastructuur is een gatenkaas zonder hechte historische opbouw. We leiden de jeugd op om te vertrekken. We exporteren onze natuurlijke rijkdommen als ruwe grondstof; een ware uitverkoop. We importeren luxe goederen tegen veel te hoge prijzen en stellen geen enkele eis aan de leveranciers. Ons onderwijs is niet gericht op karaktervorming, gedragscultivering, innoverend burgerschap. De religies en kerken zijn egoïstische zieltjeswinners en stellen zich niet nationaal op. We houden niet van elkaar maar bestrijden elkaar en vernietigen wat we samen opgebouwd hebben. Het lijkt alsof een mensenleven er niet meer toe doet in Suriname; er heerst een vaag normbesef en een afbrekende competitieve jaloerse mentaliteit.

Valse schaamte en zeepbellen bravour
Kennis is universeel en tegenwoordig te koop. Kennistekorten en achterstanden kunnen onmiddellijk worden opgevuld. Niemand hoeft zich te schamen om te leren. De belangrijkste kennisbronnen zijn onze noodzakelijke nieuwe bondgenoten. De ex-kolonisator Nederland, die ons als medeverantwoordelijke voor wat we heden zijn, het beste kent, is onze belangrijkste bondgenoot in vele opzichten. Buurland Brazilië (zesde economie ter wereld) heeft zijn ex-kolonisator Portugal overleefd, gekopieerd (bijvoorbeeld in taal en cultuur) en wetenschappelijk en maatschappelijk overwonnen met zijn circa 200 miljoen inwoners.

President Desi Bouterse heeft Suriname misleid en in een ernstige economische en sociaal-maatschappelijke crisis doen belanden. Hij heeft de helpende hand van Nederland en Brazilië niet benut vanwege kennisgebrek en een zieke geest. Geen enkel land is autarkisch, we hebben elkaar nodig; Suriname heeft hulp nodig. Maar, die hulp zal nooit komen zolang Suriname toestaat dat een maffiabende het land als een maffiaorganisatie bestuurt. Kenmerken van een maffiastaat zijn valse schaamte, de normloosheid, corruptie, de fysieke afrekening (geweldsdreiging), geen noodzaak tot verantwoording van ondernemerschap, zwakke impulscontrole bij politici (te herkennen aan de incidentenpolitiek). Het laaggeletterde volk wordt onzeker en gelooft niet in eigen kunnen maar in de fantasieën van de maffiabaas, de macht van de luidruchtigste. De samenleving wordt een zeepbel, die bij de geringste speldenprik uit elkaar kan spatten. Wat je ziet is bedrieglijk, zonder inhoud en niet 'Suriname-eigen'. Men doet zich groter voor dan men werkelijk is, belooft gouden bergen en onhaalbare doelen. Cultuur(educatie), wetenschap en economie werken in Suriname niet concentrisch noch cumulatief samen naar hogere standaarden. Het land kan daarom niet op eigen kracht uit de greep van een onethische criminele onverschilligheid blijven. Men schaamt zich toe te geven dat er veel niet deugt, en ons volk op een laag ontwikkelingsniveau is beland. De saamhorigheid wordt verstoord door politieke aanstellers die het volk op het verkeerde been zetten en een bedrieglijke façade van schijnwelvaart ophouden.

Noodzakelijk herstel van de kennisinfrastructuur
Het Nederlandse woord 'Molen' is afgeleid van het Latijnse 'Molina'. De Molen is het door noeste arbeid verworven kwaliteitssymbool voor Hollandse producten, evenals de tulp en de klomp. De molentechnologie in Nederland weerspiegelt een bepaalde fase in de ontwikkeling van de nationale productie; voor overschakeling naar mechanisatie en automatisering. De productie-infrastructuur in Suriname was vroeger (1667-1863) vrijwel uitsluitend gebaseerd op Nederlandse wetenschap en technologie. De Surinaamse molen, een kopie van de Nederlandse, was ook in Suriname functioneel en basaal. Met name in de slavernij periode was het kennisniveau van de Molentechniek verlossend voor slavenarbeid, voor het energievraagstuk, verwerking van landbouwgewassen en voor een optimale arbeidsproductiviteit. Nederland is door de Molen groot geworden. Vanaf halverwege de 19e eeuw - na de afschaffing van de slavernij - liet Nederland Suriname in technisch wetenschappelijk opzicht in de steek. De concurrentie tussen de Europese staten onderling was moordend rondom de eeuwwisseling 1800/1900. De opkomst van de suikerbiet en moderne productiemethoden en uitvindingen -de stoommachine en later de elektriciteit en de op fossiele brandstof gebaseerde industriële ontwikkeling- trokken alle aandacht naar de interne Nederlandse economie en omringende Europese ontwikkelingen ten koste van Suriname (de koloniën). De kennisinfrastructuur in Suriname is sindsdien nauwelijks immanent structureel noch cumulatief gegroeid. Bijna alle wetenschap technologische 'vooruitgang' in de 20e eeuw is gebaseerd op fragmentarische import en door de kolonisator eenzijdig bepaalde militaire noodzaak. Voorbeelden: de districtenindeling (de huidige carnavaleske kleding van de districtscommissarissen en kapiteins ), geconcordeerde wetgeving (achterstand in codificatie vanwege onder andere luie juristen), medische faculteit, volksgezondheid, handhaving van een staand leger, de warrige taalkwestie, zijn voorbeelden van vroegere koppelingen aan de macht van de kolonisator zonder rekening te houden met de behoeften van de lokale bevolking.

(1) De na het slavernij- en molentijdperk aangerichte schade aan de kennisinfrastructuur, is de opkomende staat Suriname nooit structureel te boven gekomen. Onze kennis - infrastructuur is helaas een gatenkaas geworden en gebleven; niet gericht op ontwikkeling van de Surinaamse mens en maatschappij.

Grondstoffenleverancier en reservewiel van het westen
De gestagneerde wetenschap en technologie kreeg in de 20e eeuw een structureel andere wending (importafhankelijkheid) en Suriname werd van exporteur van landbouwproducten steeds meer grondstoffen leverancier voor expanderende economieën van het rijke westen (Amerika /Europa). De ruwe industriële grondstoffen verlieten vrijwel onbewerkt het land en werden als eindproduct vele malen duurder geïmporteerd door onze consumptie-economie. Alle eigen productie van eindproducten werd gefrustreerd, onmogelijk gemaakt en vernietigd; hout/meubelfabrieken, suikerfabriek (Marienburg), rijstfabriek (Wageningen); de mijnbouwsector (bauxiet/goud); de ambacht verdween helemaal.

(2) De tweede wereldoorlog (1940-1945) veroorzaakte de tweede grote aanslag op de Surinaamse kennisinfrastructuur. Het schaarse kader werd bovendien ingezet in de oorlog. Tussen 1945 en 1975 werd dit kennisgat enigszins opgevuld door uitgeweken intellectuelen uit Indonesië en uit Nederland teruggekeerde beursstudenten maar niet afdoende. De Javaanse cultuurgroep (15 % van de bevolking) werd het meest getroffen door twee rampzalige remigratiepogingen van meer dan duizend Javanen. De sterksten (meest succesvollen), best geschoolden, rijksten (men moest de overtocht zelf betalen) verlieten begin vijftiger jaren spoorslags Suriname. Zojuist gedekoloniseerd Indonesië zat niet op immigranten uit een Nederlands gekoloniseerd gebied te wachten. De animositeit tussen kolonisator Nederland en de vrije Indonesische nationalisten onder leiding van Soekarno frustreerde de vooruitgang van de Javaanse groep in Suriname.

(3) De massa-emigratie naar Nederland tussen 1965- 1975 veroorzaakte een derde desastreuze 
 'vlucht van kennis en kunde' uit Suriname. Kenmerk van de massamigratie in dit opzicht is het gegeven dat ook het middenkader en de laagopgeleiden vertrokken, omdat hen werk werd aangeboden in Nederland. Deze derde grote aanlag op de Surinaamse kennisinfrastructuur heeft het land teruggeworpen naar een nog lager abominabel niveau van maatschappelijk bewustzijn. De Surinaamse exodus, is kwalitatief en kwantitatief en mentaal wereldwijd bezien de meest rampzalige koloniale migratie die de mensheid gekend heeft. Deze conclusie trokken Vietnamese sociologen in de jaren zeventig die het verschijnsel “bootvluchteling” in hun land trachten te doorgronden en grondig studie deden over de Surinaamse migratie. Herstel van de migratieschade betekende vechten tegen de bierkaai.

(4) DE HELAASHEID. Maar, de vierde desastreuze klap op onze kennis- en technologische infrastructuur kwam na de onafhankelijkheid toen Nederland de Culturele Samenwerking met Suriname prompt ophief. Vanaf 1975 zijn vooral de kunst, cultuur (studies in noodzakelijke wetenschapsgebieden waarmee je niet rijk wordt) , kind van de rekening geworden. Er volgde een abrupte studentenstop. De stopgezette beursregelingen zijn nooit adequaat vervangen; Suriname had eenvoudigweg het geld er niet voor.

De vierde aanslag op onze nationale kennisinfrastructuur veroorzaakte een vergeten en verloren generatie. Suriname werd afhankelijk van een handvol na de tweede wereldoorlog teruggekeerde intellectuelen, die geradicaliseerd waren door het marxisme van de rebelse Nederlandse jongeren en talloze frustraties als minderheid onder andere door het ervaren van opkomend racisme in Nederland. Er wortelde zich gelijktijdig een overwaardering van de geremigreerde intellectueel, die niet werd getoetst op zijn gedrag, maar louter op zijn formele titels. Na de staatsgreep van 1980 werd deze schaarse voorraad intellectuelen - bijna de gehele jongere intellectuele elite - gepolitiseerd, en uitgemolken door de militaire dictatuur die zich grillig aan het ontwikkelen was.

Gelukkig hebben de interne ontwikkeling van de Universiteit van Suriname en andere particuliere hogere beroepsopleidingen voorkomen, dat er een complete stilstand kwam in mentale ontwikkeling van de maatschappelijke bovenlaag. Desintegratie van de poreuze kennisinfrastructuur in het land is God zij dank voorkomen. De helaasheid van 40 jaren postkoloniale ontwikkeling is het verschijnsel dat de Surinaamse maatschappij met haar eigen kennis en kunde, er niet in is geslaagd het legitieme eigenbelang van de Surinaamse mens te onderscheiden van het historische inhaligheid van de ex-kolonisator en de buitenlandse multinationals. Het trieste voorbeeld hierbij is de recente klungelige wijze waarop de regering omgaat met de Amerikaanse multinational Alcoa en haar Surinaamse dochter Suralco na 100 jaren ‘samenwerking’ in de bauxietsector. Suriname slaagt er niet in om een eeuw samenwerking (lesgeld) te benutten voor innovatie van de mijnbouwsector, de Amerikanen daarentegen maakten tactische afspraken met de Billiton en diversifieerden hun aanwezigheid door in de goudsector te interveniëren. Uit verslagen van de vereniging van geologen in Suriname blijkt, dat Suriname geen bauxiet/mijnbouwkennis heeft gecumuleerd en na een eeuw lessen met een metallurgische gigant afhankelijk is van buitenlandse kennisbronnen.

Suriname zal voor een doorstart van onze kennismaatschappij naar een hoger plan, stappen terug moeten doen naar de fase van de molentechnologie twee eeuwen geleden. Niet om het wiel weer uit te vinden, maar om van onderop te werken aan een nieuwe mentaliteit; het eenvoudige te eren. Het devies is acute heropvoeding. Wij dienen onze wetenschap te baseren op het eigene en moeizaam verworvene en burgers leren elkaar niet te bedriegen. Belofte maakt schuld. Men moet zijn beloften en afspraken nauwgezet nakomen op straffe van diskwalificatie. Alleen door een grondige herziening van onze ethiek, het burgergedrag en de kennisinfrastructuur kan er een eind komen aan het opportunistisch wangedrag van een funeste kleine gecorrumpeerde machtsgroep, die helaas haar trieste schaduw van onkunde werpt over een prachtig volk dat uitbuiting door eigen mensen niet verdient.

Ludwich van Mulier, 
Nijmegen, 
5 januari 2016. 
ANS Persbureau.

Oud-voorzitter ASFA vindt dat vakbeweging mede schuldig is aan groot ambtenarenapparaat

Vakbonden hebben te weinig daadkracht getoond om aanzwellende ambtenarij te beteugelen

C-47 Voorzitter Berenstein: 'Vakbeweging heeft geen enkele invloed op aannemen ambtenaren'


De ambtenarij is sinds de jaren zeventig in omvang blijven groeien. 'Ik heb er geen vertrouwen meer in dat deze trend ooit zal ophouden. Dit is één van de belangrijke problemen van verspilling waarmee ons land al decennia lang kampt', zei Waldo Ramdihal, oud-voorzitter van de Associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA) dinsdag tijdens een discussieavond van de Kenniskring, zo bericht vandaag, donderdag 7 januari 2016, de Ware Tijd.

Tijdens de discussieronde kreeg een andere inleider, C-47-voorzitter Robby Berenstein, de wind van voren over het gebrek aan daadkracht bij de vakbeweging om de aanzwellende ambtenarij tot beheersbare proporties terug te brengen.

Hij erkende, dat het ongezond is voor Suriname dat een derde van de werkende klasse ambtenaar is. Berenstein was het echter niet eens met de kritiek op de vakbeweging. 'Die heeft geen enkele invloed op het aannemen van ambtenaren. Dat ligt volledig in handen van de regering.'


Zowel lokale deskundigen als bijna alle buitenlandse financiële waakhonden waarschuwen consequent tegen het groeiende overheidsapparaat. Tijdens de begrotingsbehandeling werden ook kritische vragen gesteld over de forse toetreding van mensen in overheidsdienst rond de verkiezingen. Naar schatting zijn er ruim tienduizend mensen in dienst genomen door de overheid.

Critici schatten dat de overheid dit jaar een recordbedrag van minstens Srd 1,6 miljard aan lonen zal uitbetalen.

Minister Van Dijk-Silos: 'Hoe kan ik in vijf maanden zoveel zien, terwijl anderen in vijf jaren niets zagen?'

Bewindsvrouwe tevreden over haar personeel en gros is niet corrupt

Dit jaar wordt aanvang gemaakt met instellen Raad voor de Kinderbescherming


Minister van Justitie en Politie Jennifer van Dijk-Silos heeft gisteren tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van haar ministerie een motivatietoespraak gehouden voor het personeel van het dienstonderdeel Justitie. Voor wat beleid betreft komt het ministerie, na de evaluaties, volgens de minister niet geweldig uit de bus. Het gaat ook niet geweldig als het gaat om corruptie. De minister zei wel blij te zijn, dat het gros van het ministerie niet corrupt is. Dit bericht het Dagblad Suriname vandaag, donderdag 7 januari 2016.

De minister herhaalde telkens dat zij veel bewondering heeft voor het personeel van het ministerie. 'Als ik geplukt wordt uit het bedrijfsleven en geplaatst wordt op Justitie en naar het niveau van werken, denken, beleidsuitvoering en faciliteiten kijk, dan schrik ik. Het ligt niet aan het personeel, maar aan de diverse leiders die het ministerie heeft gehad. Want hoe kan ik in vijf maanden tijd zoveel zien, terwijl de anderen in vijf jaren niet zagen. Dat betekent dat de wil om het doel waar dit ministerie voor stond, voort te zetten er niet is.'

Er zullen volgens Van Dijk-Silos dus nieuwe maatregelen worden getroffen. Midden februari zijn alle oriëntatiesessies afgelopen en wordt het strategisch actieplan aan elkaar gevoegd. Het ministerie heeft iemand speciaal aangetrokken die internationale donoren zal aantrekken, gezien de financiële afdeling van het ministerie het niet kon doen.

'Interne controle van ons doet alleen kascontrole', zei Van Dijk-Silos. De afdeling Interne Controle van het ministerie zal zwaar worden uitgebouwd. Het huidig functioneren laat volgens de minister te wensen over. Er zal dit jaar de basis worden gelegd voor het instellen van de Raad voor de Kinderbescherming. Hier is er veel wetgeving en deskundigheid voor nodig. Er zal een aantal faciliteiten gebouwd moeten worden. Volgens de minister is de uiterste geplande datum 1 januari 2018.

Er komt ook met de UNDP, het Ontwikkelingsprogramma van de VN, een project voor een Mensenrechten Instituut. De manier waarop het Bureau Mensenrechten heeft gefunctioneerd, is volgens Van Dijk-Silos zeer onbevredigend en schadelijk voor Suriname.

Een van de mooiste trajecten van het ministerie is het human resource traject. Dit houdt in dat de competenties zullen worden ingevuld. Het personeel zal hierbij rechtszekerheid krijgen over hun positie. Er zal worden nagegaan in hoeverre men benadeeld is geworden door het FISO (Functie Informatie Systeem van de Overheid).

'Een goede manager staat boven alles en heeft oog voor alle onrechtvaardigheid. Daarom neem ik elk hoofd van elke afdeling kwalijk die op basis van subjectieve gronden, benoemingen heeft tegengehouden. Die tijd is voorbij', zei de minister.

De minister heeft in de vijf maanden op het ministerie gemerkt dat het ministerie op een heel achterlijke –dit corrigeerde de minister in primitieve- wijze functioneert. Hier wil de minister verandering in brengen. 'Als er mensen zijn die denken dat ze er zijn omdat men aan een baan moet, zullen zij zichzelf uitselecteren. Die zullen de competentie niet hebben om door te gaan', aldus Van Dijk-Silos.

Legale autohandel in Suriname dreigt ten onder te gaan aan vooral illegaal opererende handelaren

Vereniging van Auto-importeurs in Suriname is situatie beu en trekt aan de bel

VAIS wil regulering voor het onderling verhandelen van auto's


De legale autohandel hangt aan een zijden draadje. Als de overheid niet tijdig ingrijpt, dreigt de branche de afgrond in te gaan. De Vereniging van Auto-importeurs in Suriname (VAIS) luidt daarom de alarmbel. 

Voorzitter Satjendew Jainath zegt vandaag, 7 januari 2016, in de Ware Tijd, dat illegaal opererende autohandelaren de grootste oorzaak zijn van deze zorgwekkende toestand. De algehele huidige precaire financiële situatie speelt ook een rol, maar in mindere mate. Bonafide autohandelaren kunnen volgens Jainath niet opboksen tegen de oneerlijke concurrentie die veroorzaakt wordt door de aanwas van malafide ondernemers.
Soebhaas Bhaggoe, eigenaar van Bhaggoe's Car Center, heeft van zijn vijf filialen al één moeten sluiten en ook personeel moeten afvloeien. 'Ik kan niet slapen. Mijn bedrijf draait nu op verlies. In december heb ik maar drie auto's verkocht.'
De illegale handelaren hebben doorgaans geen arbeiders in dienst en daardoor ook geen verplichte uitgaven zoals salarissen en heffingen. Hierdoor kunnen zij zich permitteren om auto's tegen aanzienlijk scherpere prijzen aan te bieden.
'Ook de overheid loopt aardig wat inkomsten mis, want de sector is een hele grote verdiener voor de Staat', zegt VAIS-voorzitter Jainath. Op jaarbasis worden naar zijn schatting twaalfduizend auto's geïmporteerd. Dat levert de overheid aan geïnde invoerrechten bijna 150 miljoen Srd op.
Jainath ziet ook graag regulering voor het onderling verhandelen van auto's. Hij constateert dat daaraan risico's verbonden zijn wanneer de overschrijving niet correct plaatsvindt en stelt daarom voor dat deze transactie via officiële autohandelaren gebeurt.

Verwarring over aansluitkosten EBS

Aansluitkosten EBS worden dus niet geheel afgeschaft....

Alleen vrijstelling van voorzieningskosten
 

Volgens technisch directeur Marcel Eyndhoven, belast met de waarneming van de leiding van de NV Energiebedrijven Suriname (EBS), zouden met ingang van januari 2016 burgers niet meer worden belast met de kosten van aansluiting voor energie. Dit zei hij medio oktober 2015, zo bericht vandaag, donderdag 7 januari 2016, het Dagblad Suriname. 

Eyndhoven zegt nu echter, dat burgers geen netvoorzieningskosten meer hoeven te betalen. De aansluitkosten van paal naar huis zullen dus wel gewoon worden geïnd.

'De kosten die men vroeger voor de aansluiting betaalde, bestond uit twee delen, huisaansluiting en netvoorziengen. De mensen werden alle kosten van het verwisselen van trafo’s, kabels, enzovoorts in rekening gebracht. Dat valt weg. Dat wat op straat moet gebeuren, is niet meer voor de mensen. Daar zal het bedrijf voor opdraaien. Vanaf 1 januari betaalt men alleen voor kosten van de paal van de straat naar de huizen', aldus Eyndhoven.

De aansluitkosten verschillen van aansluiting tot aansluiting. Daar kan Eyndhoven echter geen exact tarief voor aangeven.

Het ziet ernaar uit, dat men verkeerde informatie de deur heeft doen uitgaan of de EBS komt nu terug op een eerder afgelegde verklaring. Velen verheugden zich erop, alds het dagblad, dat zij niet meer hoefden te betalen voor aansluitkosten en staakten hun aanvraag tot 1 januari 2016. Nu blijkt dat het wachten niet beloond wordt.

Ministerie van Justitie en Politie streeft naar 4e RAIO-opleiding

Minister Van Dijk-Silos wil voor zittende- en staande magistratuur aparte opleiding


'We hebben een tekort aan rechters en Officieren van Justitie'

 
Het ministerie van Justitie en Politie zal er alles aan doen om het geld rond te krijgen voor een vierde cursus Rechtelijke Ambtenaar In Opleiding (RAIO). Dat geld komt hoogstwaarschijnlijk uit een lening bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, zo bericht de Ware Tijd vandaag, donderdag 7 januari 2016.

'Wij kunnen hierdoor Nederlandse deskundigen inhuren en dat betekent dat we verzekerd kunnen zijn van de vierde RAIO-opleiding', zei minister Jennifer Van Dijk-Silos gisteren bij de huldiging van jubilarissen van de rechtelijke macht in de Congreshal in Paramaribo.
De bewindsvrouwe wil voor zowel de zittende als staande magistratuur een aparte RAIO-opleiding. Ook bij de RIO-raad voor het versneld opleiden van rechters, moeten deze twee groepen los van elkaar opgeleid worden.
'We kunnen hierdoor meer mensen opleiden. We hebben een tekort aan rechters en Officieren van Justitie', zegt de minister in een reactie.

Zij wijst erop, dat slechts een kleine groep de eindstreep haalt en daarom moeten er continu opleidingen verzorgd worden. Er melden zich per keer twintig tot dertig mensen, van wie er uiteindelijk tien worden toegelaten. Vervolgens valt hiervan de helft af.
Waarnemend procureur-generaal Roy Baidjnath Panday verwelkomt de vierde RAIO-opleiding, omdat er zowel bij het Openbaar Ministerie als het Hof van Justitie sprake is van vergrijzing. Er gaan mensen met pensioen en anderen vallen uit wegens ziekte. 'De werkdruk wordt hierdoor groter en het is niet ideaal om met weinig mensen het werk te klaren', zegt Baidjnath Panday.

Geoloog Eddy Monsels: Stopzetting schelpafgravingen technisch correct, maar timing ongelukkig

'Toestemming verlenen voor schelpafgravingen is bijna een misdaad'


'Wit savannezand zou schelpzand kunnen vervangen'


Het besluit tot stopzetting van schelpafgravingen aan de kust bij Braamspunt is milieutechnisch verdedigbaar. In een land waar grote delen van de kust door natuurgeweld worden weggeslagen en naar de diepere zee worden afgevoerd, (Weg naar Zee, Coronie) is het bijna een misdaad om toestemming te verlenen aan ondernemers om in delen, waar de afslag niet plaatsvindt, materiaal te laten afvoeren voor verkoop. Aan de andere kant hebben de ondernemers lopende bedrijven met personeel en met financiële kredietverplichtingen. 

Een abrupte stopzetting slaat een gat in de bedrijfsvoering, en dan niet slechts financieel en qua personeel. De sectoren waar dit materiaal in gebruikt wordt, krijgen een stilstand met mogelijk nog grotere personele en financiële gevolgen, door bijvoorbeeld stopzetting van bouwwerken, dus ook die van de overheid. Een geleidelijke afbouw in de orde van enkele weken of nog minder maanden, waarbij er ook naar alternatieven wordt gekeken voor zowel de materialen als de constructie technieken, zou voor het land als geheel een optimale oplossing zijn.

Natuurlijk zullen de ondernemers 'naar goed koopmans gebruik' de periode zo lang als mogelijk willen rekken, onder andere met semi-emotionele verhalen over de teloorgang van hun bedrijf of van hun toeleveringsprojecten, maar een coördinatie en begeleiding door de overheid, zowel technisch, geotechnisch als milieutechnisch zal de deze periode tot een optimaal minimum moeten beperken. Het zoeken naar alternatieven zal ook snel op gang moeten komen.

De afgraving bij Braamspunt gebeurt nabij, net boven of net onder het zeewater niveau. De kustlijn die in optimale toestand boven het zeeniveau hoort te zijn, wordt dus bij Braamspunt verlaagd. De Henck Arronstraat is op bepaalde plaatsen tussen het presidentieel paleis en de Letitia Vriesdelaan meer dan drie meter boven rivierniveau, vanwege de natuurlijke aaneen kitting van de daar voorkomende schelprits in eeuwen tot een massieve schelpbank, en het zou enkele eeuwen kosten om deze straat onder water te zien gaan. De wegen met een zand of kleibasis in Paramaribo Noord zijn daarentegen bij een hoge vloedstand of bij regenbuien vaker slechts watervrij, bij goede werking van sluizen en gemalen. In de zuidelijke richtingen van achtereenvolgens Latour, Houttuin, Domburg, Lelydorp, Onverwacht, Republiek, Zanderij, Kraka, en Klaaskreek wordt de grond steeds hoger. De top van de berg te Berg en Dal is net onder de 100 meter boven zeeniveau.

Afgraven in savannegebieden, gelegen aan de voet van de bergen, zal minder gevolgen hebben voor de hoogteligging, omdat de savannes vanaf Zanderij en Powakka meestal vanaf 25 meters, en vaak meer dan 30 meter boven het zeeniveau voorkomen. Aangezien de geldende mijnwet ook voor die gebieden de maximale graafdiepte bepaalde op drie meter, kan er binnen de savanne nooit dichtbij of zelfs onder het zeeniveau gegraven worden. Het kan van belang zijn om hier aan te geven dat de locatie White Beach evenwijdig aan km 27 van de Afobakaweg, geen natuurlijk wit zand heeft, maar met materiaal, dat vanuit de omgeving van Carolina getransporteerd werd, is aangelegd. Dit is van een 20 km zuidelijker gelegen locatie evenwijdig aan km 48 van de Afobakaweg.

De witte savannezanden kunnen de schelpzanden bij veel toepassingen vervangen, maar niet bij alle. De witte zanden zijn ook verder gelegen, en niet dichter bij dan 44 kilometer uit Paramaribo centrum. Vrijwel alle winbare locaties zijn niet gelegen aan rivieren, dus wieltransport of wiel en water transport zal nodig zijn.. De zanden zijn wel fijner maar in veel opzichten resistenter, waarbij het kwarts van de savannen een hardheid haalt van 7 (zeven) op de internationale hardheids schaal, terwijl kalk van schelpzand nooit verder komt dan hardheid 4. Savannezand heeft echter vaak wortels en ander plantaardige vervuiling maar met wassen, dat reeds door 2 grote bedrijven gedaan werd, kan hieruit een goed materiaal worden verkregen. Zeeschelpen van Braamspunt hebben helaas ook zeezout, wat enkele toepassingen beperkt. Savannezand is beperkt vruchtbaar, dus beperkt toepasbaar in de landbouw. Beide materialen hebben hun voordelen en nadelen, maar omdat de afgraving van het ene materiaal schadelijk is voor onze kust, verdient het aanbeveling om geleidelijk, maar wel optimaal snel, over te schakelen.

Savannezand komt voor Paramaribo het dichtst bij voor in Para, Zanderij en Powaka. De boedel en grondenrechten problematiek kunnen belemmerende factoren zijn, maar er zijn gebieden die net buiten de aan rivieren en kreken gelegen plantages vallen. Verder kunnen bij goed overleg ook de Para plantages betrokken worden, omdat een concessie niet inhoudt dat het gebied wordt afgestaan, maar dat het recht wordt verleend om in een beperkte periode tot een beperkte diepte van tot nu toe drie meters zand af te graven, met in specifieke gevallen medewerking van de plantages. De stopzetting van afgraving van schelpzand in een land alwaar elders op grote schaal landafslag plaats vindt is correct. Werken aan een alternatief past in elke beschaafde maatschappij. In acht neming van de belangen van de kwaliteit van de drinkwatervoorziening vanuit deze gebieden zal ook deel moeten uitmaken van het pakket van controlemaatregelen op de nieuwe ondernemers .

In 2012 is er zand vanuit Houttuin in Wanica in de laaggelegen Surinaamse kustvlakte getransporteerd naar Powakka, gelegen in de duidelijk hogere savannegordel aan de voet van het Bergland van Guiana. Dat gebeurde voor het ceremoniële startsein van de aanleg van een weg van Powakka naar Zanderij. Er is daarbij 200 meter weg ontbost, maar de weg is nooit aangelegd. De prachtige hoop van duizenden kubieke meters bruingeel zand in de spierwitte savanne staat er tot heden. De overheid heeft eveneens in 2012 van alle concessionarissen in die regio een zone van 100 meter breedte langs de wegen teruggevorderd voor de aanleg van een toekomstige highway naar Brazilië, waarbij de huidige weg de westelijke rijbaan zou worden, voor een baan voor normaal langzaam verkeer, voor een fiets/bromfietspad, voor telefoonkabels, waterleiding, en voor de afwatering. De zone is nu reeds vrij en kan na de standaard formaliseringen door de minister van Natuurlijke Hulpbronnen onder streng toezicht door ondernemers in landsbelang ontbost en geëgaliseerd worden, met afvoer van de hoger gelegen delen voor inzet bij bouwwerken in het kustgebied. Transport vanuit deze savannegordel van minimaal 20 km breedte noord-zuid zou een serieuze oplossing kunnen zijn, indien gereguleerd door de overheid en niet overgelaten wordt aan ondernemers met een eigen interpretatie van naar goed koopmans gebruik'.

Als NV Dalian, NV Haukes en NV Kuldipsing in staat waren om, na uitputting van hun bekende natuurlijke bouwmaterialen, uit combinaties van bekende maar beperkt geschikte materialen nieuwe wel bruikbare bouwmaterialen te produceren voor beton, asfalt en algemene wegenbouw, zullen Mahinder, Paimin en Ronald daar ook aan moeten gaan werken.

Drs. Eddy Monsels

Suriname organiseert half juni 2e Suriname International Mining, Energy & Petroleum Conferentie

Surimep 2016 brengt alle belangrijke actoren mijnbouw-, energie- en aardoliesectoren Suriname en regio onder één dak



De tweede tweejaarlijkse Suriname International Mining, Energy & Petroleum (Surimep-2) conferentie en tentoonstelling staat voor de deur en wordt gehouden van 14 tot en met 16 juni 2016. De organisatie hiervan ligt in handen van AME Trade Ltd in samenwerking met het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen.

De eerste editie van dit evenement, welke in 2014 werd gehouden, telde meer dan 350 deelnemers, 25 sponsoren en 45 exposanten uit 24 landen. Er waren onder andere delegaties afkomstig uit Frans-Guyana, Venezuela en Trinidad & Tobago. Het thema van Surimep 2016 is 'Optimising resource industry linkages to catalyze Suriname’s economic development'

Tijdens deze conferentie zullen de volgende onderwerpen aan de orde komen:

• overzicht van Suriname’s Resource Industry;
• open for Business. Suriname lijkt te groeien en haar investeringsmogelijkheden uit te breiden;
• infrastructurele verbanden en ambitieuze ontwikkelingsplannen;
• productieverbanden en waardeketen;
• Suriname’s nationaal energiesysteem, water en andere hernieuwbare energiebronnen;
• downstream verwerking van ruwe olie;
• Suriname’s goudindustrie;
• kleine- en grootschalige goudwinning;
• Suriname, de volgende grote olie-ontdekking;
• technologische innovatie in de olie- en gasindustrie;
• Suriname, het groenste land ter wereld;
• resource industrie, een katalysator voor de economische ontwikkeling van Suriname. 

Surimep 2016 zal alle belangrijke actoren van de mijnbouw-, energie- en aardoliesectoren van Suriname en de regio onder één dak brengen. De mogelijkheden zullen daarbij gepresenteerd en besproken worden. Daarnaast zal ook gekeken worden naar trends en verwachte ontwikkelingen door middel van het delen van kennis en presentaties van vooraanstaande organisaties.

FBI betrokken bij onderzoek naar smokkel grote hoeveelheden illegaal goud uit Guyana

Wekelijks verdwijnt 15.000 ounces ruw goud naar Suriname, VS, Brazilië en Europa


Zo'n 15.000 ounces ruw goud verdwijnt wekelijks uit Guyana, zegt minister Raphael Trotman van Natuurlijke Hulpbronnen. Hij heeft bekend gemaakt, dat het Amerikaanse Federal Bureau of Investigation (FBI) en Homeland Security naar deze zaak kijken, zo bericht de Guyanese nieuwswebsite Demerara Waves vandaag, donderdag 7 januari 2016.

Hij zei gisteren tijdens een persconferentie, dat het meeste smokkelgoud rechtstreeks uit eigen land afkomstig is, maar dat het ook gaat om goud uit andere Zuid Amerikaanse landen. Volgens de bewindsman verdwijnt het goud via diverse havens naar Suriname, de VS, Brazilië en Europa.

De Guyanese 'Gold Board' kondigde onlangs aan, dat het 451.490 ounces legaal goud heeft geregistreerd, daarmee de doelstelling voor 2015 van 380.000 ounces overstijgend en dat de exportinkomsten zo'n 500 miljoen Amerikaanse dollar bedragen.

Trotman zei, dat jaarlijks zo'n 50 tot 60% van Guyana's werkelijke goudproductie het land wordt uit gesmokkeld.

De bewindsman heeft onlans gesproken met de FBI en Homeland Security die onderzoek doen in deze zaak.

Recent heeft Guyana de VS benaderd voor hulp bij het veroordeeld kunnen krijgen van een man die grote hoeveelheden goud naar New York zou hebben gesmokkeld. East Bank Essequibo zakenman Christopher Baldeo wordt beschuldigd van de smokkel van goud ter waarde van zo'n 69.142 Amerikaanse dollar rond 6 en 7 februari 2015.

Baldeo is niet een goudexporteur met een licentie en hij heeft bij vertrek uit Guyana het goud niet aangegeven bij de douane op de Cheddi Jagan Internationale Luchthaven op 6 februari 2015.

(Red. De Surinaamse Krant/Demerara Waves, Guyana)

Bushouders aangesloten bij de OBS wachten nog steeds op betaling door overheid

OBS-voorzitter Themen vreest bij niet betaling deze maand complete lamlegging schoolvervoer


De Organisatie van Bushouders in Suriname (OBS) is niet te spreken over het uitblijven van de betaling van haar leden. Ruim tien procent van de meer dan vierhonderd bus- en ongeveer tachtig boottrajecten, moest al sinds 15 december ontvangen over de maand november. Kenneth Themen, voorzitter van de OBS, zegt vandaag, donderdag 7 januari 2016, in de Ware Tijd, dat de schoolvervoerders de situatie beu zijn. 

'Ik heb hen gevraagd om nog een week vol te houden, maar als er medio januari geen oplossing komt, dan vrees ik voor een complete lamlegging van het schoolvervoer.'

Verantwoordelijk minister Robert Peneux van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, was gistermiddag nog niet in staat te reageren, omdat hij nog moest terugkoppelen met zijn administratieve diensten.
Themen zegt dat alle stukken van de bushouders in orde zijn. Het kan er bij hem niet in, dat de schoolvervoerders vanwege een administratieve rompslomp hun geld nog niet hebben.

'Mijn mensen moeten uitbetaald worden', zegt de OBS-voorzitter. Themen zegt dat de OBS er bij blijft, dat reçu's niet bij delen moeten worden doorgestuurd, want het zorgt ook voor onoverzichtelijkheid voor het ministerie van Financiën.

Assembleeleden uit binnenland niet happig om te reageren naar media op kwestie scalians in Sarakreekgebied

Ministerie van NH informeert bewoners gebied 8 januari over scalianactiviteiten in hun leefgebied


Inwoners van het Sarakreekgebied worden morgen door het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen geïnformeerd over de goudwinningsactiviteiten van salians in het gebied. Drie scalianeigenaren hebben vanaf 31 december 2015 toestemming gekregen van het ministerie om hun activiteiten te verplaatsen naar Sarakeek, zo is vandaag, donderdag 7 januari 2016, te lezen in de Ware Tijd.

In het derde kwartaal van 2015 werds besloten om de drijvende goudbedrijven op het stuwmeer aan banden te leggen. Deze bedrijven hebben nu vergunning.


Ronnie Asabina, toenmalig parlementslid voor de BEP, heeft keer op keer zijn stem laten horen over de activiteiten op het stuwmeer. Hij is als klankbord opgetreden toen de dorpelingen hun beklag wilden doen, maar als hem nu om een reactie wordt gevraagd, wil hij echter niets zeggen. Niet hij alleen houdt de lippen stijf op elkaar, ook de parlementariërs Frederik Finisie (NDP) en Diana Pokie (ABOP).

Pokie zegt, dat zij bij de begrotingsbehandeling volgende week dit thema zal aansnijden.

Als parlementariër in het vorige college had Asabina gedreigd een motie in te dienen om de winning van goud op de bodem van rivieren en kreken aan banden te leggen en gefaseerd af te bouwen. Hij was van oordeel dat de mijnbouwwet niet voorziet in die manier van goudwinning.

Sarakreek is één van de gebieden waar het rivierwater vervuild is, waardoor de lokale bewoners geen drinkwater hebben. Slechts de was kan nog gedaan worden. Vernomen wordt, dat na het verplaatsen van de activiteiten naar Sarakreek drinkwaterleidingen zullen worden aangelegd.

Pertjajah Luhur, VHP en NPS bundelen krachten inzake terugroepen Sapoen en Chitan


NPS, VHP en PL staan op standpunt, dat Sapoen en Chitan geen Assembleeleden meer zijn


De politieke partijen Pertjajah Luhur (PL), de NPS en de VHP hebben besloten samen ten strijde te trekken tegen onder andere het Centraal Hoofdstembureau (CHS). Deze partijen vinden, dat het CHS invulling moet geven in de ontstane vacatures. Volgens genoemde partijen zijn Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan geen Assembleeleden meer. Sapoen en Chitan blijven zich echter op het standpunt stellen dat zij nog steeds deel uitmaken van De Nationale Assemblee.

Paul Somohardjo, voorzitter van de PL, zegt vandaag, donderdag 7 januari 2016, op Starnieuws dat de structuren van de partij vinden dat de rechtsstaat hersteld moet worden.

In een brief aan de PL heeft het CHS te kennen gegeven, dat Sapoen en Chitan niet op rechtmatige gronden zijn teruggeroepen. Op grond hiervan zijn er geen vacatures. De Kantonrechter heeft bij vonnis bepaald, dat de partijraadsvergadering van de PL, waarin de terugroeping werd bepaald, wel rechtsgeldig was.

De advocate van Sapoen en Chitan, Nailah van Dijk, heeft reeds aangegeven dat het vonnis wordt aangevochten. Somohardjo zegt, dat Assembleevoorzitter Jennifer Geerlings-Simons is aangeschreven om Sapoen en Chitan niet meer uit te nodigen voor activiteiten van De Nationale Assemblee.

Inmiddels hebben de NPS en de VHP een onderhoud gehad met hun advocaat Gerold Sewcharan. Zij hebben besloten gezamenlijk op te treden. De VHP vindt, dat het CHS Barkat Mohabali in Wanica gekozen moet verklaren. Hij moet in de plaats van Sapoen komen. In Saramacca moet Chitan volgens de NPS plaatsmaken voor Prim Sardjoe.

NPS-voorzitter Gregory Rusland bevestigt tegenover Starnieuws, dat het hoofdbestuur van de partij gisteravond vergaderd heeft. Afgesproken is om het verdere traject samen te vervolgen.

Directeur BOG weerspreekt kritieken op aanpak bestrijding zika-virus

Resida: 'Primaire aanpak is niet het bespuiten van wijken'


Het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG), dat belast is met de bevordering en bewaking van de algemene gezondheid, krijgt de wind van voren als het gaat de bestrijding van het Zika-virus in Suriname. Van het BOG wordt verwacht dat het wijken gaat bespuiten, maar dit is volgens directeur Lesley Resida niet de primaire aanpak, zo bericht de Ware Tijd vandaag, donderdag 7 januari 2016.

Hij wijst er maar weer eens op, dat het opruimen van broedplaatsen en het beschermen van jezelf van bijzonder belang zijn in de strijd tegen het virus. Resida zegt, dat zelfs de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) pesticiden toetst die worden gebruikt bij de bespuiting, omdat sommige schadelijk blijken te zijn voor de mens. Hij benadrukt verder ook het belang van voorlichting.
Verder wil Resida niet precies zeggen of het ministerie Volksgezondheid geld heeft vrijgemaakt. 'We hebben geen contant geld gezien, maar hebben wel producties gemaakt, die over een dag of twee op radio en televisie zullen worden uitgezonden.' Hij benadrukt dat het BOG continu bezig is. Er zijn  afspraken gemaakt met de Medische Zending en de Regionale Gezondheidsdienst.
Het bureau heeft afgelopen dinsdag met districtscommissarissen vergaderd. Districtscommissaris van Wanica Roline Samsoedien zegt, dat het Burger Informatie Centrum zal worden ingezet bij de voorlichting. Zij zegt ook, dat de gemeenschap een verantwoordelijkheid heeft. 'Surinamers moeten verantwoord omgaan met hun afval. Het moet bij elke burger doordringen dat wij verantwoordelijk zijn voor een schoon milieu. Houd je omgeving schoon, dan blijft alle ziekte weg.'

Veel defecte parkeermeters in centrum Willemstad op Curaçao

Diverse bezoekers Sehos parkeren gedwongen twee keer zo duur op nieuw privé parkeerterrein


In de binnenstad van Willemstad, waar betaald parkeren verplicht is, zijn regelmatig veel parkeermeters defect. In de directe omgeving van het Sint Elisabeth Hospitaal (Sehos) waren gisteren tenminste vier apparaten buiten gebruik, zo meldt een dag later, vandaag, donderdag 7 januari 2016, het Antilliaans Dagblad.

Sommige meters vertonen al enkele weken mankementen. Soms is er een grote sticker in opvallende kleuren, zodat al van enige afstand duidelijk zichtbaar is dat de machine geen geld accepteert en dat naar een andere gezocht moet worden. Maar, meestal is slechts op een uiterst moeilijk leesbaar scherm van heel dichtbij te lezen dat het apparaat ‘out of order’ is.

Om een wielklem en boetes te voorkomen parkeert een deel van de bezoekers van het ziekenhuis in Otrobanda noodgedwongen, maar op een onlangs opengesteld privéparkeerterrein. Kosten: wel twee keer zo duur.

Parking Authority Curaçao (PAC), een private onderneming, is exclusief belast met het beheer en de controle op betaald parkeren. Global Metals nv heeft de concessie voor PAC dat sinds 2010 operationeel is.

Fundashon pa Planifikashon di Idioma op Curaçao waarschijnlijk dicht vanwege onderzoek financieel wanbeleid

FPI niet gesloten in verband met inventarisatie


De stichting voor taalplanning Fundashon pa Planifikashon di Idioma (FPI) is niet tot nader orde gesloten in verband met een inventarisatie, maar waarschijnlijk om onderzoek te doen naar onder andere financieel wanbeleid bij de stichting. Dat hebben bronnen dicht bij de stichting tegenover de redactie van het Antilliaans Dagblad verklaard,zo bericht dit dagblad vandaag, donderdag 7 januari 2016.

Afgelopen dinsdag publiceerde de Papiamentstalige ochtendkrant Extra een advertentie, waarin melding werd gemaakt dat het instituut in verband met een inventarisatie, sinds 4 januari tot nadere bekendmaking gesloten is. Een deel van de circa tien personeelsleden in vaste en of tijdelijke dienst, is tijdens een eindejaarlunch op 22 december geïnformeerd dat ze voorlopig niet naar het instituut hoeven te komen, c.q dat hun tijdelijk dienstverband was verstreken. Het personeel kreeg ook te horen dat het instituut geen subsidie meer ontvangt, zo meldden de bronnen.

Het is nog niet duidelijk wat de sluiting en het niet meer inzetten van de parttimers inhoudt voor de verplichtingen die het instituut in het verleden is aangegaan. Zo had de FPI projecten om boekenpakketten voor de middelbare scholen samen te stellen. In sommige gevallen waren de middelen daarvoor ook al verstrekt. Begin december moesten medewerkers al hun sleutel van het kantoor inleveren, beveiligers van Securitas openden en sloten vanaf dat moment het kantoor.

De bronnen stellen, dat er sinds langere tijd het een en ander mis is bij het instituut. De jaarrekeningen over 2013 en 2014 zouden niet op tijd zijn opgesteld. Het bestuur heeft in het verleden een personeelslid voor de financiën en salarisadministratie aangetrokken, die niet over de vereiste kennis en ervaring beschikte om het werk te doen. Deze persoon is ondertussen op staande voet ontslagen. Dit personeelslid zou zichzelf onder andere in een hogere salarisschaal hebben geplaatst en zichzelf conform die verhoging uitbetaald hebben. De voorzitter van het bestuur is ook niet meer in functie. Deze persoon die geen enkele affiniteit of expertise heeft op het gebied van taalwetenschap, werd door de politiek, dat wil zeggen Pueblo Soberano, als voorzitter aangedragen. Voordat deze persoon voorzitter werd, kwam hij via de politiek bij de FPI in dienst om zich met de reorganisatie bezig te houden. De voorzitter had de ambitie om directeur van het instituut te worden. Het huidige bestuur bestaat momenteel uit slechts twee leden, dit is in strijd met de statuten van de stichting.

Verantwoordelijk minister Irene Dick van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport was de afgelopen dagen niet bereikbaar voor commentaar. Vorig jaar berichtte het Antilliaans Dagblad in februari al dat een vergaand integratieproces gaande was om de Fundashon Material pa Skol, het instituut voor leermateriaalontwikkeling, en het taalinstituut samen te voegen. Het is op dit moment niet bekend of de samenvoeging al een feit is. Bronnen meldden verder, dat de recente maatregel van de minister als een sterfhuisconstructie voor de FPI gezien moet worden.

Overvolle kliko’s op Curaçao door oude wet

Selikor kan zich niet houden aan ophaal- schema afval


Dat vuilverwerkingsbedrijf Selikor vaak in twee ploegendiensten moet werken en zich niet aan het ophaalschema kan houden heeft onder andere te maken met het feit dat de Landsverordening vaste & chemische afvalstoffen op de negatieve lijst stond en dat het bedrijf niet zelfstandig gerechtigd is de wettelijk vastgestelde routes aan te passen. Het is overmacht wat Selikor in deze parten speelt. Dit blijkt uit de conceptrapportage van de operational audit die bij Selikor is uitgevoerd door PricewaterhouseCoopers (PWC), zo bericht het Antilliaans Dagblad vandaag, donderdag 7 januari 2016.

In het rapport staat:

'In de wet zijn gedetailleerde voorschriften opgenomen over de inzameldagen aan de hand van 16 routes, de inzamelfrequentie en het inzameltijdstip. Het feit dat het niet aan Selikor is als verzelfstandigd overheidsbedrijf om de meest optimale routes te ontwerpen die kunnen worden aangepast op veranderende omstandigheden - zoals de uitbreiding van bestaande wijken of realisatie van nieuwe wijken - maar dat hiervoor een wijziging van wetgeving benodigd is, heeft Selikor onnodig beperkt in haar slagkracht. Dit heeft ertoe geleid dat Selikor aan hetzelfde inzamelingsschema uit 1996 met 16 routes wordt gehouden, zowel door de overheid als door het publiek, terwijl het aantal huishoudens substantieel is toegenomen.'

'Selikor heeft vanaf 2007 in toenemende mate in dag- en avondploegen moeten werken om aan dit rigide inzamelschema te voldoen. In de onderzoeksperiode hebben wij geconstateerd dat dit er inmiddels toe heeft geleid dat er structureel in twee ploegen wordt gewerkt; er aanvullend alsnog overuren moeten worden gemaakt door eigen personeel voor de inzameling en dat er regelmatig in het weekend wordt ingezameld waarvoor structureel personeel wordt ingehuurd. Gedurende de onderzoeksperiode hangt dit ook samen met de beschikbaarheid van het materieel, waaraan de aanschaf van een nieuw merk inzamelwagens negatief heeft bijgedragen.'

CBB neemt landelijk digitaal kassasysteem in gebruik

BiZa-minister Noersalim geeft startsein nieuw kassasysteem


Om de dienstverlening te verbeteren heeft het Centraal Bureau voor Burgerzaken (CBB) gisteren een landelijk digitaal kassasysteem in gebruik genomen. Het startsein werd door minister Mike Noersalim van Binnenlandse Zaken (BiZa) gegeven op het hoofdkantoor van het CBB in Paramaribo, zo berichten de Ware Tijd en Starnieuws vandaag, donderdag 7 januari 2016. 

Noersalim zei, dat het CBB een belangrijke instantie is waar ruim vijfhonderdduizend burgers hun diensten afnemen. 'We kennen de gevallen van de lange rijen. Wanneer je al in de rij hebt gestaan om je uittreksel te halen, moet je nog in een lange rij gaan staan om te betalen bij de kassa. Het doel is om de processen te versnellen. Zaken van twee, drie uren in de rij staan zullen verleden tijd zijn.'

Ook CBB-directeur John Saharie is ervan overtuigd, dat het nieuwe systeem zal leiden tot efficiëntie. 'Het handmatig uitschrijven van de kwitantie is geautomatiseerd. De wachttijd zal aanzienlijk afnemen, omdat de drukte het meest bij de kassa is.'

Noersalim zegt verder, dat het CBB in de toekomst een keurmerk zal introduceren.

AZP-directeur: 'We zijn als directie eerder brandblusser en incassoloper dan bestuurder'

Brahim: 'Problemen in zorgsector zijn alleen maar zijn toegenomen'

'We hebben te kampen met grote liquiditeitsproblemen'


'Wij zijn als directie in een day-to-day management situatie beland en zijn nu eerder brandblusser en incassoloper dan bestuurder.' Woorden van Antoine Brahim, algemeen directeur, vandaag, donderdag 7 januari 2016, op Starnieuws, over de situatie binnen zijn Academische Ziekenhuis Paramaribo (AZP). De ziekeninstelling is in 2015 blijven steken op een begrotingstekort van ongeveer 20%.

Brahim heeft tijdens de oudejaarsviering van het AZP erop gewezen, dat de problemen in de zorgsector zijn toegenomen in plaats van af te nemen.

De Wet op de Nationale Basiszorgverzekering (BZSR) werd in oktober 2014 ingevoerd om het zorglandschap gezond te maken en naar een nieuw evenwicht te brengen met zelfs aanzienlijke besparingen voor de overheid, maar daar is weinig van terecht gekomen, stelt Brahim. Integendeel, zegt de AZP-directeur, de problemen voor onder andere de ziekenhuizen zijn aanzienlijk en zelfs toegenomen. 'We hebben te kampen met grote liquiditeitsproblemen en zitten nog altijd met heel veel vragen en onduidelijkheden.'

De tarieven voor gezondheidszorg in het algemeen en voor specialistische zorg in het bijzonder, zijn achterhaald en te laag. Van ziekenhuizen wordt verwacht, dat ze op hun eigen benen moeten staan, aangezien de subsidies per 1 januari 2014 zijn afgeschaft. Aan de andere kant zijn de onderhandelingen over definitieve tarieven met zorgverzekeraars nog steeds niet afgerond, 'en zijn de inkomsten gebaseerd op tussentijdse BZSR-tarieven waarmee wij niet uitkomen'.

Het innen van de inkomsten op basis van de tussentijdse tarieven geeft het AZP ook grote problemen. 'Wij ontvangen uiteindelijk minder en heel erg laat', zegt Brahim. Het duurt vier maanden vanaf het aanvragen van garantiebrieven bij verzekeraars tot en met de betaalbaarstelling van facturen. Verzekeraars hoeven de ziekenhuizen pas 90 dagen na door hun goedgekeurde declaraties, te betalen. Komt nog bij kijken, dat de verzekeraars niet alle door het ziekenhuis verleende diensten voor met name specialistische zorg vergoeden, omdat hiervoor geen of onvoldoende dekking is.

Bij grote delen van de gemeenschap zijn er nog altijd veel onduidelijkheden over de werking van de Wet Basis Zorgverzekering, schetst Brahim de problemen waarmee het ziekenhuis over het algemeen mee kampt.

'Veel komt op de schouders van de zorgverleners, terwijl het formeel juist taken zijn van de verzekeraars.'

De AZP-directeur wil een snelle en adequate afhandeling van garantiebrieven en declaraties van verzekeraars. Hij wil spoedige en volledige uitkering van reçu's van de overheid. 'Wij bedelen niet, maar vragen om tijdige en volledige uitkering van gelden die ons toekomen. Wij vragen om uitbetaling voor verrichte diensten, voor ligdagen en operaties en behandelingen waar wij recht op hebben.'

IAmGold/Rosebel-concessie Roma East ruim anderhalf jaar bezet geweest door goudzoekers

Goudmijnbedrijf heeft 35 miljoen Amerikaanse dollar verlies geleden door illegale goudzoekers


IAmGold wil door uitvoeren milieustudie schade en impact activiteiten goudzoekers vaststellen  -  'Rosebel heeft niet gevraagd om relocatie van Nieuw Koffiekamp'


Roma East, concessieterrein van Rosebel Gold Mines (RGM)/IAmGold is ruim anderhalf jaar bezet geweest door illegale goudzoekers. Geschat wordt dat ongeveer 34.000 troy ounces aan goud ter waarde van 35 miljoen Amerikaanse dollar verlies wordt geleden hierdoor. Door exploratie zal bepaald worden hoeveel van de vastgestelde goudreserve nog aanwezig is. Sharmila Jadnanansing, manager Legal & Corparate Affairs van het goudmijnbedrijf, zegt vandaag, donderdag 7 januari 2016, op Starnieuws dat meteen na de ontruiming door de overheid, begin december, Rosebel begonnen is met de voorbereidingen voor een milieueffectenstudie. Sinds februari 2014 is door honderden goudzoekers met gebruik van kwik aan goudwinning gedaan in Roma East.

Het bedrijf vindt het essentieel om een zogenoemde baseline studie uit te voeren om de schade en impact in een rapport vast te leggen. Jadnanansing wijst er op, dat Rosebel op grond van de Delfstoffenovereenkomst verplicht is tot rehabilitatie van enkel de door het bedrijf verstoorde gebieden. De milieustudie wordt uitgevoerd door een externe deskundige in samenwerking met de milieuafdeling van Rosebel. NIMOS, het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname, is ook betrokken bij dit onderzoek. De volgende stap zal zijn herstel van de beschadigde infrastructuur en start van goud exploratieactiviteiten.

Rosebel heeft direct na de ontruiming van Roma East door de overheid een deurwaardersexploot ontvangen namens de vertegenwoordigers van de jongerenorganisatie Makamboa van Nieuw Koffiekamp, met het verzoek om binnen 24 uur na ontvangst een hervestigingsprogramma te deponeren ten kantore van de advocate, Nailah van Dijk (zie onderaan). Het is volgens Jadnanansing niet bekend of het verzoek gedaan is namens de daartoe gerechtigde autoriteiten, althans geheel Nieuw Koffiekamp.

'Berichten als zou Rosebel gevraagd hebben om Nieuw Koffiekamp te verhuizen, zijn pertinent onjuist. Zoals uit het deurwaardersexploot blijkt is het verzoek afkomstig van vertegenwoordigers van Makamboa', stelt Jadnanansing. Alle afspraken over de bedrijfsactiviteiten van Rosebel dan wel concessierechten in het Gross Rosebel-gebied, zijn vastgelegd in de Delfstoffenovereenkomst waarin IAmGold, Rosebel Gold Mines, Grassalco en de republiek Suriname partij zijn. Indien relocatie absoluut noodzakelijk blijkt te zijn, zal het bedrijf de daartoe geldende regels toepassen.

'Nogmaals, Rosebel heeft niet gevraagd om relocatie van Nieuw Koffiekamp. Basisprincipe is dat eerst door alle stakeholders, zijnde bedrijf, overheid, traditioneel gezagdragers en bewoners, vastgesteld zal moeten worden dat relocatie absoluut vereist is. Relocatie is een grote onderneming en heeft significante en vergaande gevolgen voor alle betrokkenen onder meer sociaal-maatschappelijk, cultureel, economisch maar ook op financieel gebied. Het is prematuur om daar verder op in te gaan, aangezien van relocatie op dit moment geen sprake is. Rosebel zal dit ook meenemen in de jaarlijkse evaluatiebespreking met alle betrokken stakeholders', zegt de leiding van het bedrijf nadrukkelijk.

Rosebel heeft op basis van het protocol van februari 2014 de overheid gevraagd om Roma East te ontruimen, hetgeen begin december 2015 is gebeurd. Rosebel heeft zich volgens Jadnanansing gehouden aan de afspraken en een essentiële bijdrage geleverd, zodat de goudzoekers konden verhuizen naar hun eigen concessiegebied. De goudzoekers hebben ruim anderhalf jaar gemijnd in dat gebied. Het ging niet meer om kleinschalige operaties, maar om grootschalige activiteiten met tientallen crushers en zwaar materieel. Rosebel heeft conform verzoek van de overheid een onverharde weg naar het nieuwe concessiegebied voor de goudzoekers afgerond, van circa 14 kilometer met een kostenplaatje van 600,000 Amerikaanse dollar, legt Jadnanansing uit.

Illegale goudwinningsactiviteiten op de Gross Rosebel Concessie is een aanhoudend en langdurig probleem. 'Wij moeten ook vaststellen dat er een zeer onveilige situatie heerste in het Roma East gebied met zelfs dodelijke ongevallen. Vaak hebben hulpdiensten van Rosebel medische assistentie verleend aan gewonde goudzoekers en transport naar en ziekenhuis in Paramaribo. De situatie in Roma East was gewoonweg onveilig en onhoudbaar.'

Rosebel heeft Roma East hard nodig voor de eigen activiteiten. Het bedrijf heeft te maken met hogere productiekosten en lagere goudproductie met daar tegenover een lagere goudprijs. De verwachting is dat het zachtere gesteente in het gebied Roma East, zal bijdragen aan een lagere overall kostprijs van de productie. 'Wat de daadwerkelijke impact zal zijn, kan alleen worden vastgesteld na afronding van de exploratieactiviteiten', zegt Jadnanansing.

Milieu- en mensenrechtenactivist kan Latijns-Amerika beter mijden

Meeste risico liepen in 2015 in Latijns-Amerika milieuactivisten en strijders voor inheemse- en hun grondenrechten


Mensenrechtenactivisten lopen vooral in Midden- en Zuid-Amerika gevaar hun leven te verliezen. In de eerste elf maanden van 2015 werden wereldwijd 156 activisten vermoord of stierven in gevangenschap. Meer dan de helft van hen kwam om in Latijns-Amerika, aldus Front Line Defenders (FLD), een organisatie in Ierland die de cijfers bijhoudt, vandaag, donderdag 7 januari 2016.

Verreweg het gevaarlijkste land van het Amerikaanse continent is Colombia. Daar werden vorig jaar 54 activisten voor mensenrechten vermoord. Buiten Amerika is vooral de Filipijnen in Azië gevaarlijk. Daar werden in 2015 31 activisten om het leven gebracht, aldus FLD.

Activisten worden overal bedreigd, maar in Latijns-Amerika is dikwijls sprake van gebruik van extreem geweld. Front Line Defenders maakt speciaal melding van het brute optreden van de politie in diverse landen in Latijns-Amerika.

Het meeste risico liepen milieuactivisten en strijders voor inheemse- en hun grondenrechten. Zij vormen 41% van de moorden in de regio. Bijna al die moorden worden gelinkt aan oppositie tegen 'maga-projecten', vooral die van mijnbouwbedrijven. Met 15% moorden vormen activisten die strijden voor lgbt-rechten de tweede groep in de regio.

Cliënten van het Psychiatrisch Centrum Suriname protesteren tegen stopzetting afname van hun groenten

PCS neemt niet langer door haar cliënten verbouwde groeten af

(Bron foto: Fariel Menso/de Ware Tijd)
'De directeur is bezig zijn eigen pompoen te verkopen'

 
Ongeveer 45 cliënten van het Psychiatrisch Centrum Suriname (PCS), die worden geresocialiseerd door de Stichting Reïntegratie Kansarmen (Rika), hebben gisteren bij het centrum aan de Letitia Vriesdelaan in Paramaribo geprotesteerd, omdat het PCS de afname van door hen verbouwde groenten heeft stopgezet. 

'We willen het PCS zover krijgen om het agrarische project weer te ondersteunen', zegt Rika-Voorzitter Henk Amstelveen vandaag, donderdag 7 januari 2016, in de Ware Tijd.

'Het centrum is verantwoordelijk voor de geestelijke gezondheid van de mensen', aldus Amstelveen. Hij zegt vaak gepraat te hebben met de directie van PCS, maar dat een positief resultaat uitblijft. 'Wat mij steekt is dat de directeur zijn eigen pompoen bezig is te verkopen. Je hebt al een directeurssalaris en faciliteiten. Waarom mag jij dan wel en wij niet?'

Amstelveen zegt verder, dat het afzetten van groenten als antroewa, boulanger, kouseband, sopropo en kailan bijzonder belangrijk is voor de cliënten. Naast het werken verdienen zij wat aan het telen. Roberto, één van de telers, spreekt de hoop uit dat het PCS weer groente zal afnemen. Dit project betekent heel veel voor hem en zijn mede-cliënten. 'We kunnen hiermee in onze eigen behoefte voorzien.'

Amstelveen: 'Er is maar één keer wat boulanger bij ons afgenomen, daarna nooit meer. Dit zijn mensen die uit vuilnisbakken aten, dit waren de opdringerige bedelaars, de mensen die onze veiligheid in gevaar brachten. Dat zie je nu niet meer aan ze. Ze werken nu. En we willen dat zo houden. Wij vinden het erg dat de instelling niet eens een bosje groenten uit hun eigen project wil kopen.'  Het PCS beschikt, aldus Starnieuws, over een moderne keuken die ruim 300 cliënten dagelijks van verschillende maaltijden voorziet.

De groep daklozen is drie jaar geleden tijdens Carifesta van de straat gehaald. Het nieuwe beleid van het PCS is erop gericht om cliënten te resocialiseren zodat ze terug kunnen keren in de maatschappij. Met stichting Rika is een project begonnen. De cliënten wonen op twee adressen te Maretraite waar ze de buurt onderhouden. Met Openbare Werken is een contract getekend om bepaalde werkzaamheden te verrichten zoals het onderhouden van bermen. Later is een agrarisch project opgezet.

De groente wordt geleverd aan X-Avenue en wordt op gezette tijden te Geyersvlijt via een eigen stand aan de man gebracht. De mannen zijn bezig hun groenteproject uit te breiden. Het contract met OW is inmiddels afgelopen en de huidige minister laat niet merken dat er een nieuw contract komt, zo bericht Starnieuws.

Verdachte ontkent inbraak in rijschool terwijl hij op camerabeelden herkenbaar is


36-Jarige verdachte en comparant stelen laptops, rekenmachine, stereoset en geld

 
De 36-jarige H.O. is vorige week vrijdag door de politie van Nieuwe Haven aangehouden als verdachte van inbraak in een rijschool aan de Koningstraat in Paramaribo. Op camerabeelden is te zien hoe de man samen met een comparant goederen uit het gebouw wegneemt, zo bericht vandaag, donderdag 7 januari 2016, de afdeling Public Relations van het Korps Politie Suriname. 

Ondanks de beelden ontkent O. echter de inbraak te hebben gepleegd.

De mannen hebben laptops, een calculator, een stereoset en een geldbedrag weggenomen. De stereoset is teruggevonden.

Na afstemming met een lid van het Openbaar Ministerie is O. ingesloten. De politie is nog op zoek naar zijn maat.

Arbeidsinspectie registreert van januari tot en met november 2015 14 fatale bedrijfsongelukken

Meeste bedrijfsongevallen vinden plaats in agrarische sector


De Arbeidsinspectie heeft van januari tot en met november vorig jaar veertien fatale bedrijfsongevallen geregistreerd. Hiermee is het aantal dodelijke bedrijfsongelukken licht gestegen ten opzichte van de afgelopen drie jaar. Toen schommelde het cijfer steeds rond twaalf. Volgens voorlopige cijfers heeft de Arbeidsinspectie in 2015 642 bedrijfsongevallen genoteerd. 

De top drie wordt gevormd door de agrarische sector met 149, gevolgd door industrie met 122 en groot- en kleinhandel met 119 gevallen.

John Courtar, hoofd van het Medisch Bureau van de Arbeidsinspectie, zei in de Ware Tijd van woensdag 6 januari 2016, dat bij één groot landbouwbedrijf veel ongevallen plaatsvinden, wat ertoe leidt dat het totaal aantal bedrijfsongevallen in de agrarische sector hoog uitvalt. In de meeste gevallen zijn de veiligheidsregels niet in acht genomen om uiteenlopende redenen, zoals op technisch, organisatorisch of persoonlijk vlak.

Het aantal ongelukken met dodelijk afloop kan omlaag door een grote mate van eigen verantwoordelijkheid en een goede bedrijfsdiscipline. Uit een mededeling van Courtar kan worden geconcludeerd dat het moeilijk is voor de Arbeidsinspectie om alle bedrijven te controleren. 'Het vraagt anders werken, maar ook slimmer werken.'

De Arbeidsinspectie is sinds vorig jaar, door een beschikking van het ministerie van Justitie en Politie, bevoegd om overtreders van arbeidswetten te beboeten. Of dit heeft geleid tot het verminderen van het aantal bedrijfsongevallen kan Courtar nog niet zeggen, omdat niet alle claimformulieren binnen zijn. Die zullen waarschijnlijk eind april beschikbaar zijn.

De Arbeidsinspectie noteert alleen bedrijfsongevallen in de particuliere sector. De gevallen waarbij bijvoorbeeld politieagenten in de uitoefening van hun werk komen te overlijden, worden ook gerekend tot een bedrijfsongeval, maar vallen niet onder het ministerie van Arbeid. De afwikkeling voor ambtenaren loopt via de Personeelswet.

Voorzitter Suriname Hotelassociatie: 'Overheid doet te weinig voor toerismesector'

Minder echte toeristen bezoeken in 2015 Suriname

'Zaken- reizigers en stagiaires zijn geen toeristen'


De Suriname Hotelassociatie constateert dat er het afgelopen jaar minder echte toeristen Suriname hebben bezocht. Volgens voorzitter Annie Zinhagel is het aantal tours naar het binnenland gedaald. Het aantal personen dat het afgelopen jaar naar Suriname is gekomen vertoont echter een lichte stijging. In 2014 ontving het land 240.000 personen en het afgelopen waren dat bijna 250.000, zo bericht de Ware Tijd in haar editie van woensdag 6 januari 2016. 

De meeste toeristen komen uit Nederland gevolgd door Guyana en Frans-Guyana en daarna volgen overige bezoekers, onder wie zakenlieden en Brazilianen. Zinhagel hoopt dat het toerisme prioriteit krijgt en dat het in 2016 beter zal gaan met de sector. Dat heeft president Desi Bouterse ook beloofd tijdens de begrotingsbehandeling.

De sector kijkt verder uit naar de Toerismewet. Zij vindt het belangrijk om investeerders te kunnen aantrekken. 'Als er geen wet is weten investeerders niet wat wel of niet kan of mag.'

Zinhagel stelt, dat de overheid weinig doet, hoewel de sector één van de pijlers is van Suriname voor duurzame economie. Samen met de wet moet er ook een Toerisme autoriteit worden ingesteld.

Jose Gaspar, hotel manager van de Pasha Global Hotel Group, die bestaat uit Mirage, Tropicana, Savanna en Atlantis, zegt dat er periodes zijn waarop het druk is en op weer andere momenten is het slap. Hij zegt de afgelopen vijf jaar geen stijging van het aantal toeristen te hebben gemerkt. Gaspar vraagt zich af waar deze groep dan verblijft als er sprake is van een stijging. Hij vermoedt dat zij in appartementencomplexen verblijven en in de extra kamers die zijn bijgebouwd bij woningen.

Hij vindt overigens niet dat iedereen die het land binnenkomt als toerist geclassificeerd moet worden. Volgens hem mag alleen de groep die Suriname aandoet om te toeren die status hebben. Mensen die op zakenreis zijn of stagiaires, zijn volgens hem geen toeristen.

Volgens de voorzitter van de sectororganisatie Vestor, Ernie de Vries, zijn er geen cijfers die kunnen staven hoe hoog het toeristenaantal is. 'Er wordt geen onderzoek gedaan. Het is moeilijk te zeggen dat het toeneemt.' Volgens hem stijgen de omzetten niet. Ook De Vries vindt dat er weinig gedaan wordt om Suriname internationaal onder de aandacht te brengen als toerismebestemming. Volgens hem zitten de sector en de overheid te kijken wat er op hen afkomt. 'Ik ben niet tevreden over 2015 en we moeten serieus kijken naar de sector. De overheid moet niet meer praten maar doen.'