donderdag 11 februari 2016

Ministerraad Curaçao akkoord met voorstel 20 jarige havenconcessie voor Curaçao Port Services

Besluit RvM maakt weg vrij voor onderhandelingen tussen CPS en CPA


De Raad van Ministers (RvM) is gisteren akkoord gegaan met een voorstel voor een havenconcessie van 20 jaar voor Curaçao Port Services (CPS). Dit bevestigt minister Eugene Rhuggenaath (Economische Ontwikkeling, PAR), aldus de Amigoe vandaag, 11 februari 2016. Het besluit van de RvM maakt de weg vrij voor onderhandelingen tussen CPS en havenbedrijf Curaçao Ports Authority (CPA) om tot een nieuwe havenconcessie te komen.

De huidige concessie voor vrachtafhandelaar in de haven gaat uit van een contract van tien jaar dat telkens met nog eens tien jaar verlengd wordt en betrekking heeft op huidige en toekomstige havens. Het huidige contract heeft nog vijf jaar te gaan.

Op dit moment ligt er een concept-voorstel voor een havenconcessie op tafel, die al door de Raad van Commissarissen van het havenbedrijf is goedgekeurd, aldus minister Rhuggenaath vanochtend. Dit concept ging uit van een concessieperiode van 25 jaar. Maar, tijdens een recent gehouden overleg van de politiek leiders van de coalitiepartijen werd duidelijk dat een looptijd van 25 jaar als te lang werd beschouwd. Voor een voorstel van twintig jaar was er wel steun, waarna het voorstel werd aangepast.
Het voorstel dat nu op tafel ligt betekent dat er een eind komt aan de automatische verleningen die in de concessie zijn opgenomen. Het gaat uit van een periode van twintig jaar. Na deze periode van twintig jaar zal er een openbaar aanbesteding komen voor stuwadoorsactiviteiten in de haven. De concessie heeft ook alleen betrekking op de huidige werf, andere havens vallen niet onder de draft die nu op tafel ligt, bevestigt Rhuggenaath desgevraagd.

In het contract is overeengekomen dat CPS zorg zal dragen voor de kranen en de kades die onder de concessies vallen. Het gaat uit van het kopen van nieuwe kranen, en het onderhoud van kranen en de kades. Hiermee is een bedrag gemoeid van 50 miljoen gulden. In de concessie is opgenomen dat na de concessieperiode van twintig jaar, de kranen eigendom zullen worden van CPA. De kadewanden zullen onder CPA vallen, die het onderhoud hiervan voor haar rekening zal nemen.

Het inmiddels aangepaste concept voor een nieuwe havenconcessie zal nu naar CPA worden gestuurd en zal worden meegenomen in onderhandelingen die plaats moeten hebben tussen het havenbedrijf en CPS. Rhuggenaath sprak vanochtend de hoop uit dat de partijen er snel uit zullen komen.

'Het is een win win-situatie. Er komt een einde aan de monopolie-situatie in de haven. Er zijn ook duidelijke afspraken over investeringen in de haven, waarop CPA toezicht zal houden. Het brengt duidelijkheid voor CPS, maar ook toekomstige investeerders in de havens op het eiland. Ik denk hierbij niet alleen aan Bullenbaai, maar ook aan andere havens die het eiland rijk is.'

Minister Plasterk wil formele reactie Curaçao, Aruba en St. Maarten op voorstel over geschillenregeling

Bewindsman weet vooral van bezwaren tegen voorstel uit krantenartikelen


Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zou het op prijs stellen als hij alsnog een officiële reactie krijgt van Curaçao, Aruba en St. Maarten op zijn voorstel over de geschillenregeling. Hij is bekend met de eerste bezwaren tegen zijn voorstel, maar vooral uit krantenberichten en niet rechtstreeks van de regeringen. Plasterk zei dit vandaag, donderdag 11 februari 2016, tijdens een overleg met de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties, aldus de Amigoe.

De geschillenregeling bleek het belangrijkste onderwerp op de agenda. Plasterk informeerde de Tweede Kamer twee weken geleden over zijn laatste voorstel, waarin de Raad van State een niet bindend advies geeft over geschillen. Het voorstel kreeg felle kritiek van Statenleden uit het Caribisch deel, omdat het niet voldoet aan de uitgangspunten van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (Ipko). De parlementariërs van de vier landen hadden juist gepleit voor bindend advies bij geschillen en met name de Statenleden van Curaçao, Aruba en St. Maarten twijfelden aan een rol voor de Raad van State.

'Het is begrijpelijk dat men teleurgesteld is en die teleurstelling deel ik', zei PvdA-Tweede Kamerlid Roelof van Laar. 'Ik zou de minister willen vragen om de onderhandelingen hierover te stoppen en met een nieuw voorstel te komen dat binnen de kaders ligt van de Ipko-afspraken.'

André Bosman van de VVD was iets milder. 'Ik denk dat we de minister enige ruimte moeten geven. Het is beter om 80 procent van iets te hebben dan 100 procent van niets', zei hij.

Volgens Plasterk is het huidige voorstel de beste tijdelijk oplossing. Overleg om een geschillenregeling definitief in een Rijkswet vast te leggen, had weinig resultaat. 'Daarom heb ik een voorstel gelanceerd dat niet meteen in een Rijkswet werd vastgelegd, maar dat wel werkbaar is en dat geschillen, zoals recent met Aruba en St. Maarten, mogelijk kan voorkomen.'

Volgens Plasterk hadden de premiers van Curaçao, Aruba en St. Maarten toegezegd om het voorstel voor te leggen aan de Staten van hun landen. 'Maar, daar heb ik niets meer over gehoord. Ik heb er alleen in de kranten over gelezen', zei hij. Plasterk beloofde dat hij de mening van de drie premiers afzonderlijk nog zou peilen en het voorstel aan te passen waar dat mogelijk is.

De minister merkte wel op dat de Nederlandse regering al op twee punten redelijk flexibel is geweest. Zo is de reikwijdte van de geschillenregeling niet beperkt tot juridische geschillen, maar ook andere onderwerpen en is er geen overeenstemming nodig binnen de Rijksministerraad of een kwestie daadwerkelijk een geschil is. 'Als één land vindt dat er sprake is van een geschil, dan is er een geschil', aldus Plasterk.

De minister beloofde dat hij voor de zomer komt met een voorstel dat enig draagvlak heeft. Als hij er geen overeenstemming is, dan treft hij de voorbereidingen voor een Rijkswet Geschillenregeling, waar de Staten van Curaçao, Aruba en St. Maarten wel invloed op uit kunnen oefenen, maar waarbij de Rijksministerraad uiteindelijk de knoop doorhakt.

Zowel Bosman als Van Laar namen genoegen met de antwoorden van Plasterk. 'Ik verwacht wel van de andere landen dat ze iets met zo’n voorstel doen. Het kan niet zo zijn dat we een reactie alleen uit de krant vernemen', zei Bosman. Van Laar was blij dat de minister serieus met het onderwerp bezig is en zelfs al enigszins heeft toegeven op een aantal punten. 'Maar, wellicht kan de minister overwegen om op die punten minder toe te geven en dan toch te kiezen voor een bindend advies. Dan ontstaat er in ieder geval duidelijkheid over juridische kwesties.'

Meerderheid inwoners Curaçao en Aruba wil geen volledige onafhankelijkheid van hun eiland

Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde heeft opinieonderzoek uitgevoerd

Curaçao zeer verdeeld over de wenselijkheid van de status die in 2010 verkregen werd


Een minderheid van de inwoners van Curaçao en Aruba heeft volledige onafhankelijkheid van hun eiland voor ogen. Op lange termijn (25 jaar) zien meer mensen onafhankelijkheid zitten, maar zij vormen met 14 procent (Aruba) en 30 procent (Curaçao) nog steeds een minderheid. Het andere uiterste is een bijzondere gemeente worden van Nederland, maar daar voelt vrijwel niemand voor. Dit blijkt uit de eerste resultaten van een opinieonderzoek van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde (KITLV), aldus de Amigoe vandaag, donderdag 11 februari 2016.


Aruba is meer tevreden over zijn status als autonoom land binnen het Koninkrijk dan Curaçao. Dat blijkt ook uit de steekproef. Minder dan 40 procent van de respondenten op Curaçao wil het eiland als autonoom land binnen het Koninkrijk blijven zien, en ongeveer 32 procent wil terug naar de Nederlandse Antillen. Op Aruba is dat respectievelijk zo’n 70 procent en ongeveer 7 procent.

Tussen 14 september en 1 december 2015 heeft het KITLV op Curaçao en Aruba een grootschalig opinieonderzoek uitgevoerd, waarbij inwoners van de eilanden zijn ondervraagd over de positie van hun eiland in het Koninkrijk, de relatie met Nederland, en de lokale politiek. Hoewel de data momenteel nog worden geanalyseerd, heeft Wouter Veenendaal van het KITLV de Amigoe enkele resultaten kunnen geven wat betreft de mening van de inwoners over de positie van hun eiland binnen het Koninkrijk.

Op elk van de eilanden is een aantal willekeurig geselecteerde adressen bezocht door lokale interviewers, die door middel van een vragenlijst mensen interviews hebben afgenomen. De steekproef bestond op beide eilanden uit 1.250 adressen, hoewel niet alle adressen konden worden bezocht. Op Curaçao zijn 959 adressen bezocht (77 procent van de steekproef), met een responspercentage van 68. Op Aruba zijn 665 adressen bezocht (53 procent van de steekproef), met een responspercentage van 61. Veenendaal stelt een ‘flinke slag om de arm moeten houden bij het presenteren van resultaten’, gezien het feit dat niet alle adressen konden worden bezocht. 'De cijfers moeten eerder gezien worden als een voorzichtige trend dan als vaststaande feiten', aldus de onderzoeker.

Op Curaçao wil dus momenteel minder dan 40 procent van de respondenten autonoom binnen het Koninkrijk zijn en 32 procent wil weer in de Nederlandse Antillen. Maar 14,4 procent wil volledig onafhankelijk zijn en 7,3 procent wil een bijzondere gemeente van Nederland zijn. Op Aruba kiest de grote meerderheid, bijna 70 procent, voor de huidige status van Aruba, namelijk een onafhankelijk land binnen het Koninkrijk. Maar 7,4 procent, 8,6 procent en 6,9 willen respectievelijk volledig onafhankelijk zijn, een bijzondere gemeente van Nederland zijn of terug in de Nederlandse Antillen.

Er kan uit de resultaten geconcludeerd worden dat ‘op Aruba een sterke trend lijkt te bestaan naar tevredenheid over de huidige politieke status, terwijl men op Curaçao zeer verdeeld is over de wenselijkheid van de status die in 2010 verkregen werd’.

Staatsmijnbouwbedrijf Grassalco sluit 2015 af met positieve balans

Dit jaar mogelijk winst op eigen kracht zonder royalty's Rosebel

Teleurstelling bij directeur Akiemboto over vrijuit gaan verdachte militair in zaak diefstal goud uit bedrijf


Ondanks de sterk gedaalde goudprijs zal staatsmijnbouwbedrijf Grassalco over het boekjaar 2015 een positieve balans hebben. Dit kon gerealiseerd worden, omdat flink is gesnoeid in de bedrijfsuitgaven en omdat sommige investeringen zijn uitgesteld. Daarnaast droeg de steenslagproductie fors bij aan de inkomsten, zegt directeur Sergio Akiemboto vandaag, donderdag 11 februari 2016, in de Ware Tijd.

De gerealiseerde omzet en winst wil hij nog niets prijsgeven. Dat zal hij doen na de algemene vergadering van aandeelhouders in maart, wanneer de jaarcijfers worden gepresenteerd.

Jarenlang waren royalty- afdrachten door Rosebel Gold Mines NV/IAmGold de belangrijkste levensader van Grassalco. Gelet op de toename van de steenslagproductie en verkoop, verwacht Akiemboto voor het boekjaar 2016 een ommekeer. Met de projecties voor dit jaar ziet het er naar uit dat Grassalco bijna royalty-vrij op eigen kracht winst zal maken. 'Er is groei in het bedrijf en transparantie', aldus de directeur.

Een minder prettige ontwikkeling het afgelopen jaar was de diefstal van meer dan 300 gram goud uit de kluis van de afdeling Security van het bedrijf. Het justitieel onderzoek dat werd ingesteld, bracht een bewaker als hoofdverdachte in beeld, met wie de werkrelatie onmiddellijk werd beëindigd. De hoofdverdachte was lid van de Militaire Politie en aan Grassalco uitgeleend. Voor vier andere medewerkers voor wie ontslag was aangevraagd bij het ministerie van Arbeid, kreeg de directie nul op rekest. Er zouden volgens de Ontslagcommissie van het ministerie van Arbeid onvoldoende argumenten zijn aangevoerd om hen te ontslaan. Uiteindelijk heeft het bedrijf de contracten van deze vier personen afgekocht.

Het justitieel onderzoek heeft tot teleurstelling van de directeur ook niets opgeleverd. Er kwam geen strafvervolging door het Openbaar Ministerie. Omdat de hoofdverdachte militair was, droeg de politie het onderzoek ter afronding over aan de Militaire Politie (MP).

Akiemboto zegt, dat de MP de resultaten van het politieonderzoek in twijfel trok, waardoor de auditeur-militair uiteindelijk geen houvast had om de zaak bij de Krijgsraad voor te brengen. 'Dat was geen Grassalcozaak meer. Als de justitiële autoriteiten twijfels hebben over elkaars verrichtingen, kan Grassalco daar niets aan doen.'

Agent gearresteerd vanwege misbruik ambt en aannemen giften

Agent vergezelde een 'incassoloper' voor  autohandelaar

 
Agent van politie 3e klasse J. S. is aangehouden vanwege het misbruik maken van zijn ambt en het aannemen van giften. De afdeling Onderzoek Personeelszaken (OPZ) van het Korps Politie Suriname heeft deze zaak onderzocht, zo bericht de afdeling Public Relations van het korps vandaag, donderdag 11 februari 2016.

De politieman kwam in beeld tijdens een onderzoek naar een strafbaar feit, waarbij ene Ruben B. kopers van voertuigen heeft opgelicht. B. trad als tussenpersoon van een autohandelaar op. Hij verkocht voertuigen door aan geïnteresseerden, die daarna de auto’s onder bepaalde voorwaarden in gebruik hadden. De kopers moesten elke dag een bepaald bedrag aan hem betalen. Na het overeengekomen bedrag te hebben afgelost, zou het voertuig eigendom van hen worden. De man werd in 2015 door de politie aangehouden voor een zedendelict.

De auto’s werden via een bank gefinancierd, waarbij de autohandelaar als borg optrad. Toen  betaling niet plaatsvond, werd de autohandelaar door de bank gemaand de achterstanden aan te zuiveren. De autohandelaar kwam op die manier erachter, dat tussenpersoon B. nooit betalingen heeft verricht.

De autohandelaar schakelde de externe incassoloper S. in. De voertuigen van de kopers die zich niet aan de betalingsverplichting hebben gehouden, werden achterhaald en ingetrokken.

Agent J.S. vergezelde de incassoloper om de kopers op te sporen bij het intrekken van de voertuigen. Hij maakte gebruik van zijn politielegitimatiebewijs om het afstaan van de voertuigen af te dwingen. Voor de bewezen diensten heeft de politieman vermoedelijk gelden ontvangen.

In deze zaak werden in december vorig jaar ook een agent en diens broer in verzekering gesteld, aldus de afdeling Public Relations.

De afdeling OPZ roept benadeelden op van wie hun voertuigen zijn ingetrokken door de incassoloper S. en of zij die nog moeten aflossen bij Ruben B. zich in verbinding te stellen met voornoemde afdeling via het telefoonnummer 431450.

IMF-team rond eerste ronde besprekingen in Paramaribo met financiële autoriteiten af

'Als ze zo waardeloos was, zou het niet zo zijn dat alle landen in nood aankloppen voor hulp'

 
Een team van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft zijn eerste besprekingen met de financiële autoriteiten in Paramaribo afgerond. Onder leiding van IMF-functionaris Daniel Leigh zijn van 1 tot en met vandaag, donderdag 11 februari 2016, gesprekken gevoerd over mogelijke financiële bijstand van het fonds,  zo schrijft Starnieuws vandaag.

'Een IMF-team heeft Paramaribo bezocht voor eerste besprekingen over mogelijke financiële steun voor het binnenlands economisch programma van de autoriteiten', aldus Leigh aan het einde van het bezoek. Hij zei verder, dat het team 'constructieve besprekingen heeft gevoerd over een aantal beleidsmaatregelen die de basis kan vormen voor het door het IMF te ondersteunen programma'.

Het team gaat terug naar Washington en zal de technische werkzaamheden voortzetten. De meest recente maatregelen die zijn getroffen binnen het wisselkoersbeleid zullen daarbij ook worden beoordeeld. 'We zullen in contact blijven met de Surinaamse autoriteiten', aldus Leigh.

Er hoeft overigens geen onrust in de samenleving te zijn over de hulp die Suriname zal krijgen van organisaties als het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) om de financiële problemen te overbruggen.

'Als ze zo waardeloos waren, zou het niet zo zijn dat alle landen in nood bij hen aankloppen voor hulp. Ze kunnen een belangrijke bijdrage leveren en we moeten gewoon nuchter zijn', zegt Sylvano Tjong-Ahin, voorzitter van de Raad van Commissarissen bij de Centrale Bank van Suriname, in de Ware Tijd.

Het gaat volgens hem om meerdere internationale financiële instellingen als de Wereldbank, Caribische Ontwikkengsbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank die onderzoeken hoe ze Suriname kunnen bijstaan.

Leerkrachten opleiding onderwijzersakte in Atjoni nog in Paramaribo

Bussen vervoeren al drie weken leerkrachten niet vanwege uitblijven benzinebonnen


De leerkrachten die vervoerd moeten worden naar Atjoni voor het verzorgen van de opleiding voor de onderwijzersakte zijn al drie weken gestrand in Paramaribo. De bussen die de route onderhouden rijden niet, omdat de chauffeurs geen benzinebonnen hebben ontvangen. Twee weken geleden hadden leerkrachten al aan de bel getrokken. Door het vervoerprobleem zijn de lessen na de kerstvakantie gebrekkig gestart, aldus de Ware Tijd vandaag, donderdag 11 februari 2016.

De chauffeur die de negen leerkrachten uit Paramaribo moet vervoeren naar het gebied, heeft nog geen benzinegeld ontvangen. In totaal zijn 44 studenten in Atjoni gedupeerd. Het was de bedoeling dat de lessen op 11 januari zouden beginnen, tegelijk met Paramaribo.

Ook de dienstverlening in Atjoni - waar gekookt werd voor de leerkrachten - is al ruim zes maanden gestagneerd. Aan het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur wordt gevraagd de chauffeurs onmiddellijk te voorzien van brandstofbonnen.


Moengo had een soortgelijk probleem, maar daar is de zaak opgelost, zegt plaatselijk coördinator Mardijah Doelkamid. Voordat de oplossing was bereikt, konden de lessen alleen op dinsdagen gegeven worden door lokale leerkrachten. De opleiding onderwijzersakte in Moengo draait al anderhalve week weer op volle sterkte. Alleen de vakken Spaans, wiskunde, natuurkunde en handelsrekenen kunnen verzorgd worden. Vijfenzeventig studenten in Moengo werden hierdoor gedupeerd.

‘Al zitten ze in Oeganda, maakt niet uit, hun percelen moeten schoon zijn'

Commissariaat Paramaribo Noordoost pakt overwoekerde en vervuilde percelen aan


‘Al zitten ze in Oeganda, maakt niet uit. Ze moeten hun mensen hier hebben die moeten zorgen dat hun perceel schoon is, want de wetten van het land gelden waar je ook bent.’ Dit zegt districtscommissaris Jerry Miranda van Paramaribo Noordoost in reactie op een bekendmaking van het districtssecretariaat van 5 februari, waarin eigenaren van leegstaande percelen wordt opgedragen om binnen twee weken hun percelen op te schonen. Zij moeten de percelen ontdoen van onkruid, vuil en grofvuil. Indien zij dit nalaten, zal het commissariaat er zelf toe overgaan het perceel op te schonen, waarna de kosten op de eigenaar verhaald zullen worden. Dit meldt het Dagblad Suriname vandaag, donderdag 11 februari 2016.


Het zal volgens Miranda weinig uitmaken of de eigenaar zich in het buitenland bevindt of niet. Aan hen die wel in het buitenland zijn en die niet binnen twee weken hun percelen hebben opgeschoond, zullen de kosten via de procureur-generaal in rekening worden gebracht. De kosten zullen ze volgens Miranda hoe dan ook betalen. Zij kunnen op elk moment met deze kosten geconfronteerd worden.

‘Ze moeten toch een keer terugkomen’, redeneert de districtscommissaris. De kosten worden overigens geaccumuleerd en elke keer als de overheid tot schoonmaak overgaat, worden deze kosten in rekening gebracht aan de eigenaar.

Bij het aanvragen van een bouwvergunning of bij verkoop en overschrijving van het bewuste perceel zal de eigenaar hoe dan ook toch eerst de kosten moeten voldoen. Alle eigenaren die in gebreke blijven hun leegstaande percelen op te schonen, worden geregistreerd, dus ook zij die wel in het land zijn. Burgers die in hun woonomgeving hopen huisvuil hebben liggen, zullen nu in het bijzonder met het probleem van het zikavirus de dans ook niet ontspringen.

Miranda streeft ernaar de boetes te verhogen voor zij die zich schuldig maken aan het verzamelen van grofvuil op hun erf. In De Nationale Assemblee zouden volgens hem wetten van een dwingender karakter en eventueel hogere boetes moeten worden aangenomen. Vooralsnog zullen de maatregelen, die binnen het huidig wettelijk kader mogelijk zijn, wel worden toegepast op de overtreders. Men is volgens Miranda sinds zijn aantreden dagelijks bezig om controles op de erven van burgers uit te oefenen.

De afdeling Milieu en Gezondheid van het commissariaat beschikt over een klachtenlijn waar volgens Miranda ‘elke klacht serieus genomen wordt’. Indien burgers last of gevaar ondervinden van het huisvuil van hun buren mogen ze dit ook doorgeven. ‘Als een groep in de gemeenschap rommel blijft kweken, moet de rest van de gemeenschap daar niet de dupe van worden’, meent Miranda. ‘We willen en we moeten optreden.’

Belgisch waterbedrijf De Watergroep bouwt te Laarwijk modern drinkwaterproductiecentrum

Waterproductie- centrum gaat drinkwater leveren van water uit Surinamerivier


De Watergroep, een Belgisch waterbedrijf gevestigd in Brussel, bouwt in opdracht van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen te Laarwijk in het district Commewijne een waterproductiecentrum met state-of-the-art-technologie, dat drinkwater zal leveren op basis van oppervlaktewater uit de Surinamerivier. Het contract voor dit project werd 29 januari ondertekend, zo bericht het Dagblad Suriname vandaag, donderdag 11 februari 2016. 

De Watergroep staat in voor de bouw van een innameconstructie op de Surinamerivier en een waterproductiecentrum compleet met een capaciteit van 500 kuub per uur. De SWM zal zorgdragen voor de aanleg van het buizennetwerk.

Medewerkers van de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij zullen in België worden opgeleid om de installatie te beheren. De Watergroep zal de exploitatie minstens gedurende tien jaar na oplevering begeleiden. Indien nodig is er ruimte voor uitbreiding van het waterproductiecentrum en opvoering van de capaciteit.

Directeur Marlon Oosterling van de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij zegt desgevraagd, dat met de bouw van het waterproductiecentrum een bedrag van ruim Srd 4.500.000 gemoeid is. De bouw- en constructiewerkzaamheden zullen anderhalf jaar duren.

Met de waterproductie van het Waterproductiecentrum Laarwijk en dat van het SWM-Onderstation Meerzorg krijgen de inwoners van Commewijne in de toekomst met 1000 kubieke meter per uur voldoende consumptiewater. Het is niet het eerste project van De Watergroep in Suriname. Het bedrijf heeft eerder te Galibi in het district Marowijne de drink- en afvalwatervoorziening op zich genomen.

Bejaarde man met hele hebben en houwen gedumpt op stoep Huize Ashiana

Huize Ashiana tracht in contact te komen met familie van bejaarde man


Een seniorenburger is gisteren met zijn hele hebben en houwen in de berm van het Verpleeg- en Verzorgingshuis Ashiana in Paramaribo gedumpt. Oplettende voorbijgangers zagen een vrouw in een auto wegrijden en noteerden het kentekennummer, zo bericht de Ware Tijd vandaag, donderdag 11 februari 2016.

Waarnemend directeur Osei Jabini van Ashiana zegt, dat een telefoonnummer van de familie is achterhaald, maar de telefoon niet wordt beantwoord. 'Wij hebben geprobeerd te helpen, maar verwachten dat de familie zich meldt.'

In eerste instantie zou de bejaarde terug naar huis worden gebracht, maar daarvan werd afgezien, omdat gedacht is aan een sociaal probleem dat een rol gespeeld kan hebben.

Er is ook contact opgenomen met de politie om na te gaan hoe deze zaak verder af te wikkelen. Ook wordt onderzocht of deze handeling strafbaar is. Jabini verzekert dat de man professionele zorg krijgt. Er is een geïmproviseerde ruimte gecreëerd om de achtergelaten man op te vangen. 'Je kunt de persoon niet in weer en wind laten.'

Ashiana is een overheidsinstelling en is met de Srd 175 per persoon per maand de goedkoopste instelling in zijn soort. Volgens een politiefunctionaris is het strafbaar als verzuimd wordt een hulpbehoevende hulp te verlenen. Maar, veel is afhankelijk van de omstandigheid. In dit geval is de man achterlaten, met de waarschijnlijke stelligheid dat hij snel hulp zou kunnen krijgen.

Nederlands geld voor milieueffectenstudie export rivierwater naar kustbescherming Weg naar Zee

Er is te veel onzekerheid over vergunning voor Amazone Resources in Zug, Zwitserland

 
De 125.000 euro die de Nederlandse ambassade beschikbaar had gesteld voor het vaststellen van richtlijnen voor de milieueffectenstudie voor grootschalige export van rivierwater, wordt niet meer voor dat doel ingezet. Het zal worden gebruikt voor het kustbeschermingsproject bij Weg naar Zee, zo bericht de Ware Tijd vandaag, donderdag 11 februari 2016.

Tot de bestemmingswijziging is besloten, omdat er op dit moment te veel onzekerheid is over de vergunning die het Nederlands/Zwitserse bedrijf Amazone Resources in 2012 bij presidentieel besluit heeft gekregen. Dat het geld nu voor Weg naar Zee zal worden ingezet, is besloten door de ambassade en natuurorganisatie Conservation International Suriname. Een en ander is gisteren bevestigd door de woordvoerder van de Nederlandse ambassade in Paramaribo.

Minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) heeft de afgelopen maanden verschillende keren gezegd het niet eens te zijn met het presidentieel besluit van 2012. Hij herhaalde dit standpunt dinsdag opnieuw bij de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblee. De bewindsman zei, dat zo'n investeringsplan uitsluitend op basis van wettelijke voorwaarden moet worden uitgevoerd. Daarom gaat hij de president vragen het besluit in te trekken.

Volgens hem heeft het Zwitserse bedrijf zich tot nu toe alleen maar geconcentreerd op het zoeken naar investeerders voor het ontwikkelen van technologie om het water te transporteren naar afzetmarkten. 'De milieu- en sociale effectenstudie zijn nog niet uitgevoerd en er is nog geen zicht op wanneer dat zal gebeuren', aldus de bewindsman.

Overigens werd wel een zogenaamde haalbaarheidsstudie uitgevoerd in opdracht van Conservation International Suriname en Amazone Resources door een niet nader genoemde onafhankelijke expert en een samenvatting ervan werd op 3 november vorig jaar overhandigd aan minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen:


Amazone Resources heeft volgens de minister gevraagd om het presidentieel besluit te handhaven zodat haar investeerders niet in paniek raken. Het bedrijf was woensdag niet bereikbaar voor een reactie.

Inmiddels lijkt het hele plan van Amazone Resources, overigens met steun, vanaf de start, van  Conservation International Suriname (die onderzoek zou doen naar de achtergronden van het bedrijf in Zwitserland), een luchtballon is. Alles rond dit in het Zwitserse Zug gevestigde bedrijf oogt schimmig.

De website van het bedrijf is al geruime tijd offline en repeterende verhalen van directeur Cor de Ruiter over een spoedige eerste export van rivierwater naar Barbados, lijken op drijfzand te berusten. Immers, een noodzakelijke milieu- en sociale effectenstudie - nodig, alvorens export is toegestaan - is nog steeds niet uitgevoerd en de autoriteiten op Barbados lijken van niets te weten. Op herhaald verzoek van de redactie van De Surinaamse Krant aan het ministerie van Handel en Industrie op het eiland en de waterautoriteit wordt niet gereageerd op de vraag of zij bekend zijn met het plan van Amazone Resources om in grote zakken Surinaams rivierwater naar Barbados te transporteren.

(Red. De Surinaamse Krant/de Ware Tijd)

Minister Dogojo weerlegt opmerkingen Doekhie (NDP) over politieke inmening bij afgifte BZSR-kaarten

'We gaan met de ambtenaren praten, want zij hebben duidelijke instructies'


De minister van Welzijn gaat komende week richting het rijstdistrict Nickerie om zelf na te gaan hoe het staat met de informatieverstrekking bij het aanvragen van BZSR-kaarten (Basiszorgverzekering Self Reliance). 'We gaan met de ambtenaren praten, want men krijgt wel duidelijke instructies hoe kaarten af te handelen', aldus bewindsvrouwe Joan Dogojo vandaag, 11 februari 2016, in het Dagblad Suriname. 

Al jaren klagen burgers dat zij niet adequaat geholpen worden, omdat er vermoedelijk door het personeel wordt aangegeven, dat zij tot een andere politieke partij behoren.

Het was NDP-Assembleelid Rachied Doekhie die deze kwestie afgelopen dinsdag onder de aandacht van Dogojo bracht. De minister zegt, dat de parlementariër een opmerking heeft gemaakt, maar dat die meer in de richting gezocht moet worden dat mensen informatie verstrekken vanuit bepaalde politieke overwegingen. Er zou andere informatie verstrekt worden dan wat de mensen nodig zouden hebben.

De minister geeft aan, dat het ministerie momenteel bezig is met de uitwerking om de herregistratie over te hevelen naar de districten, waarbij in de komende periode verschillende wijkkantoren aan een evaluatie zullen worden onderworpen. Het is onderdeel van het transformatieproces, waarbij een herstructurering komt van de wijkkantoren. Het proces neemt echter nog wat tijd.

'Hierdoor kan er nog niet gesteld worden wanneer we precies van start gaan en hoeveel de kosten zullen zijn. Na de uitwerking van dit proces zullen deze zaken aangegeven worden', aldus Dogojo.

Gevaarlijk gat in brug in weg Atjoni-Pokigron wordt spoedig hersteld door OW

Onverlaten hebben waarschuwings- markeringen verwijderd

OW in reactie:'Het geld is niet het probleem, maar er is een procedure dat gevolgd moet worden'


Er is een levensgevaarlijk gat in de brug in de weg Atjoni-Pokigron. De herstel- of reparatiewerkzaamheden kunnen niet worden uitgevoerd. Districtssecretaris Freddy Linga van Brownsweg zegt vandaag, donderdag 11 februari 2016, op Starnieuws, dat er markeringen waren aangebracht om weggebruikers te waarschuwingen, maar onverlaten hebben deze verwijderd.

De situatie is gerapporteerd aan de lokale vertegenwoordiger van het ministerie Openbare Werken (OW) te Brokopondo, maar het ministerie beweert geen geld te hebben om de brug te repareren, zo kreeg Linga te horen.

'Wij hebben ook geen kennis en middelen om de brug te repareren', aldus Linga. Hij hoopt dat de situatie zo snel mogelijk wordt aangepakt. De lokale vertegenwoordiger van OW heeft meegedeeld in contact te staan met de afdeling Bruggen van het ministerie, maar kreeg te horen dat er geen geld is om de reparatie te verrichten.

UPDATE: De afdeling Bruggen van het ministerie van Openbare Werken (OW) wacht de formaliteiten af om het gat in de brug van de rijweg Atjoni-Pokigron aan te pakken. Dit stelt OW in een persbericht naar aanleiding van de publicatie vanochtend op Starnieuws.

John Dassa, het hoofd van de afdeling, is in december 2015 in kennis gesteld door de districtscommissaris van Brokopondo over het gevaar. Sindsdien is er aandacht besteed aan de aanbestedingen. Nu zijn de laatste formaliteiten gaande, om het werk acuut aan te pakken.

'Het geld is niet het probleem, maar er is een procedure die gevolgd moet worden. Tegen het einde van vorig week heb ik wederom een bericht ontvangen dat de situatie is verergerd. Het duurt nog kort en het levensgevaarlijke gat behoort tot het verleden', aldus Dassa in het persbericht van OW.

Van der San vindt intrekking presidentieel besluit inzake export rivierwater niet nodig

'Besluit staat niets in de weg als Waterwet tot stand komt'


'Als ik president was, zou ik het besluit niet intrekken, want het besluit staat niets in de weg als de wet tot stand komt.' Dit zegt Eugene van der San, directeur van de afdeling Bestuurs- en Administratieve Aangelegenheden op het Kabinet van de President. Hij vermeldt er bij, zo bericht het Dagblad Suriname vandaag, donderdag 11 februari 2016, deze uitspraak uitdrukkelijk bijm dat hij deze op persoonlijke titel doet. 

Hij doet de uitspraak naar aanleiding van het verzoek van de minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Regilio Dodson, om het presidentieel besluit betreffende rivierwaterexport vanuit Suriname door het  Nederlands/Zwitserse bedrijf Amazone Resources, in te trekken. Delen van de voorwaarden opgenomen in het presidentieel besluit komen volgens de minister niet overeen met de huidige exploitatievisie. Het geheel zou naar zijn mening binnen een wettelijk kader (Waterwet) geplaatst moeten worden, waarbij de juiste voorwaarden zijn aangegeven.

Het uitgangspunt van de minister dat het besluit moet worden ingetrokken, omdat de Waterwet moet komen, is volgens Van der San niet logisch. De wet kan tot stand komen zonder dat het besluit wordt ingetrokken. In het presidentieel besluit is volgens Van der San expliciet opgenomen dat zodra de Waterwet tot stand komt, het presidentieel besluit, voor zover nodig, gelijktijdig wordt aangepast.

'Op het moment dat de wet tot stand komt, is het presidentieel besluit gelijk illusoir geworden. Het presidentieel besluit zal dan ondergeschikt zijn aan die wet en als het presidentieel besluit zaken inhoudt die aangepast moeten worden op grond van die wet, dan gebeurt dat', aldus Van der San.

Minister Dodson meent, dat als de wet tot stand komt, het besluit een negatieve werking zou kunnen hebben, maar dit is volgens Van der San precies wat in het presidentieel besluit is voorkomen. 'Toen het besluit tot stand kwam, was er geen wettelijke regeling. Maar, niet omdat er geen wettelijke regeling is in het land, betekent dit dat je niets kan oppakken. Op aanvraag van de belanghebbende is de zaak opgepakt en is er op het hoogste niveau, bij presidentieel besluit, een regeling getroffen', zegt Van der San.

Hij legt uit dat hoewel er geen aterwet was, er op een gegeven moment wel een belang was om tot exploitatie te kunnen overgaan. 'Toen heeft de president een besluit daarover genomen.' Men gebruikt volgens hem andere bestuursbesluiten om het bestuur voortgang te laten vinden op het moment dat er geen wet is. 'Een wet kan je niet binnen een uur maken. Dit was een voorziening om de belanghebbende tegemoet te komen, zodat een aanvang kon worden gemaakt met het belang van het exploiteren van onze zoetwaterbronnen.'

 In het besluit geeft de president aan welk ministerie belast is met de uitvoering. Dit is waar het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen in beeld komt. Dit ministerie zal vergunningen moeten verstrekken. 'Bij het verstrekken van de vergunningen kan de minister voorwaarden stellen. Dit kan ook zonder de wet gebeuren', meent Van der San. Dat er een wet moet komen, is volgens hem echter geen punt van discussie. 'Een wet is altijd beter dan een beschikking, een wet is altijd beter dan een resolutie, een wet is altijd beter dan een presidentieel besluit. Dat er een wet moet komen, is dus niet de vraag.'

Zorgvervoerder Akandea hervat vervoer van haar ruim 100 cliënten na ontvangst achterstallig geld

Vervoerder staakte in januari het vervoer vanwege achterstallige betalingen



Vanaf vandaag, donderdag 11 februari 2016, worden de ruim honderd cliënten van zorgvervoerder Akandea weer vervoerd. Eerder deze week werd voldaan aan het inlopen van de achterstanden in de betaling, zo bericht Starnieuws.

De zorgvervoerder staakte in januari de dienstverlening vanwege achterstallige betalingen. Het ministerie van Welzijn zegt binnen twee dagen na aankondiging van de staking particulieren te hebben ingezet om de doelgroep te vervoeren. Hierdoor heeft de doelgroep geen stagnatie ondervonden in het zorgvervoer.

Minister Joan Dogojo heeft tijdens de begrotingsbehandeling aangekondigd, dat op korte termijn een evaluatie zal plaatsvinden van de samenwerkingsovereenkomsten met de verschillende zorgvervoerbedrijven, met het oog op de verbetering van de kwaliteit van de dienst naar de doelgroep.

Het beleid van het ministerie is gericht op het garanderen van randvoorwaarden, zoals EHBO-kennis bij zowel de chauffeurs als de begeleiders, zodat de veiligheid van de mensen met een beperking gedurende de transport gegarandeerd is.

Waarnemend onderdirecteur Kategoriaal Maatschappelijk Werk, Ashwin Chitanie, verwacht dat de zorgvervoerder zich houdt aan zijn afspraken. De cliënten zijn inmiddels door Akandea geïnformeerd over de hervatting van de diensten.

Trio's van Tepu willen dat lessen op school in Nederlands worden gegeven

Al ruim vier jaar geen leerkrachten uit Paramaribo en dus krijgen kinderen les in Trio

Tepu (Bron foto: Eithne B. Carlin)
'Hoe gaan onze kinderen dan aansluiten op vervolgonderwijs in Paramaribo?'


Inwoners van het inheemse Trio-dorp Tepu zijn het beu dat er al ruim vier jaar geen leerkrachten uit Paramaribo worden gezonden. Hierdoor worden de lessen niet in het Nederlands verzorgd, maar in het Trio. 'Hoe gaan onze kinderen dan aansluiten op het vervolgonderwijs in Paramaribo?', vraagt een vader Dani zich af in de are Tijd van vandaag, donderdag 11 februari 2016.

Ook dorpsbewoner Suntu stoort zich hieraan. 'Er is al jaren een leegloop aan bevoegde leerkrachten uit de stad.' De mannen vermoeden dat dit te wijten is aan het ontbreken van goede huisvesting. 'Wij willen ook ontwikkeling voor onze gemeenschap', zegt Dani.

Minister Robert Peneux van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur zegt in een reactie, de geschetste situatie niet te kennen. Hij verwees naar onderdirecteur Muriël Hoepel van Onderwijs, maar het is de de redactie van de Ware Tijd, ondanks meerdere pogingen, niet gelukt van haar een reactie te krijgen.

Suntu en Dani beweren dat de overheid beloftes heeft gedaan, zowel vóór als na de verkiezingen van vorig jaar. Zo was onder meer een opvangmogelijkheid voor jongeren uit Tepu beloofd die de MULO moeten bezoeken in Paramaribo. 'Wij zijn het wachten beu', aldus Dani.

Ook eigen initiatieven hebben geen vruchten afgeworpen. Hij is al meer dan zes maanden intensief op zoek naar verblijf voor zijn zoon. 'Huisvesting is voor ons niet betaalbaar. Wij kunnen niet echt op familie en vrienden in Paramaribo een beroep doen, omdat die er nauwelijks zijn.'

Hij zegt dat het financieel veel vergt van hem en anderen in Tepu. 'Een vlucht van Blue Wings van Paramaribo naar Tepu is verhoogd van Srd 450 naar Srd 910. Het vliegtarief naar Kwamalasamutu is gestegen van Srd 600 naar Srd 1.500 Surinaamse dollar. Vanwaar moeten wij dat halen?', vraagt Suntu zich af.

Vonnis in Kort Geding van 5 februari van de PL, NPS en VHP tegen onder andere het CHS en Bouterse openbaar

Advocaat Sewcharan van eisende partijen gaat vandaag op vonnis in tijdens persconferentie


Het vonnis in Kort Geding van 5 februari in de zaak van onder andere de Pertjajah Luhur, NPS en VHP tegen diverse personen waaronder leden van het Centraal Hoofdstembureau (CHS), de Staat Suriname en president Desi Bouterse, is nu op schrift beschikbaar (zie onderaan), zo bericht Starnieuws vanochtend, donderdag 11 februari 2016.

De rechter is van oordeel, dat de eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat de terugroeping van de Pertjajah Luhur-Assembleeleden Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan op rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden. Zij hebben ook te kennen gegeven de fractie niet te hebben verlaten. De rechter heeft voorts bepaald, dat overwegingen in een ander Kort Geding ten onrechte als grondslag zijn gebruikt van de vordering.

De eisers zijn niet ontvankelijk verklaard in hun vordering tegen de individuele leden van het Centraal Hoofdstembureau (CHS), de voorzitter van het hoofdstembureau Wanica Roline Samsoedien en haar collega van Saramacca, Laksminarain Doebay, de Staat Suriname en president Desi Bouterse in persoon. De vordering tegen het CHS is afgewezen.

Achttien personen en instanties werden voor de rechter gesleept door VHP, NPS, de Pertjajah Luhur en de kandidaten Barkat Mohabalie en Prim Sardjoe. Hun advocaat was Gerold Sewcharan. Irvin Kanhai werd in de arm genomen door het CHS, de individuele leden, Samsoedien en Doebay. Nailah van Dijk trad als advocate van de Staat en de president.

Sewcharan belegt vandaag een persconferentie waarin hij in zal gaan op het vonnis van de rechter. Dan zal het ook duidelijk worden welke stappen de eisers verder zullen ondernemen.

Braziliaanse GOL stopt tijdelijk met vluchten op Venezuela

GOL ondervindt problemen bij betaling tickets van Venezolaanse autoriteiten in dollars

 
De Braziliaanse luchtvaartmaatschappij GOL heeft tijdelijk de vluchten naar Venezuela geschrapt als gevolg van problemen die het bedrijf heeft om het geld van tickets van de Venezolaanse autoriteiten in dollars uitbetaald te krijgen, zo bericht het Antilliaans Dagblad vandaag, donderdag 11 februari 2016, zich daarbij baserend op berichten van het persbureau Reuters en verschillende bronnen in Latijns-Amerika. 

Volgens de Braziliaanse krant Folha de Sao Paolo van dinsdag 9 februari (zie onderaan) is de vliegmaatschappij al maanden bezig om een bedrag van 89,7 miljoen dollar, dat in Venezuela geblokkeerd staat, los te krijgen.

GOL had al eerder het aantal vluchten naar Venezuela gereduceerd.

De gedupeerde passagiers worden bij andere maatschappijen ondergebracht. Volgens de International Airport Transportation Association (Iata) heeft Venezuela een schuld van circa vier miljard aan dollars uitstaan bij luchtvaartmaatschappijen die naar het land vliegen. De Braziliaanse vliegmaatschappij zou al meerdere keren met de Venezolaanse autoriteiten hebben gesproken om het bedrag in een voor GOL voordelige koers uitbetaald te krijgen.



Pro Kòrsou: 'Statenlid en minister die verdachte is in strafzaak moet worden geschorst of ontslagen'

Partij van oud-premier Asjes wil als zij in Staten komt wetsvoorstel daartoe indienen


'Er zijn veel incapabele Statenleden die alleen maar met anderen ruziën'


In de toekomst moeten Statenleden en bewindslieden die als verdachten worden beschouwd in een strafzaak, geschorst en of ontslagen worden. Dat stelt de partij Pro Kòrsou van ex-premier Ivar Asjes in een schriftelijke verklaring, zo bericht het Antilliaans Dagblad vandaag, donderdag 11 februari 2016.

De partij heeft aangekondigd, dat zij zodra zij tot de Staten wordt toegelaten, een wetsvoorstel indient om de schorsing of het ontslag van verdachte parlementariërs en ministers mogelijk te maken. Pro Kòrsou heeft op grond van haar gedragscode ook verklaard niet een coalitie te zullen vormen met partijen die bestuursleden, Statenleden of ministers hebben, die door het Openbaar Ministerie tot verdachten zijn bestempeld.

In de verklaring schrijft de buitenparlementaire partij dat er de laatste jaren veel politieke onrust op het eiland heerst. Het ontbreekt sommige Statenleden aan volwassenheid en er heerst ook continu een sfeer van conflicten in het parlement tussen de leden. Hetzelfde patroon is ook bij de coalitiepartijen te zien. Dit alles zorgt volgens de partij van Asjes voor instabiliteit en wantrouwen tussen verschillende politici.

'Het toppunt is dat er een Statenlid is, die door de rechtbank veroordeeld is in een strafzaak voor het schenden van het ambtsgeheim en er zijn verschillende parlementariërs die door het Openbaar Ministerie als verdachten in corruptiezaken en/of samenzwering voor moord zijn aangemerkt', aldus de oud-premier.

Het niveau van politiek bedrijven moet ook verheven worden, aldus de partij. Pro Kòrsou oordeelt dat er te veel incapabele Statenleden zijn die alleen maar met anderen ruziën in plaats dat zij hun werk doen. Hierdoor komt de ontwikkeling van Curaçao in het gedrang. De partij wil de Staatsregeling wijzigen en het aantal Statenleden terugbrengen van 21 naar 15 leden. Het aantal ministers moet terug worden gebracht naar 7.

'Dit zal de samenleving een substantieel bedrag van 3,2 miljoen gulden besparen voor iedere vier jaar en dat kan extra geïnvesteerd worden in onderwijs en opvoeding.' De partij staat volgens de verklaring voor goed bestuur en een parlement bestaande uit integere en competente mensen. Het bestuur en het ambtelijk apparaat moeten integriteit stimuleren, kansen voor welzijn en vooruitgang tijdig signaleren en snel concrete en eerlijke acties ondernemen om resultaten te boeken, stelt Pro Kòrsou.

Ebola-paniek op J.A. Pengeluchthaven door foutief online invullen door Nederlandse passagier van ebolaformulier

Passagier werd aangemerkt als 'verdacht' en werd gescreend door speciaal team


Minister Patrick Pengel van Volksgezondheid spreekt met klem tegen, dat er een passagier, die besmet zou zijn met het ebolavirus, op de SLM-vlucht van woensdagavond uit Nederland zat. Bij online invullen van het ebolaformulier heeft een passagier in Nederland een vraag verkeerd beantwoord. Op basis hiervan was hij geclassificeerd als een 'suspect passagier'. Het ebolaprotocol van het ministerie van Volksgezondheid van januari 2015 trad meteen in werking. De passagier is gescreend door een speciaal getraind team, dat uitgerust was met beschermingspakken tegen ebola. Dit bericht Starnieuws vanochtend, donderdag 11 februari 2016.

Mensen belden in paniek naar elkaar en stuurden elektronische berichten rond. Op de Johan Adolf Pengelluchthaven was woensdagmiddag duidelijk te merken dat er iets ongewoons aan de hand was. Minister Pengel zegt in een reactie, dat de passagier onderworpen werd aan een controle. De gezondheidsautoriteiten op Schiphol werden ook ingeschakeld samen met verantwoordelijken van de SLM. De passagier werd conform de  procedure onderworpen aan een screening. Het bleek echter om een fout ingevuld formulier te gaan.

De passagier werd uit voorzorg bij aankomst andermaal aan een screening en paspoortcontrole onderworpen, omdat nadere berichtgeving van de Port Health Authority Nederland uitbleef. Na het onderzoek is gebleken, dat de passagier geen reisgeschiedenis heeft uit een van de gebieden waar de ebola transmissie in 2014-2015 plaatsvond. Verder vertoonde hij geen symptomen van enige ziekte. Er was dus geen reden om de reiziger als suspect ofwel verdacht te blijven identificeren. Zijn contactgegevens zijn in Suriname opgenomen, eveneens die van passagiers die in zijn directe omgeving hebben gezeten.

In overleg tussen het Bureau Openbare voor Gezondheidszorg (BOG) en de zogenoemde Disaster Management coördinator werd het onnodig geacht gebruik te maken van de quarantainefaciliteiten op de luchthaven. De minister heeft rapportage gekregen van het BOG dat alle operaties op de luchthaven normaal kunnen plaatsvinden.

De interventie op Zanderij werd meteen gebruikt als een oefening om de procedures intern en extern te testen. Na evaluatie zullen de procedures, waar nodig, worden aangescherpt. Door dit incident heeft de afhandeling van de vertrekkende SLM-vlucht de nodige vertraging ondervonden.

Staatsolie hoopt morgen, 12 februari, weer ongelood aan Gow2 te kunnen leveren

Als noodoplossing is ongelode benzine per schip uit buitenland aangevoerd


Staatsolie werkt er naartoe om de levering van unleaded aan haar GOw2-stations morgen te hervatten. De raffinaderij draait weer, na vorige week vier dagen stil te hebben gelegen wegens een stroomonderbreking. Als tussentijdse oplossing is een boot met unleaded woensdag uit het buitenland aangekomen om de stations van GOw2 te bevoorraden. De verwachting is dat alle pompen vandaag, donderdag 11 februari 2016, zullen zijn voorzien, aldus de Ware Tijd.

Vanaf de eerste officiële levering van Staatsolie-gasoline, is een reeks stroomonderbrekingen geweest die de splinternieuwe raffinaderij steeds uit bedrijf zouden hebben gehaald. Staatsolie-directeur Rudolf Elias weerspreekt dat er onvoldoende rekening is gehouden met de beschikbaarheid van stroom. 'Er is een uitgebreid onderzoek vooraf uitgevoerd.'

Uit die studie was gebleken, dat de energielevering vanuit het stuwmeer, gekoppeld aan de productiecapaciteit van de NV Energiebedrijven Suriname (EBS) en het eigen Staatsolie-stroombedrijf (SPCS), stabiel genoeg was om de raffinaderij mee te draaien. 'Maar, jammer genoeg begon de levering vanuit het stuwmeer tegen te vallen na de sluiting van bauxietbedrijf Suralco', aldus Elias.

Het duurt naar zijn zeggen drie tot zes maanden voordat het eigen personeel volledig getraind is om de stroomvoorziening zelf te beheren. 'Intussen wordt er samen met de EBS en de Suralco gekeken naar een oplossing om via hun netwerk te kijken naar hoe de energievoorziening naar de raffinaderij toe gestabiliseerd kan worden. Minstens 99,9 procent stabiliteit in de stroomlevering is vereist.'

Jongen (12) steekt 10-jarig meisje in een school te Latour met scherp voorwerp bij haar slaap

Ruzie tussen twee jonge scholieren mondt uit in steekpartij


De politie van de buurt Latour, Paramaribo, kreeg gisteren een melding van een vechtpartij tussen twee scholieren in een schoollokaal. Bij aankomst ter plaatse werden zowel de verdachte als het slachtoffer aangetroffen. Uit het politieonderzoek is gebleken, dat een 10-jarige jongen en een 12-jarig meisje ruzie kregen die uitmondde in een vechtpartij, zo schrijft het Dagblad Suriname vandaag, donderdag 11 februari 2016.

Op een bepaald moment haalde de jongen een scherp voorwerp tevoorschijn en stak het meisje hiermee ter hoogte van haar slaap. Dat voorwerp werd door agenten gevonden en in beslag genomen.

Het slachtoffer werd voor medische hulp in een ambulance afgevoerd naar het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. De jongen is na verhoor in overleg met een lid van het Openbaar Ministerie voor begeleiding verwezen naar de afdeling Jeugdzaken van het Korps Politie Suriname.

NDP-Assembleeleden willen weten hoe groot wagenpark regering is


'Pas na inzage in wagen- park kan DNA goed- keuring geven om nieuwe auto’s te kopen'


De NDP-Assembleeleden Amzad Abdoel en André Misiekaba en de vicevoorzitter van De Nationale Assemblee (DNA) Melvin Bouva, eveneens NDP, hebben dinsdag tijdens de voortzetting van de begrotingsbehandeling erop aangedrongen, dat de regering een duidelijk overzicht aan het parlement geeft over de grootte van haar wagenpark. Dit bericht de webeditie van het Dagblad Suriname woensdagavond 10 februari 2016.

'Het parlement kan geen goedkeuring aan de regering geven om over te gaan tot het aanschaffen van nieuwe dienstvoertuigen, terwijl de mensen niet eens goed kunnen omgaan met bestaande dienstvoertuigen', stelde de NDP-fractieleider Misiekaba.

Een voorbeeld volgens hem is de NV Energiebedrijven Suriname (NV EBS) waar de nieuwe leiding onder leiding van zijn collega Rabin Parmessar maatregelen heeft getroffen, waardoor binnen een minuut meer dan honderd dienstvoertuigen vrijkwamen. 'De vicepresident moet ingaan en aangeven wat het wagenpark van de overheid is. Dan pas kan DNA goedkeuring geven om nieuwe auto’s te kopen', stelden Bouva en Abdoel.

Volgens vicepresident Ashwin Adhin is rapportage ten aanzien van voertuigen en brandstof reeds in een eerste rapport vastgelegd. Volgens Adhin is de eerste fase van inventarisatie al voorbij en is hij overgegaan tot het instellen van een Task Force, die deze zaken moet onderzoeken. 'Er moet wat zoek- en speurwerk worden verricht', stelde hij. Adhin benadrukte, dat de informatie er is en zo snel als mogelijk opgestuurd zal worden naar de volksvertegenwoordiging.

Martin Misiedjan: 'Klacht inheemsen in zaak bij IACHR gebaseerd op onwaarheden'

'De inheemsen moeten eerlijk zijn, zij spreken twee talen'


Er is op 25 november 2015 een vonnis in Costa Rica uitgesproken in de zaak van de Kaliña- en Lokono-gemeenschappen van de Beneden Marowijne tegen de Staat Suriname. Twee weken geleden werd het vonnis door het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten (IACHR, Inter-American Court on Human Rights) ter beschikking gesteld. Deze zaak liep sinds 2007, zo bericht de webeditie van het Dagblad Suriname woensdagavond 10 februari 2016.

De Kaliña- en Lokono-volken hebben op een bepaald moment gemeend de Staat Suriname aan te klagen voor de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens. Na die aanklacht heeft de commissie op een bepaald moment een aanbevelingsrapport uitgebracht, waarbij de Staat werd aanbevolen om een paar zaken uit te voeren aan de hand van de klacht. Uiteindelijk belandde de zaak bij het Hof.

De klacht hield in grote lijnen in dat de Staat de rechten van inheemsen formeel niet erkende. Dit wordt nog steeds ervaren als een schending van de rechten van de groep.

Volgens mensenrechtenjurist Martin Misiedjan zijn de mensen in een zogenaamde hoerastemming. De klacht van de inheemsen was volgens Misiedjan gebaseerd op een aantal onwaarheden. 'Men heeft bijvoorbeeld aangegeven dat de Staat hun de toegang tot de Wanekreek en de Galibi Natuurreservaten verhindert. Dit, terwijl de Staat via het ministerie van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer (RGB) een structurele relatie onderhoudt met de mensen in het gebied. Men eiste dus teruggave van het gebied. Men heeft ook gevraagd dat Tuinstad Albina teruggegeven wordt of dat men ervoor gecompenseerd zou worden. Men heeft in het geding een kaart, waar veel marrondorpen zijn, opgebracht als te zijn inheems gebied', zegt Misiedjan.

Het inheems platform ESAV (Eenheid en Solidariteit voor Alliantie en Vooruitgang) laat woensdagavond via haar Facebookpagina het volgende weten in reactie op de opmerking van Misiedjan over een kaart: 'Hier wordt dus duidelijk middels de kaart aangeven, dat het uitsluitend om de acht dorpen van Beneden Marowijne gaat en niet zoals Martin Misiedjan ons wil doen geloven.':


Misiedjan: 'Wij hebben toen aangegeven, dat teruggave van Albina niet aan de orde is. Hetzelfde is ook aangegeven aan de natuurreservaten. Die zijn ingesteld met het doel om de biologische waarde van het gebied te beschermen voor toekomstige generaties. Wij hebben aangetoond om binnen het Surinaams rechtsbestel dit probleem aan te pakken.'

Het Hof keek naar de Surinaamse wetgeving en zei dat er niets in de wetgeving is dat de mensen beschermt. Dan krijg je logisch een veroordeling op dat punt. Maar alle andere zaken zijn niet toegewezen. Suriname is uiteindelijk niet veroordeeld om Albina terug te geven.

Bij monde van Misiedjan heeft de aanklagende partij een verkeerd beeld van Suriname geschapen in het buitenland. Vandaar dat de Staat als partij in het geding, het Hof in augustus uitnodigde voor een bezoek op locatie. Volgens Misiedjan heeft het Hof toen kunnen waarnemen hoe vredelievend Suriname is.

'De inheemsen moeten eerlijk zijn. Zij spreken twee talen. Ze doen hier in Suriname alsof zij het probleem willen oplossen, maar in het buitenland wordt Suriname afgeschilderd als te zijn een land waar hun rechten zwaar worden vertrapt', beweert Misiedjan. Het hof heeft in zijn vonnis aangegeven, dat in de benadering van het grondenrechtenvraagstuk er ook moet worden gekeken naar de rechten van de tribalen. 'Men weet niet wat voor onmaatschappelijke dingen er konden gebeurden, wanneer bijvoorbeeld Adjoema Kondre zou horen dat de inheemsen hun dorp hebben gepikt', stelt Misiedjan.

Suriname heeft bij de benadering van het grondenrechtenvraagstuk aangegeven, dat er rekening moet worden gehouden met de multi-etnische samenstelling van Suriname. Dit betekent, dat als men dit vraagstuk wil oplossen, men er zeker rekening mee moet houden dat er meer etnische groepen in Suriname zijn, dan alleen inheemsen. Naar voorbeelden uit het buitenland kijken is mogelijk, maar volgens Misiedjan zal er vanuit een Surinaams kader worden gewerkt richting een oplossing. Dat betekent dat dit vraagstuk naar een ieders tevredenheid zal moeten worden opgelost.

De Staat heeft twee jaar de tijd om de collectieve rechtspersoonlijkheid van inheemse en tribale volken bij wet te regelen en drie jaar om collectieve grondtitels uit te geven voor de traditionele grondgebieden. Er moet binnen drie haar een gemeenschapsontwikkelingsfonds, ter waarde van  1 miljoen Amerikaanse dollars worden ingesteld voor projecten in de gebieden die de Kaliña en Lokono nodig vinden voor hun ontwikkeling. Het gaat onder andere om gezondheid, onderwijs, voedselzekerheid en beheer van hun hulpbronnen. Dit fonds komt bovenop de normale overheidsverplichtingen voor ontwikkeling. De Kali’na en Lokono moeten een vertegenwoordiger aanwijzen, zodat het fonds in overeenstemming met hun wil wordt gebruikt.

(Red. De Surinaamse Krant/Dagblad Suriname)

EBS leidt de nodige schade door slecht onderhoud percelen en bermen

EBS schroomt niet schade ontstaan door slecht onderhoud te verhalen op eigenaren


Door slecht onderhoud van erven en bermen ondervindt de NV Energiebedrijven Suriname (EBS) schade. Hoog wied of bomen, die dicht bij de masten of het elektriciteitsnet groeien, die niet op een verantwoorde manier of helemaal niet worden verwijderd, kunnen grote schade berokkenen met alle gevolgen van dien, aldus het bedrijf woensdag 10 februari 2016 in een persbericht.

Voor het minimaliseren van stroomonderbrekingen door schade door slecht onderhoud van percelen en/of bermen doet de EBS een dringend beroep op de samenleving om de omgeving en dan met name de erven en/of de bermen schoon te houden. Op grond van artikel 70 van de Politiestrafwet G.B. 1915 no. 77 kan dit nalaten strafbaar gesteld worden.

De EBS zal niet schromen om schade, die ontstaat als gevolg van slecht onderhoud van percelen en/of bermen, te verhalen op de rechthebbenden.

Het bedrijf schrijft verder in het vervolg risicogevallen te melden aan de districtscommissaris van betreffend ressort. Daarnaast kan eenieder, die kennis draagt van risicogevallen hiervan melding doen via het telefoonnummer 175. De EBS zal nagaan of de gemelde gevallen tot één van de risicogevallen behoren. De districtscommissaris zal - indien noodzakelijk - maatregelen treffen tegen personen die hun perceel en/of de daaraan grenzende berm niet onderhouden.

RO-minister Dikan ontmoet de Franse ambassadeur Michel Prom

Prom wil dat nog dit jaar bepaalde projecten worden uitgevoerd


De Franse ambassadeur Michel Prom heeft tegenover minister Edgar Dikan van Regionale Ontwikkeling (RO) de wens uitgesproken om zogenoemde geïdentificeerde projecten dit jaar nog op te pakken. De diplomaat bracht woensdag 10 februari 2016, een beleefdheidsbezoek aan de bewindsman, zo laat het ministerie in een persbericht weten.

Minister Dikan benadrukte tijdens het gesprek de goede betrekking die tussen de beide landen bestaat. Het ministerie van RO vervult een belangrijke rol op het gebied van landelijke ontwikkeling in de grensdistricten Marowijne en Sipaliwini, stelde hij.

Ambassadeur Prom zei het de juiste tijd te vinden om de projecten op te pakken. De 'timing is good', merkte hij op.

Suriname en Frans-Guyana zullen op korte termijn de verdere stappen tot concretisering van de projecten nader bespreken. Om welke projecten het gaat vermeldt het ministerie niet. In ieder geval staat 'het model van ontwikkelingscentra in het binnenland' staat hoog op de agenda.

Vereniging van Melkboeren wil transparantie bij beoordeling kwaliteit melk door Melkcentrale

Melkboeren in zwaar weer door gestegen prijzen van onder andere voer


Vanwege de gestegen prijs voor onder meer voer staat de melkveesector, zo bericht de Ware Tijd woensdag 10 februari 2016, bijna aan de rand van de afgrond. De prijs waarvoor het product door de Melkcentrale wordt opgekocht is achterhaald. De Vereniging van Surinaamse Melkboeren (VSMB) treft in opdracht van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij voorbereidingen voor de totstandkoming van een nieuwe prijsberekening. 'Voer is met meer dan 20 procent duurder geworden', zegt Edmund Blufpand, voorzitter van de vereniging en melkboer (ook bekend als woordvoerder van de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij en presentator van het STVS-Journaal).

Eén kilo melk, wat bijna overeenkomt met één liter, wordt door de melkcentrale voor Srd 2, 43 opgekocht bij de boer. De opkoopprijs hangt ook af van de kwaliteit. Conform de Surinaamse Melkwet moet het vetgehalte minimaal 3.3% zijn. Bij een vetgehalte tussen 2.95% en 3.3% daalt de opkoopprijs met dertig cent. Dat maakt dat de boer in sommige gevallen een veel lagere prijs krijgt.

Mukesh Ramlagan van de Veehoudersbond, erkent de lage opkoopprijs, maar valt daar niet zozeer over. Wat hem dwars zit is het beleid inzake de beoordeling van de kwaliteit van de melk. 'Er is geen transparantie vanuit de Melkcentrale bij het vaststellen van de kwaliteit, omdat de boer niet aanwezig is wanneer dat gebeurt', zegt Ramlagan.

De Veehoudersbond moet samen met de VSMB een nieuwe prijscalculatie maken, maar zolang er geen transparantie is, wordt het volgens Ramlagan moeilijk om dat te doen. Blufpand stelt voor dat een onafhankelijke instantie zich bezighoudt met de beoordeling. 'Daar willen we naartoe. Een stukje transparantie is aanbevolen.'

4.000 Handtekeningen tijdens protestactie tegen uitzetting Sachi en haar moeder

Sachi (18) dreigt te worden uitgezet naar Suriname en moeder naar India

(Bron foto: Koos Scherjon/RTV Noordoost-Friesland)

De afgelopen maanden zijn de inwoners van Noordoost Fryslân in de bres gesprongen voor Sachi Singh en haar moeder Ranish uit Driezum. De beide vrouwen dreigen Nederland te worden uitgezet. 4.000 Handtekeningen werden gisterochtend, woensdag 10 februari 2016, na een protestmars aangeboden aan burgemeester Sicko Heldoorn van Dantumadiel, zo berichtte de Nieuwe Dockumer Courant. Aan de mars namen vrienden, dorpsgenoten en klasgenoten deel in de richting van het gemeentehuis in Damwâld. Sachi Singh en haar moeder liepen voorop.

Heldoorn, die zich enorm sterk maakt voor deze zaak, gaat nog deze maand een burgemeestersbrief sturen aan staatssecretaris Dijkhof van Veiligheid en Justitie. Het lot van de familie Singh ligt in zijn handen. Vele medeleerlingen van Sachi, zij gaat naar de Havo op het Dockinga College, waren naar het gemeentehuis gekomen om de verzamelde handtekeningen kracht bij zetten.

Met de handtekeningen en de persoonlijke brieven wil de actiegroep een statement maken.

Het meest schrijnende in dit geval is, zo bericht RTV Noordoost-Friesland, dat moeder moet vertrekken naar India en dochter Sachi (18) naar Suriname. Sachi groeide op in Driezum. Ging naar na de basisschool ‘De Wynroas’ in Wâlterswâld naar MAVO ‘De Saad’ in Damwâld. Momenteel zit ze op het Dockinga College te Dokkum. Zowel moeder als dochter zijn hier volledig ingeburgerd en hebben een netwerk van vrienden in Nederland opgebouwd.

Nu is het aan staatssecretaris Dijkhof of deze familie, die al tien jaar in Nederland woont, hier mag blijven.

Klik hier voor meer foto's op de website van RTV Noordoost-Friesland van het protest van vandaag.

Bel goedkoop naar Suriname!