donderdag 30 juni 2016

‘Laat Veiligheidsdienst Curaçao onderzoek doen naar integriteit CBCS-top'

Veiligheidsdienst op St. Maarten gaat integriteitsonderzoek uitvoeren naar CBCS-top 

Minister Gibson van Financiën St. Maarten: 'Het is hoog tijd dat CBCS-top gescreend wordt'


De minister van Financiën van St. Maarten Richard Gibson heeft zijn Curaçaose collega José Jardim (namens onafhankelijk Statenlid Glenn Sulvaran) middels een brief verzocht de Veiligheidsdienst Curaçao (VDC) opdracht te geven om onderzoek te doen naar de president van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS), Emsley Tromp, en overige directieleden. Dit meldt de Amigoe vandaag, donderdag 30 juni 2016.

Gibson heeft zelf ook de veiligheidsdienst op St. Maarten opdracht gegeven om een integriteitsonderzoek naar de CBCS-top te doen. Volgens hem moeten de twee ministeries, die samen de verantwoordelijkheid dragen voor CBCS, beiden onderzoek doen. Dat liet Gibson gisteren tijdens de wekelijkse persconferentie van ministers op St. Maarten weten.

Vorige week stelde hij nog dat de leiding van Tromp aan CBCS de afgelopen dertig jaar ‘uitmuntend’ is geweest. 'Het integriteitsonderzoek moet voor eens en voor altijd alle geruchten en aannames betreffende de CBCS-top elimineren. Het is belangrijk dat er geen twijfels bestaan over de integriteit van de top van de bank', aldus Gibson.

Volgens hem is de CBCS-top nog nooit gescreend en het is ‘hoog tijd’ dat dit gedaan wordt. Gibson stelt dat de wet mensen die een kwetsbare en vertrouwelijke functie hebben, verplicht gescreend te worden. Tromp moet wel toestemmen tot de screening: 'De president moet benaderd worden om een screening te doen. Als hij niet toestemt kan men hieruit een conclusie trekken', aldus Gibson.

Nederlandse Kansspelautoriteit werkt al intensiever samen met Gaming Control Board Curaçao

Samenwerking goktoezicht al intensiever 


De Nederlandse Kansspelautoriteit werkt al intensiever samen met de Gaming Control Board op Curaçao bij de aanpak van illegale gokactiviteiten. Staatssecretaris Klaas Dijkhoff van Veiligheid en Justitie zei dit vanmorgen, donderdag 30 juni 2016, in een debat over de Nederlandse kansspelwetgeving. Ondertussen wacht de Tweede Kamer nog steeds op een goed inhoudelijk antwoord van minister Ronald Plasterk over het onderwerp, bericht de Amigoe.

De Curaçaose goksector werd vandaag genoemd door SP-Tweede Kamerlid Nine Kooiman. Ze zei dat veel illegale goksites op Curaçao en St. Maarten gevestigd zijn en een verstorende werking hebben op de openbare orde in beide landen, maar ook in het Koninkrijk.

'De Nederlandse Kansspelautoriteit (is) bij uitstek het orgaan binnen het Koninkrijk dat de expertise in huis heeft om het illegale aanbod te bestrijden en het legale aanbod te controleren', zei Kooiman. Mede namens de VVD vroeg ze Dijkhof niet alleen om de Kansspelautoriteit in te schakelen voor de strijd tegen illegaal gokken, maar de Nederlandse organisatie bovendien ook toezicht te laten houden op legaal gokken in beide landen.

Staatssecretaris Dijkhof benadrukte dat Curaçao en St. Maarten zelf toezicht houden. 'Ze hebben een eigen kansspelwetgeving, dus ik kan niet zoveel beloven. De Nederlandse Kansspelautoriteit werkt al samen en heeft die samenwerking met de collega-toezichthouders het afgelopen jaar geïntensiveerd. Maar ik kan niet bepalen dat wij meer gaan doen', zei de staatssecretaris, die de motie om die reden ontraadde.

De reactie van Dijkhof was in lijn met eerdere antwoorden van minister Plasterk en ook met zijn uitspraken tijdens zijn werkbezoek aan Curaçao. Plasterk zei dat hij zich terughoudend zal opstellen. Woensdag, tijdens een vergadering van de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties, bleek dat met name SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak daar bezwaar tegen maakt, omdat de minister extra tijd heeft gevraagd voor het beantwoorden van de vragen.

'Nu lees ik in de Antilliaanse media dat Plasterk zich niet met deze zaak zal bemoeien en daarmee dus ook de Kamervragen niet inhoudelijk zal beantwoorden', aldus Van Raak, verwijzend naar het artikel in de Amigoe ‘Plasterk past voor Nederlandse bemoeienis’ van 17 juni. 'Mocht de minister het onfatsoen hebben om uitstel te vragen en dan vervolgens geen inhoudelijke antwoorden te geven, dan zal ik hem linea recta naar de Tweede Kamer roepen. Ook tijdens het reces.'

Op het moment van deze uitspraak was overigens nog niet bekend dat Plasterk wegens hartproblemen de hele zomer afwezig is. Op suggestie van commissievoorzitter Jeroen Recourt (PvdA) werden de zorgen van Van Raak verwoord als een verzoek om opheldering over de uitspraken van Plasterk op Curaçao.

Minister Koenders geen voorstander visumplicht Venezolanen

'Betere screening passagiers op luchthaven en haven is veel effectiever'


Minister Bert Koenders (PvdA) is geen voorstander van een visumplicht voor Venezolanen. De minister van Buitenlandse Zaken schrijft dit in antwoord op vragen van de VVD over uitspraken van de Arubaanse minister Otmar Oduber van Toerisme. Met zijn reactie loopt Koenders vooruit op een debat over Venezuela dat vanavond, donderdag 30 juni 2016, plaatsvindt, zo schrijft de Amigoe. 

Volgens Koenders is een betere screening van passagiers op de luchthaven en de haven, opties die ook genoemd werden door Oduber, veel effectiever. 'Dergelijke mogelijkheden acht ik haalbaarder en wenselijker dan de instelling van een visumplicht voor bepaalde groepen Venezolanen', schrijft hij. 'Eerder moet gedacht worden aan het aanscherpen van de Arubaanse toelatings- en verwijderingsmaatregelen, wat ook door de Arubaanse regering wordt toegepast. Naar aanleiding van het debat over de Rijksvisumwet, onderzoek ik de mogelijkheden en wenselijkheden van visa on arrival of het ontwikkelen van een ESTA-variant', aldus Koenders, verwijzend naar het Amerikaanse systeem, waarbij reisvergunningen online worden verstrekt.

De minister benadrukt dat zijn ministerie regelmatig contact heeft met de Koninkrijksambassade in Caracas, de autoriteiten van Aruba, Curaçao en Bonaire en collega-ministers in Nederland, zowel persoonlijk als via videoconferenties.

'De huidige, en mogelijk toekomstige, instroom van Venezolanen in de Caribische Koninkrijksdelen komt daarbij aan bod en er wordt informatie uitgewisseld over mogelijke maatregelen. Die contacten geven mij op dit moment geen aanleiding om een (tijdelijke) Caribische visumplicht voor Venezolanen in te voeren', aldus Koenders.

Ook is er geen officieel verzoek gedaan door Aruba en Curaçao. 'In verscheidene recente gesprekken die ik had met minister-president Eman, heeft hij het onderwerp visumplicht niet aan de orde gesteld.' Op ambtelijk niveau is er echter wel over het onderwerp gepraat. 'De Arubaanse regering is alert op ontwikkelingen in Venezuela in relatie tot instroom van Venezolanen en houdt de optie tot het verzoeken om invoering van visumplicht open.'

De ontwikkelingen in Venezuela en de eventuele gevolgen voor het Caribisch deel van het Koninkrijk worden vanavond uitgebreid besproken in de Tweede Kamer.

Hieronder de brief van Koenders van woensdag 29 juni:

Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag


Datum 29 juni 2016

Betreft Brief inzake actuele situatie Venezuela


Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van het lid Sjoerdsma van 8 december 2015 inzake de actuele situatie in Venezuela en een kabinetsreactie op de verkiezingen.

Venezuela is het grootste buurland van het Koninkrijk. Er bestaan nauwe betrekkingen tussen Venezuela en in het bijzonder de Benedenwindse (ei)landen van het Koninkrijk: Aruba, Bonaire en Curaçao. Het land maakt op het moment een diepe economische, politieke en humanitaire crisis door, die het kabinet grote zorgen baart. Deze brief gaat in op de actuele ontwikkelingen in Venezuela, de bilaterale betrekkingen tussen het Koninkrijk en Venezuela en de effecten van de situatie in Venezuela op de Caribische delen van het Koninkrijk.


Algehele economische en humanitaire situatie
De economische en humanitaire crisis grijpt diep in de Venezolaanse samenleving.
Volgens PROVEA (‘Programa Venezolana de Educación – Acción en Derechos Humanos’) leeft momenteel circa 75% van de bevolking onder de armoedegrens. De inflatie stijgt volgens het IMF dit jaar tot ongeveer 720%. Het gemiddelde inkomen voldoet daardoor niet meer om een gezin rond te laten komen. Er is een grote schaarste aan levensmiddelen en medicijnen. Hoewel de grootste droogte nu voorbij lijkt, gaan grote delen van het land gebukt onder rantsoenering van drinkwater en elektriciteit in het voor meer dan 70% van hydro-elektriciteit afhankelijke Venezuela. Dit alles heeft uiteraard directe gevolgen voor de bescherming van sociale en economische mensenrechten.

Het aantal demonstraties, als gevolg van de schaarste neemt toe, evenals het aantal plunderingen van voedseltransporten en winkels met levensmiddelen. Hierbij zijn de afgelopen weken vijf mensen omgekomen en tientallen gewond geraakt.

Het Hooggerechtshof heeft op 13 juni jl. een wet afgekeurd die Venezuela zou hebben toegestaan humanitaire hulp, inclusief voedsel en medicijnen, te accepteren. Diverse NGO’s zijn inmiddels hulpprogramma’s begonnen. Het kabinet benadrukt het belang van ECHO, het Europees bureau voor humanitaire hulp. ECHO heeft inmiddels een bezoek gebracht aan Venezuela om de humanitaire noden in kaart te brengen. Echter, zolang de regering het bestaan van een noodsituatie blijft ontkennen, is effectieve humanitaire hulp door overheden en multilaterale organisaties niet mogelijk en kan slechts mondjesmaat via NGO’s assistentie worden verleend.


Politieke situatie
Begin 2014 gingen studenten, gevolgd door enkele oppositiepartijen, de straat op om tegen schaarste en onveiligheid te protesteren. Dit leidde uiteindelijk tot een dramatische situatie waarbij 43 doden en honderden gewonden vielen. De ontevredenheid van de bevolking kwam vervolgens tot uiting tijdens de parlementsverkiezingen van 6 december 2015, waarbij de kiezer een duidelijk signaal gaf aan de machthebbers. De oppositie won met een tweederde meerderheid: 112 van de 167 zetels. Op verzoek van Venezuela waren UNASUR-vertegenwoordigers als “begeleiders” bij de verkiezingen aanwezig. Een aantal diplomatieke vertegenwoordigers, inclusief die van het Koninkrijk, heeft op de verkiezingsdag stemlokalen bezocht, waarbij kon worden vastgesteld dat het stemmen rustig verliep (Kamerstuk 29 653 nr. 20). President Maduro erkende op dat moment de nederlaag en accepteerde de resultaten. De internationale gemeenschap, waaronder de EU, beschouwde de uitslag als een oproep aan de machthebbers om verandering. Mede namens het kabinet deed de EU-Hoge Vertegenwoordiger Mogherini in haar reactie op de verkiezingen ook een oproep aan alle politieke actoren om een constructieve dialoog te voeren.

Al snel na de verkiezingen verscherpte de confrontatie tussen de regering en de oppositie. President Maduro nam, in aanloop naar de installatie van het nieuwe parlement op 5 januari 2016, een aantal maatregelen waarmee de macht van het parlement werd ingeperkt. Ook werd een aantal rechters van het Hooggerechtshof voortijdig vervangen, waardoor het Hof onder vergaande invloed van de regering staat, zoals ook internationaal wordt geconstateerd door mensenrechten-organisaties en organisaties als de VN en de OAS. Datzelfde Hooggerechtshof schorste, vanwege veronderstelde onregelmatigheden bij hun verkiezing, vier parlementariërs, waardoor de oppositie haar tweederde meerderheid verloor die nodig is voor het doen van voorstellen tot evt. grondwetswijzigingen.

De installatie van het nieuwe parlement vond plaats op 5 januari 2016 en verliep, onder grote bescherming van leger en politie, tamelijk ongestoord. Meteen na de installatie van het parlement stelde de oppositie twee prioriteiten te hebben: het revocatoir referendum (of terugroepreferendum) bedoeld om nieuwe presidentsverkiezingen uit te schrijven en een amnestiewet voor politieke gevangenen.
Met de eerste stap naar het referendum, te weten de overhandiging aan de Kiesraad (CNE) van de lijsten met handtekeningen nodig om het proces in gang te zetten, brak een nieuwe fase aan in de binnenlandse politiek. In Venezuela is het terugroepreferendum grondwettelijk verankerd. Het is een ingewikkeld proces dat veel ruimte biedt voor interpretatie van de regels en vertraging. Het is nog allerminst zeker dat er voor het einde van het jaar daadwerkelijk een referendum wordt gehouden. President Maduro heeft gezegd dat hij niet zal toestaan dat het referendum dit jaar nog plaatsvindt. Indien het referendum volgend jaar na 10 januari wordt gehouden, zullen er geen nieuwe verkiezingen plaatsvinden, maar zal de vicepresident de presidentiële ambtstermijn tot 2019 mogen uitzitten. In reactie op de uitspraken van de president neemt de ontevredenheid onder de bevolking, en het aantal demonstraties, verder toe.

Door de aanhoudende crisis staan staatsstructuren onder druk. In mei jl. heeft president Maduro de algemene en economische noodtoestand afgekondigd. Dit betreft in de praktijk een verlenging van de economische noodtoestand die in januari 2016 al per decreet werd afgekondigd. Het nieuwe decreet bevat echter ook maatregelen die het mogelijk maken om de openbare orde te herstellen.
Het is belangrijk dat in Venezuela, een land in economische crisis en gepolariseerd, een constructieve dialoog plaatsvindt tussen de regering en de oppositie, opdat de democratische processen hun loop kunnen krijgen. Onder de vlag van UNASUR worden momenteel bemiddelingspogingen gedaan door drie ex-regeringsleiders Zapatero (Spanje), Fernandez (Dominicaanse Republiek) en Torrijos (Panama) tussen de oppositie en regeringszijde. Dit proces vergt tijd. De EU blijft UNASUR nadrukkelijk steunen bij haar inzet om de dialoog tot stand te brengen, zoals de EU-Hoge Vertegenwoordiger recent ook heeft uitgedragen richting de Venezolaanse Minister van Buitenlandse Zaken.

In het kader van de huidige kritieke situatie in Venezuela sta ik in direct contact met de Minister van Buitenlandse Zaken van Venezuela, mijn counterparts in de regio, en met mijn collega’s in de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ – laatstelijk 20 juni jl.). Ik heb daartoe ook de Top van Ministers van Buitenlandse Zaken van de OAS bezocht en ook op dat moment gesproken over de politieke situatie met Venezolaans Minister van Buitenlandse Zaken Rodriguez en de collega’s uit de regio. Daarbij is tevens de nadruk gelegd op ondersteuning van voornoemde dialoog onder de vlag van UNASUR.


Mensenrechtensituatie
De mensenrechtensituatie in Venezuela is in 2015 verder achteruit gegaan. Onder meer de coöptatie van grondwettelijk onafhankelijke instituties zoals het Hooggerechtshof en de Nationale Ombudsman heeft geleid tot een verdere afbreuk van bescherming en borging van politieke en vrijheidsrechten in Venezuela. In 2015 kon een toename worden geconstateerd van intimidatie van mensenrechtenverdedigers, aantasting van de persvrijheid en vervolging van politieke tegenstanders.

De Koninkrijksambassade in Caracas voert regelmatig overleg met lokale mensenrechtenorganisaties en mensenrechtenverdedigers. De Nederlandse inzet op het gebied van de mensenrechten vindt ook in EU-verband plaats. Samen met EU-partners monitoren we de mensenrechtensituatie nauw. Door dit gezamenlijk te doen leggen we meer gewicht in de schaal en kunnen wij onze boodschap op mensenrechtenterrein zo effectief mogelijk overbrengen. Ook neemt Nederland deel aan de door de EU gecoördineerde waarneming van processen tegen oppositieleden in Venezuela.
     
          
Bilaterale betrekkingen en multilateraal kader
De betrekkingen tussen Venezuela en het Koninkrijk worden gedefinieerd door de buurlandrelatie. De belangen van het Koninkrijk zijn gebaat bij open communicatielijnen met Venezuela en onderlinge samenwerking.

Zo bestaat op veiligheidsterrein al jaren samenwerking tussen Venezuela en het Koninkrijk. Deze samenwerking is van groot belang, aangezien door die samenwerking beter kan worden opgetreden tegen mensensmokkel, drugssmokkel en andere grensoverschrijdende criminaliteit. Het bevordert ook het onderling vertrouwen en geeft ingangen. Tijdens recent ambtelijk overleg, in mei van dit jaar, is afgesproken om de samenwerking onder het MoU tussen de regeringen van het Koninkrijk en Venezuela uit 2013 te intensiveren, in het bijzonder op het operationele vlak. Afgesproken is hierover op korte termijn nader overleg te hebben in de regio. De Kustwachten van het Koninkrijk en Venezuela hebben jaarlijks gezamenlijke oefeningen op het gebied van Search and Rescue. De meest recente oefening vond plaats in november 2015. Venezuela, maar ook de VS, waardeert de rol die het Koninkrijk speelt in de regio op veiligheidsterrein.

Op deze wijze geeft het kabinet uitvoering aan de motie om mogelijke geruststellende maatregelen ten behoeve van de territoriale integriteit en stabiliteit van de Benedenwindse eilanden te inventariseren en, zo nodig, te treffen (Kamerstuk 29653, nr. 22).

De kritische boodschap van het kabinet ten aanzien van de mensenrechtensituatie in Venezuela is recent ook overgebracht aan de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken. Daarbij zijn ook onze zorgen overgebracht over de huidige politieke en humanitaire situatie in Venezuela en is gepleit voor een dialoog tussen regering en oppositie. Ook op die wijze heeft het kabinet uitvoering gegeven aan de zorgen die er in de Kamer ten aanzien van Venezuela bestaan. Minister Rodriguez erkende dat Venezuela moeilijke tijden doormaakt, maar ontkende dat er sprake is van een humanitaire crisis.

Ook in multilateraal kader wordt de situatie in Venezuela veelvuldig besproken. Zo heeft Nederland tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 20 juni de ernst van de situatie benadrukt, de noodzaak van dialoog en het vinden van een constitutionele oplossing. Ook heb ik de ontwikkelingen in Venezuela recent besproken met de Interamerikaanse Commissie voor de Mensenrechten en met de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, Almagro. Hij maakt zich grote zorgen over de crisis in Venezuela. Op 23 juni jl. vond een buitengewone Permanente Raad van de OAS plaats over het eventueel inroepen van het Democratisch Charter van de OAS. Dit Charter waarborgt de democratie op het continent. Voor een meerderheid van de lidstaten was inroeping van het Charter nu nog te vroeg. OAS-lidstaten stelden wel unaniem het UNASUR-initiatief van de voormalige Spaanse premier Zapatero c.s. te steunen, om de dialoog te faciliteren.


Effecten op het Koninkrijk
De zorgelijke en almaar verslechterende situatie in Venezuela gaf én geeft aanleiding om alert te zijn op mogelijke spill-over effecten op de Caribische delen van het Koninkrijk. Dit heeft de volle aandacht van het kabinet en de Caribische Koninkrijkslanden.

Onze inschatting is onverminderd dat mocht de situatie in Venezuela sterk verslechteren, er geen massale migratiestroom op gang komt richting het Caribisch deel van het Koninkrijk. De inschatting is eerder dat Venezolanen zich thuis zullen terugtrekken, dan wel naar andere plekken in het land gaan of zich over land richting de buurlanden zoals Colombia of Guyana zullen begeven. Verhoogde patrouilles van de Kustwacht laten tot op heden ook geen beeld zien van een toename van, of grootschalige, immigratie.

Dit neemt niet weg dat we op alle scenario’s voorbereid moeten zijn. Deze scenario’s zijn uitgewerkt en worden voortdurend geactualiseerd en geoperationaliseerd. Daarbij wordt uitvoering gegeven aan de moties die vorig jaar zijn aangenomen. Deze moties roepen op tot het ontwikkelen van scenario’s op het gebied van veiligheid, migratie en toerisme, het monitoren van illegale migratie en de inzet van de Kustwacht (Kamerstukken 29 653 nr. 19 en 21).

Sinds geruime tijd vindt geregeld overleg plaats tussen de betrokken partijen binnen het Koninkrijk (zoals de ministeries van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie, de autonome Caribische Koninkrijkslanden, de Rijksvertegenwoordiger te Bonaire en de Koninkrijksambassade te Caracas). Naast gezamenlijke overleggen zijn er zowel in Nederland als in de Caribische Koninkrijkslanden eigen overlegstructuren. In de verschillende overleggen wordt de situatie in Venezuela belicht, informatie uitgewisseld en maatregelen besproken. De overleggen en voorbereidingen worden momenteel geïntensiveerd. Elke partij heeft zijn eigen rollen en verantwoordelijkheden.

Migratie en toerisme behoren primair tot de autonome bevoegdheden van de Caribische Koninkrijkslanden. Aruba en Curaçao zijn zeer alert op instroom van Venezolanen. Er vindt actieve monitoring plaatst. Het aantal Venezolanen dat inreist lijkt de laatste maanden tijd weer af te vlakken, na een toename in de tweede helft van vorig jaar. Van oudsher vindt veel toerisme plaats vanuit Venezuela naar in het bijzonder Aruba en Curaçao. Dit is een belangrijke pijler van de economie. De aard van het toerisme lijkt evenwel te veranderen. Zo overnacht een aanzienlijk percentage van de Aruba en Curaçao bezoekende Venezolanen niet in een hotel, maar bij bekenden. Ook is van Aruba en Curaçao begrepen dat veel van deze toeristen hun verblijf gebruiken om boodschappen te doen (veel producten in Venezuela zijn immers schaars) en om dollars te pinnen. Dat leidde enige tijd tot overlast zoals lege pinautomaten, maar daar zijn door de landen inmiddels voorzieningen voor getroffen. Daarnaast tracht een deel van de Venezolanen dollars te verdienen door illegaal werkzaamheden te verrichten. Ook zijn er enige strafrechtelijke delicten begaan door Venezolanen.

Aruba en Curaçao hebben op basis van hun autonome bevoegdheden maatregelen genomen om migratie vanuit Venezuela te monitoren en te reguleren. Zo is de controle bij inreis aangescherpt. Indien Venezolanen niet aan bepaalde criteria voldoen, zoals het beschikken over voldoende middelen van bestaan gedurende hun verblijf, wordt men op het vliegtuig terug naar Venezuela gezet. Ook in de havens worden verscherpte controles uitgevoerd door de immigratie- en douanediensten. Curaçao heeft ook als maatregel getroffen dat barkjes alleen op gezette tijden kunnen binnenvaren. Voornoemde maatregelen lijken hun vruchten af te werpen. Op dit moment is er dan ook geen directe aanleiding om een (tijdelijke) Caribische visumplicht voor Venezolanen in te voeren. Invoering van een visumplicht betekent een obstakel voor bonafide reizigers naar het Caribisch deel van het Koninkrijk, terwijl het tegelijkertijd geen garantie is dat niet bonafide of minder kapitaalkrachtige Venezolanen wegblijven. Wel wordt, mede naar aanleiding van het debat over de Rijksvisumwet van 9 juni jl., de mogelijkheden en wenselijkheden onderzocht van visa on arrival of het ontwikkelen van een ESTA-variant.

Nu het, zoals gesteld, om autonome bevoegdheden van de Caribische Koninkrijkslanden gaat, en die landen het meeste zicht hebben op cijfers en ontwikkelingen, zullen –zo is begrepen- de regeringen van Aruba en Curaçao de eigen Staten hierover informeren. Op dat moment zal het kabinet ook de Kamer hierover nader op de hoogte stellen.


De Minister van Buitenlandse Zaken,





Bert Koenders




CBCS geeft verzekeraar Ennia op Curaçao toestemming om publicatie jaarcijfers 2015 uit te stellen

Ennia beoordeelt jaarcijfers nader na negatieve media-aandacht


De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) heeft Ennia toestemming gegeven om de publicatie van de jaarcijfers over 2015 uit te stellen. De verzekeraar meldt dit in een korte reactie op de eigen website (zie hieronder). De verzekeraar verklaart op zijn website ‘conform planning’ zijn jaarcijfers te hebben aangeleverd, maar heeft het naar aanleiding van recente publicaties in de media ‘noodzakelijk geacht om zijn cijfers nader te beoordelen’. Hierdoor is in overleg en met toestemming van de CBCS de publicatie van de jaarcijfers over 2015 uitgesteld. 

Publication ENNIA’s 2015 Financial Highlights

Insurance companies in Curacao and St. Maarten are obliged to publish their financial highlights each year, by June 30th at the latest. According to its planning, ENNIA has correctly prepared its annual figures. In connection with the recent publications in the media, we have considered it prudent to review the figures more thoroughly. As a result hereof and with the approval of the Central Bank of Curacao and St. Maarten, the publication of the 2015 Financial Highlights have been postponed.

Dit korte bericht op de website roept meer vragen op dan het beantwoordt, aldus de Amigoe vanmiddag, donderdag 30 juni 2016. Wat verandert er bijvoorbeeld aan de cijfers als je ze nader beoordeelt en waarom geven de berichten reden om opnieuw naar de cijfers te kijken? Ennia zwijgt hierover tegenover de Amigoe in alle toonaarden. Op de vraag onder welke voorwaarden een (levens)verzekeringsmaatschappij uitstel van publicatie van haar jaarcijfers kan krijgen, antwoordt de bank: 'Daarbij moet het verzoek met redenen omkleed zijn.' 

Volgens de bank staat dit wettelijk aangegeven in artikel 26 lid 8 van de Landsverordening toezicht verzekeringsbedrijf zoals gewijzigd bij de Harmonisatiewetgeving. 'Dit artikel geeft de CBCS de mogelijkheid om een verzekeraar geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen tot openbaarmaking van de staten. Aan de ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. De verzekeraar is in zo’n geval verplicht aan de voorschriften en beperkingen, gesteld bij de ontheffing, te blijven voldoen.'

Welke recente publicaties reden geven voor uitstel meldt het korte bericht van Ennia niet, maar op 10 juni reageerde de verzekeringsmaatschappij op de website op het artikel ‘Antilliaanse verzekeraar leeg getrokken’ dat die dag was verschenen in het Financieele Dagblad (FD), dat zich baseerde op een vertrouwelijk rapport van De Nederlandsche Bank (DNB) van juni 2015. Volgens Ennia waren de gegevens uit het rapport uit de context gehaald en worden belangrijke gegevens genoemd die niet met de waarheid stroken. Ennia stelde verder ‘nauw samen te werken met verschillende toezichthouders’ om ervoor zorg te dragen dat ze aan de wet en regelgeving blijft voldoen.

'In dit verband zijn wij overtuigd dat de belangen van alle polishouders dan voldoende gewaarborgd zijn en blijven', aldus de verzekeraar in het statement dat behalve op haar website in diverse kranten verscheen.

Klik hier om het gehele bericht te kunnen lezen.

Suriname op laagste niveau in recent mensenhandelrapport Amerikaanse ministerie van BuZa

Rapport gepresenteerd door Amerikaanse BuZa-minister Kerry

Suriname kent exploitatie van kinderen en vrouwen in seksindustrie en dwangarbeid


Suriname is in het jaarlijkse Rapport inzake Mensenhandel van de VS gezakt naar Tier-3, het laagste niveau. Het rapport werd vandaag, donderdag 30 juni 2016, tijdens een openbaar evenement op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) gepresenteerd door minister John Kerry, zo bericht de Ware Tijd.

In Tier-3 worden landen geplaatst die nauwelijks iets doen tegen mensenhandel op hun grondgebied. Volgens de wet Bescherming Slachtoffers van Mensenhandel van de VS moeten landen die twee jaar achtereen in de zogenoemde Tier-2 Watchlist waren gerangschikt, in het nieuwe rapport automatisch in Tier-3 geplaatst worden, tenzij zij relevante vorderingen hebben geboekt bij de aanpak van mensenhandel.

Suriname stond sinds 2012 in de Tier-2 Watchlist en wordt aangemerkt als een gebied waar vrouwen en kinderen in de seksindustrie geëxploiteerd worden. Ook worden mannen, vrouwen en kinderen uitgebuit in situaties van dwangarbeid.

Hoewel het rapport aangeeft dat de Surinaamse regering het afgelopen jaar positieve stappen heeft gezet, zijn die onvoldoende om te voldoen aan de minimale standaarden ten aanzien van het elimineren van mensenhandel. De getroffen maatregelen zijn onvoldoende om in de rangschikking van vorig jaar gehandhaafd te blijven.


Hieronder de complete tekst van de beoordeling van Suriname:


Suriname


OFFICE TO MONITOR AND COMBAT TRAFFICKING IN PERSONS
Report

SURINAME: TIER 3


Suriname is a source, transit, and destination country for women and children subjected to sex trafficking and men, women, and children subjected to forced labor. Reported cases of trafficking in Suriname’s remote jungle interior—which constitutes approximately 80 percent of the country—have increased in recent years; limited government presence in the interior renders the full scope of the problem unknown. Women and girls from Suriname, Brazil, Dominican Republic, Guyana, and Venezuela are subjected to sex trafficking in Suriname, including in remote and illegal gold mining camps in Suriname’s interior. During the reporting period, authorities discovered parents who subjected their daughters to sex trafficking, citing increasing poverty as the cause. Venezuela’s deteriorating economy may render Venezuelan women more vulnerable to sex trafficking in Suriname. Officials note a shift towards in-home brothels makes such establishments—and cases of possible sex trafficking—harder to detect. Migrant workers in agriculture and on fishing boats off Suriname’s coast are highly vulnerable to forced labor, as are children working in gold mines and informal urban sectors. Chinese associations—and allegedly some Hong Kong traffickers—recruit and subject Chinese immigrants to sex and labor trafficking in the mining, service, and construction sectors. Surinamese women in neighboring countries and territories engage in prostitution and may be vulnerable to sex trafficking. Traffickers from Suriname exploit victims in the Netherlands. Traffickers may transport victims through Suriname’s remote interior to bypass official checkpoints. There are reports of corruption and local official complicity in trafficking crimes that may impede anti-trafficking efforts. During the reporting period, the government began an investigation of Alien Affairs Department staff for selling residence permits to Hong Kong criminal networks that allegedly facilitated the networks’ fraudulent recruitment of Chinese workers to Suriname for forced labor.

The Government of Suriname does not fully meet the minimum standards for the elimination of trafficking and did not demonstrate overall increasing efforts compared to the previous reporting period. Having been placed on Tier 2 Watch List in the preceding four years, Suriname is not making significant efforts to meet the minimum standards and is therefore placed on Tier 3. The government reconvened its anti-trafficking working group and continued efforts to raise awareness. It devoted more office space to the police anti-trafficking unit, which continued to investigate and prosecute trafficking offenses. However, the government did not provide adequate staff or resources to the anti-trafficking police unit or convict any traffickers—a large decrease from 10 convictions the previous reporting period. For the third year, it failed to open a proposed government shelter for female and child trafficking victims, and it did not provide funding or support to the NGOs and police that it relied upon to provide the majority of victim care. The lack of long-term protection measures, including witness support and psychological counseling, caused some foreign victims to leave the country after providing statements to the authorities, which led to the dismissal of trafficking investigations and acquittals of alleged traffickers.

RECOMMENDATIONS FOR SURINAME:
Provide adequate long-term shelter to male and female trafficking victims of all ages, and open the proposed government shelter for female and child victims; vigorously investigate and prosecute trafficking offenses and convict and punish traffickers, including officials complicit in human trafficking; continue to increase resources, especially additional staff, to the police anti-trafficking unit; increase efforts to identify trafficking victims, including forced labor victims in the interior; provide additional training to law enforcement, immigration, health care, labor, and judicial officials to better identify and protect victims; develop programs to support and facilitate victims’ participation in investigations against their traffickers; continue to develop and implement formal standard operating procedures for the referral of identified victims to care, and train officials to use such procedures; broaden labor inspectors’ mandates to include monitoring of informal sectors, including gold mining; provide reintegration support for trafficking victims, including long-term psychological counseling; increase training for social workers and victim shelter staff on proper victim care protocols; strengthen and sustain partnerships with NGOs to identify victims and provide protective services; provide sufficient funding and resources to the anti-trafficking working group for implementation of the national anti-trafficking strategy; and increase efforts to raise awareness of trafficking.

PROSECUTION
The government made inadequate law enforcement efforts. Suriname prohibits all forms of human trafficking through a 2006 criminal code amendment that prescribes penalties of five to 20 years’ imprisonment, which are sufficiently stringent and commensurate with those prescribed for other serious crimes, such as rape. Police reported seven investigations—six for sex trafficking and one for forced labor—involving 16 suspects, a decrease from 15 investigations—11 for sex trafficking and four for forced labor—in 2014. The prosecutor’s office initiated nine prosecutions—eight for sex trafficking and one for forced labor—and continued one forced labor prosecution from the previous year; all prosecutions remained ongoing at the end of the reporting period. This is consistent with 10 prosecutions reported in 2014; however, the government did not convict any traffickers during the year, which is a significant decrease from 10 convictions in 2014. Prosecutions of five alleged sex traffickers initiated in 2015 were discontinued, in some cases because foreign victims had returned home before the defense could conduct interviews or for lack of sufficient evidence.
Police operated a specialized 13-person anti-trafficking unit charged with investigating cases; however, officials acknowledged the unit’s staff required additional training, and the staff was inadequate in number. While the government provided additional office space to the unit during the reporting period, it did not improve the capacity of its staff. Nonetheless, the unit provided training to other specialized police units on the links between trafficking and other crimes and began to develop a standard anti-trafficking training. Due to a lack of anti-trafficking training, some law enforcement and judicial officials conflated trafficking with human smuggling and may have prosecuted some smuggling offenses under human trafficking laws. Despite the government’s recognition that its officials needed specific anti-trafficking training, it did not provide such training for law enforcement or judicial officials. The government conducted an awareness session for law enforcement and police in March 2016. The government allocated insufficient resources for trafficking investigations in the country’s interior.

The government did not report any investigations, prosecutions, or convictions of government officials complicit in human trafficking offenses; however, it did launch an investigation into government corruption allegedly related to trafficking. During the reporting period, authorities discovered employees in the Alien Affairs Department sold residence permits to Hong Kong criminal networks that allegedly used the documents to fraudulently bring Chinese workers into Suriname for forced labor. While the employees involved were relieved of their duties in the Alien Affairs Department, some maintained employment in different departments or were relocated to other government ministries. The investigation was ongoing at the end of the reporting period, and authorities had yet to file formal charges. General government corruption and possible complicity continued to impede anti-trafficking efforts. Brothels are illegal in Suriname but many officials tolerate their operation, which hinders law enforcement’s ability to identify and investigate possible cases of trafficking. Surinamese police cooperated with the Governments of Guyana and Venezuela on anti-trafficking law enforcement efforts during the reporting period.

PROTECTION
The government decreased its efforts to identify trafficking victims and continued to provide inadequate victim assistance. Police reported identifying 11 sex trafficking victims and one victim of forced labor—three Surinamese and nine foreigners—a decrease from 59 potential victims identified in 2014, including 42 forced labor victims. Suriname lacked specialized, long-term shelter for trafficking victims, and protective services for adults and children were inadequate. Police frequently took responsibility for providing basic, immediate services to victims—including food, clothing, and emergency medical care—and provided such services to victims identified during the reporting period. Police could refer adult victims to short-term, government-run shelters for victims of domestic abuse, and they referred approximately eight victims to such shelters during the reporting period. NGOs provided shelter and additional services to child trafficking victims; however, the shelter and services were not trafficking-specific. Due to the lack of victim shelters, police continued to place some child victims in juvenile detention facilities. In 2013, the Ministry of Social Affairs launched a process to open a government-run shelter for female and child trafficking victims; in 2015, authorities identified a potential building for the shelter but did not fund, staff, or open the shelter. The government did not report what funding—if any—it provided to NGO shelters or for victim assistance. Authorities employed some formal procedures to identify victims, though health care workers did not screen for trafficking indicators among persons in prostitution, and victim identification in the interior was limited. The government did not have a formal process to refer victims to care, but a sub-group of the anti-trafficking committee began drafting such procedures during the reporting period.

The government did not sponsor any programs to facilitate victims’ reintegration, such as a witness-protection program or long-term psychological counseling. Victims had the option of pursuing civil suits against their traffickers, but no such cases were reported. The government did not have a formal policy in place to encourage victims to participate in the investigations against their traffickers. As a result, some foreign victims left the country after providing statements to the authorities, which led to the dismissal of trafficking prosecutions and acquittals of alleged traffickers. The attorney general implemented a new procedure in January 2016 that allows for the judiciary to commence judicial investigations immediately after it receives a trafficking allegation so the defense may question victims earlier in the investigation; it is unclear if the government employed this procedure in any trafficking cases during the reporting period. The government had no specialized mechanism to provide foreign victims with alternatives to their removal to countries where they faced hardship or retribution. After a trafficking court case concluded, foreign victims could apply for the same work or residence permits available to other foreign citizens; however, no victims did so during the year. There were no reports of victims penalized for crimes committed as a direct result of being subjected to trafficking.

PREVENTION
The government maintained modest prevention efforts. The anti-trafficking working group reconvened in January 2016 after having been inactive since December 2014; the reconstituted group included representatives from six government agencies and focused on awareness-raising programs, interagency coordination on anti-trafficking efforts, and developing protocols for victim care. The working group made minimal progress towards implementing the 2014 national anti-trafficking strategy; it did create an anti-trafficking awareness campaign and informational materials for press, radio, television, and social media. The police anti-trafficking unit continued to raise awareness of trafficking through radio programs to sensitize the general public and newspaper ads that warned workers of fraudulent recruitment and youth about the risk of traffickers using social media. The police anti-trafficking unit and the youth police continued to work with an NGO to run a child and youth hotline. While the hotline did not receive any reports of trafficking during the reporting period, the police units provided anti-trafficking training to hotline staff and operators. Labor inspectors trained to identify trafficking victims were limited by law to inspecting formal workplaces, which rendered much of Suriname’s workforce—employed in informal sectors—invisible to such inspections. Police reports indicate labor inspectors did not inspect formal workplaces where workers were at an increased risk of trafficking, such as fisheries, even when authorities noted specific cases of potential trafficking in those sectors. Although many Surinamese businesses hire foreign laborers, the government did not have formal procedures to oversee or regulate foreign recruitment agencies. The government made no efforts to reduce the demand for commercial sex acts or forced labor. The police anti-trafficking unit provided anti-trafficking training for diplomatic personnel and other staff within the Ministry of Foreign Affairs.

Zo'n 50 demonstranten verstoren herdenking afschaffing slavernij in Oosterpark, Amsterdam

'1 juli is ons afgenomen, onze slaafgemaakte voorouders werden op 30 juni nog steeds gemarteld' 

Oud-voetballer Clarence Seedorf treedt naar voren als bemiddelaar tussen partijen


De herdenkingsdienst afschaffing slavernij in het Amsterdamse Oosterpark is ernstig verstoord door een groep Afro Surinaamse mensen, die het niet eens zijn met de splitsing tussen de herdenkingsdienst en het festival Keti Koti (zie foto - Bron: AT5). Normaliter wordt de afschaffing van de slavernij altijd op 1 juli gevierd. Dit berichten vanmiddag, donderdag 30 juni 2016, onder andere de Amsterdamse zender AT5 en de Telegraaf.

Organisatie Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) wilde het bezinmoment meer ruimte geven en besloot dat naar voren te halen, naar donderdagavond 30 juni. Dit stuitte op hevig verzet bij een grote groep Afro Surinamers, die vindt dat 1 juli de officiële dag is om de afschaffing van de slavernij te vieren. Op 1 juli 1863 was de afschaffing van de slavernij een feit in de voormalige koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen.


'Verzetsleider' Iwan Leeuwin gaf burgemeester Eberhard van der Laan een petitie om te voorkomen, dat de viering nogmaals uit elkaar wordt getrokken over twee dagen. '1 juli is ons afgenomen. Onze slaafgemaakte voorouders werden op 30 juni nog steeds gemarteld. Deze fout moet worden rechtgezet.' 

Organisator NiNsee merkte juist, dat er vanuit de achterban ongenoegen heerste op de manier waarop de herdenking altijd gelijk overging in het feestgedruis van Keti Koti. Er was te weinig ruimte voor bezinning en verdieping. Maar, de verandering was voor anderen weer te groot. De herdenking vanavond wordt aangevuld met een vlaggenceremonie en volksliederen van Nederland, Suriname, Curaçao, Aruba en Sint Maarten.

De plechtigheid begon uiteindelijk met 25 minuten vertraging. De demonstranten stonden toen achteraan en maakten nog wel herrie. Rond kwart voor acht 's avonds greep Van der Laan in en liet hij de demonstranten weghalen door de politie.


Oud-voetballer Clarence Seedorf wil optreden als bemiddelaar tussen de Organisatie Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) en de demonstranten, die woedend zijn dat de herdenking van de afschaffing van de slavernij uit elkaar is getrokken naar twee dagen. Seedorf sprak de demonstranten toe.

'Ik wil bemiddelen tussen de twee gedachtes die heersen binnen de Surinaamse gemeenschap. Ik wil geen partij kiezen, maar ik wil graag de Surinaamse gemeenschap als een zien. Dat zouden onze voorvaders ook willen. Ik denk dat er heel veel emoties zijn, die we allemaal kunnen begrijpen. Ik heb net met de groep gesproken, die het niet eens is met de herdenking van 30 juni, maar ik zie de wil om tot een oplossing te komen. Ook burgemeester Van der Laan is bereid om te praten. We moeten dit binnenskamers oplossen. Respect moet de basis zijn. Er is woede en frustratie, maar we zijn hier voor een goed initiatief. Dit moet anders besproken worden. Het is belangrijk om dit op te lossen.' 

Advocaat van Bouterse, Kanhai: 'Ik vind dat mensen lullen over het woord inmenging'

'Amnestie is geen juridische aangelegenheid, amnestie is een maatschappelijk ding' 


'Ik vind dat mensen lullen over het woord inmenging. Laat iemand een keer tegen u zeggen wat onder inmenging wordt verstaan. Maar, dat gelul over inmenging...'  antwoordde de advocaat van de hoofdverdachte Desi Bouterse in het 8 decemberstrafproces, Irvin Kanhai, op een vraag van een journalist na de zitting van de Krijgsraad vanochtend, donderdag 30 juni 2016.

Kanhai vindt dat iemand een keer moet zeggen wat onder inmenging wordt verstaan. 'Iedereen praat over inmengingen, inmengen, inmengen, laat iemand u een keer zeggen, onder inmenging wordt verstaan...en dan komen de woorden. En dan kunnen wij daarover nadenken. Ik versta iets anders onder inmenging. Artikel 72 van de Grondwet heeft de wetgever de bevoegdheid gegeven om amnestie te verlenen', voerde de advocaat aan.

Amnestie is geen juridische aangelegenheid. 'Amnestie is een maatschappelijk ding. En alleen de volksvertegenwoordiging kan dat beoordelen, omdat daar het volk aanwezig is', vindt Kanhai. Het is een besluit van de volksvertegenwoordiging, niet van de oppositie of de coalitie. De Nationale Assemblee heeft de vrijheid om amnestie te verlenen. Dit komt in een aantal landen voor. Ook in Nederland, sneert hij tegen journalisten - zo schrijft Starnieuws - die volgens hem gekoloniseerd zouden zijn en aan Nederland denken.

De advocaat vindt dat De Nationale Assemblee en president Desi Bouterse volkomen in overeenstemming met de wet hebben gehandeld. Het is prerogatief van de president om te oordelen of de staatsveiligheid in gevaar is. Uit een regeringsvergadering, waarbij alle ministers aanwezig waren, is een missive voortgekomen. Op basis daarvan is een resolutie uitgevaardigd door de president. 'Ik ken de inhoud van de resolutie niet, dus ik kan daar niet over praten. Maar, ik ben niet de advocaat van de president, maar van de verdachte Bouterse.' 

EBS wil meteropnamesysteem aanpassen aan nieuwe tarievenstructuur

Verouderd meteropnamesysteem kan voor foutieve registratie meterstand zorgen


De directie en staf van de N.V. Energiebedrijven Suriname (EBS) zijn momenteel aan het brainstormen over hoe het meteropname- en factureringssysteem kan worden aangepast aan de nieuwe tarievenstructuur. Het tot nog toe gehanteerde meteropnamesysteem is verouderd en kan ook voor misinterpretaties van het verbruik zorgen. Het aanpassen van deze werkwijze zal in samenspraak met het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) plaatsvinden. Dit is vandaag, donderdag 30 juni 2016, door het bedrijf bekendgemaakt.

Het aantal actieve EBS-aansluitingen ligt nu rond de 150.000. Het opname- en factureersysteem heeft bij het voormalig staffelmodel uitstekend gewerkt. Vanwege de nieuwe tarievenstructuur met hierin een aanpassing van het staffelmodel, maakt een verschil van 1 kWh boven de 450 kWh al veel uit. Er zijn ongeveer 11.000 huishoudens die meer dan 800 kWh verbruiken. Vóór de aankondiging van de tariefsaanpassing op 1 mei 2016 door het ministerie van NH, betaalde een verbruiker die bijvoorbeeld 980 kWh verbruikte, Srd 335 (exclusief abonnementskosten). Na de implementatie van de nieuwe tarieven, betaalde dezelfde verbruiker met hetzelfde verbruik Srd 1.283,80 (exclusief abonnementskosten). Dit verschil zorgt voor onbegrip en negatieve emoties bij deze groep verbruikers boven de 800 kWh.

Uit analyse van de klachten die binnenkomen, blijkt dat de verbruikersgroep die meer dan 800 kWh verbruikt het meest om uitleg vragen. Het gaat bij deze groep om 554 binnengekomen klachten. Van 10 juni tot en met 22 juni dit jaar zijn er 1.986 reclames (vragen voor herberekening van het verbruik) geregistreerd. Uit dit aantal zijn er 1.124 gecorrigeerd, terwijl er bij 862 reclamesgeen correctie nodig was. De correcties hebben uiteindelijk een lager verbruik, althans een lagere rekening, opgeleverd.

De EBS besteedt extra aandacht aan de verbruikers die op of dichtbij de zogenaamde verbruiksgrenzen zitten. Het gaat om verbruikers die rond de 450 kWh of 600 kWh of 800 kWh per maand consumeren.

De EBS is te allen tijde bereid om de verbruiker met raad en daad bij te staan bij geconstateerde meetverschillen, misinterpretaties en klachten. Bij verschillen zal de EBS corrigeren.

Klanten kunnen zich op de volgende wijze voor reclames en opgave van de meterstand melden: 

1. Via het klantcontactcenter 175 
2. Via De EBS-website: www.nvebs.com of e-mail: customerservices@ebs.sr 
3. Via SMS op het nummer 122 
4. Via de EBS Mobile App voor androïd-gebruikers 
5. Persoonlijk bij de verschillende EBS-dienstencentra

Dienstwapen en scherpe patronen uit auto korporaal gestolen

Autokraker er ook vandoor met twee mobiele telefoons en een laptop


Een korporaal had gisteravond zijn auto geparkeerd in de Dr. Sophie Redmonstraat in Paramaribo, nabij het Jeugdcentrum. Toen hij terugkwam ontdekte hijm dat onbekenden in de wagen hadden ingebroken, zo bericht het Dagblad Suriname vandaag, donderdag 30 juni 2016.

De ruit van het rechter-achterportier was aan diggelen geslagen. De korporaal had zijn dienstvuistvuurwapen met bijbehorend magazijn en tien scherpe patronen, twee mobiele telefoons en een laptop in het voertuig achtergelaten. Alles bleek te zijn verdwenen.

Resolutie 568/RP president Bouterse bevel aan procureur-generaal 8 decemberproces stop te zetten


Keti Koti heeft historische betekenis voor ministerie van Arbeid

Traditionele klederdrachtshow van bevolkingsgroepen werkzaam binnen ministerie van Arbeid

(Bron foto: ministerie van Arbeid)

De dag vóór Manspasi-dey oftewel Keti Koti, is op het ministerie van Arbeid door de jaren heen uitgegroeid tot een hoogtij klederdrachtshow van de verschillende bevolkingsgroepen die werkzaam zijn op het ministerie. Minister Soewarto Moestadja heeft deze gelegenheid aangegrepen om zijn personeel een hart onder de riem te steken, zo laat het ministerie vandaag, donderdag 30 juni 2016, weten via een persbericht. 

De eenheid die gevormd wordt door de diversiteit van de verschillende bevolkingsgroepen in ons land, ziet de bewindsman als de voornaamste kracht van Suriname om binnen afzienbare tijd de economische crisis waarmee het land te kampen heeft, gezamenlijk te beheersen.

Keti Koti heeft een historische betekenis voor het ministerie van Arbeid. Na afschaffing van de slavernij in 1863, begon de ontwikkeling van de vrije arbeid in Suriname die uiteindelijk na ongeveer 100 jaren heeft geresulteerd in de instelling van het ministerie van Arbeid. De instelling van het ministerie heeft weliswaar lang op zich laten wachten, maar dat heeft de nakomelingen van de slaven en de contractarbeiders niet weerhouden voor zichzelf op te komen.

Al in het jaar 1900 was te merken dat er vanuit de werkende klasse een opkomende belangstelling ontstond voor het politiek gebeuren. Werkenden werden steeds mondiger. Het collectivistisch tijdperk in Suriname werd daarmee ingeluid. Vakbonden werden opgericht en kregen inspraak in de besluitvorming van primaire -en secundaire arbeidsvoorwaarden. Dit zou niet van een leien dakje gaan. De koloniale overheid en toenmalige werkgevers dulden in die dagen geen vakbeweging.

De opmars van de vakbeweging is daarmee begonnen en het instellen van een ministerie van Arbeid dat moest zorgen voor arbeidsrust werd steeds reëler. Op 27 januari 1970 werd het ministerie ingesteld en sindsdien is er een significante verbetering te zien in de arbeidsverhoudingen en arbeidsbescherming in ons land, aldus het ministerie.

Politie opent jacht op verdachte dubbele moord bij inheems dorp Oelemarie

Verdachte verkracht 53-jarige vrouw en brengt haar vervolgens door verstikking om het leven

Getuige (31) door verdachte doodgestoken


Het Korps Politie Suriname heeft de jacht geopend op de 24-jarige Arturo Melito 'LAW' Purperhart (zie foto - Bron: Korps Politie Suriname) die verdacht wordt van de moord op Maria Martins Silva Da Silva (53) en Melvin Fraser (31) bij het inheemse dorp Oelemarie in het zuidoosten van Suriname. Op last van de procureur-generaal is een opsporingsbericht uitgevaardigd tegen deze verdachte, aldus de afdeling Public Relations van de politie vandaag, donderdag 30 juni 2016.

De politie van regio Oost kreeg dinsdag de melding van een dubbele moord in het Oelemariegebied. Het voorlopig politieonderzoek heeft uitgewezen, dat de verdachte de vrouw vermoedelijk heeft verkracht en haar gezicht heeft dichtgedrukt, waardoor zij is overleden. Melvin Fraser, die een en ander had gezien, werd door de verdachte doodgestoken.

Purperhart, die eerder bij een goudonderneming in het zelfde gebied had gewerkt, ging daar naar toe en wist een meerschoten wapen te bemachtigen, waarmee hij enkele schoten loste in de omgeving van een winkel in het zelfde gebied. Hij maakte een vat brandstof en een korjaal buit en vluchtte daarmee via de Oelemarierivier verder.

Eenheden van de politie zijn nog steeds in het gebied om de verdachte op te sporen. Na afstemming met het Openbaar Ministerie zijn de slachtoffers, die zijn overgevlogen naar Paramaribo, in beslag genomen voor obductie. De zaak is voor verder onderzoek overgedragen aan de afdeling Kapitale Delicten binnen het politiekorps.

(Bron: Red. De Surinaamse Krant/Google Earth)

8 Decemberproces wordt 5 augustus voortgezet...

Krijgsraad beslist 5 augustus of het proces wordt stopgezet of niet


De Krijgsraad, onder leiding van president Cynthia Valstein-Montnor, heeft vandaag, donderdag 30 juni 2016, rond het middaguur besloten dat de zitting wordt verdaagd naar 5 augustus. Dan zal antwoord worden gegeven op de vraag van het Openbaar Ministerie om het 8 decemberstrafproces te beëindigen. Dit meldt Starnieuws.

De Krijgsraad had op 9 juni besloten, dat vandaag auditeur-militair Roy Elgin moest rekwireren. Elgin hield de Krijgsraad voor, dat procureur-generaal Roy Baidjnath Panday besloten heeft de opdracht van de regering uit te voeren. Dit houdt in dat het 8 decemberstrafproces moet worden beëindigd. Toen Elgin aangaf op een vraag van de president van de Krijgsraad, dat dit niet zijn requisitoir is, ontstond er enorme verwarring. Hij stelde zelfs een requisitoir te hebben voorbereid en zwaaide ermee. Hij liet het aan de Krijgsraad over om te zeggen wat er moet gebeuren.

De Krijgsraad kaatste de bal terug en zei dat de opdracht van president Desi Bouterse niet gegeven is aan de Krijgsraad, maar aan de procureur-generaal. Baidjnath Panday heeft ook een brief geschreven aan de president van de Krijgsraad, waarin hij verwijzend naar de resolutie, gevraagd heeft om het strafproces onmiddellijk te beëindigen.

De Krijgsraad wilde na het optreden van Elgin weten wat het concrete standpunt is van de auditeur-militair als vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie op de zitting. Elgin vroeg om een schorsing om blijkbaar ruggespraak te houden met zijn meerdere. Hierna gaf hij aan dat het verzoek is om het proces onmiddellijk te beëindigen.

OM Curaçao wil met bijeenkomsten bedrijfsleven bij bestrijding criminaliteit betrekken

Justitie en beveiligingsbranche om de tafel 


In het kader van 'Veilig Ondernemen' vond gisteren weer een bijeenkomst plaats voor ondernemers op Curaçao. Het Openbaar Ministerie (OM) probeert via deze bijeenkomsten het bedrijfsleven te betrekken bij de strijd tegen de criminaliteit op Curaçao, omdat deze niet alleen door politie en Justitie gewonnen kan worden. 'Samenwerking met publieke en private partners, maar ook met burgers, is noodzakelijk om een vuist te maken tegen de hoge criminaliteit op ons eiland', zo schrijft het OM in een vandaag, donderdag 30 juni 2016, uitgebracht persbericht (Bron foto's: OM Curaçao).

De bijeenkomst had dit keer een meer gefocuste opzet met als doel de samenwerking tussen de beveiligingsbranche en politie en Justitie te bevorderen. Sprekers tijdens de bijeenkomst waren Korpschef van de politie Mauricio Sambo, Ke-Chi Chang namens de Curaçao Security Association en mevrouw Hollande van Forensys Curaçao.

De Korpschef benadruktem dat het veiligheidsprobleem op Curaçao een sociaal probleem is en sprak zich uit voor meer samenwerking met de beveiligingsbranche. De heer Chang zette helder de behoefte uiteen van de beveiligingsbranche tot meer samenwerking.

In de brainstorm werd concreet afgesproken deze samenwerking snel handen en voeten te geven. Op Curaçao zijn bijvoorbeeld 2.000 particuliere beveiligers actief die een actieve bijdrage kunnen leveren aan de aanpak van de criminaliteit mits daar goede afspraken met politie en Justitie over gemaakt worden. In een werkgroep met vertegenwoordigers uit de brainstorm zullen nadere afspraken gemaakt worden.

De lezing van mevrouw Hollande, CEO van Forensys, was zeer inspirerend, omdat Forensys op gestructureerde wijze als onderneming zich inspant voor enerzijds snelle afwikkeling van schade voor verzekeraars en anderzijds daarmee een bijdrage levert aan het publieke belang van verkeersveiligheid. Een mooi voorbeeld waar publieke en private belangen elkaar ontmoeten aldus Hoofdofficier van Justitie Heiko de Jong: 'De criminaliteit op Curaçao is te hoog en we kunnen alleen een vuist maken als we gezamenlijk optrekken, we organiseren deze brainstorm dan ook om het credo van het OM te onderschrijven, union ta hasi forsa.'

Aan de bijeenkomst hebben, behalve vertegenwoordigers uit de beveiligings- en bewakingsbranche, ook deelgenomen vertegenwoordigers van het ministerie van Justitie, Korps Politie Curaçao (KPC), de verzekeringsbranche, het bedrijfsleven en het Openbaar Ministerie.

De bijeenkomst van gisteren was de vierde in een reeks. Na de zomer zal een volgende brainstorm georganiseerd worden in het kader van veilig uitgaan. De bijeenkomsten hebben volgens procureur-generaal Guus Schram tot doel om afspraken te maken om criminaliteit te voorkomen, te bestrijden en op te lossen. Tijdens de brainstormsessie richten de deelnemers zich op het kenbaar maken van de problemen en het managen van de verwachtingen en oplossingen. Mogelijk kunnen van daar uit nieuwe initiatieven worden ontwikkeld.

President Krijgsraad stelt dat opdracht Bouterse aan procureur-generaal is verstrekt en niet aan Krijgsraad

Valstein-Montnor wil weten wat OM precies vraagt...


De Krijgsraad wil van auditeur-militair Roy Elgin concreet weten welk verzoek wordt gedaan door het Openbaar Ministerie. De president van de militaire rechtbank, Cynthia Valstein-Montnor, las na een korte schorsing vanochtend, donderdag 30 juni 2016, een brief voor die procureur-generaal Roy Baidjnath Panday aan haar heeft gericht, aldus Starnieuws. Hierin stelt hij, dat op grond van artikel 148 van de Grondwet een resolutie is ontvangen van president Desi Bouterse, die de hoofdverdachte is in het 8 decemberstrafproces.

In de brief aan de Krijgsraad schrijft de procureur-generaal, dat opdracht is ontvangen van de president van de republiek Suriname dat de 'vervolging van de gebeurtenissen van 7, 8 en 9 december 1982 met onmiddellijke ingang moet worden beëindigd'. De resolutie van de president is als bijlage aangehecht aan de brief van de hoogste vervolgingsautoriteit.

Valstein-Montnor merkte op dat de opdracht van de president van de republiek Suriname gegeven is aan de procureur-generaal en niet aan de Krijgsraad. Daarom wil zij weten wat het Openbaar Ministerie precies vraagt. Op de zitting wordt het Openbaar Ministerie vertegenwoordigd door de auditeur-militair. De auditeur-militair heeft, na een schorsing, gevraagd om het proces te beëindigen, waarop de zitting weer werd geschorst.

Auditeur-militair Elgin volgt procureur-generaal inzake uitvoering geven aan resolutie regering

Elgin heeft een 31 pagina's tellend requisitoir voorbereid 


Auditeur-militair Roy Elgin heeft vanochtend, donderdag 30 juni 2016, op de zitting van de Krijgsraad te kennen gegeven, dat de procureur-generaal bij resolutie van de regering de opdracht heeft gegeven om het 8 decemberstrafproces te beëindigen. Als de procureur-generaal het besluit heeft genomen om niet te vervolgen, kan de auditeur-militair geen ander standpunt innemen, zo bericht Starnieuws.

Op de vraag van de president van de Krijgsraad, Cynthia Valstein-Montnor, of dit het requisitoir was van Elgin, heeft hij ontkennend antwoord. 'In geen geval.' Hij merkte op dit niet zijn requisitoir was. Hij heeft een 31 pagina's tellend requisitoir voorbereid. De Krijgsraad heeft de zitting even geschorst om zich te beraden.

Elgin merkte op, dat hij het aan de Krijgsraad overlaat hoe het proces verder ingericht moet worden. Hij heeft slechts de mededeling gedaan, dat de hoogste verantwoordelijke vervolgingsautoriteit heeft gesteld dat de opdracht van de regering moet worden uitgevoerd. Hij kan geen andere houding aannemen dan gehoorzamen aan de beslissing van de hoogste vervolgingsautoriteit, de procureur-generaal.

Overigens bericht de webeditie van de Ware Tijd dat de president van de Krijgsraad, Cynthia Valstein-Montnor, vanochtend met extra beveiliging arriveerde bij de Krijgsraad. De extra beveiliging was op haar verzoek en die van het Hof.

Hieronder ter informatie een bericht  van de webeditie van de Telegraaf:


Foto: ANP

Aanklager vraagt stoppen proces Decembermoorden

24 min geleden
PARAMARIBO - De aanklager heeft de krijgsraad in Suriname gevraagd het proces over de Decembermoorden te stoppen. Daarin is oud-legerleider en huidig president van Suriname, Desi Bouterse, hoofdverdachte. Auditeur Militair (aanklager) Roy Elgin deed dit donderdag tijdens een zitting bij de krijgsraad in Paramaribo.
    De zaak is nu geschorst en de krijgsraad beraadt zich nu.
    Eigenlijk had Elgin donderdag zijn strafeis tegen onder meer de Surinaamse president moeten uitspreken. Bouterse heeft dit weten te voorkomen door het besluit te nemen om de procureur-generaal opdracht te geven zijn vervolging in dit proces stop te zetten. Grondwetsartikel 148 geeft de president deze bevoegdheid op het moment dat de staatsveiligheid in gevaar is.
    Elgin zei dat hij moet voldoen aan de opdracht van de procureur-generaal.

    Een week lang gratis adverteren als proef?

    Een week lang gratis adverteren als proef?
    Zendt uw advertentie en/of logo naar de redactie.