woensdag 24 augustus 2016

Wetenschappers op Curaçao kweken voor het eerst zeldzame hybride koraalsoort

'We hebben voor het eerst eieren en zaad van het hertshoornkoraal kunnen opvangen'


Wetenschappers van Carmabi en Secore International in Hilliard, Ohio (VS), hebben zich de afgelopen dagen, samen met onderzoekers uit Canada en de VS, intensief bezig gehouden met het nieuwe ‘coral spawning’ (kuitschiet-)seizoen. Daarbij is voor het eerst een kruising tot stand gekomen tussen herts- en Elandshoornkoraal.

'Het was een onverwacht goede spawning', meldt wetenschappelijk directeur van Carmabi Mark Vermeij, aldus de Amigoe vandaag, woensdag 24 augustus 2016. 'We hebben voor het eerst eieren en zaad van het hertshoornkoraal kunnen opvangen, en dat van een soort waar we al tien jaar naar op zoek zijn.'

Het is de wetenschappers nu ook gelukt om herts- en elandshoornkoraal te kruisen met het opgevangen voortplantingsmateriaal. Hoewel een kruising tussen de twee genoemde Acropora-soorten ‘ooit een keer eerder is geslaagd door Amerikaanse onderzoekers’ stellen Vermeij en marienbiologe Valerie Chamberland: 'Voor zover wij weten is dit de eerste keer ooit dat de larven van deze hybride soort succesvol zijn opgekweekt.'

Hoewel de grote ‘spawning’, waarbij vele koraalsoorten in dezelfde nachten kuit schieten pas over een maand plaatsvindt, doen de pilaar-, elandshoorn- en hertshoornkoraalsoorten dat al in augustus. Tijdens het kuitschieten wordt door wetenschappers het voortplantingsmateriaal opgevangen, handmatig bevrucht en vervolgens, in aquaria, vanaf larve naar juveniel koraal gekweekt.

De onderzoekers verzamelden vanaf afgelopen vrijdag enkele nachten lang een gedeelte van het kuit. Dit met behulp van speciaal daarvoor ontworpen netten, om dit verzamelde materiaal vervolgens te gebruiken voor het opkweken van honderdduizenden koraallarven in het lab. De gekweekte larven worden gebruikt voor experimenten en voor terugplaatsing op het rif.



Klikt u hier om het gehele bericht te kunnen lezen.

Algemeen Pensioenfonds Curaçao eindigt 2015 met negatief resultaat van 32 miljoen gulden

Pensioenpremie in 2015 niet voldoende om kosten opbouw pensioenaanspraken te dekken


Het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao (APC) had eind 2015 een tekort van 31 miljoen gulden voor de dekking van de pensioenverplichtingen ten opzichte van een tekort van 4 miljoen gulden in 2014. Dat meldt het pensioenfonds in het jaarverslag 2015 (zie hieronder) dat vorige week aan de Staten is aangeboden, aldus vandaag, woensdag 24 augustus 2016, de Amigoe.

Het APC realiseerde een negatief resultaat van 32 miljoen gulden. In 2014 bedroeg het negatieve resultaat 81 miljoen gulden. Het fonds heeft een gedeelte van het negatieve resultaat aan de beleggingsreserve onttrokken. De beleggingsreserve, die bestemd is voor het opvangen van eventuele negatieve waardeveranderingen van de beleggingen, is daarom per ultimo 2015 nihil. De dekkingsgraad, berekend door het pensioenvermogen te delen door de voorziening voor pensioenverplichtingen, bedroeg 99,5 procent. Eind 2014 bedroeg de dekkingsgraad 100,2 procent. Dat betekent dat de dekkingsgraad eind 2015 een verslechtering liet zien ten opzichte van een jaar daarvoor. Het per 31 december 2015 beschikbaar aanwezige vermogen was niet voldoende om aan de pensioenverplichtingen te voldoen. Derhalve was er ook onvoldoende vermogen aanwezig voor de dekking van de algemene risico’s en de beleggingsrisico’s.



Het pensioenfonds streeft naar een minimale dekkingsgraad van 105 procent om de algemene risico’s te kunnen dekken. Op termijn is 115 procent gewenst zodat er voldoende reserve aanwezig is voor de dekking van onverwachte tegenvallers, waaronder tegenvallende beleggingsresultaten als gevolg van een slecht beursklimaat in dat jaar. Het fonds bepaalt en publiceert per einde van elke kwartaal de dekkingsgraad.

De pensioenpremie was in 2015 niet voldoende om de kosten van de opbouw van de pensioenaanspraken te dekken.

In het boekjaar 2015 is 189 miljoen gulden aan pensioenuitkeringen betaald (2014: 173 miljoen). Dit werd gedeeltelijk gedekt door de premie-inkomsten van 113 miljoen gulden. Dit was in 2014 nog 114 miljoen. Per saldo is, conform het kapitaaldekkingsstelsel, in het jaar 2015 derhalve 76 miljoen gulden (2014: 59 miljoen) onttrokken aan het beschikbare vermogen om aan de uitkeringsverplichtingen te kunnen voldoen.

Het fonds verkeert namelijk in een rijpe staat, hetgeen betekent dat het aantal gepensioneerden groter is dan de actief verzekerden. De APC Groep, die bestaat uit APC en de Centrale Hypotheekbank (CHB), had eind 2015 4,5 miljard gulden (2014: 4,6 miljard) aan bezittingen. Van deze bezittingen was 155 miljoen (2014: 192 miljoen) nodig ter dekking van de schulden en de overige voorzieningen waardoor er een beschikbaar vermogen resteerde van 4,3 miljard gulden (2014: 4,4 miljard) om de pensioenverplichtingen te dekken. Het beschikbaar vermogen eind 2015 is derhalve minder ten opzichte van het jaar 2014. De Groep heeft een negatief vermogen 21 miljoen gulden per 31 december 2015.

Vijf partijen op Curaçao willen voorverkiezingen nietig laten verklaren

Voorverkiezingen zouden niet eerlijk en discriminerend voor nieuwe partijen zijn geweest


Vijf partijen willen de voorverkiezingen van afgelopen weekeinde nietig laten verklaren. Dit bevestigt advocaat Quincy Girigorie, aldus de Amigoe vandaag, woensdag 24 augustus 2016. Deze vijf, Forsa Elevá (FE), Partido Koperativista Patriótiko (PKP), Frente Obero Liberashon 30 di mei (FOL), 1 Tim Magno en Kòrsou, Un Pais Nobo (UPN) zijn van mening, dat de voorverkiezingen niet eerlijk zijn verlopen en vinden tevens dat zij discriminerend zijn tegen nieuwe partijen. 

De advocaat was al in gesprek met Richard Hooi, politiek leider van FE over een mogelijke kort geding tegen de voorverkiezingen. Dit had plaats moeten vinden voor de lijstondersteuning van afgelopen weekeinde. Maar, beiden kwamen er niet aan toe om de zaak voor de lijstondersteuning in te dienen. Maar gisteren, daags na het bekend worden van de uitslag, kwamen de vijf partijen bijeen om te praten over een mogelijk Kort Geding.

Naast advocaat Girigorie, zaten ook vertegenwoordigers van FE en PKP, de partijen die in verband met de lijstondersteuning een lijstencombinatie waren aangegaan om de tafel, alsook vertegenwoordigers van de FOL, 1 Tim Magno en UPN. Alle partijen die niet door de voorverkiezingen zijn gekomen.

In een reactie stelt FE-leider Hooi dat hij deze partijen voor de lijstondersteuning had benaderd om op één lijst te gaan. Toen was er onvoldoende interesse, maar die was er na het mislopen van de verkiezingen opeens wel. Girigorie geeft aan dat de partijen grote bezwaren hebben tegen de manier waarop de voorverkiezingen worden gehouden. 'Het is democratie-ondermijnend en werpt extra drempels op om het nieuwe kleinere partijen vrijwel onmogelijk te maken aan de verkiezingen mee te doen. Kijk maar naar het beperkte aantal stembureaus. Dit is maar een voorbeeld van dingen die tegen de nieuwe partijen werken.'

De vijf ageren ook tegen het feit dat alleen partijen die al een zetel hebben in aanmerking kunnen komen voor een restzetel. Verder moeten ook Curaçaoënaars die in het buitenland woonachtig zijn aan de verkiezingen op hun geboorte-eiland mee kunnen doen, aldus de partijen. Tevens zijn zij kritisch op het feit dat er geen oproepingskaarten zijn verstuurd voor de lijstondersteuning. Hooi voegt hieraan toe dat alle problemen voortvloeien uit een wijziging die in 1959 door de DP-regering werd ingevoerd. In de Memorie van Toelichting van deze wet staat vermeld: 'Ter voorkoming van indiening van speculatieve lijsten, waarvan aangenomen mag worden dat zij niet van een redelijk te achten deel van de bevolking willen worden gesteund en dan ook verlies van stemmen zal medebrengen.'

Volgens de FE-leider is deze wet al die jaren een struikelblok gebleken voor de kleinere partijen. 'Maar in feite heeft deze wet nooit gewerkt. Al 57 jaar niet. Nieuwe partijen moeten 2.000 gulden betalen om aan de verkiezingen mee te mogen doen, maar dit jaar hadden we een recordaantal aangemelde partijen.'

Girigorie stelt dat de vijf partijen willen dat de lijstondersteuning van afgelopen weekeinde nietig wordt verklaard. Het moet of opnieuw onder nieuwe regels, of de betrokken partijen moeten tot de verkiezingen worden toegelaten. Het Kort Geding is nog niet ingediend, bevestigt de advocaat. De partijen zullen later deze week bijeenkomen om afspraken te maken over het vervolgtraject. Geen van de vijf partijen die de gang naar de rechter in deze zaak aan het voorbereiden zijn, wisten de 870 stemmen te bereiken om aan de verkiezingen mee te kunnen doen. De FOL behaalde 622 stemmen, gevolgd door 1 Tim Magno (378), FE/PKP (62) en UPN (49).

Voorzitter VBC: 'Aankondiging verhoging minimumloon is solo act van minister Larmonie-Cecilia'

'Dit is gewoon een stunt om voor de verkiezingen stemmen te krijgen, politiek getint'


De aankondiging van minister Ruhtmilda Larmonie-Cecilia (PS) van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn (SOAW) om gefaseerd het minimumloon te verhogen naar circa 2.000 gulden, en om volgend jaar het minimumuurloon tijdelijk naar 9,00 gulden te verhogen, is volgens Joop Kusters, voorzitter van de Vereniging Bedrijfsleven Curaçao (VBC), een solo-act, zo bericht de Amigoe vanmiddag, woensdag 24 augustus 2016.

'Zo’n besluit moest zij eerst met de sociale en maatschappelijke partners bespreken. Dit is gewoon een stunt om voor de verkiezingen stemmen te krijgen. Politiek getint', aldus Kusters.

Volgens hem zal de verhoging van het minimumloon veel effect hebben op de economische vooruitgang van het eiland. 'Wij hopen dat onze kwakkelende economie dit jaar met een half procent groeit.' Hij stelt dat, als gevolg van de verhoging van het minimumloon, ook de lonen van de werknemers die net boven het minimumloon zitten verhoogd moeten worden. 'Deze werknemers zullen ook verwachten dat hun loon omhoog gaat, want ze willen niet het minimumloon verdienen. Daarnaast gaan ook andere kosten, zoals sociale premies, omhoog. Alle personeelskosten gaan stijgen en het is gewoon een extra last voor het bedrijfsleven.'

In de Nota van Toelichting van de ministeriële beschikking die het minimumuurloon per 1 januari 2017 voor een jaar verhoogt naar 9,00 gulden, wordt echter gesteld dat de economie nu een ‘gunstige’ ontwikkeling doormaakt: 'In deze economische situatie kan worden aangenomen dat de eventuele ongunstige macro-economische, economische, sociaal-economische en financiële neveneffecten van de voorgestelde verhoging van het minimumloon door de economie kunnen worden gedragen.'


Volgens de VBC-voorzitter worden verder de verhoogde personeelskosten, als gevolg van de minimumloonverhoging, doorberekend in de prijzen van de producten van bedrijven. 'Je krijgt zo een inflatie-effect', stelt hij. Kusters geeft aan dat VBC niet tegen het verhogen van het minimumloon is, maar dat de effecten van de verhoging goed bekeken moeten worden en dat ook besproken moet worden wat redelijk is. 'Dit lijkt gewoon heel snel, vlak voor de verkiezingen, te zijn gedaan. Dit is niet zo’n besluit dat je zo snel even neemt', aldus de voorzitter.

De minister stelt echter sinds haar aantreden in 2014 met een team gewerkt te hebben aan de verhoging van het minimumloon. Economische effecten De nota van toelichting bespreekt mogelijke economische effecten van de minimumloonverhoging. Zo wordt het effect op de loonkosten besproken. Zou verhoging gefaseerd ingevoerd worden, dan zou in 2017 de totale toename van de loonsom op 34.425.000,00 gulden uitkomen.

Verder stelt de Nota van Toelichting, dat de negatieve gevolgen voor de economie van een verhoging zich met name op de korte en middellange termijn zullen voordoen en op de lange termijn vrijwel volledig zullen worden gecompenseerd.

Larmonie-Cecilia heeft gisteren tijdens een persconferentie aangekondigd het minimumloon gefaseerd te willen verhogen naar 1.976 gulden per maand. Dat bedrag is volgens het Centraal Bureau voor Statistiek het bestaansminimum voor een gezin bestaande uit een ouder en twee kinderen. Zij gaf gisteren ook aan vaak negatieve reacties te krijgen op voorstellen voor minimumloonverhoging. Echter stelt ze: 'Er moet iemand opkomen voor de 17.000 mensen die het minimumloon verdienen, en dus onder het bestaansminimum leven.'

HI-minister Burleson vraagt samenleving te helpen met prijscontrole in winkels

'Personeel van de Economische Controledienst (ECD) kan niet overal aanwezig zijn'


Minister Sieglien Burleson van het ministerie van Handel en Industrie vraagt de samenleving om een helpende hand te bieden door gevallen van vermoedelijke prijsopdrijving, vervallen producten en ondeugdelijke etikettering te melden en te blijven melden aan haar ministerie, aldus het Dagblad Suriname vandaag, woensdag 24 augustus 2016.

Tijdens de voortzetting van de behandeling van de suppletoire begroting gisteren in De Nationale Assemblee (DNA) benadrukte de bewindsvrouwe, dat door bepaalde omstandigheden het personeel van de Economische Controledienst (ECD) niet overal aanwezig kan zijn.

'Helaas hebben wij daaromtrent geen uitsluitsel kunnen krijgen van het ministerie van Justitie en Politie of KPS voor de trainingen van buitengewoon agenten van politie, waardoor ploegen niet maximaal kunnen worden ingedeeld in vooral de districten', stelde de minister. Dit kan persoonlijk, per e-mail, per brief, via de Coza applicatie en Facebook-pagina.

Volgens Burleson verricht de ECD met de beschikbare middelen steekproefgericht controles uit. Het gaat dan om controles met name rondom de basisgoederen, maar ook om economisch strategische goederen als cement, gascilinders, bouwmaterialen en houtproducten.

Burleson benadrukte ingenomen te zijn met het feit dat de afdeling na verzoek drie voertuigen heeft ontvangen, zodat de werkzaamheden van het personeel vergemakkelijkt kunnen worden.

Tot nu toe zijn volgens de minister door de ECD 26 strafdossiers doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. Hiernaast worden ook boetes opgelegd van Srd 8.000, Srd 30.000, Srd 35.000 en zelfs Srd 67.000. Via het onlangs gelanceerde Coza app zijn inmiddels 198 klachten ontvangen, waarvan nog 43 in behandeling zijn. De klachten worden volgens de bewindsvrouwe direct afgehandeld door de afdeling Juridische Zaken of de afdeling ECD.

De samenleving klaagt steen en been over het feit dat winkeliers bijna dagelijks overgaan tot prijsverhoging van goederen. Volgens Burleson kunnen rapportages vanuit de burgerij een einde hieraan brengen.

Man (53) loopt ernstige brandwonden op aan hand door elektrische schok

Tijdens schilderswerkzaamheden aan woning valt man van ladder en grijpt in val stroomkabel vast


Een 53-jarige man heeft gisteren ernstige brandwonden aan een hand door een elektrische schok. Uit het voorlopige onderzoek van de politie van Latour is gebleken, dat de man bezig was zijn woning te schilderen, staande op een ladder. Op een gegeven moment moet hij zijn evenwicht hebben verloren, zo bericht de afdeling Public Relations van het Korps Politie Suriname vandaag, woensdag 24 augustus 2016. 

De man viel en greep in zijn val de elektrische bedrading die naar de woning loopt vast.

Bij aankomst van de politie op het adres was de man nog aanspreekbaar. Per ambulance werd hij vervoerd naar de Spoed Eisende Hulp van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo en is opgenomen op de afdeling Intensive Care.

Bestuur bond Staatsolie, SWOS, voor drie jaren herkozen

Voorzitter Read waarschuwt voor politieke intrige en verdeeldheid binnen vakbeweging en politieke bemoeienis in staatsbedrijven

Read hekelt ingrijpen door 'politieke bestuurders' in resultaat cao-onderhandelingen


Het bestuur van de Staatsolie Werknemers Organisatie Suriname Vakbond (SWOS), onder leiding van Lloyd Read, is herkozen voor drie jaar. Read zei bij zijn herverkiezing, zo bericht Starnieuws vandaag, woensdag 24 augustus 2016, dat de vakbeweging het slachtoffer dreigt te worden van politieke intrige en verdeeldheid. 

Hij hekelde de houding van politieke bestuurders om bij parastatale bedrijven in te grijpen in het resultaat van de cao-onderhandelingen De bedrijfsvoering moet volgens hem plaatsvinden op basis van bedrijfskundige principes en besluiten moeten op basis van bedrijfseconomische overwegingen worden genomen. Daartoe worden directieleden aangesteld en wordt een Raad van Commissarissen benoemd, die toezicht moet houden op het handelen van de directieleden.

Iedere aandeelhouder is volgens Read slechts de bezitter van een of meer aandelen en moet niet op de stoel van de directie gaan zitten.

Hij bracht in herinnering dat veel parastatale bedrijven ten onder zijn gegaan door de te grote politieke bemoeienis. De vakbondsleider waarschuwde de leden om dit gedrag goed in de gaten te houden, aangezien de arbeidsplaatsen op deze manier verloren kunnen gaan.

Een van de bijzondere taken van dit bestuur zal zijn om de vakbond door deze moeilijke tijden heen te loodsen en verdere inspanning getroosten om de samenwerking binnen de vakbeweging te versterken. In de komende periode zal het bestuur zich vooral richten op het versterken van de interne organisatie door de communicatie met de leden te verbeteren en het vergroten van de transparantie in de besluitvorming.

Het SWOS-bestuur bestaat verder uit Eric Dennen, Wartijem Moehamad, Roy Caupain, Bisai Alida, Satiman Darmowiredjo en Mukesh Koelboel.

Schoonmaak markten nu in handen van ministerie van Regionale Ontwikkeling

Etnel (NPS): 'Andere bedrijven worden ingezet voor schoonmaak terwijl schoonmaaksters zitten thuis'


Het schoonmaakbeleid van de verschillende markten is nu volledig in handen van het ministerie van Regionale Ontwikkeling. Minister Edgar Dikan zei gisteren tijdens bij de verdere behandeling van de suppletoire begroting in De Nationale Assemblee (DNA), dat hij zich gelijk na zijn aantreden als minister op zowel de Centrale Markt als Markt Zuid ofwel Noodmarkt heeft georiënteerd. 

Uiteindelijk bleek dat het ministerie geconfronteerd werd met heel hoge bedragen voor onderhoud, zo bericht het Dagblad Suriname vandaag, woensdag 24 augustus 2016. Na afstemming werd volgens hem een traject uitgezet, waarbij de schoonmaak onder eigen beheer is gebracht. Inmiddels is zelfs een kleine perswagen aangeschaft.

Het was het Assembleelid Patricia Etnel (NPS) die tijdens interruptie aangaf informatie te hebben ontvangen, dat een aantal schoonmaaksters, belast met de schoonmaak van de Centrale Markt en Markt Zuid, reeds geruime tijd thuis zit en dat andere bedrijven zich bezighouden met de schoonmaak van deze markten.

Volgens Etnel is het zo, dat zelfs de districtscommissarissen zich hiermee bemoeien door deze ‘andere bedrijven’ in te zetten. Dikan gaf aan niets af te weten van het inzetten van andere bedrijven. Voor de zuiverheid zal hij dit wel laten onderzoeken en meenemen naar de tweede ronde voor beantwoording.

Personeel SWM verwerpt financieel voorstel minister Dodson en blijft in staking

Dodson stelt koerscompensatie van Srd 100 en Srd 125 belastingkorting voor

Werknemers houden vast aan salarisverhoging van Srd 275 en Srd 1.200 eenmalige uitkering


Werknemers van de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) hebben vandaag, woensdag 24 augustus 2016, het financieel voorstel van minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen afgekeurd. Zij blijven in staking. Dat hebben de werknemers besloten in een algemene ledenvergadering in het actiecentrum bij Vakcentrale C-47 aan de Johan Adolf Pengelstraat in Paramaribo, zo bericht de webeditie van de Ware Tijd. 

De bewindsman heeft de bond voorgehouden, dat het personeel een koerscompensatie zal krijgen van Srd 100 en een belastingkorting van Srd 125.

'De mensen hebben dit voorstel van de tafel geveegd. Ze blijven bij hun standpunt, dat ze een loonsverhoging van Srd 275 moeten krijgen en de eenmalige toelage van Srd 1200', zegt bondsvoorzitter Rudi Baarh.

Hij wijst erop, dat de financiële incentives van de Staat, de aandeelhouder van SWM, geen loonsverhoging is, waardoor deze niet doorwerkt op het pensioen. De bond stelt Dodson morgen op de hoogte van hun besluit. De leden dringen aan op de uitvoering van het principeakkoord tussen de vakbond en directie, dat van de tafel is geveegd door de Staat.

Regering wil veerverbinding Paramaribo-Meerzorg in ere herstellen

TCT-minister Rusland: 'TCT heeft twee veerverbindingen gepland' 

Veerverbinding Paramaribo Centrum naar Ansoe en goederenveer van Sukibaka naar Ansoe - Tweede brug beste optie, maar financieel niet haalbaar


De veerverbinding tussen Paramaribo en Meerzorg wordt nieuw leven ingeblazen. De Wijdenboschbrug is overbelast. Hoewel een tweede brug de beste optie is, is dat op dit moment niet haalbaar, zei Andy Rusland, minister van Transport, Telecommunicatie & Toerisme (TCT), gisteren in het parlement tijdens de behandeling van de suppletoire begroting 2016, zo bericht de Ware Tijd vandaag, woensdag 24 augustus 2016.

De veerboten, die zullen varen naar ‘Ansoe’ zullen de brug ontlasten, stelde de bewindsman. Al enkele jaren vragen bewoners van Commewijne voor een betere verbinding over de Surinamerivier.

Het NDP-Assembleelid Glenn Sapoen stelde gisteren weer de vraag aan de minister van TCT. 'We zijn ervan bewust dat de Wijdenboschbrug overbelast is, dat het leidt tot ergernissen van mensen die op piekmomenten naar Paramaribo moeten komen of naar Commewijne moeten gaan', antwoordde Rusland.

'Ideaal zou zijn om nog een brug neer te zetten. Maar, de realiteit dwingt ons om te erkennen dat het op dit moment zeker financieel en misschien ook organisatorisch, niet haalbaar is.'

TCT heeft twee veerverbindingen gepland, deelde Rusland mee. 'We proberen daarvoor de nodige middelen te vinden. Het gaat erom dat wij van Paramaribocentrum naar Ansoe een veer zullen moeten neerzetten, met de mogelijkheid voor het overbrengen van voertuigen. Aan de andere kant komt er een bij Sukibaka te Jasodra, ook naar Ansoe. Daar moet een goederenveerboot neergezet worden. Wanneer het zover is, zullen wij het goederenvervoer over de brug moeten ontmoedigen. De mensen zullen gebruik moeten maken van de veerverbinding. Ik denk dat dat verlichtend zal zijn.'

VHP-voorzitter Santokhi hekelt ‘mi e saka a koers-beleid’ Bouterse

Santokhi wil dat regering na raadpleging instituten planning maakt om koers te stabiliseren


VHP-fractieleider en partijvoorzitter Chandrikapersad Santokhi hekelt het ‘mi e saka a koers-beleid’ van president Desi Bouterse. Tijdens de verdere behandeling gisteren van de suppletoire begroting in De Nationale Assemblee (DNA) vroeg de politicus gisteren de regering hoe serieus zij is om de op de hol geslagen valutawisselkoers te stabiliseren en omlaag te brengen. Santokhi benadrukte dat zijn opmerking niet de bedoeling had om wie dan ook onaangenaam te zijn. Dit bericht het Dagblad Suriname vandaag, woensdag 24 augustus 2016.

Serieus leiderschap vereist echter volgens hem dat de regering met alle deskundigen van nationale en internationale financiële en niet-financiële instituten gaat zitten om de vraag te beantwoorden hoe die koers gestabiliseerd kan worden.

'Wat wij hier zien, is dat de president zegt Mi e saka a koers! Wat is dit?', vroeg Santokhi aan het college. Volgens de VHP-voorman is dit geen serieuze opstelling. Volgens hem moet na raadplegen van de vele instituten een planning worden gemaakt hoe op korte en lange termijn de koers kan stabiliseren.

De waardevermindering van de Srd gaat nog steeds door. Al enkele dagen vertoont de wisselkoers van de Amerikaanse dollar een stijgende trend. De Centrale Bank van Suriname (CBvS) heeft voor dinsdag de indicatieve koers gesteld op Srd 7,30 voor de Amerikaanse dollar. De opkoopkoers is Srd 7.17. De richtprijs voor de euro is Srd 8.26. De opkoopprijs is Srd 8.08. Diverse banken en cambio’s bieden een hogere koers. De Amerikaanse dollar is met veel moeite bij diverse cambio’s te vinden voor bedragen boven de Srd 7.55. Algemeen werd verwacht, dat de koers niet verder omhoog zou gaan. Dit blijkt nog steeds niet het geval te zijn.

Verschillende sprekers hebben tijdens de begrotingsbehandeling aandacht gevraagd voor dit probleem. Zij zijn er niet over te spreken dat de president tot twee maal toe beloofd heeft de wisselkoers omlaag te brengen, maar dit tot nu toe niet is gebeurd. De vraag naar vreemde valuta blijkt nog steeds groter te zijn dan het aanbod.

IMF positief gestemd over financiële huishouding Curaçao en Sint Maarten en hun Centrale Bank

'De structurele hervormingsplannen van de overheden worden verwelkomd'


De monetaire unie die Curaçao en Sint Maarten met een gezamenlijke Centrale Bank vormen krijgt een goed cijfer van het IMF. 'De structurele hervormingsplannen van de overheden worden verwelkomd; continuïteit van beleid is evenwel essentieel voor de weg vooruit, in het bijzonder in het kader van de verkiezingen in beide landen in september aanstaande.' Dit schrijft het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in het 22 augustus uitgebrachte definitieve rapport over het bezoek aanCuraçao en Sint Maarten in het kader van dezogeheten Artikel IV Consultatie (zie onderaan), zo bericht het Antilliaans Dagblad vanochtend, woensdag 24 augustus 2016.

Al eerder werd een voorlopig verslag uitgebracht. Sinds 22 augustus staat het finale rapport op de website van het IMF. 'De monetaire unie van Curaçao en Sint Maarten kent belangrijke sterke kanten, waaronder een hoog ontwikkelingspeil, goede infrastructuur en een relatief lage overheidsschuld', zo begint het IMF het verslag.

'Om dit veilig te stellen en de stap voorwaarts te zetten is het echter wel vereist een aantal kritische uitdagingen het hoofd te bieden.' Het niveau van het bbp per capita (bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking) bevindt zich al op het niveau van de landen met hoge inkomens, maar de eilanden moeten de te beperkte economische groei en nog te hoge werkloosheid aanpakken door wat het IMF de ‘zwakke concurrentiepositie’ noemt, om te zetten in een ‘verbeterd investeringsklimaat’.

De overheidsfinanciën zijn stabiel, na de schuldsanering in 2010, maar tegelijk blijven inspanningen vereist op het vlak van structurele begrotingshervormingen om ook op termijn verzekerd te zijn van duurzame en gezonde openbare financiën.

Het IMF noemt bewust de komende verkiezingen over ruim een maand en spreekt de hoop uit dat er sprake zal zijn van ‘continuïteit van beleid’. Indirect geeft het IMF Curaçao een pluim voor de economie: 'Curaçao sloot in 2015 een periode af van drie jaar recessie, ondanks de verslechtering van de macroeconomische omstandigheden in Venezuela - een van de belangrijkste handelspartners van het eiland.'

Voor 2016 rekent het IMF op een groei van 0,5 procent van Curaçao. En op de middellange termijn wordt verwacht dat dit zal toenamen tot 0,9 procent per jaar. Veel is afhankelijk van de daadwerkelijke uitvoering van plannen die tot doel hebben meer buitenlandse investeringen aan te trekken en de restricties op het aantrekken van buitenlandse werknemers.



IMF Executive Board Concludes 2016 Article IV Consultation Discussions with the Kingdom of the Netherlands-Curaçao and Sint Maarten
August 22, 2016
On July 27, 2016, the Executive Board of the International Monetary Fund (IMF) concluded the 2016 Article IV Consultation discussions with Curaçao and Sint Maarten, two autonomous countries within the Kingdom of the Netherlands, and considered and endorsed the staff appraisal without a meeting.12
The currency union of Curaçao and Sint Maarten has important strengths, including a high level of development, good infrastructure, and relatively low public debt, however, preserving these going forward will require surmounting some critical challenges. GDP per capita is already at high-income country levels, but growth is lackluster and unemployment levels are high. The fiscal situation remains relatively stable, following the debt relief in 2010, but progress on necessary fiscal and structural reforms has been slow.
For several years now, both countries have experienced stagnant growth, trailing behind regional peers. Curaçao experienced modest growth in 2015 of 0.1 percent, reflecting a turnaround from the contraction of 1.1 percent in 2014. Growth in Curaçao mainly reflected an increase in investment (both public and private), driven largely by the construction of the new hospital and the upgrade of road infrastructure. Meanwhile, the economy of Sint Maarten expanded by 0.5 percent in 2015, a slowdown compared to the 1.5 percent recorded in 2014. The expansion in Sint Maarten’s GDP mainly reflected an increase in stay-over tourist arrivals, though at a slower pace than in 2014. With the exception of the recent expansion project at the Princess Juliana International Airport, there were no major private investment in 2015, underscoring the need to boost investor confidence.
Real GDP growth in 2016 is expected to reach 0.5 percent in Curaçao and 0.7 percent in Sint Maarten. For Curaçao, economic activity is projected to accelerate reflecting continued economic recovery in main trading partners (especially the U.S.) and a continuation of both private and public investment projects, mostly supported by the hospital construction. Higher growth in Sint Maarten reflects expectations for higher private spending, particularly in the tourism and transportation sectors, and a moderate increase of tourism flows.
Over the medium term, growth is expected to moderately pick up to 0.9 percent and 1.3 percent for Curaçao and Sint Maarten, respectively. The expansion in both countries will mainly depend on the implementation of structural reforms aimed at attracting more FDI, relaxing restrictions on hiring foreign labor, and reducing costs of doing business.
Executive Board Assessment
In concluding the 2016 Article IV consultation discussions with Curaçao and Sint Maarten, Executive Directors endorsed the staff’s appraisal, as follows:
The economic recovery and a stronger fiscal position have helped reduce near-term risks. Curaçao ended a three-year recession in 2015, despite the deterioration in macroeconomic conditions in Venezuela—one of the island’s main trading partners. Expansion in Sint Maarten’s economy continued into the fourth consecutive year, despite a modest deceleration. The Union’s external and fiscal imbalances have also declined, with favorable external conditions and the authorities’ fiscal consolidation efforts, but vulnerabilities to external shocks remain given its reliance on a narrow scope of products and markets.
However, risks to medium-term growth prospects remain to the downside. Continued low growth in the euro area could have serious economic repercussions for Curaçao and Sint Maarten through various channels, given that both islands remain heavily reliant on the euro area. Further disruptions in Venezuela could worsen Curaçao’s growth prospects and balance of payments if no alternative export markets are identified. Meanwhile, a loss of CBRs could hinder cross-border transactions, adding to the macroeconomic uncertainties. In addition, slow progress in implementing needed structural forms also poses an important downside risk to growth prospects going forward.
Unlocking growth through economic diversification and investment promotion is therefore imperative in this environment. In this respect, the authorities’ national development plans are an important step toward charting a clearer direction for strategic sectors and markets and removing impediments to private sector activity. Implementation of the plans is key, in particular, on decisive structural reforms to improve the labor market and doing business conditions, as well as energy sector reforms to diversify energy generation via renewable sources.
A sound medium term fiscal framework will help reinforce macro stability anchored by the fixed exchange rate. With the limited effective monetary and exchange rate policy instruments, given the fixed exchange rate regime, fiscal policy is the authorities’ only available option to cushion economic shocks. A sound medium term fiscal framework, equipped with clear objectives and targets and supported by a proven track record could improve credibility, bolster investor confidence, and promote investment.
In this regard, important structural fiscal reforms are needed to further strengthen fiscal discipline. In particular, weaknesses in tax administration and public financial management have been identified in both islands. Staff welcome the authorities’ efforts to strengthen tax administration to enhance revenue mobilization, improve taxpayer services, and increase tax compliance. These are important prerequisites for future tax policy reforms contemplated by the authorities. In addition, an action plan is greatly needed to ensure timely and decisive implementation of measures to strengthening public financial management, in line with PEFA assessment recommendations.
Strengthened financial supervision has become more important given increasing international scrutiny. The authorities are advised to strengthen risk-based financial supervision and effective implementation of cross-border tax information sharing, as well as AML/CFT frameworks in line with international standards. In a context of evolving regulatory requirements and enforcement landscape, Curaçao and Sint Maarten’s ability to strengthen transparency, including in Curaçao’s international financial center, will help reduce the perceived reputational risks. A stable financial sector is also critical to supporting economic growth and private sector activities.
Capacity building is needed to strengthen public institutions. Policy implementation has been greatly challenged by capacity issues in both islands, as in most other Caribbean small states. Investment in human capital development is critical to strengthening public institutions and improving productivity. Staff urge the authorities to engage with their international partners in seeking technical assistance to support capacity building.
Data provision should be improved to allow adequate surveillance. The statistical offices in both countries expressed concerns over lack of capacity, ability to hire qualified personnel, and delays in data submission from the private sector and government entities. While some efforts have been made to streamline data collection and digitalize surveys, staff highlights the need to allocate additional resources to increase personnel and obtain technical assistance to address shortcomings.

Table 1. Curaçao: Selected Economic and Financial Indicators, 2012-17
Area
444 (km2)
Population, thousand (2015)
155
Percent of population below age 15 (2015)
18.9
Literacy rate, in percent (2010)
96.7
Percent of population aged 65+ (2015)
15.3
Life expectancy at birth, male (2015)
74.8
Infant mortality, over 1,000 live births (2015)
12.2
Life expectancy at birth, female (2015)
81.0
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Proj.
Real econom (change in percent)
Real GDP 1/
-0.1
-0.8
-1.1
0.1
0.5
0.7
CPI (12-month average)
3.2
1.3
1.5
-0.5
0.8
1.5
Unemployment rate (in percent)
11.5
13.0
12.6
11.7
11.4
11.1
General government finances (in percent of GDP)
Primary balance
0.2
0.2
-0.7
-1.7
-1.4
-1.5
Current balance 2/
0.2
2.3
0.6
1.1
1.0
0.8
Overall balance
-0.7
-0.7
-1.8
-2.8
-2.5
-2.7
Public debt
33.1
34.1
38.6
44.3
44.5
44.5
Balance of payments (in percent of GDP)
Goods trade balance
-41.7
-38.3
-35.4
-32.9
-32.1
-31.6
Exports of goods
30.3
22.3
22.1
15.2
14.6
14.7
Imports of goods
72.0
60.5
57.6
48.1
46.6
46.3
Service balance
17.4
21.7
26.5
19.1
18.2
18.9
Exports of services
45.4
49.9
54.2
47.8
46.0
46.5
Imports of services
27.9
28.2
27.7
28.6
27.8
27.6
Current account
-27.9
-21.0
-11.9
-15.3
-15.2
-13.8
Capital and financial account
23.6
20.2
16.8
14.5
15.8
14.1
Net FDI
1.9
1.1
0.8
2.8
3.5
3.6
Net official reserves (in millions of US dollars)
1,246.3
1,096.4
1,337.0
1,344.9
1,366.0
1,378.5
(in months of imports of goods and services)
4.8
4.7
6.0
6.7
6.9
6.9
(In percent of short-term debt)
146.9
109.3
125.0
125.9
128.9
121.3
External debt (in percent of GDP)
81.3
86.9
93.7
103.4
110.9
116.4
Memorandum items:
Nominal GDP (in millions of US dollars)
3,133
3,148
3,160
3,146
3,186
3,256
Per capita GDP (in US dollars)
20,979
20,879
20,622
20,260
20,154
20,396
Per capita GDP (change in percent)
2.1
-0.5
-1.2
-1.8
-0.5
1.2
Private sector credit (change in percent)
6.4
1.1
-1.5
-1.0
Fund position
Curaçao is part of the Kingdom of the Netherlands and does not have a separate quota.
Exchange rate
The Netherlands' Antilles guilder is pegged to the U.S. dollar at NA.f 1.79 = US$1.
Sources: Data provided by the authorities; and IMF staff estimates.
1/ Based on IMF staff estimates of deflators.
2/ Excludes consumption of fixed capital.


Table 2. Sint Maarten: Selected Economic and Financial Indicators, 2012-17
Area
34 (km2)
Population, thousand (2015)
38
Percent of population below age 15 (2015)
21.2
Literacy rate, in percent (2011)
93.8
Percent of population aged 65+ (2015)
6.4
Life expectancy at birth, male (2012)
69.2
Infant mortality, over 1,000 live births (2010)
6.0
Life expectancy at birth, female (2012)
77.1
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Proj.
Real economy (change in percent)
Real GDP 1/
1.7
0.9
1.5
0.5
0.7
0.9
CPI (12-month average)
4.0
2.5
1.9
0.3
1.0
1.7
Unemployment rate (in percent)
10.3
9.2
9.1
8.9
8.7
8.6
General government finances (in percent of GDP)
Primary balance
1.0
-0.3
-3.9
-0.6
-0.1
-0.3
Current balance 2/
2.7
0.6
0.2
0.7
1.7
1.5
Overall balance
0.4
-0.8
-4.5
-1.3
-0.8
-1.0
Public debt
20.0
24.3
37.1
36.5
36.7
36.7
Balance of payments (in percent of GDP)
Goods trade balance
-64.8
-74.8
-83.8
-71.8
-72.5
-72.4
Exports of goods
13.3
16.2
12.6
12.2
12.1
12.1
Imports of goods
78.1
91.0
96.4
84.0
84.6
84.5
Service balance
79.0
78.8
78.8
80.3
79.8
78.9
Exports of services
106.0
104.8
106.6
106.7
106.0
104.8
Imports of services
27.0
26.1
27.8
26.4
26.2
25.9
Current account
9.5
0.4
-10.5
2.2
2.3
2.6
Capital and financial account
-18.9
-6.3
14.1
-3.4
-1.6
-1.0
Net FDI
1.6
4.3
4.4
2.6
3.5
3.0
Net official reserves (in millions of US dollars)
249.5
219.5
267.7
269.3
279.2
302.1
(in months of imports of goods and services)
4.8
2.9
2.2
2.5
2.8
2.8
(In percent of short-term debt)
91.9
77.0
96.3
91.4
94.7
106.1
External debt (in percent of GDP)
60.4
58.6
65.1
65.0
60.8
57.2
Memorandum items:
Nominal GDP (in millions of US dollars)
976
1,015
983
1,016
1,051
1,059
Per capita GDP (in US dollars)
25,157
25,294
25,967
26,025
26,290
26,807
Per capita GDP (change in percent)
7.5
2.3
-4.7
0.5
2.7
0.2
Private sector credit (change in percent)
-4.9
-2.1
-1.9
0.4
Fund position
Sint Maarten is part of the Kingdom of the Netherlands and does not have a separate quota.
Exchange rate
The Netherlands' Antilles guilder is pegged to the U.S. dollar at NA.f 1.79 = US$1.
Sources: Data provided by the authorities; and IMF staff estimates.
1/ Based on IMF staff estimates of deflators.
2/ Excludes consumption of fixed capital.


1 Under Article IV of the IMF’s Articles of Agreement, the IMF holds bilateral discussions with members, usually every year. A staff team visits the country, collects economic and financial information, and discusses with officials the country’s economic developments and policies. On return to headquarters, the staff prepares a report, which forms the basis for discussion by the Executive Board.
2 Article IV consultations are concluded without a Board meeting when the following conditions apply: (i) there are no acute or significant risks, or general policy issues requiring Board discussion; (ii) policies or circumstances are unlikely to have significant regional or global impact; (iii) in the event a parallel program review is being completed, it is also being completed on a lapse-of-time basis; and (iv) the use of Fund resources is not under discussion or anticipated.
IMF Communications Department
MEDIA RELATIONS
PRESS OFFICER: BRUNO PIERRE SILVESTRE
PHONE: +1 202 623-7100EMAIL: MEDIA@IMF.ORG

Bel goedkoop naar Suriname!