woensdag 5 oktober 2016

Servicestations Exploitantenbond wil betrokken worden bij regeringsbesluiten die haar sector raken

Pompstationhouders weten niet of er wel of geen government take op de brandstofprijs staat


De daling van de koers op zich heeft voor wat de operaties van pompstations betreft een positief effect. Maar, dat merkt alleen de pompstationhouder, de burger merkt daar niets van, omdat de burger nog steeds een door de overheid vastgestelde prijs betaalt bij de pomp. Sirodjeni Jankie, ondervoorzitster van de Servicestations Exploitantenbond (SSEB), stelt vandaag, woensdag 5 oktober 2016, in het Dagblad Suriname, dat zolang er in deze prijs geen verandering komt, de consument geen effecten van de daling van de koers zal merken. De government take staat op dit moment op nul (niet officieel). 

De overheid ontvangt momenteel, ondanks de Srd 0,20 prijsaanpassing, geen government take, omdat daar met de huidige prijs geen ruimte voor is. 'Voor zover ik weet, is de government take nul. Alleen de oliemaatschappijen en het ministerie van Handel en Industrie kunnen exact hierop reageren', stelt Jankie. Officieel weten de pompstationhouders dus niet of er momenteel wel of geen government take op de brandstofprijs staat. Wat vooralsnog bekend is over de government take is dat een deel van deze inning naar Wegenautoriteit ging.

Uit de Jaarrede van president Desi Bouterse afgelopen 30 september was af te leiden, dat de regering van plan is om Wegenbelasting weer in te voeren. 'Er zal gestart worden met de inning van wegenbelasting. Dit houdt in dat er voortaan omzetbelasting op de opcenten van brandstoffen zal worden geheven', zei de president. Hieruit valt te concluderen, dat de brandstofprijs zal worden verhoogd.

Gelet op het feit, dat de overheid mikt op inkomstenverhoging, kan niet worden gedacht aan de afschaffing van de take als compensatie voor deze verhoging. De Jaarrede werd gevoerd voor het begrotingsjaar 2017 en het ligt dan ook in de verwachting, dat dit deel in 2017 gerealiseerd zal worden, maar daar noemde de president nog geen exact tijdstip voor.

'Wij worden door de overheid nooit officieel op de hoogte gesteld van de plannen. Als ondernemer wil je plannen en vooruit kijken. Wij willen betrokken worden in besluiten die effect hebben op onze sector. Dat zou prettig zijn, anders komt jouw bedrijfsvoering in gevaar', aldus Jankie.

De regering heeft volgens Bouterse de stijgende koers niet overal willen laten doorwerken. Zo werd in april 2016 een maximale prijs op de brandstof aan de pomp ingesteld, zodat verdere prijsverhogingen niet doorgevoerd zouden worden. Recentelijk is de prijs van brandstof met 20 cent per liter verhoogd, wat een klein deel is van de noodzakelijk door te voeren verhoging, hetgeen een belangrijke tegemoetkoming aan de verbruiker kan worden genoemd. Ook is recentelijk de douanekoers, die Srd 4,04 bedroeg terwijl de Centrale Bankkoers al op Srd 7 stond, gebracht op het niveau van de Centrale Bankkoers.

Consumentenkring start campagne om abonnees/leden te werven voor 'Consumentenkoerier'

Nauwe samenwerking tussen consumentenorganisatie en ministerie van Handel en Industrie


De Consumentenkring Suriname is gisteren een campagne gestart om meer abonnees te werven voor haar blad ‘Consumentenkoerier’. De lancering heeft plaatsgevonden op het ministerie van Handel en Industrie (HI). HI heeft een consumentenbeschermingsbeleid. Ook het voorlichten van de consumenten behoort tot de taken van HI. Het ministerie werkt graag samen met organisaties die deze taken willen ondersteunen. Door middel van deze transparante relatie wordt via een campagne aangegeven hoe het ministerie de Consumentenkring Suriname zal ondersteunen, zo bericht het Dagblad Suriname vandaag, woensdag 5 oktober 2016.

Men erkent, dat er binnen consumentenbescherming niet-gouvernementele organisaties (NGO) zijn die ook op hun manier een bijdrage leveren aan consumentenbescherming. De Consumentenkring Suriname heeft jarenlang in de vorm van een vereniging op haar manier een bijdrage geleverd om consumenten bij te staan en te helpen. De Consumentenkring heeft getracht om consumenten bij te staan door middel van informatieverschaffing, bemiddeling en juridische bijstand. De hele samenleving is er bekend meem dat de Consumentenkring Suriname mede ervoor heeft gezorgd dat consumenten voorgelicht worden op het gebied van consumentenzaken. De consumentenorganisatie timmert al een tijdje aan de weg.

Volgens Albert Alleyne, voorzitter van Consumentenkring Suriname, is er een gewoonte om alles gratis te ontvangen. De economische crisis is een periode waarin zowel de overheid als het bedrijfsleven, het moeilijk heeft. Hierdoor is de verkoop van het blad ‘Consumentenkoerier’ sterk afgenomen. Daarom is voorgesteld dat men lid wordt van de organisatie.

Er zijn drie belangrijke speerpunten: gezondheidszorg, economische activiteiten en de milieuactiviteiten. Alleyne heeft de minister van Financiën benaderd om toestemming te verlenen om bij de ambtenaren het abonnement voor de 'Consumentenkoerier' te kunnen inhouden op het salaris. Hierdoor wordt de Consumentenkring Suriname gepromoot en kunnen ambtenaren zich op een eenvoudige wijze inschrijven. Het lidmaatschap kost Srd 10 per maand. De leden krijgen het tweemaandelijks blad de 'Consumentenkoerier' toegezonden. Het ligt in de bedoeling dat niet alleen de ambtenaren worden aangetrokken om lid te worden, maar ook het bedrijfsleven. Het beleid met betrekking tot consumentenbescherming wordt bepaald door het ministerie van Handel en Industrie. Echter kan het ministerie dit niet alleen, men heeft de consumenten nodig om ook een bijdrage te leveren.

De Consumentenkring Suriname is internationaal aangesloten bij Consumer International en zorgt op deze wijze ervoor dat hetgeen internationaal gebeurt aan de lezers door-gecommuniceerd kan worden. Dit is het doel van het blad ‘Consumentenkoerier’.

De minister van Handel en Industrie, Sieglien Burleson, deelde mee dat ondernemers gestimuleerd moeten worden. 'We willen dat ondernemers groeien en bloeien. Wij willen dat de consumenten de beste prijs en de beste kwaliteit krijgen. In dit traject is het ook van belang dat de consumenten naar voren treden. We hopen dat de Consumentenkring Suriname door de steun van de samenleving steeds meer in staat zal zijn om interactief te opereren, niet alleen middels een blad maar ook door mechanismen, zodat de stem van de consument hoorbaar wordt. Met de lidmaatschapsmiddelen kan er research uitgevoerd worden om de juridisch ondersteuning te geven', aldus Burleson.

Het ministerie van Handel en Industrie is voornemens om activiteiten te ontplooien op het gebied van internationale handel en export en de interne markt (onder andere prijsbeleid, economische controle en etikettering). De zorg van de consument is de taak van het ministerie, waarvoor medewerking noodzakelijk is van de consumenten zelf.

De lancering van de campagne werd afgesloten met de aanvraag van het lidmaatschap van minister Burleson. De minister is de eerste persoon die haar betalingsverplichting zal voldoen middels een inhouding op haar salaris.

Overigens heeft naast de Consumentenkring Suriname Suriname nog een tweede consumentenorganisatie, de Consumentenbond Suriname. Maar, het is onduidelijk in hoeverre deze organisatie vandaag de dag nog functioneert. De afgelopen maanden is de Consumentenbond onzichtbaar geweest.

(Red. De Surinaamse Krant/Dagblad Suriname)

Installatie nieuwe loopbrug tussen Waaigaat en Punda op Curaçao start 10 oktober

'Eind oktober zullen we op een nieuwe brug kunnen lopen'


De nieuwe loopbrug die de Waaigat-parkeerplaats met Punda ter hoogte van Marshe Nobo zal verbinden wordt via zeetransport geïmporteerd en arriveert naar alle verwachting vandaag op het eiland. Dat zegt Albert Zwueste, coo (chief operating officer) van Curaçao Ports Authority (CPA), vandaag, woensdag 5 oktober 2016, in de Amigoe.

De CPA-coo stelt, dat men vervolgens op 10 oktober kan beginnen met de installatie van de brug, die ongeveer twee weken zal duren.

'Eind oktober zullen we op een nieuwe brug kunnen lopen', aldus Zwueste.

Bovenstaande recente foto laat het voorwerk van de installatie van de fundering van de brug zien.

Ministerie van VVRP op Curaçao: 'Meldt vuile rooien of duikers'

Orkaan Matthew kan toch nog komende dagen oorzaak zijn van regenbuien op eiland


De Meteorologische Dienst van Curaçao laat weten dat zich in het oosten van het Caribisch gebied een ‘tropical wave’ ontwikkelt. Hoewel dat weersysteem gisteren 20 procent kans had om zich in de komende dagen tot een tropische storm of depressie te ontwikkelen, verwacht de Meteo wel dat het de komende dagen regen op het eiland kan veroorzaken. 

Het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP) meldt, aldus de Amigoe vanmiddag, woensdag 5 oktober 2016, dat de Meteo, zijn uitvoeringsorganisatie, dit weersysteem nauwlettend in de gaten houdt.

'Het systeem vormt op dit moment geen gevaar voor ons eiland, dus er is geen reden tot paniek. Uitvoeringsorganisatie Openbare Werken (OW) zal doorgaan met het schoonmaken van rooien (afvoerwateren) en duikers. Burgers die een vuile rooi of duiker zien, kunnen een sms of WhatsApp-bericht sturen naar de telefoonnummers: +5999 669-3374, +5999 524-2121, of +5999 521-7800', stelt het VVRP-ministerie.

Ter voorbereiding voor de mogelijke komst van orkaan Matthew is het VVRP-ministerie sinds vorige week bezig met de herschoonmaak van rooien op het eiland. Matthew is in het weekeinde ten noorden van Curaçao getrokken, maar heeft voornamelijk de stranden aan de westkust van het eiland aangetast.

Het Curaçaose toeristenbureau CTB stelde in een persbericht gisteren de publieke stranden op Bándabou (die toen nog te maken hadden met ruwe golven) te zijn langsgereden om de door Matthew veroorzaakte schade te inventariseren. Hieruit is gebleken, dat er diverse stappen genomen moeten worden om de stranden weer naar hun oude staat te brengen. Het CTB stelt de verantwoordelijke instanties te zullen benaderen om samen de benodigde herstelwerkzaamheden te coördineren. Vanwege de zeecondities met name aan de westkant van het eiland, was code roze vanochtend nog van kracht.

Curaçao's minister Jardim heeft nog niet gereageerd op verweer Tromp, CBCS-president

Advocaat Murray van Tromp: 'De kwestie ligt nu stil, Tromp is ook niet geschorst'


Mirto Murray, de advocaat van Emsley Tromp, president van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS), laat vandaag, woensdag 5 oktober 2016, via de Amigoe weten, dat op het verweer van Tromp tegen het voornemen van de minister van Financiën, José Jardim (namens onafhankelijk Statenlid Glenn Sulvaran), om hem te schorsen, nog geen reactie van de kant van Jardim is gekomen.

Op woensdag 10 augustus werd bekend,, dat het Openbaar Ministerie (OM) onderzoek doet naar Tromp, in verband met belastingfraude en witwassen in de privésfeer. Het onderzoek naar Tromp wordt Saffier genoemd. De advocaat van de bankpresident stuurde naar aanleiding van de aankondiging van Jardim op 18 augustus tijdens de wekelijkse persconferentie van de ministerraad, toen werd aangekondigd dat Tromp werd geschorst, een brief naar de ministers van Financiën van Curaçao en St. Maarten met het verzoek de aankondiging van Jardim te rectificeren. Murray refereerde in zijn schrijven aan het advies van de ‘meerderheid’ van de Raad van Commissarissen (RvC) van CBCS – Hubert Lopez en Robert Pietersz – dat stelde dat de schorsing van Tromp ‘prematuur’ is. Dit omdat de verdenkingen jegens Tromp in de privésfeer liggen en niet dusdanig zijn dat het OM zelf onmiddellijk is overgegaan tot arrestatie en inverzekeringstelling van de CBSC-president.

Advocaat Hammoud heeft toen namens haar cliënt op de brief van Murray gereageerd en stelde dat ‘het bewerkstelligen van de schorsing moet worden gezien als een voornemen tot schorsing’.

Meer dan een maand later is er volgens Tromps advocaat geen reactie van Jardims kant gekomen. Murray stelt: 'De kwestie ligt nu stil. Tromp is ook niet geschorst.'

In verband met het onderzoek dat naar hem loopt had Tromp in augustus dertig vakantiedagen opgenomen. Aangezien de bankpresident toen al stelde niet op het werkvloer te willen verschijnen, om zo het OM-onderzoek niet te verstoren, kan worden aangenomen dat hij nu meer vakantiedagen heeft opgenomen. Eerder stelde Murray al, dat Tromp bereid was meer vakantiedagen op te nemen, mocht dat nodig zijn.

Curaçao gaat naar de stembus voor de door orkaan Matthew vertraagde Statenverkiezingen

Hoofdstembureau verwacht alle uitslagen vanavond rond half twaalf binnen te hebben


120.649 Kiesgerechtigden kunnen vandaag, woensdag 5 oktober 2016, een stem uitbrengen bij de verkiezingen voor de Staten van Curaçao. De verkiezingen vinden vijf dagen later plaats dan oorspronkelijk gepland was. In verband met het naderen van orkaan Matthew werd de oorspronkelijke datum, 30 september, verplaatst naar vandaag. Volgens Raymond ‘Pacheco’ Römer, voorzitter van het Hoofdstembureau, konden vanochtend alle 107 stembureaus normaal geopend worden, zo bericht de Amigoe 's middags. 

'Iedereen is nu aan het stemmen. Er zijn tot nu toe bij ons geen klachten binnengekomen. Natuurlijk had je hier en daar wat problemen met tafels en stoelen, maar dat is nu wel allemaal geregeld', aldus Römer vanmorgen om half tien. Radio MAS maakte deze ochtend melding van een kiezer die ging stemmen bij stembureau 48 in het Fatima College. Op het stembiljet dat hij kreeg overhandigd, was de partijkeuze al ingevuld. Römer stelde hierop dat in zulke gevallen de voorzitter van het stembureau het stembiljet terugneemt, hierop ‘onbruikbaar’ stempelt en dat de kiezer dan een nieuw stembiljet krijgt overhandigd. Volgens Römer kan pas na de verkiezingen uitgezocht worden wat er zich heeft plaatsgevonden. 'Wij blijven rustig. Er is op dit moment weinig wat wij kunnen doen.'

Er kan vandaag gestemd worden tussen acht uur vanochtend en zeven uur vanavond. Römer verwacht dat de gevangenis het eerste stembureau zal zijn waarvan resultaten binnen zullen komen, rond half acht. De rest verwacht Römer tussen kwart over acht en half negen vanavond. 'Als alles volgens schema verloopt dan gaan wij ervan uit dat wij tussen elf uur en half twaalf vanavond alle uitslagen binnen zullen hebben.'

Verkiezingscampagnes op Curaçao houden over het algemeen in dat het straatbeeld kleurt met alle kleuren van de deelnemende partijen. Dit jaar was het niet anders. De campagne was dit jaar lang, maar aan de andere kant ook weer niet zo uitbundig als in voorgaande jaren, alhoewel de belangrijke verkeerspunten ook dit jaar weer met vlaggen waren versierd, waarbij bepaalde partijen zeer creatief hun campagnemateriaal plaatsten. Demissionair premier Bernard ‘Ben’ Whiteman, nummer 25 en lijstduwer van de kandidatenlijst van Pueblo Soberano (PS), was vanochtend een van de eerste kopstukken die zijn stem ging uitbrengen.


De premier, vergezeld van zijn lijfwacht, deed dit bij de Goiloschool in Julianadorp, waar even later ook PAR-leider Zita Jesus-Leito ging stemmen.



In de loop van de ochtend en de vroege middag zouden de resterende politieke kopstukken een stem uitbrengen.

De 120.649 kiezers, die vandaag hun stem uitbrengen, zijn er meer dan het aantal dat in 2012 kiesgerechtigd was. Bij de laatste verkiezingen waren dit er 114.828. De opkomst bedroeg indertijd 76,39 procent.

Meer vrouwen dan mannen zullen vandaag een stem kunnen uitbrengen: 64.742 vrouwen tegenover 55.907 mannen. Een verschil van 8835. In 2012 bedroeg het verschil nog 8433 in het voordeel van de vrouwen. In vier jaar tijd is het verschil met 402 toegenomen.

De kiezers kunnen vandaag een stem uitbrengen op dertien partijen. Hiervan zijn er op dit moment zes in de Staten vertegenwoordigd, het gaat hierbij om Pueblo Soberano (PS), Movementu Futuro Kòrsou (MFK), Partido pa Adelanto I Inovashon Soshal (Pais), Partido Alternativa Real (PAR), MAN en de Partido Nashonal di Pueblo (PNP).

Zes partijen doen voor het eerst mee, Un Kòrsou Hustu (UKH), Movementu Progresivo (MP), Kòrsou di Nos Tur (KdNT), Movementu Kousa Promé (MKP), Propósito pa Kòrsou (Pro Kòrsou) en Movementu Patriótiko i Adelanto Sosial (PAS). Ook de Democratische Partij, die bij de vorige verkiezingen geen zetel wist te halen, doet weer mee.

Jogi (VHP): 'President Bouterse kan lid worden van A Sa Go'

'Projecten met betrekking tot de agrarische sector zijn misleidend'

'De door Bouterse aangekondigde loonsverhoging voor ambtenaren voor april 2017 is compleet een zoethoudertje'


Het VHP-Assembleelid Mahinderkoemar Jogi vindt, dat er geen concrete zaken uit de bus zijn gerold tijdens de Jaarrede van president Desi Bouterse afgelopen vrijdag in De Nationale Assemblee (DNA). De president heeft een aantal zaken aan de orde gesteld, die hij graag gerealiseerd wil zien. Het is merkwaardig dat de plannen die de president gepresenteerd heeft qua kwantiteit enorm zijn, wat dus vele vraagtekens oproept over de haalbaarheid ervan, gelet op de financiële malaise waarin het land momenteel verkeert, zo schrijft het Dagblad Suriname vandaag, woensdag 5 oktober 2016.

Secretaris-generaal Iyad Ameen Madani van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIC) heeft het afgelopen week een dag een bezoek gebracht aan Suriname. Tijdens dat bliksembezoek is gebleken, dat er nog niets beklonken is over de financiering van de projecten van de regering, terwijl de president doet voorkomen alsof de financiële middelen door de Islamic Development Bank (IsDB) reeds beschikbaar zijn gesteld.

'Wanneer men de president volgt, kunnen ze constateren dat Suriname in 2017 Dubai wordt en dat hiermee de droom van parlementariër André Misiekaba (NDP) werkelijkheid wordt.'

De projecten met betrekking tot de agrarische sector beschrijft Jogi als misleidend. Voor de agrarische sector wil de regering 95 miljoen Amerikaanse dollar beschikbaar stellen. Aan de infrastructurele projecten wil de regering ongeveer 800 miljoen besteden. 'Hiermee is de scheve verhouding duidelijk zichtbaar.'

Op het agrarisch vlak wil de regering heel wat projecten uitvoeren, zoals onder andere de export van cacao, rijst en bananen. 'Het is een waslijst van wensen en verlangens van de regering zonder enige realiteit als basis. Het zou beter zijn als de president twee zaken had opgenoemd die concreet en helder zijn. De ideeën op zich zijn wel goed, alleen is het verre van de realiteit. Enkele jaren geleden had de president het totale Surinaamse volk inclusief de Assemblee ook voorgehouden om een agrarische schuur op te zetten. Op welke wijze heeft de president inhoud daaraan gegeven?'

Jogi vindt dat de president in de afgelopen vijf jaren zijn eigen geloofwaardigheid en ook die van de NDP en van de regering danig heeft aangetast. De president maakt er een gewoonte van om allerlei zaken te lanceren om vervolgens geen inhoud eraan te geven.

'Moeten we de president serieus nemen of juist adviseren om lid te worden van de toneelgroep A Sa Go?', vraagt Jogi zich af. Wat de agrarische sector betreft, moet men zich oriënteren van grootschaligheid naar kleinschaligheid. 'Waarom besteedt de president 50 miljoen Amerikaanse dollar niet aan het onderhoud, rehabilitatie en uitbreiding van een machinepark voor de rijstboeren, als hij zo zeker is dat hij de financiële middelen van de IsDB zal krijgen? Waarom kan men geen 100 miljoen vrijmaken voor het agrarische kredietfonds?'

Op deze wijze kan er werkgelegenheid gecreëerd worden. De regering moet zich focussen op het tot stand brengen van duurzame groei, zodat de productie op gang gebracht kan worden, waardoor de armoede in het land verholpen kan worden. 'De overheid moet de samenleving opvoeden en richting geven, zodat ze zelfstandig kunnen worden.'

Bouterse heeft aangegeven, dat de verhogingen van de salarissen van de ambtenaren voor april 2017 een feit zal zijn. Dit doet de wenkbrauwen van Jogi fronsen. 'De situatie in het land is nog steeds precair. De president heeft wederom iets gelanceerd, omdat hij weet dat de rek uit is in het land en dat de samenleving in opstand zal komen. De loonsverhoging is compleet een zoethoudertje.'

'Burgers moeten heft in eigen handen nemen nu criminaliteit om zich heen grijpt'

Wiebers: 'Als wij nu niet investeren in misdaadpreventie, gaan wij moeten investeren in meer gevangenissen'


Het is nodig dat burgers het heft in eigen handen nemen nu de criminaliteit om zich heen grijpt, vindt Lilian Wiebers (zie foto - Bron: Facebook). Zij is landencoördinatrice van het zogenoemde Resistance and Prevention Program (RAPP), dat investeert in misdaadpreventie. Het RAPP is een meerjarig initiatief dat de strijd tegen misdaad en geweld in Suriname en het Caribisch gebied moet verbeteren. Het programma wordt ook uitgevoerd op de Bahama’s en Trinidad & Tobago. Binnenkort zullen ook vier landen in het oosten van de regio worden opgenomen in het RAPP, zo bericht Starnieuws vandaag, woensdag 5 oktober 2016.

Wiebers vindt dat er teveel geweldsmisdrijven zijn in het land en dat veel jongeren zich daaraan schuldig maken. Als risicofactoren noemt zij relatieve verschillen in armoede, jeugdwerkloosheid, een zwak onderwijssysteem, in aanraking komen met bendes en het gebruik van alcohol en drugs. Gevangenissen zijn overvol en de criminaliteitsvormen lijken alsmaar heftiger en gewelddadiger te worden. Als wij nu niet investeren in misdaadpreventie, gaan wij moeten investeren in steeds meer gevangenissen, stelt ze.

De laatste jaren is er ook in delen van de Caribisch regio een toename van criminaliteit en geweld. Behalve dat deze situatie een directe invloed heeft op de slachtoffers, brengt zij verstrekkende maatschappelijke kosten met zich mee. Lokale bedrijven, het toerisme, investeringen en algemene ontwikkelingsindicatoren worden daardoor bijzonder geraakt. Bovendien hebben deze ontwikkelingen geleid tot een overbelast strafrechtelijk systeem en een angstcultuur onder burgers. 

Misdaadgolven traumatiseren veel slachtoffers en voelen burgers zich niet langer veilig in het land. Het RAPP roept burgers op om in hun eigen wijken te werken aan het voorkomen van misdaad en het terugdringen van de criminaliteit.

Binnen het programma worden gemeenschapsgerichte strategieën opgesteld om criminaliteit aan te pakken. Het gaat om een combinatie van het buurtwachtsysteem waarbij een bredere samenwerking van overheid, bedrijfsleven, ngo’s tot stand moet worden gebracht met buurtmanagers, jongeren, ouders en gezinnen. Deze samenwerking kan volgens Wiebers alleen maar bevorderen, 'dat we veilig kunnen leven in onze buurt'. Jongeren hebben binnen dit geheel een bijzondere rol omdat zij een groot deel zijn van de gemeenschap. 'Dan is het best wel triest om te weten dat een deel van dezelfde jongeren achter slot en grendel zit.'

Criminaliteitscijfers tonen volgens Wiebers aan, dat in veel Caribische landen steeds jongere mensen geweldsmisdrijven plegen. Het is daarom van belang dat jongeren een rol gaan vervullen zodat misdaad wordt voorkomen en dat zij met hun eigen vrienden en netwerk daaraan gaan werken.




The Resistance and Prevention Program (RAPP), which is funded by the U.S. State Department’s Bureau of International Narcotics and Law Enforcement Affairs (INL) through the Caribbean Basin Security Initiative (CBSI), is working with police, government ministries and civil society organizations on social crime prevention for at-risk youth.

A key component of the program is to develop community-driven strategies for addressing crime, while working regionally to apply lessons learned and ensure sustainability.  The ultimate goal is to identify lasting solutions tocitizen security through preventive measures that avoid problems before they happen.  It is focused on: 
  • Enhancing the capacity of young people, police and justice sector officials to work together on crime prevention. This entails promoting attitudinal and behavioral change through classroom and field training exercises that strengthen justice sector and police understanding of community needs, as well as citizen willingness to support them in daily operations
  • Building mutual trust between these groups to identify and anticipate the common causes of crime before it happens. This is done through technical support on outreach and mentoring activities that encourage government-citizen collaboration
Bahamas and Trinidad and Tobago
In 2014, PADF hosted RAPP Program Facilitator Accreditation workshops in conjunction with The Bahamas Royal Bahamas Police Force and Trinidad and Tobago’sMinistry of National Security and the Trinidad and Tobago Police Service (TTPS). The goal of this training is to enhance participants’ skills, knowledge and abilities to collaborate with and instill confidence among youth who are atrisk for aggressive and/or criminal behavior. 
As part of this process, participants use the RAPP curriculum, a powerful crime prevention tool, which seeks to prevent and reduce levels of youth violence and crime by empowering community police officers and emphasizing community cohesiveness in the development of action plans.

This accreditation process is intended to prepare leaders to mentor, educate and encourage others working with young people to take concrete actions that improve the future of the next generation. The training provides an opportunity for participants to exchange experiences and discuss theoretical frameworks on social crime prevention, root causes of youth crime and violence, gangs, organized crime, domestic violence, communication and action plans to address these issues. 

Ultimately, this program will prepare participants to lead up to five-day long courses in crime prevention on a variety of topics covered in the instructor’s manual and participant handbook and serve as agents of change in the promotion of concrete crime prevention techniques through use of action plans in targeted areas.  

The program also engages participants in hands-on active learning, where they can have opportunities to practice what they study through group work, presentations, role-play and mock teaching sessions. In addition, they develop action plans that can be implemented within their jurisdictions. 

Location
Bahamas, Trinidad and Tobago, Suriname

(Bron: http://www.padf.org/rapp/)

'Men probeert op mijn naam populair te worden, maar dat gaat niet lukken'

Districtscommissaris Miranda heeft niet vanwege politieke redenen vergunning protest van 3 oktober op valreep verstrekt


'Men probeert op mijn naam populair te worden, maar dat gaat niet lukken.' Met deze woorden wuift districtscommissaris Jerry Miranda van Paramaribo-Noordoost vandaag, woensdag 5 oktober 2016, in de Ware Tijd, kritiek van zich weg, als zou het commissariaat om politieke redenen pas op de valreep toestemming hebben verleend aan de organisatie van de protestbeweging #ALLESPLAT voor het protest van afgelopen maandag op het Onafhankelijkheidsplein.

'Ik heb een schone lei', zegt Miranda, die in eerste instantie niet wilde ingaan op de kritiek. De groep kreeg kort voor aanvang van de protestmanifestatie gisteren groen licht van het commissariaat, terwijl vorige week dinsdag het verzoek was ingediend.

Bryan Boerleider, een van de coördinatoren van de manifestatie en actief binnen het nieuwe Burgercollectief, zei op grond hiervan dat dit de groep niet heeft ontmoedigd. 'De zet van de regering was niet sterk genoeg', zei hij, doelend op de late reactie vanuit het commissariaat.

Voor Sham Binda, een andere voorman van het Burgercollectief, was het duidelijk dat de groep om politieke redenen werd tegengewerkt. Over de late beoordeling van de aanvraag van de protestbeweging, zegt Miranda nog, dat er dagelijks honderden aanvragen worden ingediend bij het commissariaat. Hij zegt dat meerdere afdelingen betrokken zijn bij de beoordelingsprocedure.

'De districtscommissaris is slechts de eindverantwoordelijke. Het is geen gewoonte dat de districtscommissaris alleen bepaalt.' Hij benadrukt ten overvloede, verwijzend naar wettelijke regels, dat protesteren op zich vrij is en dat men daarvoor geen vergunning nodig heeft. 'Indien je met meerdere mensen op straat gaat zijn en gebruik wenst te maken van de openbare weg, behoor je toestemming te hebben van de commissaris van politie en de districtscommissaris.'

Particuliere lijnbushouders mogen niet langer schoolvervoer verzorgen

Bushouder kan niet 'gunsten' ontvangen van ministerie van TCT en van MinOWC


Particuliere lijnbushouders die ook schoolvervoer verzorgen voor de Organisatie van Bus- en boothouders in Suriname zal de wacht worden aangezegd. Dit zal gebeuren na onderzoek naar het aantal buschauffeurs dat voor beide organisaties rijdt. De directrice van het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT), Joyce Blokland-Wijnstein, zegt dat deze maatregel gezien moet worden in het kader van het ordenen van het subsidiebeleid van het ministerie, zo is vandaag, woensdag 5 oktober 2016, in de Ware Tijd te lezen.

Het mag niet zo zijn, dat een bushouder 'gunsten' ontvangt van zowel het ministerie van TCT als dat van het ministerie Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC). Het gaat om bussen van ondernemers die zijn aangesloten bij de Particuliere Lijnbushoudersorganisatie, die docenten vervoeren voor Onderwijs. 

Blokland-Wijnstein zegt, dat de ministeries nog over de uitvoering discussiëren. Ze benadrukt dat het schoolvervoer niet gestagneerd mag worden, maar op een bepaald moment zal het besluit wel genomen worden. De directeur zegt verder, dat de bushouders zich moeten houden aan de vergunningsvoorwaarden. Door twee diensten uit te voeren komt de dienstverlening voor het openbaar vervoer in gedrang.

Zij zegt dat lijnbushouders die het traject verlaten om leerkrachten te vervoeren, schriftelijke toestemming van TCT nodig hebben, dat zij zich mogen onttrekken aan hun route. Als voorbeeld van hoe het niet moet haalt zij het gebied Commewijne aan, waar het publiek op de bus staat te wachten, terwijl de buschauffeurs leerkrachten aan het vervoeren zijn.

Dit jaar tot nu toe 26 jaguars gedood in Panama

Meeste jaguars gedood uit wraak voor het doden van vee, schapen en honden


Wetenschappers en natuurbeschermers zijn gealarmeerd door het toenemende aantal jaguars dat in Panama wordt gedood, met dit jaar tot nu toe 26 dode jaguars. Hun bevindingen, gepubliceerd in het Journal for Nature Conservation en gepresenteerd tijdens het 20e congres van de 'Mesoamerican Society for Biology and Conservation', laten zien dat jaguars in Panama gedood worden door een breed scala aan mensen, van tourgidsen tot veeboeren. De dieren worden vooral gedood uit wraak voor het doden van vee, schapen en honden. Dit bericht vandaag, woensdag 5 oktober 2016, Nature World News.

'We hebben bewijs, dat veeboeren minstens 230 jaguars in Panama hebben gedood tussen 1989 en 2014', zegt Ricardo Moreno, onderzoeker verbonden aan het 'Smithsonian Tropical Research Institute' (STRI) in Panama en een van de auteurs van de studie, in een verklaring (zie hieronder). 'Maar, we hebben redenen om aan te nemen, dat het werkelijke aantal misschien twee tot drie keer hoger is. In 2015 werden 23 jaguars gedood en dit jaar, tot en met september, is dat aantal dus 26.'


Fundación Yaguará Panama - Een jaguar, Aquiles, vastgelgd door een camera trap in Cana National Park, Darien Province, Panama


Moreno, die ook directeur is van de Yaguará Panamá Foundation, speculeert, dat uitbreidende agrarische en bebouwde gebieden in de regio en nieuwe ontwikkelingspojecten zoals dammen en mijnen de jaguarpopulaties verdrijven naar bergachtige gebieden. Daarenboven wordt de jaguar door een toenemende menselijke consumptie van de witlippekari (Tayassu pecari), een van de belangrijkste voedingsbronnen voor de jaguar, gedwongen om voor zijn voedsel te jagen op gedomesticeerde dieren.


Voor hun studie verzamelden de onderzoekers ook data van zogenoemde 'camera-trap'-beelden uit 15 natuurparken en bosgebieden aan beide zijden van het Panama Kanaal tussen 2005 en 2014.

Ze ontdekten, dat de populatie witlippekari's, jaguars en tapirs zijn verdwenen uit belangrijke gebieden aan de Panamese grens. Daarenboven blijkt in diverse natuurparken in de regio het verwachte aantal dieren niet aanwezig te zijn, ondanks het gegeven dat ruim 22 procent van Panama een vorm van bescherming geniet.

Met hun bevindingen hebben de onderzoekers actieplannen geschreven om jaguars, pecari's en de bossen in Panama te beschermen.

(Red. De Surinaamse Krant/Nature World News)



   


http://newsdesk.si.edu/releases/26-jaguars-killed-panama-so-far-year

26 Jaguars Killed in Panama So Far This Year

September 29, 2016
Ricardo Moreno, research associate at the Smithsonian Tropical Research Institute (STRI) in Panama and director of the Yaguará Panamá Foundation, reported at the 20th Congress of the Mesoamerican Society for Biology and Conservation held recently in Belize that the number of jaguar killings in Panama is on the rise.
“We have evidence that cattle ranchers killed a minimum of 230 jaguars in Panama between 1989 and 2014,” Moreno said. “We have reason to think that the actual number may be two- or three- times higher. In 2015, 23 jaguars were killed. In 2016, through September, 26 jaguars were killed.”
Moreno and colleagues gathered reports of killings from a wide range of people, from tour guides to livestock owners. Most were in retaliation for predation on cattle, sheep and dogs.
At the meeting, researchers evaluated the conservation status of animals from Mexico through Panama and the health of forests in the Mesoamerican Biological Corridor stretching along the Atlantic coast of Central America. Moreno shared results gathered during camera-trap surveys conducted 2005–2014 by a team led by Ninon Meyer, then a doctoral student with Patrick Jansen, STRI staff scientist and professor at the University of Wageningen, in 15 national parks and forest fragments on both sides of the Panama Canal to assess to what degree the remaining forest still supports wildlife diversity.
“We know from recent work by geologists and paleontologists at the Smithsonian that the Panama land bridge connecting North and South America formed 2.8 million years ago,” Moreno said. “The connection was broken 100 years ago by the building of the Panama Canal. Continued development and deforestation of Central Panama is disrupting the flow of animals and their genes, so that now the jaguar is considered an endangered species.”
Moreno speculates that continued expansion of agriculture and urban areas, and new development projects such as mines and dams, now limit jaguar populations to steep, mountainous areas. An increase in human consumption of the jaguars’ main prey species also exacerbates jaguar predation of domestic animals.
Participants in a seminar focused on the current status of the white-lipped peccary (Tayassu pecari) reported declines in peccary populations across the region and a lack of the forest connectivity they require to breed as healthy populations. 
White-lipped peccaries, unique to the American tropics, live in formidable bands of 10 to 300 individuals and play an important role as architects of forest communities, structuring the forest by dispersing tree seeds and trampling plants. Indigenous groups have always hunted peccaries, but with the continued advance of agricultural frontiers, cattle ranches, new roads and large-scale development projects throughout the region, this species is now threatened with extinction. Peccaries are one of the primary species in jaguar diets, and when hunters pursue peccaries they often also kill jaguars.
White-lipped peccaries, jaguars (Panthera onca) and tapirs (Tapirus bairdii) are indicators of healthy tropical environments. All three of these species have disappeared in important areas of the Panamanian section of the corridor. The Isthmus of Panama already has lost more than half of its forest. The authors of the camera-trapping study reported that despite the fact that more than 22 percent of Panama’s land area is under some form of protection, several National Parks are not supporting the expected number of animals.
Forest restoration projects, such as the Agua Salud Project led by STRI staff scientist, Jefferson Hall, show that it may be possible to recreate jaguar habitat in the region. Moreno and Meyer, in a paper published in the International Union for Conservation of Nature bulletin, “Cat News,” called for the following measures to save the remaining jaguars:
  • Education, especially in areas where the number of jaguar killings is high.
  • Extension programs for cattle owners who have experienced jaguar predations.
  • Economic incentives for rural communities near jaguar habitat. In one community, residents overcame losses due to predation by selling plaster casts of jaguar tracks.
  • The creation of multi-institutional alliances to unite governmental and non-governmental institutions to intervene in key areas.
“Education is key because we all deserve to understand what is happening on our planet and in our countries,” Moreno said. “But education takes years and jaguars and peccaries don’t have years.”
“We hope that our excellent scientific reporting on the status of these animals in the region is considered relevant,” Moreno said. “We’ve written the action plans. We have the knowledge necessary to redirect policy in order to conserve jaguars, peccaries and forests throughout the region. In Panama, the Fundación Yaguará Panamá has the full support of the Ministry of the Environment. Jaguar conservation will take dedication on the part of governments, NGOs and passionate individuals united to conserve our natural heritage, which has no borders.”
The Smithsonian Tropical Research Institute, headquartered in Panama City, Panama, is a part of the Smithsonian Institution. The Institute furthers the understanding of tropical nature and its importance to human welfare, trains students to conduct research in the tropics and promotes conservation by increasing public awareness of the beauty and importance of tropical ecosystems. STRI websitePromotional video.
# # #
N.F.V. Meyer, H.J. Esser, R. Moreno et al. 2015. An assessment of the terrestrial mammal communities in forests of Central Panama, using camera-trap surveys. Journal for Nature Conservation; 26(2015) 28-25. http://dx.doi.org/10.1016/j. jnc.2015.04.003.
R. Moreno, N. Meyer, M. Olmos et al. 2015. Causes of jaguar killing in Panama—a long term survey using interviews. Cat News; No. 62. Spring, 2015. pp. 40-42.
N.F.V. Meyer, R. Moreno, E. Sanches et al. 2016. Do protected areas in Panama support intact assemblages of ungulates? Therya 7(1):65-76 doi: 10.12933/therya-16-341.

Belgische stagiaire (24) beroofd in verlengde Keizerstraat Paramaribo

Een jongen uit een groepje jongeren rukt handtas uit handen stagiaire


Een 24-jarige Belgische stagiaire is maandagavond rond acht uur beroofd in de verlengde Keizerstraat in Paramaribo. Zij liep op dat moment naar haar logeeradres, zo weet het Dagblad Suriname vandaag, woensdag 5 oktober 2016, te berichten. 

Op een gegeven moment werd zij door een groep jongemannen aangevallen. Eén van hen rukte haar handtas weg en de rest rende samen met de dader weg.

Het slachtoffer raakte danig bevreesd. Zij had geen telefoon meer om de politie in te schakelen. De daders hebben haar tas, waarin zij Srd 500 en haar mobiele telefoon had zitten, meegenomen.

De politie van het bureau Centrum in de Keizerstraat heeft een aangifte opgenomen.

Gedetineerden in cellenhuizen politie in Paramaribo en Wanica krijgen weer eten

Leveranciers van voeding bezorgen weer eten aan cellenhuizen na actie ministerie

Enkele leveranciers hebben geld van overheid ontvangen


Leveranciers van voeding aan cellenhuizen in Paramaribo en Wanica, die sinds zaterdag hiermee waren gestopt, zijn gisteren weer begonnen om hun diensten te verlenen. Het ministerie van Justitie en Politie heeft contact met hen gemaakt met de mededeling, dat het ministerie aan de bel trekt bij het ministerie van Financiën om het geld voor de voedingsleveranciers los te krijgen, zo bericht de Ware Tijd vandaag, woensdag 5 oktober 2016. 

'Aan mij is gezegd, dat het geld binnen twee weken op onze rekening kan staan,maar wij zullen tot vrijdag wachten. Als het geld er niet is, zien we wat het actiemodel wordt', zegt Sainoelmohamed Nazier. Een functionaris van het ministerie heeft tegen hem gezegd dat het ministerie zijn werk met betrekking tot betaling van voedingsleveranciers heeft gedaan. Financiën moet op zijn beurt de voedingsleveranciers uitbetalen. Nazier is voedingsleverancier van de cellenhuizen Lelydorp, Santo Boma, Houttuin en De Nieuwe Grond.

Een andere collega, die voeding levert aan politiecellen Nieuwe Haven, Geyersvlijt en het jeugddoorgangscentrum Opa Doeli, was samen met Nazier gestopt met de dienst. Nazier wijst erop dat nog een collega zou meedoen aan de actie, maar hij heeft dat niet gedaan. 'Als hij ook was gestopt, konden we gezamenlijk ons doel bereiken', zegt hij.

Voedingsleveranciers Ramon Saeri, die niet veel kwijt wil, geeft aan dat hij een deel van zijn geld heeft ontvangen en voorlopig zijn diensten kan verlenen. Hij zei eerder, dat hij tot uiterlijk dinsdag zou wachten op zijn geld. Mocht er niets gestort zijn, dan zou hij ook stoppen met levering van voeding.

'Als meneer Saeri wat geld heeft gekregen, hebben we goede hoop', reageert voedingsleverancier Mohamedsafie Hasnoe. Ook hij heeft geen cent ontvangen, maar blijft voorlopig zijn werk doen. Hasnoe heeft echter het gevoel, dat het ministerie de voedingsleveranciers tegen elkaar uitspeelt, wat naar zijn zeggen al een tijdje aan de gang is. 'Nu heeft meneer Saeri wat geld gekregen, maar anderen niet.'

Hans Jannasch zou in beeld zijn als nieuwe directeur SBB

Jannasch was onlangs nog waarnemend hoofd van de CIVD


Hans Jannasch, die tot voor kort waarnam als hoofd van de Centrale Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (CIVD), wordt getipt als directeur van de Stichting Bos- beheer en Bostoezicht (SBB). Sinds het ontslag van directeur Pearl Jules vorig jaar oktober, wordt de functie waargenomen door Hesdi Esajas. Dit meldt de Ware Tijd vandaag, woensdag 5 oktober 2016.

Het is de redactie van de Ware Tijd niet gelukt om berichten over de mogelijke aanstelling van Jannasch bevestigd te krijgen. Esajas verwees voor informatie naar de minister van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer (RGB) Steven Relyveld, die na meerdere telefoontjes onbereikbaar bleef voor de redactie.

De SBB is een werkarm van het ministerie. Pearl Jules werd in oktober 2015 op staande voet door Relyveld ontslagen, op grond van vermoedelijke financiële onregelmatigheden, waarbij ruim Srd 72 miljoen niet verantwoord kon worden. Onderdeel van de onregelmatigheden zijn niet afgedragen en vermiste belastinggelden en dure buitenlandse reizen. De bevindingen over de onregelmatigheden bij de SBB zijn gebaseerd op een onderzoeksrapport van een administratiekantoor, dat door het ministerie was ingehuurd om het bedrijf door te lichten. Jules vecht bij de rechter zijn ontslag aan. 

Jannasch kreeg in 2004 acht jaar cel voor betrokkenheid bij een zaak, waarbij een professionele fabriek van een grondstof voor xtc-pillen op een locatie in Paramaribo het jaar daarvoor was ontmanteld. Het zou het grootste xtc-lab in de regio zijn. Hij kreeg gratie toen president Desi Bouterse in 2010 aan de macht kwam en werd diens lijfwacht.

Het is de Ware Tijd ook niet gelukt om Jannasch te bereiken voor een reactie over zijn mogelijke aanstelling als SBB-directeur.

Rijstboeren in Van Drimmelenpolder, Nickerie, niet tevreden over wijze van aanpak infrastructuur

Ministerie van LVV heeft geen idee wat zich afspeelt in de Van Drimmelenpolder....


Rijstverbouwers in het waterschapsgebied in de Van Drimmelenpolder in Nickerie zijn niet te spreken over de manier waarop de ingehuurde aannemer de infrastructuur aanpakt. Het gaat om het herstel van de dammen en het uitdiepen van de loos- en irrigatieleidingen. Het waterschapsbestuur wordt verweten het werk te laten uitvoeren zonder een consultant die de directie zou moeten voeren. Het toezicht wordt gedaan door het waterschapsbestuur, zo bericht de Ware Tijd woensdag 5 oktober 2016.

Rijstverbouwer Vinodh Tewarie verwijt de aannemer, dat die bepaalt waar en hoe gegraven moet worden en waar kleidammen niet betreden mogen worden door boeren. Tewarie vindt het ook vreemd, dat alleen in het waterschapsgebied Van Drimmelenpolder de infrastructuur wordt aangepakt, 'terwijl wij in Nickerie over twaalf waterschappen beschikken'.

Het interesseert hem niet waar het geld vandaan komt en wat aan de aannemer betaald wordt. Tewarie verneemt van collega's dat op een ledenvergadering het bestuur aangekondigd heeft dat de Inter Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) geld beschikbaar zal stellen voor verbetering van de waterschappen in Nickerie.

De voorzitter van het waterschap, Inder Jaglall volstaat met de opmerking dat het bestuur bevoegd is om de werkzaamheden onder zijn toezicht te laten uitvoeren. Van een ander bestuurslid heeft de redactie van de Ware Tijd echter vernomen, dat de aannemer de werkzaamheden intussen heeft stopgezet, wegens 'een ruime achterstallige betaling'.

Guido van der Kooye, coördinator van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) regio-West weet niet wat er gebeurt in het waterschapsgebied Van Drimmelenpolder. Hij verwijst de Ware Tijd naar Jaglall.

De LVV-voorman zegt, dat de overheid geen geld heeft om het project te laten uitvoeren. 'Indien het geld van de IDB moet komen dan weten wij ook niet wanneer het beschikbaar wordt gesteld en wie in aanmerking komt', zegt Van der Kooye. Hij weet ook niet wie de oprachtgever is van het project.

VHP-fractievoorzitter in parlement Santokhi zegt deelname IPU-vergadering in Genève af

NDP-Assembleeleden Bouva en Ilahibaks reizen af naar Zwitserse Genève 



VHP-fractievoorzitter in De Nationale Assemblee Chandrikapersad Santokhi ziet af van deelname aan de vergadering van de Inter Parlementaire Unie (IPU) die van 23 tot en met 27 oktober wordt gehouden in Genève, Zwitserland. Dit wordt bevestigd door het hoofdbestuur van de VHP, aldus Starnieuws vandaag, woensdag 5 oktober 2016.

Santokhi heeft de leiding van De Nationale Assemblee meegedeeld dat hij niet meer kan afreizen door een overmachtssituatie. De VHP-voorzitter is nog steeds in het buitenland. Hij heeft diverse landen bezocht om hulp te zoeken voor Suriname.

De vicevoorzitter van De Nationale Assemblee, Melvin Bouva, is de delegatieleider. Met hem reist ook mee zijn partijgenote Ruchsana Ilahibaks.

'IsDB-lening van 1.8 miljard Amerikaanse dollar is geen blanco cheque'

Aan uitvoering projecten zijn voorwaarden verbonden


Anwar Lallmohamed, alternate governor bij de Islamitische Ontwikkelingsbank (IsDB) (en directeur van Sky Radio & TV en raadsadviseur van president Desi Bouterse), zei gisteravond als een van de inleiders tijdens de maandelijkse bijeenkomst van de KennisKring in het Lallarookh gebouw, dat de lening van 1.8 miljard Amerikaanse dollar van de IsDB geen blanco cheque is. Er zijn voorwaarden aan het uitvoeren van de projecten verbonden. Dit bericht Starnieuws vanochtend, woensdag 5 oktober 2016.

Volgens Surinaamse deskundigen zijn 23 projecten af om de aanbesteding te kunnen houden. Deze worden stuk voor stuk beoordeeld door deskundigen van de IsDB voordat er groen licht gegeven wordt. Lallmohamed verwacht dat de helft erdoor zal komen, terwijl aan andere projecten verder gesleuteld zal worden. Alle projecten worden openbaar aanbesteed. Deze moeten ook voorkomen in het Meerjaren Ontwikkelingsprogramma. De projectenlijst en het programma moeten in lijn zijn met elkaar, aldus Lallmohamed.

De IsDB stelt geen eisen als stoppen met subsidie, saneringsprogramma's uitvoeren of ambtenaren naar huis sturen. Het financieringsprogramma staat los van de eisen die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) stelt, 'maar er is een goed contact tussen de multilaterale instellingen. Het in zee gaan met het IMF en IsDB bijt elkaar niet', zegt Lalmohamed.

De eisen die IsDB stelt zijn streng en er moet eraan worden voldaan. Zo is de bouw van het nieuwe Academisch Ziekenhuis vijftien maanden stilgelegd. Suriname had een architect en consultant aangetrokken zonder openbare aanbesteding. Dit besluit werd genomen om sneller te kunnen werken, want in 2012 en 2013 was er genoeg geld om de architect te betalen. De eigen inbreng van Suriname was 13,6 miljoen Amerikaanse dollar. Toen het slecht begon te gaan met de economie kon het geld niet meer op tafel worden gelegd. Er zijn opnieuw gesprekken gevoerd om dit project verder uit te voeren. Suriname moet wel het honorarium van de architect en consultant betalen.

Lallmohamed stelt dat bij alle projecten een eigen inbreng moet zijn.

Volgende week komt een delegatie van de IsDB naar Suriname. Dan zal hier ook over worden gesproken. Suriname wil de eigen inbreng later betalen. Verwacht wordt dat de economische situatie komende jaar beter zal zijn, omdat de olie- en goudprijs weer aantrekken. Ook Newmont Suriname is met haar Merian-goudmijn in het oosten van het land, begonnen met de productie van goud. Lallmohamed verwacht wel dat dit in orde komt, omdat er al voorgesprekken zijn gevoerd.

Kritische noten SVJ-voorzitter Leeuwin bij incident met journalist Pinas van nieuwswebsite Suriname Herald

Activisten We Zijn Moe zouden in partijcentrum NPS telefoon van Pinas hebben afgepakt

'Dit is het gevaar wanneer een journalist verschillende petten op heeft'


Hoewel Jason Pinas geen lid is van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) zal hij het bestuur onder leiding van Wilfred Leeuwin in kennis stellen van een incident zaterdag, waarbij zijn telefoon van hem is afgepakt. Dat gebeurde door personen, die op dat moment aan het vergaderen waren in een ruimte van het partijcentrum van NPS, Grun Dyari. 

De journalist beweert, dat er dreigende taal naar hem is geuit. 'Yu wani si mi naki yu trowenanga m**. Mi e naki yu m** ede bos', kreeg Pinas naar het hoofd geslingerd. Hij, zo schrijft de Ware Tijd vandaag, woensdag 5 oktober 2016 - waaraan Leeuwin als journalist verbonden is - zou optreden als ceremoniemeester bij een 'banamba'-contest die zaterdagavond in Grun Dyari gehouden zou worden.

Leeuwin verwerpt het handelen van de verslaggever. 'Dit is het gevaar wanneer een journalist verschillende petten op heeft. Op dat moment was Pinas daar voor privé-doeleinden, en niet als journalist', zegt de SVJ-voorzitter.

Toen Pinas zich rond negen uur 's avonds op het terrein begaf, zag hij in een besloten 'setting' bekende gezichten, onder wie kopstukken van de NPS en prominenten van de actiebeweging 'We zijn Moe'. Dit was reden voor hem om zijn persbadge uit zijn auto te halen en zich te legitimeren bij de voorzitter van de actiegroep, Curtis Hofwijks. De verslaggever vroeg om een interview en Hofwijks wenkte hem te wachten. In die tussentijd nam hij met zijn mobiele telefoon foto's van de groep. Leeuwin zegt, dat het absoluut niet mag dat bezittingen van een journalist worden afgepakt. Tegelijkertijd zegt hij, dat Pinas inbreuk heeft gepleegd op de privacy van de personen die in een besloten ruimte vergaderden. Leeuwin geeft verder aan, dat de hoofdredacteur van het medium waaraan de journalist verbonden is (de nieuwswebsite Suriname Herald, die hierover op 2 oktober onderstaand bericht publiceerde), de zaak beter had moeten onderzoeken alvorens tot publicatie van een bericht over te gaan.

Hij zegt, dat een journalist altijd duidelijk moet zeggen in welke hoedanigheid hij bij een activiteit is. De SVJ-voorzitter stelt voorop dat hij geen kritiek levert op collega's, maar zegt dat hij alleen kan opkomen als de journalist zich correct heeft gedragen. Journalisten moeten voorkomen dat mensen bang worden om in hun buurt te komen. Volgens hem heeft dit soort gedrag ervoor gezorgd dat indertijd is besloten, dat mediawerkers niet meer toegelaten worden tot de koffiekamer van De Nationale Assemblee. Leeuwin heeft zowel Pinas als Hofwijk en zijn groep aangehoord.


2 oktober 2016 - 10:03

Journalist Pinas van Suriname Herald aangevallen door ‘We zijn moe’


Een journalist van Suriname Herald, Jason Pinas, werd gisteravond aangevallen door leden van de actiegroep ‘We zijn moe’. De groep was eerder op de avond in NPS-partijcentrum Grun Djari om gesprekken te voeren. Pinas die daar was voor een andere activiteit zag de leden van de groep en probeerde daarover een verslag te maken.
Hij zegt dat hij persoonlijk een afspraak had met de leider van de groep, Curtis Hofwijks, voor een gesprek. Vervolgens maakte hij een paar foto’s van de groep, maar dat werd hem niet in dank afgenomen. De groep kwam op hem af, pakte zijn telefoon af en wiste zonder zijn toestemming de foto’s wat absoluut niet mag.
Hofwijks om een reactie gevraagd, geeft aan dat hij niet wenst te praten over een aanval. De actiegroep was op dat moment bezig consultatierondes te houden met politieke partijen over de planning van de groep. Hij gaf wel toe dat hij een afspraak had met Pinas, maar had niet door dat Pinas bezig was foto’s van de groep te maken. Verder verklaarde hij dat hij niet wist dat Pinas daar was voor verslag. Hij dacht dat Pinas hem gewoon wilde spreken.
Pinas gaf op zijn beurt aan dat hij zich ook had gelegitimeerd met zijn pas als verslaggever bij Suriname Herald. Hofwijks had er moeite mee dat Pinas foto’s had geschoten. Hij beweert ook dat de groep geen moeite heeft met de media en een goede samenwerking wenst te hebben met journalisten vanwege hun bijdrage als het gaat om de voorziening van informatie aan de gemeenschap. Zijns inziens hadden zijn leden gewoon gevraagd om de foto’s te wissen. Pinas beweert het tegenovergestelde. “De mannen hebben eigendunkelijk mijn telefoon afgepakt.” Hofwijks probeerde dat goed te praten door aan te geven dat ‘We zijn moe’ niet aan het ruziën is, omdat dat niet de manier is om met elkaar om te gaan. Verder wil hij hierover niet meer praten, omdat de zaak is afgedaan. Tot nu toe heeft de groep geen slechte ervaring gehad met de media en wenst dus geen confrontatie aan te gaan met journalisten, zegt hij. Volgens Hofwijks bevonden de leden zich op een privé-terrein, dus werd hun privacy geschonden.
Pinas zegt dat Hofwijks een heleboel Frans uitlegt, omdat hij buiten het terrein was toen de vijf heren op hem afkwamen. Ondanks hij zich had gelegitimeerd, hadden de mannen hem vies en vuil uitgescholden. Op dat moment was er een activiteit in Grun Djari waar een ieder welkom was en niet wat Hofwijks beweerde dat het om een privé-terrein ging.
Tot slot geeft de redactie van Suriname Herald aan dat zij volledig achter haar journalist Jason Pinas staat.
Claudia Tanoeleksono
Hoofdredacteur

BOG doet in nieuw insectarium onderzoek naar de Aedes aegypti muskiet

Onderzoek moet uitwijzen of muskiet nog gevoelig is voor door BOG gebruikte insecticide


Helene Hiwat, hoofd van de afdeling Entomologie van het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG), zei gisteren bij de presentatie van het nieuw opgezette insectarium het belang van dit instituut. In het insectarium of de ‘insecten kweek’ kan nu bij muskieten uit het veld onderzocht worden of ze nog gevoelig zijn voor de insecticide die het BOG gebruikt.

Hiwat zei, aldus Starnieuws vandaag, woensdag 5 oktober 2016, dat de belangrijkste methode voor het bestrijden van de Aedes aegypti muskiet die zika, chickungunya en dengue overbrengt, het verwijderen van broedplaatsen is. Wanneer er een uitbraak van een epidemie is, dan worden de muskieten bespoten. Hiwat legde uit, dat het risico daarbij is dat de muskieten resistent worden en dus niet meer dood gaan van het materiaal dat het BOG gebruikt.

'Je moet dus nagaan of de muskieten nog wel gevoelig zijn voor de insecticide die gebruikt wordt', aldus Hiwat. Vroeger werd dit gedaan door muskieteneieren te verzamelen en op te sturen naar het buitenland voor onderzoek. Nu kan dit in Suriname en kunnen er meer muskieten, van verschillende plekken, vaker worden getest op insecticide resistentie. Dit moet continu gemonitord worden, zei Hiwat, zodat je kan besluiten of en wanneer je andere insecticiden moet gebruiken.

Om de muskietenpopulatie te helpen verminderen is het spuiten alleen niet genoeg, de samenleving moet helpen de broeiplaatsen te verwijderen, sprak Hiwat. Zij gaf verder aan, dat er ook een voorstel gedaan is voor de opzet van een Aedes Vector Control Unit, die zich uitsluitend bezighoudt met de preventie en bestrijding van de Aedes aegypti. Deze was er vroeger al, maar is in de loop van de tijd opgenomen in de afdeling Milieu-inspectie.

Het BOG zit ook in het traject om moderne methoden en middelen te gebruiken voor de aanpak van deze ziektebestrijding. Dit doet het instituut door het in kaart brengen van risicogebieden, digitaliseren van de gegevens, deze analyseren en evidence based gericht uitvoeren van de interventies om de muskieten te bestrijden. Met ondersteuning van Brazilië en de Inter American Development Bank is er een training in het Braziliaanse Fortaleza geweest. Kennis is genomen van hoe de structuren van het vector control programma daar in elkaar zitten, hoe de dataverwerking en analyse plaatsvinden en wat het verband is tussen de verschillende instituten zoals de epidemiologie afdeling, de bestrijdingsafdeling en de kwaliteitscontrole.

De opzet van het insectarium is gefinancierd door de Pan America Health Organization (PAHO) en het AFD (Agence Francaise de Développement), het Franse samenwerkingsproject van het ministerie van Volksgezondheid. Minister Patrick Pengel van Volksgezondheid was ook aanwezig bij de presentatie.

Curaçao met paar dagen vertraging naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen

Verkiezingen zijn vanwege orkaan Matthew verschoven van 30 september naar 5 oktober


De bevolking van Curaçao gaat vandaag, woensdag 5 oktober 2016, naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. De verkiezingen stonden eigenlijk gepland voor vorige week vrijdag, maar werden uitgesteld door dreiging van de orkaan Matthew die in de buurt van het eiland dreigde te komen. Uiteindelijk trok de orkaan op 300 kilometer afstand van het eiland naar het westen waardoor rampspoed uitbleef, zo bericht onder andere de Telegraaf.

Aan de verkiezingen doen dertien partijen mee voor 21 zetels.

In de peilingen scoort de MFK van oud-premier Gerrit Schotte verreweg het hoogst. Zijn populariteit is opvallend, omdat de rechter hem in maart nog veroordeelde tot drie jaar cel voor omkoping, valsheid in geschrifte en witwassen. Ook werd hem het passief kiesrecht voor de periode van vijf jaar ontnomen. Schotte ging echter in beroep tegen de straf waardoor hij, in afwachting van deze zaak, aan de verkiezingen kan meedoen.

De stembureaus sluiten komende nacht om 01.00 uur Nederlandse tijd. De uitslag wordt morgen in de vroege ochtend verwacht.

Goudbedrijf RoBruns NV op concessie Ronnie Brunswijk overvallen in Mama Ndjukagebied

RoBruns gaat na overval veiligheid in concessiegebied verscherpen

Buit: 4 kilo ruw goud


De onderneming RoBruns NV, die op de goudconcessie van ondernemer Ronnie Brunswijk werkzaam is, is gisteren overvallen. Het gaat om een gewapende roofoverval in het Mama Ndjukagebied waarbij de daders 4 kilo ruw goud hebben buitgemaakt. Zij zijn hierna het bos ingevlucht, zo is vanochtend, woensdag 5 oktober 2016, op Starnieuws te lezen.

In een verklaring maakt de onderneming RoBruns NV van Brunswijk (Brunswijk is directeur van de NV Robruns, een goudbedrijf dat exploratierechten heeft op ruim zevenduizend hectare aan de Marowijnerivier) bekend, dat zij door de jongste roofoverval de veiligheid binnen haar concessiegebied zal verscherpen. Het veiligheidsplan dat onder meer als doel heeft het veiligheidsgevoel van de werkers en ondernemers als zakenpartners van RoBruns NV te verhogen, zal verder geëffectueerd worden.

Het bedrijf wil haar partners die op de concessie van RoBruns NV in het Mama Ndjukagebied bezig zijn geruststellen, door aan te geven dat de veiligheid gegarandeerd blijft.

Aan de gemeenschap wordt gevraagd om alle informatie die kan leiden tot het achterhalen van de overvallers door te spelen aan de politie. Ook kan onder de nodige discretie contact worden opgenomen met het bedrijf.

Lionstone zou feiten verdraaien inzake bieding aankoop Marriott-hotelgebouw op Curaçao

Commissie: 15 miljoen dollar investeringsbedrag geboden en niet 50 miljoen


Lionstone verdraait de feiten, op z’n zachtst gezegd, als wordt beweerd in totaal 75 miljoen dollar te hebben geboden voor de aankoop en renovatie/uitbreiding van het Marriott-hotelgebouw. Dit kan, aldus het Antilliaans Dagblad van vanochtend, woensdag 5 oktober 2016, worden opgemaakt uit de reactie van de begeleidingscommissie op de aantijgingen maandag van Lionstone International Limited, dat bij de verkoop is gekozen voor het veel lagere bod van Orco Group. 

De integriteit van het verkoopproces is ‘besmet’ geraakt, aldus Lionstone die dreigt met een claimzaak en in dezen wordt vertegenwoordigd door advocaat Chester Peterson van het kantoor Sulvaran & Peterson.

In zakelijke bewoordingen licht de commissie haar keuze destijds toe; weliswaar had Lionstone de hoogste aankoopprijs van 15 miljoen dollar geboden (tegenover 14 miljoen dollar door Orco Group), maar het voorgenomen investeringsbedrag van Lionstone bedroeg geen 50 miljoen dollar - zoals Lionstone nu beweert - maar slechts 15 miljoen dollar (terwijl Orco Group hiervoor 33,7 miljoen uittrekt). Met andere woorden: Lionstone komt achteraf met een valse voorstelling van zaken.

Dit zijn niet de woorden van de commissie, maar zo mag de conclusie luiden als de bedragen van Lionstone enerzijds en die van de begeleidingscommissie anderzijds naast elkaar worden gelegd. Wat het grote verschil maakt tussen de 50 miljoen dollar aan investeringen die Lionstone nu opgeeft en de 15 miljoen dollar die de commissie noemt, is niet duidelijk.

Lionstone daagt niet alleen de commissie, maar ook het Land Curaçao (de overheid) en in het bijzonder minister José Jardim van Financiën, en tevens Rif Resort Hotel als de vorige eigenaar van het hotelgebouw, evenals de door de commissie ingeschakelde internationaal adviseur Ackman Ziff in New York, alsmede Orco Group (Piscamar Beach Resort) als de nieuwe eigenaar. Behalve de commissie reageren de overige ‘gedaagden’ niet. Dat geldt ook voor Jeroen Kibbelaar, in de ogen van Lionstone de grote boosdoener, omdat hij aanvankelijk zowel voor Rif Resort en de commissie werkzaamheden uitvoerde als consultant was voor Orco Group.

Minister Plasterk: 'Guesthouse op Sint Eustatius wordt gerenoveerd'

Achterstallig onderhoud door jaren geruzie over verdeling nalatenschap Nederlandse Antillen

Curaçaose regering zou hebben dwarsgelegen


Het ‘Guesthouse’ op Sint Eustatius, waar tot voor kort door het Gemeenschappelijk Hof rechtszittingen werden gehouden, wordt opgeknapt.  Dat heeft minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de Tweede Kamer laten weten in antwoord op schriftelijke vragen van VVD’er André Bosman (zie hierna). Die noemde het ‘onacceptabel dat het gebouw van de rechtspraak op Sint Eustatius in zo’n slechte conditie is dat het voor onbepaalde tijd niet gebruikt kan worden’. Dit bericht vanochtend, woensdag 5 oktober 2016, het Antilliaans Dagblad.

Plasterk erkent, dat er inmiddels twee rechtszittingen zijn uitgeweken naar andere locaties, maar wijst erop dat de Eilandsraad er nog steeds vergadert. Het achterstallig onderhoud is ontstaan door het al jaren durende geruzie over de verdeling van de nalatenschap van het land Nederlandse Antillen.




Twee jaar nadat de gezamenlijke boedelscheidingscommissie rapport uitbracht, is er tussen de betrokken landen nog altijd geen overeenstemming bereikt. Naar verluidt is het de Curaçaose regering die dwarsligt.

Plasterk: 'Het Guesthouse is een van de zogenaamde boedelscheidingspanden. Doordat enkele jaren onduidelijkheid heeft bestaan over eigenaarschap en bestemming van deze panden is er de afgelopen jaren beperkt tot geen onderhoud gepleegd. Inmiddels is er in overleg met het eilandbestuur van Sint Eustatius duidelijkheid over de vraag wie eigenaar is van deze panden: het Rijk.'

Als voor het onderhoud van rijkspanden in Caribisch Nederland verantwoordelijk ministerie heeft BZK inmiddels budget vrijgemaakt om op korte termijn met het herstel van het pand te beginnen. Volgens de bewindsman bevinden zich op de BES-eilanden geen andere panden die vanwege achterstallig onderhoud niet worden gebruikt. Wel wijst hij erop dat het Openbaar Ministerie op Sint Eustatius omziet naar andere huisvesting om de huidige locatie niet voldoet.

Nickeriaans ressortraadslid Changoer: 'Wij hebben niets aan de CLO'

'De Centrale van Landsdienarenorganisaties praat alles wat krom is recht'

'Vakbondsleiders zetelen allen in Paramaribo en oriënteren zich zelden of nooit in Nickerie'


De ambtenaren vormen de grootste werknemersgroep (54.000) in Suriname die verenigd zijn in individuele vakbonden en gebundeld zijn in de Centrale van Landsdienarenorganisaties (CLO). Ressortraadslid Shandiperkash Changoer van de westelijke polders in Nickerie is de mening toegedaan, dat de CLO onvoldoende aandacht heeft voor ambtenaren die werkzaam zijn in de districten. Paramaribo, het centrum van bestuur, krijgt alle aandacht, zo schrijft het Dagblad Suriname dinsdagavond 4 oktober 2016 op haar website.

De ambtenaren hebben algemene belangen, maar de ambtenaren in de districten hebben ook specifieke belangen die om aandacht vragen.

Uit verzamelde informatie weet de volksvertegenwoordiger op districtsniveau, dat er veel ongenoegen bestaat over de wijze waarop de specifieke belangen van de ambtenaren in zijn district worden behartigd. De vakbondsleiders zetelen allen in Paramaribo. Zij oriënteren zich zelden of nooit in Nickerie.

Changoer stelt dat ook in andere districten ambtenaren stiefmoederlijk worden behandeld. De regering gaat niet vrij uit in deze. Volgens hem zijn de vakbondsleiders van de CLO de grote zondaren. Politieke en andere belangen zorgen ervoor, dat het recht met de voeten wordt betreden. Rancune en voortrekkerij zijn schering en inslag.

Wat het van kwaad tot erger maakt, is dat de regering wel tegemoet komt aan de ‘machtige boden’ bij parastatale bedrijven. Als voorbeelden werden door volksvertegenwoordiger Changoer aangehaald de werknemers van de Energie Bedrijven Suriname (EBS) en de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM), die onlangs in vergelijking met de ambtenaren en andere vakbonden redelijk goed tegemoet zijn gekomen. ‘Deze werkwijze zorgt voor groeiende onrust, vooral daar de CLO alles wat krom is recht praat. Wij hebben niets aan de CLO.’

Naam 'International Labour Organization' niet misbruiken

'Geen absoluut recht werknemers om ongestraft tijdens werktijd vakbondsvergaderingen bij te wonen' 


Naar aanleiding van berichten en op verzoek van mijn hoger kader studenten van de Stichting Scholings Instituut voor de Vakbeweging in Suriname (SIVIS), wil ik met betrekking tot de verklaringen die voor een deel onterecht zijn afgelegd over de Internationale Arbeidsorganisatie-verdragen (ILO), het volgende opmerken. 

Er zijn in het kader van de vergadering van 3 oktober 2016 en de ontevredenheid van de Bond van Leraren (BvL) en de Associatie van Leerkrachten in Suriname (FOLS) standpunten ingenomen waarbij steun is gezocht in onder meer verdragen van de ILO, althans de ILO. Opmerkelijk is daarbij, dat geen van de partijen de moeite heeft genomen om de verdragen nader aan te duiden (bijvoorbeeld met verdragsnummer of verdragstitel en artikelnummer).

In verband met het bovenstaande is het belangrijk om te benadrukken, dat het werknemers, en ook de leraren/leerkrachten, vrij is om gebruik te maken van het stakingsrecht dat niet expliciet als een recht geregeld is in een verdrag, maar wel geacht wordt voort te vloeien uit Verdrag no. 87 (Freedom of Association and Protection of the Right to Organise Convention - zie onderaan) dat door Suriname is geratificeerd en wel artikel 3 (het recht van vakbondsleden to organise their administration and activities and to formulate their programmes). Het stakingsrecht wordt bij de ILO erkend als een fundamenteel recht van werknemers. Ook onze Grondwet erkent het stakingsrecht in artikel 33. Dat betekent dat werknemers die in staking zijn niet ontslagen mogen worden en dat tegen hen geen disciplinaire maatregelen kunnen worden getroffen. Deze bescherming houdt op, op het moment dat de rechter de staking onrechtmatig verklaart.

Tijdens een staking is het werknemers vrij om al hetgeen te doen dat legaal is, dus kan ook een vergadering worden bezocht.

De indruk is ook gewekt alsof het werknemers en leden van de bond te allen tijde vrij is om ledenvergaderingen te bezoeken, zonder dat de werkgever daartegenover iets heeft in te brengen of zonder dat hij daartegenover enige maatregel kan treffen. Dit uitgangspunt is onterecht. Artikel 1 lid 1 van het ILO Verdrag No. 98 (Right to Organise and Collective Bargaining Convention - zie onderaan), dat door Suriname is geratificeerd, bepaalt in artikel 1 lid 1 dat werknemers adequate bescherming dienen te genieten tegen handelingen van de werkgever (of de overheid) ingegeven door een anti-vakbondshouding (adequate protection against acts of anti-uniondiscrimination). Tegelijkertijd wordt in artikel 1 lid 2 gesteld dat waar het betreft het deelnemen aan vakbondsactiviteiten, waaronder het bijwonen van een bondsvergadering valt, de bescherming tegen ontslag en andere maatregelen alleen geldt als het een en ander plaatsvindt buiten werktijd of tijdens werktijd uitsluitend met toestemming van de werkgever (participation in union activities outside working hours or, with the consent of the employer, within working hours).

Ook vakbondbestuursleden zijn onderworpen aan een toestemming om activiteiten tijdens werktijd te ontplooien (In the absence of appropriate provisions, a workers' representative may be required to obtain permission…). Zie voor dit laatste artikel 10 van ILO Aanbeveling No. 143 (Workers' Representatives Recommendation). Dit is aan aanbeveling die gepaard gaat met het ILO Verdrag No. 135 (Workers' Representatives Convention) dat ook door Suriname is geratificeerd. Het een en ander kan in cao's worden verankerd waardoor het steeds vragen van toestemming overbodig wordt.

Er is dus geen absoluut recht van werknemers volgens het nationaal en noch minder het internationaal recht om ongestoord en ongestraft tijdens werktijd de werkplek te verlaten en ledenvergaderingen bij te wonen.

Met het bovenstaande hoop ik de onduidelijkheid met betrekking tot ILO weg te werken.

Ik beveel partijen tevens aan om gefundeerd de normen van de ILO te gebruiken met vermelding van verdragsnummer en eventueel artikelnummer en het misbruik van ILO voor zaken waarvoor ze niet staat, achterwege te laten.

Met bovenstaande heb ik niet getracht een waardeoordeel te geven over de ontevredenheid en gaande of geplande activiteiten van genoemde bonden.

mr. Glenn Piroe 
Docent Internationaal Arbeidsrecht SIVIS 
Auteur 'Internationale normen inzake vakverenigingsvrijheid en fundamentele arbeidsrechten' 


C087 - Freedom of Association and Protection of the Right to Organise Convention, 1948 (No. 87)

Convention concerning Freedom of Association and Protection of the Right to Organise (Entry into force: 04 Jul 1950)Adoption: San Francisco, 31st ILC session (09 Jul 1948) - Status: Up-to-date instrument (Fundamental Convention).

Display in: French - Spanish - Arabic - German - Portuguese - Russian - Chinese

Preamble

The General Conference of the International Labour Organisation,
Having been convened at San Francisco by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Thirty-first Session on 17 June 1948;
Having decided to adopt, in the form of a Convention, certain proposals concerning freedom of association and protection of the right to organise, which is the seventh item on the agenda of the session;
Considering that the Preamble to the Constitution of the International Labour Organisation declares "recognition of the principle of freedom of association" to be a means of improving conditions of labour and of establishing peace;
Considering that the Declaration of Philadelphia reaffirms that "freedom of expression and of association are essential to sustained progress";
Considering that the International Labour Conference, at its Thirtieth Session, unanimously adopted the principles which should form the basis for international regulation;
Considering that the General Assembly of the United Nations, at its Second Session, endorsed these principles and requested the International Labour Organisation to continue every effort in order that it may be possible to adopt one or several international Conventions;
adopts this ninth day of July of the year one thousand nine hundred and forty-eight the following Convention, which may be cited as the Freedom of Association and Protection of the Right to Organise Convention, 1948:

PART I. FREEDOM OF ASSOCIATION

Article 1
Each Member of the International Labour Organisation for which this Convention is in force undertakes to give effect to the following provisions.
Article 2
Workers and employers, without distinction whatsoever, shall have the right to establish and, subject only to the rules of the organisation concerned, to join organisations of their own choosing without previous authorisation.
Article 3
  1. 1. Workers' and employers' organisations shall have the right to draw up their constitutions and rules, to elect their representatives in full freedom, to organise their administration and activities and to formulate their programmes.
  2. 2. The public authorities shall refrain from any interference which would restrict this right or impede the lawful exercise thereof.
Article 4
Workers' and employers' organisations shall not be liable to be dissolved or suspended by administrative authority.
Article 5
Workers' and employers' organisations shall have the right to establish and join federations and confederations and any such organisation, federation or confederation shall have the right to affiliate with international organisations of workers and employers.
Article 6
The provisions of Articles 2, 3 and 4 hereof apply to federations and confederations of workers' and employers' organisations.
Article 7
The acquisition of legal personality by workers' and employers' organisations, federations and confederations shall not be made subject to conditions of such a character as to restrict the application of the provisions of Articles 2, 3 and 4 hereof.
Article 8
  1. 1. In exercising the rights provided for in this Convention workers and employers and their respective organisations, like other persons or organised collectivities, shall respect the law of the land.
  2. 2. The law of the land shall not be such as to impair, nor shall it be so applied as to impair, the guarantees provided for in this Convention.
Article 9
  1. 1. The extent to which the guarantees provided for in this Convention shall apply to the armed forces and the police shall be determined by national laws or regulations.
  2. 2. In accordance with the principle set forth in paragraph 8 of Article 19 of the Constitution of the International Labour Organisation the ratification of this Convention by any Member shall not be deemed to affect any existing law, award, custom or agreement in virtue of which members of the armed forces or the police enjoy any right guaranteed by this Convention.
Article 10
In this Convention the term organisation means any organisation of workers or of employers for furthering and defending the interests of workers or of employers.

PART II. PROTECTION OF THE RIGHT TO ORGANISE

Article 11
Each Member of the International Labour Organisation for which this Convention is in force undertakes to take all necessary and appropriate measures to ensure that workers and employers may exercise freely the right to organise.

PART III. MISCELLANEOUS PROVISIONS

Article 12
  1. 1.In respect of the territories referred to in Article 35 of the Constitution of the International Labour Organisation as amended by the Constitution of the International Labour Organisation Instrument of Amendment 1946, other than the territories referred to in paragraphs 4 and 5 of the said article as so amended, each Member of the Organisation which ratifies this Convention shall communicate to the Director-General of the International Labour Office with or as soon as possible after its ratification a declaration stating:
    • (a) the territories in respect of which it undertakes that the provisions of the Convention shall be applied without modification;
    • (b) the territories in respect of which it undertakes that the provisions of the Convention shall be applied subject to modifications, together with details of the said modifications;
    • (c) the territories in respect of which the Convention is inapplicable and in such cases the grounds on which it is inapplicable;
    • (d) the territories in respect of which it reserves its decision.
  2. 2. The undertakings referred to in subparagraphs (a) and (b) of paragraph 1 of this Article shall be deemed to be an integral part of the ratification and shall have the force of ratification.
  3. 3. Any Member may at any time by a subsequent declaration cancel in whole or in part any reservations made in its original declaration in virtue of subparagraphs (b), (c) or (d) of paragraph 1 of this Article.
  4. 4. Any Member may, at any time at which the Convention is subject to denunciation in accordance with the provisions of Article 16, communicate to the Director-General a declaration modifying in any other respect the terms of any former declaration and stating the present position in respect of such territories as it may specify.
Article 13
  1. 1. Where the subject-matter of this Convention is within the self-governing powers of any non-metropolitan territory, the Member responsible for the international relations of that territory may, in agreement with the government of the territory, communicate to the Director-General of the International Labour Office a declaration accepting on behalf of the territory the obligations of this Convention.
  2. 2. A declaration accepting the obligations of this Convention may be communicated to the Director-General of the International Labour Office:
    • (a) by two or more Members of the Organisation in respect of any territory which is under their joint authority; or
    • (b) by any international authority responsible for the administration of any territory, in virtue of the Charter of the United Nations or otherwise, in respect of any such territory.
  3. 3. Declarations communicated to the Director-General of the International Labour Office in accordance with the preceding paragraphs of this Article shall indicate whether the provisions of the Convention will be applied in the territory concerned without modification or subject to modifications; when the declaration indicates that the provisions of the Convention will be applied subject to modifications it shall give details of the said modifications.
  4. 4. The Member, Members or international authority concerned may at any time by a subsequent declaration renounce in whole or in part the right to have recourse to any modification indicated in any former declaration.
  5. 5. The Member, Members or international authority concerned may, at any time at which this Convention is subject to denunciation in accordance with the provisions of Article 16, communicate to the Director-General a declaration modifying in any other respect the terms of any former declaration and stating the present position in respect of the application of the Convention.

PART IV. FINAL PROVISIONS

Article 14
The formal ratifications of this Convention shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.
Article 15
  1. 1. This Convention shall be binding only upon those Members of the International Labour Organisation whose ratifications have been registered with the Director-General.
  2. 2. It shall come into force twelve months after the date on which the ratifications of two Members have been registered with the Director-General.
  3. 3. Thereafter, this Convention shall come into force for any Member twelve months after the date on which its ratifications has been registered.
Article 16
  1. 1. A Member which has ratified this Convention may denounce it after the expiration of ten years from the date on which the Convention first comes into force, by an act communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration. Such denunciation shall not take effect until one year after the date on which it is registered.
  2. 2. Each Member which has ratified this Convention and which does not, within the year following the expiration of the period of ten years mentioned in the preceding paragraph, exercise the right of denunciation provided for in this Article, will be bound for another period of ten years and, thereafter, may denounce this Convention at the expiration of each period of ten years under the terms provided for in this Article.
Article 17
  1. 1. The Director-General of the International Labour Office shall notify all Members of the International Labour Organisation of the registration of all ratifications, declarations and denunciations communicated to him by the Members of the Organisation.
  2. 2. When notifying the Members of the Organisation of the registration of the second ratification communicated to him, the Director-General shall draw the attention of the Members of the Organisation to the date upon which the Convention will come into force.
Article 18
The Director-General of the International Labour Office shall communicate to the Secretary-General of the United Nations for registration in accordance with Article 102 of the Charter of the United Nations full particulars of all ratifications, declarations and acts of denunciation registered by him in accordance with the provisions of the preceding articles.
Article 19
At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.
Article 20
  1. 1. Should the Conference adopt a new Convention revising this Convention in whole or in part, then, unless the new Convention otherwise provides:
    • (a) the ratification by a Member of the new revising Convention shall ipso jure involve the immediate denunciation of this Convention, notwithstanding the provisions of Article 16 above, if and when the new revising Convention shall have come into force;
    • (b) as from the date when the new revising Convention comes into force this Convention shall cease to be open to ratification by the Members.
  2. 2. This Convention shall in any case remain in force in its actual form and content for those Members which have ratified it but have not ratified the revising Convention.
Article 21
The English and French versions of the text of this Convention are equally authoritative.

C098 - Right to Organise and Collective Bargaining Convention, 1949 (No. 98)

Convention concerning the Application of the Principles of the Right to Organise and to Bargain Collectively (Entry into force: 18 Jul 1951)Adoption: Geneva, 32nd ILC session (01 Jul 1949) - Status: Up-to-date instrument (Fundamental Convention).

Display in: French - Spanish - Arabic - German - Portuguese - Russian - Chinese

Preamble

The General Conference of the International Labour Organisation,
Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Thirty-second Session on 8 June 1949, and
Having decided upon the adoption of certain proposals concerning the application of the principles of the right to organise and to bargain collectively, which is the fourth item on the agenda of the session, and
Having determined that these proposals shall take the form of an international Convention,
adopts this first day of July of the year one thousand nine hundred and forty-nine the following Convention, which may be cited as the Right to Organise and Collective Bargaining Convention, 1949:
Article 1
  1. 1. Workers shall enjoy adequate protection against acts of anti-union discrimination in respect of their employment.
  2. 2. Such protection shall apply more particularly in respect of acts calculated to--
    • (a) make the employment of a worker subject to the condition that he shall not join a union or shall relinquish trade union membership;
    • (b) cause the dismissal of or otherwise prejudice a worker by reason of union membership or because of participation in union activities outside working hours or, with the consent of the employer, within working hours.
Article 2
  1. 1. Workers' and employers' organisations shall enjoy adequate protection against any acts of interference by each other or each other's agents or members in their establishment, functioning or administration.
  2. 2. In particular, acts which are designed to promote the establishment of workers' organisations under the domination of employers or employers' organisations, or to support workers' organisations by financial or other means, with the object of placing such organisations under the control of employers or employers' organisations, shall be deemed to constitute acts of interference within the meaning of this Article.
Article 3
Machinery appropriate to national conditions shall be established, where necessary, for the purpose of ensuring respect for the right to organise as defined in the preceding Articles.
Article 4
Measures appropriate to national conditions shall be taken, where necessary, to encourage and promote the full development and utilisation of machinery for voluntary negotiation between employers or employers' organisations and workers' organisations, with a view to the regulation of terms and conditions of employment by means of collective agreements.
Article 5
  1. 1. The extent to which the guarantees provided for in this Convention shall apply to the armed forces and the police shall be determined by national laws or regulations.
  2. 2. In accordance with the principle set forth in paragraph 8 of Article 19 of the Constitution of the International Labour Organisation the ratification of this Convention by any Member shall not be deemed to affect any existing law, award, custom or agreement in virtue of which members of the armed forces or the police enjoy any right guaranteed by this Convention.
Article 6
This Convention does not deal with the position of public servants engaged in the administration of the State, nor shall it be construed as prejudicing their rights or status in any way.
Article 7
The formal ratifications of this Convention shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.
Article 8
  1. 1. This Convention shall be binding only upon those Members of the International Labour Organisation whose ratifications have been registered with the Director-General.
  2. 2. It shall come into force twelve months after the date on which the ratifications of two Members have been registered with the Director-General.
  3. 3. Thereafter, this Convention shall come into force for any Member twelve months after the date on which its ratification has been registered.
Article 9
  1. 1. Declarations communicated to the Director-General of the International Labour Office in accordance with paragraph 2 of Article 35 of the Constitution of the International Labour Organisation shall indicate --
    • (a) the territories in respect of which the Member concerned undertakes that the provisions of the Convention shall be applied without modification;
    • (b) the territories in respect of which it undertakes that the provisions of the Convention shall be applied subject to modifications, together with details of the said modifications;
    • (c) the territories in respect of which the Convention is inapplicable and in such cases the grounds on which it is inapplicable;
    • (d) the territories in respect of which it reserves its decision pending further consideration of the position.
  2. 2. The undertakings referred to in subparagraphs (a) and (b) of paragraph 1 of this Article shall be deemed to be an integral part of the ratification and shall have the force of ratification.
  3. 3. Any Member may at any time by a subsequent declaration cancel in whole or in part any reservation made in its original declaration in virtue of subparagraph (b), (c) or (d) of paragraph 1 of this Article.
  4. 4. Any Member may, at any time at which the Convention is subject to denunciation in accordance with the provisions of Article 11, communicate to the Director-General a declaration modifying in any other respect the terms of any former declaration and stating the present position in respect of such territories as it may specify.
Article 10
  1. 1. Declarations communicated to the Director-General of the International Labour Office in accordance with paragraph 4 or 5 of Article 35 of the Constitution of the International Labour Organisation shall indicate whether the provisions of the Convention will be applied in the territory concerned without modification or subject to modifications; when the declaration indicates that the provisions of the Convention will be applied subject to modifications, it shall give details of the said modifications.
  2. 2. The Member, Members or international authority concerned may at any time by a subsequent declaration renounce in whole or in part the right to have recourse to any modification indicated in any former declaration.
  3. 3. The Member, Members or international authority concerned may, at any time at which this Convention is subject to denunciation in accordance with the provisions of Article 11, communicate to the Director-General a declaration modifying in any other respect the terms of any former declaration and stating the present position in respect of the application of the Convention.
Article 11
  1. 1. A Member which has ratified this Convention may denounce it after the expiration of ten years from the date on which the Convention first comes into force, by an act communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration. Such denunciation shall not take effect until one year after the date on which it is registered.
  2. 2. Each Member which has ratified this Convention and which does not, within the year following the expiration of the period of ten years mentioned in the preceding paragraph, exercise the right of denunciation provided for in this Article, will be bound for another period of ten years and, thereafter, may denounce this Convention at the expiration of each period of ten years under the terms provided for in this Article.
Article 12
  1. 1. The Director-General of the International Labour Office shall notify all Members of the International Labour Organisation of the registration of all ratifications, declarations and denunciations communicated to him by the Members of the Organisation.
  2. 2. When notifying the Members of the Organisation of the registration of the second ratification communicated to him, the Director-General shall draw the attention of the Members of the Organisation to the date upon which the Convention will come into force.
Article 13
The Director-General of the International Labour Office shall communicate to the Secretary-General of the United Nations for registration in accordance with Article 102 of the Charter of the United Nations full particulars of all ratifications, declarations and acts of denunciation registered by him in accordance with the provisions of the preceding articles.
Article 14
At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.
Article 15
  1. 1. Should the Conference adopt a new Convention revising this Convention in whole or in part, then, unless the new Convention otherwise provides,
    • (a) the ratification by a Member of the new revising Convention shall ipso jure involve the immediate denunciation of this Convention, notwithstanding the provisions of Article 11 above, if and when the new revising Convention shall have come into force;
    • (b) as from the date when the new revising Convention comes into force, this Convention shall cease to be open to ratification by the Members.
  2. 2. This Convention shall in any case remain in force in its actual form and content for those Members which have ratified it but have not ratified the revising Convention.
Article 16
The English and French versions of the text of this Convention are equally authoritative.