vrijdag 21 oktober 2016

Behalve Schotte hebben alle MFK-kandidaten Statenzetel geaccepteerd

'Alle kandidaten behalve Schotte hebben hun gekozen aanstelling om in Staten zitting te nemen geaccepteerd'


Behalve lijsttrekker Gerrit Schotte hebben de drie overige kandidaten op de MFK-lijst die op basis van de verkiezingsuitslag zitting mogen nemen in de Staten, hun gekozen aanstelling geaccepteerd (zie foto - Bron: MFK/Gerrit Schotte). Dat stelt Schotte naar aanleiding van de uitlating van het Hoofdstembureau, dat behalve MFK alle andere partijen wel een verklaring hebben getekend dat ze hun positie als gekozen volksvertegenwoordiger accepteren, zo bericht de Amigoe vandaag, vrijdag 21 oktober 2016.

Volgens Schotte is de uitlating van het Hoofdstembureau ongefundeerd.

Op 12 oktober hebben de drie kandidaten Jacinta Constancia, Gilmar ‘Pik’ Pisas en Charetti Eduarda-Francisca de zogenoemde ‘aanneming gekozen verklaring’ getekend. Alleen Gerrit Schotte die met 8854 persoonlijke stemmen in het parlement is gekozen heeft nog niet gereageerd.

Voorzitter van het Hoofdstembureau, Raymond ‘Pacheco’ Romer, beaamt dat er sprake was van een misverstand binnen het Hoofdstembureau. 'Alle kandidaten behalve Schotte hebben hun gekozen aanstelling om in de Staten zitting te nemen geaccepteerd. Schotte heeft tot 26 oktober de tijd om te reageren.'

Nadat de beoogde Statenleden hun positie als gekozen volksvertegenwoordiger accepteren belt het Hoofdstembureau hen op om de geloofsbrieven te regelen. Deze geloofsbrieven die onder andere een bewijs van inschrijving en bewijs van Nederlanderschap behelzen worden bij Kranshi geregeld. Ook moeten de kandidaten een verklaring met alle functies die zij en hun partners bekleden ondertekenen. Deze geloofsbrieven met de verklaringen gaan vervolgens naar de Statenvoorzitter die ervoor moet zorgen dat het nieuwe parlement op 2 november wordt geïnstalleerd.

Gevaarlijke situatie muur langs carnavalsroute op Curaçao is in 2014 niet gemeld aan politie

Inspectierapport over bebouwing langs route vermeldt niet dat muur op instorten stond


Het inspectierapport over de bebouwing langs de carnavalsroute dat de politie in 2014 kreeg, was onvolledig. De muur die op instorten stond, werd daarin, net als een aantal andere bouwsels, niet vermeld. De politie kon dus ook geen maatregelen nemen om te voorkomen dat mensen dicht bij de muur gingen staan. Dit meldt de Amigoe vandaag, vrijdag 21 oktober 2016.

Het inspectierapport speelt een belangrijke rol in het Kort Geding dat door Maureen Verginie tegen het Land is aangespannen. Politie en Justitie hebben 26 februari 2014 slechts een uitgeklede versie van het inspectierapport ‘Visuele bouwvallige situatie langs de carnavalsroute 2014’ van de voormalige interim-directeur van de uitvoeringsorganisatie Ruimtelijke Ontwikkeling en Planning (ROP, voorheen Drov), Darwin de Lanoi, doorgestuurd gekregen.

Zo was de evaluatie van de muur aan de Schottegatweg West 83 – die zich in deplorabele staat bevond en tijdens Marcha di Despedida instortte – eruit gelaten.

Politieagent Elrick ‘Tico’ Ruiter die ondersteunende werkzaamheden voor de korpschef verricht, bevestigt dit. Ruiter: 'Op de locaties die wel in het rapport worden genoemd, zijn door de politie volop maatregelen genomen. Zelfs dubbele maatregelen. Dit door de panden/locaties die als onveilig werden aangeduid in het rapport dat wij ontvingen, zowel fysiek af te sluiten alsook op locatie agenten te plaatsen. Deze agenten hadden als taak het publiek van de locatie te weren en uitleg te geven over de reden daarvan en de onveilige situatie.'

De agent benadrukt dat de politie ‘alle mogelijke maatregelen heeft genomen om de veiligheid van de burgers langs de carnavalsroute te waarborgen’.


Hier even klikken om gehele bericht te kunnen lezen.

Nog geen besluit over samenstelling coalitie voor nieuwe Staten van Curaçao

MAN is voorstander van uitbreiding coalitie naar 13 zetels

PAR, PNP en PS houden vast aan de meerderheid van 12


De partijen MAN, PAR, PNP en PS hebben nog geen besluit genomen of de nieuwe regering voor Curaçao nu op steun van 12, 13, of 14 van de 21 Statenzetels zal kunnen rekenen. Gisteren was er een overleg tussen de politiek leiders van de onderhandelende partijen. Hierin is afgesproken dat zij weer naar hun achterban zullen gaan om deze zaak te bespreken, zo bericht de Amigoe vanmiddag, vrijdag 21 oktober 2016.

Het was de bedoeling, melden bronnen rondom de formatie, dat de partijen vanmiddag nogmaals bijeen zouden komen om verder te praten over de samenstelling van de coalitie. Maar, volgens andere bronnen heeft informateur Kenneth Gijsbertha nog geen uitnodiging verstuurd voor een dergelijke bijeenkomst.

Tijdens de bijeenkomst werd nogmaals gesproken over de noodzaak van wel of niet uitbreiding van de coalitie. De MAN is voorstander van uitbreiding met een of beide van de twee nieuwe eenmansfracties in de nieuwe Staten. De partijen PAR, PNP en PS houden vast aan de meerderheid van twaalf.

Door de MAN is gisteren bij de drie gesprekspartners nog eens aangedrongen om te overwegen of zij akkoord kunnen gaan met in ieder geval een coalitie van 13 zetels. De betrokkenen zouden dit met hun achterban gaan bespreken, waarna in de vergadering van vanmiddag verder over dit onderwerp zou worden gesproken.

De MAN is voorstander van een brede coalitie en wil voorkomen dat als er straks een coalitie aantreedt die op 12 van de 21 Statenleden kan rekenen, de regering niet zal vallen, als een van de vier fracties zich terugtrekt. Ook wijst de partij erop, dat de nieuwe Staten zich zullen moeten buigen over tal van onderwerpen waarover een twee derde meerderheid, 14 van de 21 Statenzetels, vereist is. Hierbij wordt onder meer gewezen naar de aanpassing van de consensus-Rijkswetten, de verzelfstandiging van het Hoofdstembureau en de instelling van de begrotingskamer.

Hugo Essed: Het 8 december moordtoneel van Dew Baboeram

'Wat een minachting voor het Surinaams publiek'


De proloog
Op 20 juli 2015 parachuteerde Dew Baboeram, alias Sandew Hira, via zijn column op Starnieuws, zijn 8 december moordentoneel binnen. Als proloog zwaaide hij met een uitnodiging aan de hoofdverdachte tevens President van de Republiek Suriname. Hij nodigde de hoofdverdachte spontaan uit om in een laatste akte van zijn moordentoneel, samen te acteren. “Waarheidsvinding en Verzoening” was de veelbelovende titel van deze laatste akte in het 8 december moordentoneel, van Dew Baboeram.

7 dagen later, op 27 juli 2015, accepteerde de hoofdverdachte - zogenaamd al even spontaan en blij verrast - de uitnodiging. In zijn hoedanigheid van President, verklaarde de hoofdverdachte publiekelijk dat door “waarheidsvinding” deze “zwarte bladzijde in onze geschiedenis” kon worden omgeslagen. “Suriname heeft recht op de waarheid, recht op afsluiting en verwerking”, aldus de President in zijn hoedanigheid van hoofdverdachte.

De laatste column en het epiloog
Iets meer dan een jaar later, op 19 augustus 2016, schreef Baboeram zijn wekelijkse column met ditmaal als onderwerp: “liedjes die je ziel raken en je verbinden met de cultuur waar je vandaan komt”. Een column met een vertederend verhaal, maar dat onmiskenbaar bedoeld was als rookgordijn voor de anticlimax die volgde in een terloops en kort epiloog, met de volgende verbluffende passage:
“Dit is mijn laatste column voor Starnieuws. Ik ben begonnen aan een nieuwe reis in mijn leven naar de wereld van internationale wetenschap en activisme. Die nieuwe reis valt samen met mijn afsluiting van een traject van dialoog en verzoening dat ik een jaar geleden ben begonnen en waar de columns een belangrijke rol hebben gespeeld”, aldus Baboeram in zijn naschrift.

Enigszins perplex ben ik nagegaan of er niet iets fout zat. Mogelijk hoorde dit epiloog bij een andere column. Een column waarin de wetenschapper Baboeram een gedekoloniseerde analyse gaf van het resultaat van zijn traject van dialoog en verzoening. Helaas, er was geen speciale evaluatiecolumn. Dit epiloog van 8 korte zinnen, dat was het. Daaaag ... Suriname, zei Baboeram.

Minachting Surinaams publiek
Baboeram denkt kennelijk met zulk een terloopse naschrift ongezien achter de coulissen te kunnen wegsluipen van zijn moordentoneel, waarop hij een jaar lang samen met de hoofdverdachte een hoofdrol heeft opgeëist. Wat een minachting voor het Surinaams publiek als Baboeram denkt dat hij na zoveel barbarie en onrust stoken in zijn columns en persconferenties, op deze wijze van het door hem opgezet toneel kan verdwijnen. Het komt mij daarom historisch dienstig voor de acteer-prestaties van Dew Baboeram op zijn 8 december moordentoneel aan een slotbeschouwing te onderwerpen.

Scenario reeds geschreven
Het eerste wat opvalt is dat Baboeram ons voorhield dat vanaf de dag van de moord op zijn broer, zijn leven een soort hel was, omdat hij maar niet kon afkomen van haatgevoelens tegen de hoofdverdachte. Zijn innerlijke drang naar rust, vrede en verzoening werd in de loop der jaren zo groot dat het vinden van de 8 december waarheid een nieuw levensdoel voor hem werd. In het volle besef dat zulks niet zonder risico’s en gevaar was en dat hij zelfs “kon verdrinken”, deed hij als dappere éénling, in zijn hoedanigheid van zelf 8 december nabestaande, spontaan zijn uitnodiging aan de hoofdverdachte.

Achteraf bleek echter dat Baboeram en het hoofd Nationale Veiligheid op het kabinet van de President deze laatste akte van hun 8 december moordentoneel reeds veel eerder degelijk hadden voorbereid. Baboeram zou niet alleen de tekst schrijven, maar ook regisseren en hoogstpersoonlijk acteren. Het kabinet van de President zou de logistieke veranderingen in het decor, het geluid, de belichting, de financiën en de promotie in de media verzorgen. De spontaniteit van Baboeram en de hoofdverdachte was dus geveinsd, want het scenario was reeds veel eerder bekokstoofd.

Miljoenen Belastinggeld
Dankzij de gedegen voorbereiding kon Baboeram direct ijverig aan de slag. Hij werd daarbij bewaakt en vervoerd door leden van de Centrale Inlichtingen en Veiligheidsdienst, omdat hij door een exponent van de 8 december nabestaanden “bedreigd” was geworden. Via zijn column en periodieke persconferenties die live op de staatsradio- en televisiezenders werden uitgezonden, deed hij week in week uit verslag van zijn noeste arbeid.
Het Nationaal Leger organiseerde speciaal voor Baboeram forensische expedities naar plekken waar militairen en Jungle Commando-leden in 1986 en 1987 zijn vermoord. Baboeram maakte dure promotiereizen naar Pretoria en Washington en ging in Den Haag op zoek naar vermeende geheime 8 december filmarchieven. Met tientallen ambtenaren die Baboeram van het kabinet van de President ter beschikking kreeg zou hij data uit alle relevante archieven bijeenbrengen in een digitale historische database die tekstueel en auditief bevraagbaar zou zijn. De onderste 8 december steen zou boven komen, zo verzekerde Baboeram het Surinaams publiek.
Al deze activiteiten hebben miljoenen SRD belastinggeld gekost, welke door het kabinet van de President aan Baboeram ter beschikking zijn gesteld.

Geschiedverduistering 
Bij zijn verslaggeving over zijn onderzoek naar zijn 8 december waarheid is Baboeram zichtbaar selectief te werk gegaan. Baboeram heeft geen verslag gedaan van de eigenlijke voorgeschiedenis, namelijk van het massaal volksverzet tegen de militaire dictatuur in de maanden oktober en november 1982. Vakbonden, werkgevers organisaties, vrouwen organisaties, religieuze organisaties, de orde van advocaten en studenten kwamen massaal in verzet en eisten democratische verkiezingen. De politiek geheel geïsoleerde en maatschappelijk in het nauw gedreven leider van de revolutie, kondigde aan dat hij het verzet “contant zou terugbetalen”, hetgeen op 8 december ook geschiedde. Deze essentiële voorgeschiedenis liet Baboeram geheel onbesproken.

Baboeram heeft ook geen verslag gedaan van het boek: “De Decembermoorden in Suriname, Verslag van een ooggetuige”, welk boek in 1983 door de hoofdverdachte per decreet werd verboden. En natuurlijk is Baboeram ook vergeten verslag te doen van het rapport van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en van het rapport van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties, Amos Wako, respectievelijk uitgebracht in 1983 en 1984. Beide officiële rapporten concluderen op basis van onafhankelijk onderzoek in Suriname, dat op 8 december 1982 "standrechtelijke of willekeurige executies hadden plaatsgevonden”.

Maar Baboeram heeft ondanks zijn toezegging dat hij ook de officiële gerechtelijke stukken in zijn onderzoek betrekt, geen verslag gedaan van het resultaat van het forensisch onderzoek uit 2002 op de 15 opgegraven stoffelijke overschotten. Uit de vele botbreuken blijkt onmiskenbaar dat de 15 slachtoffers eerst gruwelijk zijn gemarteld in het Fort Zeelandia. Baboeram is zover gegaan dat hij concludeerde dat de botbreuken het gevolg moeten zijn geweest van het gebruik van “grote kogels” en niet het resultaat hoeven te zijn “van marteling”.

Ook heeft Baboeram geen verslag gedaan van de filmbeelden die openbaar als bewijsmateriaal in de rechtszaal te Boxel zijn vertoond. Die beelden komen uit het archief van de Surinaamse inlichtingendienst en moeten bij Baboeram dus bekend zijn. Op die beelden is te zien dat in aanwezigheid van de hoofdverdachte één der 15 vermoorde mannen, die zichtbaar danig was toegetakeld, gedwongen wordt een zogenaamde “bekentenis” voor te lezen. Dat slachtoffer was kort daarvoor geconfronteerd met de verminkte lijken van ten minste 2 van de slachtoffers. Na het voorlezen van die aldus opgelegde en afgedwongen bekentenis werd ook dat slachtoffer alsnog gemarteld en toch vermoord, geheel in strijd met de belofte dat zijn leven en dat van de overige arrestanten gespaard zou worden als hij de bekentenis zou voorlezen.
Baboeram zoekt dus geheime archieven in Den Haag, maar onthoudt het Surinaamse publiek essentiële informatie en filmmateriaal, welke bij hem bekend moeten zijn, hetgeen alles heeft van geschiedverduistering.

Metamorfosen 
Maar het selectief onderzoek en de publieke verslagen daarvan waren zoals gepland slechts bedoeld als vooraankondigingen en promotie voor de eigenlijke opvoering van de laatste akte. Voor ik daarop inga is het echter goed eerst de door Baboeram gehanteerde methode nader te bekijken.
Het script van Baboeram is gebouwd op de basisprincipes van de toegepaste massapsychologie zoals die wetenschappelijk is beoefend door de toenmalige minister van Propaganda in nazi-Duitsland, de politicus en publicist Paul Joseph Goebbels.
Principe nummer één was daarbij: Maak van de dictator (Hitler) een vaderlandslievende held en maak van zijn slachtoffers (de Joden) staatsgevaarlijke misdadigers.

De 8 december nabestaanden als verdachten 
Precies zo een gedaanteverwisseling trachtte Baboeram ook te bewerkstelligen door het omkeren van de rollen van de moordverdachten versus de 8 december nabestaanden. De oorspronkelijke moordverdachten werden ineens de benadeelden, wiens goede naam en eer door de 8 december nabestaanden waren besmeurd. Immers, de 8 december nabestaanden hadden, “zonder enige bewijs”, hun vervolging voor moord geëist en het Hof van Justitie had dat zelfs bevolen.

Haatzaai campagne
In een poging om deze gedaanteverwisselingen voor het publiek aanvaardbaar te maken paste Baboeram het tweede principe van het Goebelisme toe, namelijk; de waarheid is wat je het volk kunt laten geloven. Baboeram startte daarom een meedogenloze haatzaai campagne tegen de 8 december nabestaanden. Daarmee werd het eerste bedrijf van zijn laatste akte ingeluid.

Baboeram bedacht een zogenaamd wetenschappelijke verzameling van “slachtoffers en nabestaanden van politiek geweld”, om deze vervolgens meteen weer op te delen in twee groepen, te weten de 8 december nabestaanden, bestaande uit 15 weduwen van de 8 december slachtoffers aan de ene kant en de - volgens Baboeram - meer dan 450 weduwen van omgekomen militairen en leden van het Jungle Commando aan de andere kant.

Baboeram beschuldigde de 8 december nabestaanden dat zij alle aandacht “voor zichzelf opeisten” en deden alsof zij “de enige slachtoffers” waren van wat hij “politiek geweld” noemde. Hij probeerde de 8 december nabestaanden te demoniseren met de beschuldiging dat zij in hun blinde haat, met het buitenland zouden samenspannen om de President en hoofdverdachte gewapenderhand te arresteren. Daarbij zouden de 8 december nabestaanden volgens Baboeram voor lief nemen dat er een burgeroorlog zou uitbreken met duizenden onschuldige doden. Hij noemde de 8 december nabestaanden “hypocriet” en liet zich daarbij van zijn beste kant zien door zelfs de weduwe van zijn eigen vermoorde broer en haar sinds 8 december 1982 vaderloze zoon lafhartig aan te vallen.

Hij beschuldigde de 8 december nabestaanden een “dubbele moraal” te hebben, want zij hadden in 1992 ingestemd met amnestie aan Jungle Commando moordenaars, maar waren tegen de Amnestiewet 2012 die amnestie gaf aan de 8 december moordenaars. Dat was volgens Baboeram een zeer kwalijke discriminatie.

Toen deze onzinnige verzinsels en geschiedvervalsingen niet aansloegen probeerde Baboeram de 8 december nabestaanden te splitsen in haviken en gematigden. De vermeende, met name genoemde haviken, werden door Baboeram in zijn columns belasterd als te zijn uit op eigen belang.
Ondertussen benaderde hij persoonlijk in het geheim vermeende gematigden met het verzoek zich officieel terug te trekken als belanghebbende bij de 8 decembermoorden strafzaak.

Baboeram schroomde er ook niet voor de nabestaanden van militairen op te hitsen tegen de 8 december nabestaanden. Die nabestaanden hadden volgens Baboeram het Jungle Commando financieel en logistiek ondersteund, dus hadden zij ook bloed van vermoorde militairen aan hun handen.

Baboeram heeft geen column en geen persconferentie onbenut gelaten om de 8 december nabestaanden af te schilderen als gewetenloze en slechts door haat gedreven personen die in samenspanning met buitenlandse machten uit waren op het leven van de hoofdverdachte.

Het tweede bedrijf
Deze absurde en valse beschuldigingen aan het adres van de 8 december nabestaanden waren bedoeld als opstap naar het tweede bedrijf van Baboeram zijn laatste akte in zijn 8 december moordentoneel, namelijk de zogenoemde “getuigenis” van de hoofdverdachte. Om deze getuigenis geloofwaardig te maken waren echter een geheel nieuw decor en nieuwe acteurs nodig.

Baboeram als Aanklager Bouterse als Kroongetuige
De rechtszaal te Boxel werd vervangen door het plezieroord van de President, met de onheilspellende naam Brokobaka. De leden van de Krijgsraad werden vervangen door een trio bestaande uit het hoofd Nationale Veiligheid, het hoofd van de afdeling Politieke Agitatie en het steeds afwezige hoofd van de afdeling Vermiste Administratie, allen lid van de generale staf op het kabinet van de President. De advocaat van de hoofdverdachte werd vervangen door de officiële “woordvoerder van de President”, tevens hoofd van de afdeling Politieke Propaganda op het kabinet van de President.

Maar ook de Auditeur-Militair werd vervangen door een nieuwe openbare aanklager, in de persoon van niemand minder dan Baboeram hemzelf.
De hoofdverdachte bleef dezelfde persoon, maar die werd ter vervolmaking van de gedaanteverwis-seling, ineens de enige nog in leven zijnde kroongetuige van de “8 december gebeurtenissen”.

De moordende aanklacht
De nieuwe onverschrokken openbare aanklager Baboeram kwam met een moordende aanklacht tegen de 8 december nabestaanden. Zij hadden zich schuldig gemaakt aan het:
1) minachten van het leed van nabestaanden van meer dan 450 vermeende “slachtoffers van politiek geweld sinds 1980”;
2) schenden van het recht van die nabestaanden op rouwbeklag en rouwverwerking;
3) collaboreren met een buitenlandse vijand die Suriname wil herkoloniseren, en;
4) opzettelijk in gevaar brengen van de staatsveiligheid.

Baboeram maakte van het tweede bedrijf een lugubere politieke terechtzitting waarvan de zittingen gehouden werden op 28 en 29 november 2015 te Brokobakka. De zittingen zijn met maar liefst drie camera’s opgenomen, maar niet live uitgezonden. Na de nodige censuur montage werd de zogenoemde getuigenis in liefst vier tv-uitzendingen de nationale ether ingezonden, internationaal doorgestreamd en op You Tube gedocumenteerd.

Grootste politieke leugen 20e eeuw
Het tweede bedrijf van Baboerams 8 december moordentoneel was een 7 uur lange aaneenscha-keling van pertinente leugens over de vermoorde 15 strijders voor herstel van de democratie en rechtsstaat in Suriname. De gemartelde en vermoorde mannen waren volgens de kroongetuige coupplegers, maar geen gewone. Het waren coupplegers die met buitenlandse steun hem als toenmalige legerleider en leider van “de revolutie” wilde vermoorden. “Het was zij of wij”, die gedood zouden worden, aldus de kroongetuige van Baboeram. Niemand kon de legerleiding daarom verwijten dat zij gekozen hebben voor hun eigen leven.
Dit is ongetwijfeld de grootste leugen van de 20e eeuw in Suriname en Baboeram gaf de hoofdverdachte alle gelegenheid deze politieke leugen opnieuw te herhalen als “de 8 december waarheid”. Baboeram slikte deze leugen als revolutionaire lulkoek. De enige twijfel die Baboeram had was dat hij zich niet kon voorstellen dat zijn broer en de “links” georiënteerde slachtoffers ooit zouden hebben samengewerkt met de volgens hem als “rechts” bekend staande slachtoffers.

Geen enkel bewijs
Baboeram heeft als zogenaamde wetenschappelijke onderzoeker naar geen enkel concreet bewijs gevraagd, b.v. een wapen, een telexbericht of bandopname. Baboeram heeft genoegen genomen met de mededeling van de kroongetuige dat er “harde informatie” was dat de 15 vermoorde mannen steeds over hun coupplan vergaderden. “Soms ergens achter Kokobiako, soms achter Clevia en soms achter Santa Boma” aldus de Kroongetuige. De inlichtingendienst had de snode coupplannen op tijd door zodat er kon worden ingegrepen en “duizenden levens van onschuldige burgers” gered zijn geworden.

Geen huiszoeking
Het is niet in Baboeram opgekomen om aan de mijns inziens hoogst verdachte kroongetuige te vragen waarom er bij de door hem bevolen arrestatie van de 15 van couppoging verdachte mannen, in geen enkele woning een huiszoeking is gedaan. Het antwoord op die vraag is eigenlijk simpel. Huiszoekingen waren niet nodig omdat de beschuldiging dat de 15 vermoorde mannen een buitenlandse coup voorbereiden, een doortrapt en voorbedacht leugen was, welke leugen Baboeram kennelijk in stand wil houden en verspreiden.

Mijn slotbeschouwing
Ik kom in beeldspraak gesproken tot de volgende slotbeschouwing. Baboeram kwam als een wolf in schaapskleding zijn 8 december moordentoneel op. Als een ongelikte beer ging hij in het eerste bedrijf tegen de 8 december nabestaanden tekeer. Als een sluwe vos bedekte hij in het tweede bedrijf de grote leugens van de hoofdverdachte met de mantel van zijn grote liefde en blijkens zijn naschrift vertrok Baboeram als een uitgejankte tandeloze hyena van zijn eigen 8 december moordentoneel.

Naschrift
In plaats van de waarheid bracht Dew Baboeram ons in zijn 8 december moordentoneel dezelfde leugens die door de hoofdverdachte reeds 33 jaar verkondigd worden om de 15 vermoorde mannen te criminaliseren en de 8 december moorden te rechtvaardigen.
Op 20 oktober 2015 schreef ik in een ingezonden artikel op Startnieuws over Baboeram het volgende: “Ik ben er echter van overtuigd dat zijn snode plannen schipbreuk zullen lijden door zijn eigen leugens en die van de hoofdverdachte in de 8 december moorden”.

De roemloze wijze waarop Baboeram in augustus 2016 van zijn eigen politiek moordtoneel verdween is het beste bewijs dat zijn missie om het 8 decembermoorden strafproces te doen beëindigen en vervangen door een politieke vrijspraak van de hoofdverdachte, faliekant mislukt is. Een maand eerder, in juli 2016, gaf een Nikos enquête in Paramaribo de volgende uitslag:
A) 52 procent vindt dat de regering en DNA zich niet met het 8 decembermoorden strafproces moeten bemoeien;
B) 76 procent vindt dat de rechters in Suriname hun best doen en alle ruimte moeten krijgen;
C) 77 procent vindt dat rechterlijke uitspraken moeten worden uitgevoerd.

Het politiek falen van Dew Baboeram in zijn oneerbare missie is een mooi bewijs dat als het om de 8 decembermoorden gaat, het Surinaams publiek zich niet van de wijs laat brengen door politieke oplichters, politieke provocateurs, maatschappelijke splijtzwammen en geschiedvervalsers.

RECHT EN WAARHEID MAKEN WAARLIJK VRIJ

Hugo A.M. Essed 

Paramaribo 20 oktober 2016

Slachthuis Nieuw-Nickerie schoolvoorbeeld kapitaalvernietiging

Nieuw slachthuis kan na jaren nog steeds niet worden opgeleverd


Oude slachthuis vormt een regelrechte bedreiging voor de volksgezondheid


Ressortraadslid Shantieperkash Changoer in Nickerie betreurt het, dat het nieuwe slachthuis in Nieuw Nickerie (zie foto - Bron: Dagblad Suriname), waarin grootkapitaal is geïnvesteerd, nog steeds niet kan worden opgeleverd. Er wordt sinds 2009 getimmerd aan de bouw van het abattoir dat door de regering Venetiaan werd geïnitieerd. Met voortvarendheid werd er gewerkt aan de uitvoering. In 2010 werd de eerste fase opgeleverd, zo bericht het Dagblad Suriname vandaag, vrijdag 21 oktober 2016.

Toen werd aangekondigd dat in hetzelfde jaar het zo noodzakelijk bedrijf in gebruik zou worden genomen.

Het oude slachthuis voldoet al jaren niet aan de voorwaarden waaraan een slachthuis moet voldoen. Gesproken wordt van een onhygiënische toestand die een regelrechte bedreiging vormt voor de volksgezondheid.

Volgens ressortraadslid Changoer ondervinden de bewoners in de omgeving van het oude abattoir veel last en hinder van de ongezonde situatie. Dit terwijl het nog steeds in aanbouw zijnde modern slachthuis er gesloten en verlaten bijstaat. Ratten, houtluizen, vleermuizen en andere ongedierte knagen aan en vreten de opstallen op.

Changoer noemt het schandalig dat de regering, in deze het ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij, op onverantwoordelijke wijze te werk gaat. Het is een schoolvoorbeeld van kapitaalvernietiging.

Installatie nieuwe Raad van Bestuur stichting Regionale Gezondheidsdienst

Belangrijkste taak bestuur is toezicht houden

Waarnemend RGD-directeur Noordzee:  'Wij gaan samen werken om organisatie naar grotere hoogtes te brengen'


De stichting Regionale Gezondheidsdienst (RGD) heeft sinds gisteren een nieuwe Raad van Bestuur. Dit werd beklonken op het hoofdkantoor van de RGD aan de Johan A. Pengelstraat in Paramaribo. Het bestuur werd geïnstalleerd door de minister van Volksgezondheid Patrick Pengel in het bijzijn van directie en staf van de RGD en Volksgezondheid. Het bestuur heeft een zittingsperiode van twee jaar te rekenen vanaf 1 juli 2016, zo bericht het ministerie vandaag, vrijdag 21 oktober 2016. 

De leden die in het bestuur zitting hebben zijn mevrou mr. G.Gadden-Amelo, mevrouw H. Ormskerk, mevrouw mr. J. Pinas, de heer I. Ganga, mevrouw M. Nelson, de heer mr. O. Helstone, de heer D. Leysner BSc. en mevrouw Mr. M. Clumper en voorzitter de heer drs. J. Mahabier.

(Bron foto's: ministerie van Volksgezondheid)
De belangrijkste taak van het bestuur is dat het een toezicht houdende taak heeft met name het helpen vormen en het kritisch begeleiden van het beleid en het goedkeuren daarvan maar ook de richting van de RGD mede helpen bepalen.

RGD is de grootste eerstelijns dienstverlener verspreid over de gehele kustvlakte, werkend vanuit de Alma Ata beginselen van Primary Health Care, en moet een grote bijdrage leveren aan het behalen van de gestelde gezondheidsdoelen. Tijdige en adequate uitvoering van de zogenaamde public health functies welke de RGD zijn toebedeeld zijn verloskundige zorg, kindervaccinaties, surveillance van sterfte en ziekte, emergency preparedness and management. Zij zijn van eminent belang om Suriname gezonder en veiliger te maken.

De waarnemend directeur van RGD de heer Edwin Noordzee zei positief te kijken naar zowel het gewezen als het nieuwe bestuur. 'Wij gaan samen werken om deze organisatie naar grotere hoogtes te brengen. Met alle positieve instellingen staan we klaar om samen met hun het karretje bij RGD verder te trekken.'

De voorzitter van het nieuw bestuur, drs. J. Mahabier, die geen onbekende is bij de RGD als arts, bedankte het ministerie voor het in hun gestelde vertrouwen. 'Wij zullen na een oriëntatie een goede aanvang maken om RGD nog beter de plaats te geven in de gemeenschap met namen de jonge kustvlakte. Ik hoop op een goede ondersteuning van alle actoren binnen en buiten de RGD om onze doelstellingen te mogen realiseren.'

De minister zei tijdens het uitreiken van de beschikkingen aan de bestuursleden, dat hij hoopt dat de RGD de rol die ze nu spelen in de samenleving zal blijven behouden en verder uitbreiden. Verder gaf de minister de bestuursleden mee dat het ministerie uit kijkt naar een intensieve en productieve samenwerking en wenst alle leden succes toe met deze verantwoordelijkheid.

400 Naturalisatieaanvragen in behandeling bij ministerie van Justitie en Politie

'Dossiers van 100 personen uit de jaren 2011, 2012, 2013 en 2014 zijn nu in behandeling'


Ongeveer 400 naturalisatieaanvragen zijn nu in behandeling bij het ministerie van Justitie en Politie. Dit deelde minister Jennifer van Dijk-Silos gisteren mee bij de eerste openbare commissievergadering in De Nationale Assemblee, DNA, over de bespreking van de ontwerpwet houdende verlening van de Surinaamse nationaliteit door naturalisatie aan Ramdat, Boas en 48 anderen en de ontwerpwet houdende verlening van de Surinaamse nationaliteit door naturalisatie aan Yang, Yanxian en 43 anderen. Dit bericht vandaag, vrijdag 21 oktober 2016, het Dagblad Suriname.

Het was DNA-lid Grace Watamaleo (NDP) die onder de aandacht van de minister bracht dat verschillende mensen reeds jaren wachten op de goedkeuring van hun naturalisatie aanvraag.

Van Dijk-Silos voerde aan dat de dossiers van 100 personen uit de jaren 2011, 2012, 2013 en 2014 nu in behandeling zijn. Daarnaast is er een tweede groep van 93 aanvragers die terug gaat naar 2006, 2009 tot en met 2014, een derde groep van 98 mensen van 2015 en 2016, een groep van 77 mensen van 2013 en 2014. Momenteel zijn aanvragen van 97 mensen uit 2010, 2012 tot en met 2015 in behandeling en worden stukken van 49 mensen uit 2011, 2013 tot en met 2016 op dit moment voorbereid door de afdeling naturalisatie.

Volgens de bewindsvrouwe probeert het ministerie een inhaalslag te maken van de achterstanden. Echter blijft het een feit dat zij afhankelijk is van politierapporten.

'Een van de belangrijke zaken is dat wij zeker moeten gaan naar een samenwerking met landen waar de grootste groep van deze mensen vandaan komen. Dan kunnen de zaken sneller worden afgehandeld. Wat nu gebeurt, is dat de stukken via Buitenlandse Zaken naar het ministerie van het land van de aanvrager gestuurd worden, waardoor u weet wat er kan gebeuren', zei de minister.

Nu is een politiesamenwerking met China en Brazilië in bespreking zodat er een netwerk wordt gecreëerd. Wat Suriname volgens de minister nu heeft is een informeel netwerk dat sterk afhankelijk is van eigen connecties. Het is de bedoeling dat er wordt overgegaan naar een institutioneel netwerk. Het is de bedoeling deze twee agendapunten volgende week in openbare vergadering in behandeling te nemen.

Bewoners Danny's Villapark blij met optreden minister Relyveld in kwestie beslaglegging

Vertrouwen bij bewoners dat partijen een compromis bereiken zodat veilingen van de baan zijn


De bewoners van Danny's Villapark (Woonpark Anjer) in Paramaribo-Noord zijn enigszins gerustgesteld nu van minister Steven Relyveld van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer in actie is gekomen. De voorzitter van het buurtcomité, Fred Lobman, heeft er alle vertrouwen in dat de bewindsman de zaak tot een goed einde zal brengen. Hij bracht woensdagavond een bezoek aan het project en heeft de gedupeerden beloofd, dat hij met de schuldeisers naar een oplossing zal zoeken. Dit bericht de Ware Tijd vandaag, vrijdag 21 oktober 2016.

Hoewel de minister niet meteen een oplossing heeft aangedragen, vertrouwt Lobman erop dat partijen een compromis zullen bereiken, zodat de veilingen niet doorgaan. De overheid is volgens de comitévoorzitter de laatste strohalm van de bewoners.

'Het enige wat wij konden doen, is het probleem in de media brengen en hopen dat er een autoriteit opstaat en het op zich neemt om een oplossing te zoeken.'

Het probleem van de 'perceeleigenaars' is erg complex. Ze hebben vanaf 2006 percelen gekocht bij de inmiddels overleden Surindre Mungra. Omdat hij de percelen niet had ingeschreven in het Openbaar Register en ze niet had overgeschreven op naam van de kopers, kon hij, met het hele project als onderpand, een hypotheek opnemen. In 2011 heeft hij wel enkele percelen overgeschreven en de verkoop laten vastleggen in het Openbaar Register. Bij die inschrijving kwamen de kopers erachter dat er een hypotheek gevestigd is op hun perceel.

Nadat Mungra had nagelaten de schuld terug te betalen, hebben de geldschieters via de rechter beslag laten leggen op het totale project. Inmiddels hebben de schuldeisers, eveneens van de rechter, toestemming gekregen enkele overdragen percelen te veilen om zo hun uitgeleend geld terug te krijgen.

Een andere groep kopers, die nog geen overdrachtsakte heeft ontvangen, heeft echter een ander probleem. Doordat het perceel nooit is overgeschreven op hun naam en de verkoop ook nooit is ingeschreven in het Openbaar Register, hebben zij geen bewijs dat het perceel hun toebehoort ondanks dat zij ervoor betaald hebben. Vóór Mungra overleed, verkocht hij het totale verkavelingproject met verkochte kavels en al aan een nieuwe eigenaar. Deze is niet op de hoogte van het verkopen van de kavels die niet zijn overgedragen en gaat ervan uit dat die 'verkochte' percelen ook van hem zijn.

Vicepresident Adhin reageert op kritieken op obligatielening: 'Geld nodig om tent draaiende te houden'

Oppositie en coalitie uiten kritiek op gebrekkige communicatie regering met Assemblee

Bee (ABOP): 'Parlement moet niet langer meeloper en aanhangsel van deze regering zijn' - NDP'er Misiekaba: 'Ik begrijp de hele commotie niet'


'Om de tent draaiende te houden, heeft de regering geen enkel keus dan om leningen te sluiten. Wij zijn in een periode van transitie waar met de grondstoffencrisis wij een overbrugging moeten bewerkstelligen om de tent draaiende te houden. De betalingen en schulden zullen allemaal in gedrang komen als je minder inkomsten heb. Als staat denken wij deze overbruggingsfinanciering nodig te hebben', zei vicepresident Ashwin Adhin gisteren in De Nationale Assemblee (DNA), zo bericht het Dagblad Suriname vandaag, vrijdag 21 oktober 2016.

De regering werd flink onder vuur genomen voor het op geheimzinnige manier aangaan van een obligatielening van 550 miljoen Amerikaanse dollar tegen een rente van 9.25% met een looptijd van tien jaar. Zowel oppositie als coalitie waren het met elkaar eens dat de communicatie tussen het parlement en de regering niet is zoals het moet.

Adhin voerde aan, dat de staat diverse investeringen in zowel Staatsolie en Newmont heeft gedaan en deze zaken veilig heeft moeten stellen. Vandaar dat het aangaan van de lening een ‘must’ was. Adhin benadrukte, dat het gaat om de herstel van de economie.

Waarnemend ABOP-fractieleider Marinus Bee hekelde het feit, dat het parlement pas op de hoogte van belangrijke zaken wordt gebracht, nadat alles al gefinaliseerd is. 'Ik weet niet of ik een beroep op u moet doen om dit parlement een andere positie te geven dan als meeloper en aanhangsel van deze regering', zei Bee tegen DNA-voorzitster Jennifer Geerlings-Simons. Volgens Bee zal het land voor deze lening alleen ongeveer 55 miljoen Amerikaanse dollar aan rente per jaar ofwel 4.25 miljoen per maand moeten betalen. Hij vraagt zich af of de Surinaamse economie dit nog zal dragen.

DNA-lid Ingrid Karta-Bink (Pertjajah Luhur)wilde van Adhin weten of hij in ‘piking piking monie’ kon uitleggen hoe deze schulden precies zullen worden afgelost. 'Elke keer horen wij een lening hier en een lening daar. Wij, het volk, hebben het recht te weten hoe alles zal worden terugbetaald', aldus Bink.

VHP-fractieleider Chandrikapersad Santokhi voerde de regering terug naar de StandBy Agreement die zij onlangs met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft gesloten en nu geen duidelijkheid geeft waarom zij afwijkt van dit traject om leningen met veel hogere rente te gaan sluiten. 'Dat was tegen een rente van 1.05% en wij merken dat de eerste tranche uit de 478 miljoen reeds is overgemaakt. Waarom gaat de regering afwijken van dit traject, terwijl het juist goedkoper kapitaal is? Wij hadden ook de toezegging van de regering gehad dat er geld beschikbaar was van de Wereldbank en de Caribbean Development Bank. Wat is daarmee gebeurd?', vroeg Santokhi.

De politicus voerde aan dat in de VS de benchmark staatsrente 1.75% is. Dat betekent volgens hem juist, dat Suriname een opslag betaald van meer dan 7 ½ % rente. 'Waarvoor is het nodig? Betalen wij zo'n hoge rente om zekerheid te geven wegens het slecht bestuur en onbetrouwbaarheid van het land?', aldus de VHP-leider. Volgens de politicus heeft de secretaris-generaal van de VN staten opgeroepen niet van hun volken te stelen. Nu ziet hij juist het tegengestelde gebeuren in Suriname.

Amzad Abdoel (NDP) vond dat de Wet op de Staatsschuld daar is om de leningen van de regering te toetsen. 'Men heeft altijd geprobeerd om financieringen voor de regering te saboteren. Wij hebben dat gezien bij het IMF en andere financiële instellingen. Men weet waar de gelden zijn, maar men doet alsof men niet weet wat met de gelden gebeurd. Er is hoop bij Staatsolie en Newmont. Dat is het probleem van de oppositie', aldus Abdoel.

NPS-fractieleider Gregory Rusland vindt dat het erop lijkt dat de regering de kluts kwijt is. 'Ik kan u zeggen dat Staatsolieraffinaderij financiering reeds rond was in 2009. Ik hoor van Abdoel dat het gaat om financiering in Newmont. Wij dachten dat de regering zeker was van haar zaak om die investering via Staatsolie met Newmont te regelen.' Hij benadrukte dat het hem verbaasde te horen dat het de regering menens is om de aandelen van Staatsolie in Newmont over te kopen met de bedoeling om snel aan inkomsten te komen. 'Die inkomsten zullen gebruikt moeten worden om die leningen in de komende jaren af te lossen', aldus Rusland. Hij ziet graag een verbetering van de positie van het parlement.

'Ik begrijp de hele commotie niet', zei NDP-fractieleider André Misiekaba in reactie op de verwijten van de oppositie. De politicus hekelde het feit, dat collega parlementariërs zonder voldoende ingelicht te zijn met verwijten komt en aangeven dat de regering bezig is te stelen van het volk. Volgens hem gaat het ‘om politiek spelen’ en niet komen op de ‘antwoorden van de gestelde vragen’. Voor Misiekaba is het duidelijk, dat deze gelden niet voor consumptie gebruikt zullen worden. Hij vraagt zich af of ‘mensen die alle deuren voor de regering willen sluiten’ niet willen dat de schulden van Staatsolie worden afgelost.

'Wanneer u niet in de regering bent, is het makkelijk praten aan de zijkant', aldus Misiekaba.

Asiskumar Gajadien (VHP) ergerde zich eraan, dat leningen genomen worden waarbij de natuurlijke hulpbronnen van het land verpand worden. De politicus gaf aan dat heden nog steeds gewerkt wordt met een oud Bruto Binnenlands Product (BBP). 'Is het omdat men meer wil lenen door een oude valutawisselkoers te hanteren?', vroeg Gajadien.

Opluchting onder gepensioneerde ambtenaren nu zij verhoging pensioen van Srd 100 hebben ontvangen

Gepensioneerden zien nu nog uit naar het extra toegezegde bedrag van Srd 1.000


'Ik pinde en toen ik naar mijn saldo keek, heb ik gemerkt dat ik de verhoging van Srd 100 heb gehad. Het is toch wel een tegemoetkoming in deze dure tijd', reageert Clarita Burgos op de verhoging van het overheidspensioen vandaag, vrijdag 21 oktober 2016, in de Ware Tijd. De 24.000 gepensioneerde ambtenaren hebben de verhoging in oktober ontvangen. Het gaat om de koopkrachtversterking zoals ambtenaren die vanaf december 2015 krijgen. Het extra bedrag vanaf toen tot en met september, totaal Srd 1.000, moeten de gepensioneerden nog krijgen. 

'Minister Gillmore Hoefdraad van Financiën had ons gezegd, dat hij zou bekijken om alvast het verhoogde bedrag van december, in oktober uit te betalen. Dat is niet gebeurd, maar de minister had beloofd dat de Srd 1.000, uiterlijk maart 2017, in termijnen betaald zal worden.' Dit deelde Renate Wouden, voorzitster van de Bond Belangenbehartiging Gepensioneerden uit Overheidsdienst (BBGO), gisteren de leden mee in het bondsgebouw aan de Burenstraat in Paramaribo.

Zij zal de minister volgende week vragen hoeveel de overheid vanaf november in termijnen zal betalen. De voorzitster zegt dat gepensioneerde ambtenaren haar hebben gezegd, dat ze de eerste honderd Surinaamse dollar hebben ontvangen, maar ze willen weten wanneer ze de SRD 1.000 met terugwerkende kracht krijgen.

'Ik kijk er wel naar uit, want alles is nu meegenomen', zegt Clarita Burgos.

'Zien is geloven, omdat het extra geld erg belangrijk is voor gepensioneerden die het wegens de verslechterde economie erg zwaar hebben', zegt de gepensioneerde Erich Montnor. Hij heeft niet gemerkt dat hij de verhoging van Srd 100 heeft gekregen. 'Dat kan wel gebeurd zijn en ik zal het zien wanneer ik mijn bankafschrift krijg.'

De BBGO moest aan de bel trekken bij de overheid om in aanmerking te komen voor verhoging, ondanks dat het pensioen welvaartsvast is gemaakt. Dat betekent, dat als de actief dienende ambtenaren een verhoging krijgen, gepensioneerde automatisch datzelfde bedrag moeten krijgen. Het bestuur heeft intensief gelobbyd tot aan de president toe en uiteindelijk is de moeite beloond en krijgen ook de gepensioneerden de extra Srd 100 per maand.

Wouden weet dat 80 procent van de BBGO-leden maximaal Srd 1.500 per maand ontvangt. De bond telt 2.400 leden, terwijl er in totaal 24.000 gepensioneerde ambtenaren zijn, aldus de Ware Tijd.

10.000 Badeendjes gaan 6 november de strijd met elkaar aan in Waaigat, Curaçao

Duckrace is een initiatief van Rotary Willemstad



10.000 Badeendjes gaan 6 november met elkaar de strijd aan in het Waaigat. Het is de eerste race uit een serie van drie. De zogenaamde Duckrace is een initiatief van Rotary Willemstad en is geïnspireerd op de wereldwijde Rotary Duckrace. Dit meldt het Antilliaans Dagblad vandaag, vrijda 21 oktober 2016.

Het doel is een leuk familie-evenement organiseren en geld inzamelen voor Fundashon Encelia, een stichting die crisisopvang biedt aan jongeren tussen 4 en 12 jaar, aldus de organisatie gisteren tijdens de persconferentie bij restaurant Oporto (zie foto - Bron: Rotary Willemstad).

Kaarten voor het evenement zijn verkrijgbaar bij verschillende verkooppunten.

(Bron: Red. De Surinaamse Krant/Google Earth)

Curaçao Film Institute (CFI) gaat in zee met bekende filmmaker en oceaanbeschermer Fabien Cousteau

Het Fabien Cousteau Ocean Learning Center (OLC) komt naar Curaçao


Het Curaçao Film Institute (CFI) heeft een historisch Memorandum of Understanding (MoU) getekend met de bekende filmmaker en oceaanbeschermer Fabien Cousteau. Binnen het MoU is overeengekomen het Fabien Cousteau Ocean Learning Center (OLC) naar Curaçao te halen. Het Curaçao Film Institute (CFI), Fabien Cousteau, en Relativity Education hebben ook afgesproken om een Fabien Cousteau OLC Underwater Cinematography Program op te richten binnen de Relativity School Curaçao branch campus. Dit bericht het Antilliaans Dagblad vanochtend, vrijdag 21 oktober 2016.

Studenten die aan dit programma meedoen zullen de exclusieve mogelijkheid krijgen om de kunst van het onderwaterfilmen te studeren onder leiding van Cousteau. Zij zullen ook de kans krijgen om mee te werken aan projecten zoals het documenteren van OLC-programma’s, het genereren van visuele content voor zowel marketing als educatieve doeleinden, en meewerken aan de documentaires van Cousteau.

Fabien Cousteau is de kleinzoon van de wereldberoemde oceaan-ontdekkingsreiziger, filmmaker en natuurbeschermer Jacques-Yves Cousteau.

Ook Fabien streeft het behoud van de mariene ecosystemen na en produceerde de documentaire ‘Shark: Mind of a Demon’ en nam deel aan de PBS tv-serie ‘Ocean Adventures’.


In juni 2014, als eerbetoon aan zijn grootvader, daalde hij voor de kust van de Florida Keys af om te beginnen aan ‘Mission 31’. Dit had als doel het breken van zijn grootvaders record van 30 dagen onder water wonen. Fabien brak het record en verzamelde in zijn tijd onder water veel onderzoeksgegevens.


De ervaring inspireerde Fabien Cousteau tot de oprichting van het Oceaan Learning Center om daarmee mensen bewust te maken van het belang van het beschermen en behouden van de onderwaterwereld.

CFI gelooft dat gebruikmaken van de prachtige zee rondom het eiland, in combinatie met de Fabien Cousteau-merknaam, de onderwatercinematografieschool, en de door CFI geplande boven- en onderwaterstudio’s, Curaçaos plaats als een internationale leider in onderwatermediaproductie zal versterken.

Kustwacht Caribisch Gebied onderschept 398 kilo marihuana op een 'go-fast'

Twee Jamaicanen en een Nederlander aan boord 'go-fast' gearresteerd


De Kustwacht heeft afgelopen woensdag 398 kilo marihuana onderschept op een go-fast. De opvarenden - twee Jamaicanen en een Nederlander - zijn aangehouden en overgedragen aan de politie, zo bericht de Kustwacht Caribisch Gebied gisteren (zie hieronder), aldus het Antilliaans Dagblad vandaag, vrijdag 21 oktober 2016.

Het Dash-8 patrouillevliegtuig van de Kustwacht, die net terug is van Haïti waar assistentie werd verleend na de passage van orkaan Matthew, detecteerde woensdag een verdacht vaartuig op ongeveer 40 mijl ten noordwesten van Curaçao.

Het Reddings- en Coördinatie Centrum (RCC) werd ingelicht en de cutter Panter van Aruba en Jaguar van Curaçao werden die richting opgestuurd om de zaak verder te onderzoeken. Twee SuperRhibs vanuit Steunpunt Curaçao rukten ook uit ter ondersteuning. In de nachtelijke uren lukte het om de go-fast te onderscheppen. Aan boord werd 398 kilo marihuana aangetroffen. De drie opvarenden werden meteen aangehouden.

Samen met het vaartuig en de verdovende middelen zijn ze naar het steunpunt te Parera gebracht waar de verdachten en de drugs aan de politie zijn overgedragen.

'Veel mannelijke scholieren op Curaçao dragen een wapen of behoren tot een gewelddadige bende'

'Onze bevindingen bevestigen het bestaan van een geweldscultuur onder leerlingen'


Onder mannelijke scholieren bestaat een cultuur van geweld. Veel jongens dragen een wapen of behoren tot een gewelddadige bende. Dat concluderen onderzoekers van het Volksgezondheid Instituut Curaçao (VIC) na de eerste ‘Global School-based Student Health Survey’. Het instituut, dat onder het ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur (GMN) valt, onderzocht het gezondheidsgedrag en beschermende factoren onder scholieren van 12 tot 17 jaar, zo bericht het Antilliaans Dagblad vandaag, vrijdag 21 oktober 2016.

Het onderzoek werd in oktober en november 2015 uitgevoerd onder bijna 2.800 scholieren op de door de overheid gesubsidieerde scholen voor AGO, VSBO, SBO en HAVO/VWO.

'Onze bevindingen bevestigen het bestaan van een geweldscultuur onder leerlingen', zo staat in het onderzoeksrapport (zie hieronder).



'Eén op de vijf mannelijke studenten had in de voorafgaande 30 dagen een wapen gedragen en één op de dertien zei tot een gewelddadige groep of bende te horen.'

 Alhoewel ervaringen met fysiek geweld in intieme relaties en met ouders relatief vaak voorkomen, vechten scholieren onderling minder dan hun leeftijdsgenoten in andere landen in het Caribisch gebied.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt waar de Curaçaose scholieren staan als het gaat om de relatie met hun ouders, vriendschappen, hygiëne, lichaamsbeweging, eetgewoontes, seksueel gedrag, gebruik van middelen zoals drugs en alcohol en geweld en verwondingen. In vergelijking met hun Caribische leeftijdgenoten is het gezondheidsgedrag van de Curaçaose leerlingen volgens het VIC ‘overwegend gunstig’.

'Grote uitzondering scholieren minder vaak aan lichaamsbeweging doen en vaker drie uur per dag of meer zittende activiteiten verrichten, zoals tv kijken of computeren.' Bovendien vrijen de lokale jongeren vaker onveilig, drinken meer frisdrank en alcohol, spijbelen meer en worden vaker gepest. Vanwege de beperkte mate van lichaamsbeweging en ongezonde eetgewoontes is er een relatief groot risico op overgewicht en daaraan gerelateerde gezondheidsproblemen. Hoe hoger de opleiding, hoe beter het gezondheidsprofiel van een leerling eruitziet.

Gedrag dat slecht is voor de gezondheid, zoals spijbelen, roken, het gebruik van alcohol en marihuana, het dragen van een wapen en betrokken raken bij vechtpartijen, komt het meest voor bij leerlingen van het ago.

'Gezondheidspromotieprogramma’s zullen waarschijnlijk het meeste effect hebben op het AGO en VSBO, simpelweg omdat op die scholen meer leerlingen zijn die er profijt van hebben', aldus het rapport.

Het VIC werkte voor het onderzoek samen met de Pan American Health Organization (PAHO), Centers of Disease Control and Prevention (CDC), het ministerie van GMN en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De ‘Global School-based Student Health Survey’ zal vanaf nu om de vier jaar plaatsvinden. Het rapport met de resultaten is gepresenteerd aan de schoolbesturen op het eiland en werd gisteren aangeboden aan de demissionaire ministers Siegfried Victorina (PS) van GMN en Irene Dick (PS) van Onderwijs, Wetenschap, Sport en Cultuur.

De negen bewakings- en schoonmaakbedrijven die werken voor MinOWC stoppen per 31 oktober

Betalingsachterstand overheid bedraagt in totaal tussen Srd 7 en 8 miljoen


De negen bewakings- en schoonmaakbedrijven die werken voor het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC) stoppen per 31 oktober. Ze hebben dit woensdag besloten. De onderdirecteur van het ministerie, Muriël Hoepel was, toen de redactie van de Ware Tijd haar gisteren benaderde voor een reactie, nog niet op de hoogte van het besluit en wilde daarom nog niet reageren, aldus de Ware Tijd vandaag, vrijdag 21 oktober 2016.

De gedupeerden hebben in het verleden tevergeefs meermalen gesproken met onder andere de onderdirecteur Technische Diensten, de minister en zijn directeur.

Krishnadath Badal, directeur van Paramaribo Security, zegt dat de achterstand samen tussen zeven en acht miljoen Surinaamse dollar is en dat de bedrijven noodgedwongen hun dienstverlening staken. Recentelijk hebben de ondernemers de reçu's van augustus tot en met december 2015 gekregen, maar van dat jaar is alleen juni en juli uitbetaald.

Badal wijst er op, dat door de devaluatie de bedrijven verlies lijden en een paar zijn al failliet gegaan. Enkele bedrijven hebben hun arbeiders al ruim vijf maanden niet uitbetaald en hierdoor nemen de werklust en discipline af. Weer andere arbeiders krijgen de helft van hun salaris. Totaal zijn er zo'n twaalfhonderd arbeiders. De bedrijfseigenaren benadrukken, dat ze kansarmen in dienst hebben, onder wie alleenstaande moeders, die hun banen dreigen te verliezen.

De ondernemers zijn het zat, dat de overheid betalingsregelingen treft met andere aannemers of contractors, onder wie bushouders en leveranciers van voeding, maar dat zij niet aan bod komen. Het is al ongeveer achttien maanden geleden dat de overheid hen voor het laatst heeft uitbetaald.

'Zodra andere aanbesteders hun stem laten horen of met acties dreigen, wordt er een betalingsregeling getroffen', staat in een verklaring. Volgens de ondernemers had de bewindsman ruim tien maanden geleden beloofd alles in het werk te zullen stellen om de achterstand in te lopen.

VHP vindt leningenbeleid regering desastreus en onvoorspelbaar

'Beleid regering slechts gebaseerd op voor zich uit schuiven van financiële problematiek in ons land'

'Ons land koerst regelrecht richting faillissement'


Met het aangaan van de buitenlandse obligatie lening van 550 miljoen Amerikaanse dollar tegen een rente percentage van 9.25% is wederom gebleken, dat het beleid van de huidige regering slechts gebaseerd is op het voor zich uit schuiven van de financiële problematiek in ons land. Het beleid kan dan ook het best getypeerd worden als, 'meki wan olo fu tapu wang tra wan'. 

Het is algemeen bekend, dat de afgelopen zes jaren onze staatsschuld explosief is gestegen vanwege de enorme onverantwoorde uitgaven van deze regering. Reeds in 2012 is door verschillende financiële instituten en deskundigen, waaronder ook het IMF, gewaarschuwd dat de uitgaven niet in lijn waren met de inkomsten.

Ook werd gewaarschuwd voor de enorme corruptie die gepaard ging met de toegenomen uitgaven. Deze noodkreten zijn steeds gebagatelliseerd en weggewuifd en de trend van tegen beter weten in strooien met geld, bereikte haar hoogte punt rond de verkiezingen van 2015. Het ultieme doel hierbij leek te zijn, het behalen van een electorale meerderheid tegen elke prijs. De desastreuze gevolgen hiervan zijn ons allen genoegzaam bekend. Er kwamen teveel Srd’s in omloop en de inflatie greep meteen na de verkiezingen wild om zich heen. Ons geld verloor in enkele maanden meer dan de helft van haar waarde en velen raakten in zeer korte tijd in ernstige financiële problemen. Vooral vrouwen en jongeren werden hard getroffen. De laatste groep is dan ook vanwege de uitzichtloze toestand waarin ze zich nu bevind, erg over vertegenwoordigd in de criminaliteit die overigens met de dag verder stijgt en verruwt.

Ondanks de sombere economische vooruitzichten zien we dat het beleid van de regering zich nog steeds concentreert rondom het aangaan van grote leningen. Van serieuze uitgaven beperkende en inkomsten vergrotende maatregelen is absoluut geen sprake.

Aan de reeds indrukwekkende lijst van leningen van 478 miljoen bij het IMF en 1,8 miljard bij de IsDB mag nu ook deze obligatie lening van 550 miljoen worden toegevoegd. Tegen een koers van 7 Srd voor een Amerikaanse dollar betekent dit een verhoging van onze staatsschuld met bijkans 20 miljard Srd. Hiertegenover staat geen enkele vorm van productie verhoging.

Het is dan ook te verwachten, dat met het aangaan van deze grote leningen ons land regelrecht zal koersen richting faillissement. Spoedig zullen we een punt bereiken waarop we simpelweg niet langer in staat zullen zijn aan alle aflossingsverplichtingen te voldoen. Onze internationale ratings zullen drastisch terugvallen en meer geld lenen om bestaande schulden af te lossen zal niet langer mogelijk zijn.

We doen dan ook een dringend beroep op de regering om dit beleid van onverantwoord geld lenen te stoppen en met de grootste spoed en voortvarendheid te werken aan de werkelijke gezondmaking van onze economie door productie en inkomsten verhoging. Als ze zichzelf hiertoe niet in staat acht, doet ze er goed aan anderen in de gelegenheid te stellen het roer over te nemen voordat het daadwerkelijk te laat is.

Kortom stellen wij ons de volgende vraag! Als de benchmark voor de staatsrente van de USA is 1.75 procent, waarom leent Suriname dan tegen 9.25 procent? Is het vanwege de B- rating waardoor het risico om aan Suriname te lenen groot is of vanwege het trachten te omzeilen van de IMF voorwaarden of om hoge commissies te betalen aan de tussenpersonen Scotia bank en Oppenheimer Investment Bank of vanwege simpelweg slecht bestuur?

Kritische jongeren 'stellen jullie jezelf die vraag. Deze regering legt jullie enorme verplichtingen op want jullie gaan het gelag moeten betalen!'

VHP Mediacommissie

Suriname stijgt 28 plaatsen op wereldrankinglijst van FIFA

Plaats 147 wordt nu bezet door Suriname

Curaçao doet het in de regio het beste op plek 77, een stijging van 45 plaatsen


Suriname heeft grote stappen vooruit gemaakt op de FIFA-wereldrankinglijst die gisteren is uitgebracht. Over de maand november 2016 is Suriname met 28 sprongen vooruit gegaan. Suriname staat nu op de 147e plaats. In de CONCACAF-regio (Confederation of North, Central American and Caribbean Association Football) is dit de grootste sprong, op Curaçao na. Dit meldt Starnieuws vandaag, vrijdag 21 oktober 2016.

Curaçao staat op de 77e plaats. De top drie van de wereld bestaat uit Argentinië, Duitsland en Brazilië. De vooruitgang is te danken aan de goede resultaten die de senioren selectie nu maakt in het kader van de CFU Scotiabank Caribbean Cup 2016.

Curaçao, die vooral gebruikt maakt van profspelers die in Nederland uitkomen, heeft in haar voetbalhistorie de hoogste FIFA notering ooit gehaald.

                       












75JAMJamaica464(463.8)4305






76LBYLibya461(461.23)4660






77CUWCuraçao452(452.18)29945







77BLRBelarus452(451.55)573-20








Het eiland heeft een sprong gemaakt van maar liefst 45 plaatsen, een van de beste vooruitgangen op de lijst van meer dan 200 landen. Curaçao heeft zich via de CFU Scotiabank Caribbean Cup 2016 gekwalificeerd voor de CONCACAF Gold Cup. Als een onafhankelijk voetballand is het voor het eerst dat zij de ONCACAF Gold Cup heeft bereikt. Suriname moet in poule 1 van de derde ronde van de Scotiabank Caribbean Cup 2016 nog tegen Jamaica uitkomen.

Natio zal op 13 november 2016 spelen tegen de Reggea Boyz in Jamaica. Buurland Guyana die samen met Suriname en Jamaica in een poule zat, is al uitgeschakeld in deze derde ronde van de Caribbean Cup. Het buurland staat op de 131e plaats op de FIFA-ranking en is met 13 plaatsen terug gevallen. Bij winst kan Suriname als groepswinnaar spelen voor de eindronde van de CFU Caribbean Cup die in juni 2017 wordt gehouden en zich ook rechtstreeks kwalificeren voor de CONCACAF Gold Cup 2017 die in juli wordt gehouden in de VS. Bij een minimaal verlies komt Suriname in een poule van de drie beste nummers 2. De winnaar van de poule van drie, komt dan in een CFU–UNCAF play-offs terecht. De winnaar van deze CFU–UNCAF play-off mag ook nog een plaats bezetten bij de CONCACAF Gold Cup 2017.


140TJKTajikistan227(226.56)2154







142CUBCuba226(225.87)229-3







143COMComoros223(222.91)1919







144TANTanzania212(212.18)264-12







145AFGAfghanistan208(207.82)2014







146THAThailand207(206.87)246-11







147SURSuriname205(204.68)10028







148SDNSudan204(203.94)246-13







149LIBLebanon202(201.58)218-6







Bel goedkoop naar Suriname!