donderdag 3 november 2016

Misiekaba (NDP): 'Kerkelijke leiders (en ook journalisten en media) moeten in de spiegel kijken als het gaat om corruptie'

'We doen de oproep vooral aan de nationale leiders van het Volle Evangelie'

'Ik zeg vandaag aan de kerk, aan de religie, wie zonder zonde is die werpe de eerste steen' - 'Maar,  er zijn ook corrupte journalisten en corrupte media bedrijven'


André Misiekaba, fractieleider van de Nationale Democratische Partij (NDP) en dominee, heeft tijdens de algemene politieke beschouwingen vandaag, donderdag 3 november 2016, een oproep gedaan aan kerkelijke leiders om in de spiegel te kijken als het gaat om corruptie. 'Laat mij u zeggen voorzitter, dat die oproep om een grotere anti-corruptie vuur in het land te ontketenen, ook geldt voor de kerk, met name het Volle Evangelie, omdat we ook in die sector aan sommige leiders moeten vragen om de kerk op een corruptie-vrije manier te leiden', zei Misiekaba. 

'We doen de oproep vooral aan de nationale leiders van het Volle Evangelie om zichzelf te bezien in de spiegel van God, om bij zichzelf te rade te gaan hoe ze ervoor staan. Als we praten over corruptie dan zijn er voldoende personen van met name de religieuze organisaties en stromingen die met gebalde vuisten en met een steen in hun hand in een kring rondom de regering staan. Iedereen is klaar om de steen te werpen naar de regering vanwege corruptie', sprak de NDP'er die ook deel uitmaakt van het Volle Evangelie.

'Ik zeg vandaag aan de kerk, aan de religie, wie zonder zonde is die werpe de eerste steen. Kennelijk zullen allen die in de kring staan één voor één de stenen laten vallen en afdruipen. De oproep is dat de kerk goed naar zichzelf kijkt alvorens de politiek op het matje te willen roepen. Want terwijl er wordt geroepen: 'regering houd u af van corruptie, is de kerk ver afgedwaald van de meest fundamentele waarden zoals: elkaar liefhebben en de ander uitnemender achten dan zichzelf. In plaats van het praktiseren van deze basis geloofselementen, vliegen kerkleiders elkaar in de haren. Die anti-corruptie oproep is een oproep aan de totale religieuze gemeenschap, maar die oproep is ook een oproep aan de media en aan journalisten die een zeer belangrijke plaats innemen binnen ons bestel, want er zijn ook corrupte journalisten en corrupte media bedrijven', aldus Misiekaba.

De NDP-fractieleider citeerde president Desi Bouterse die in 2010 stelde, dat de regering een kruistocht tegen corruptie zal ondernemen.

'Ik geloof nog steeds in die oproep omdat het, denk ik, ons aller doel moet zijn om dit heerlijke land zoveel mogelijk van corruptie te vrijwaren. Ik denk dus dat we de kruistocht tegen corruptie niet alleen moeten voortzetten maar vooral naar een hogere tempo moeten brengen', zei Misiekaba. Hij voerde aan dat geen enkele partij die nu in het parlement vertegenwoordigd is, bij zowel de coalitie als de oppositie, kan zeggen dat ze geen regeerverantwoordelijkheid heeft gedragen en niet geconfronteerd is geweest met de grillen van corruptie. Corruptie is wijdverbreid in het systeem van ons bestuur, zowel bij de publieke als de niet-publieke sector.

Misiekaba riep op om met z'n allen corruptie te bestrijden.

'Overal waar mensen werken, zijn corruptelingen er tussen. We zullen met een strak anti-corruptie beleid dit vernietigend fenomeen moeten uitroeien. Een anti-corruptiebeleid is meer dan slechts een Anti-Corruptiewet maken, hoe die wet van belang is en ook al af is. De commissie van rapporteurs komt in de derde week van deze maand bijeen om de wet te finaliseren, zodat het in het openbaar behandeld kan worden. Maar, ik herhaal. Een anti-corruptiebeleid is veel meer dan slechts een wet. We moeten op een andere manier omgaan met 'lanti sani' en de awareness creëren bij het volk dat Staatsmiddelen, middelen zijn van het publiek, dus van ons allen. Het is dus geboden om op een verantwoorde manier mee om te gaan. Er zal door allen die publieksmiddelen gebruiken, rekenschap moeten worden afgelegd. Iedereen die de weg van corruptie opgaat en wil blijven opgaan moet weten dat zij een probleem hebben en ons op hun pad zullen tegenkomen. De strijd tegen corruptie zal in een hogere tempo gevoerd moeten worden.'

Algemene politieke beschouwingen rumoerig van start gegaan

Jogi (VHP) verrast, dat nog steeds informatie over obligatielening ontbreekt

Assembleevoorzitster Geerlings-Simons steunt Jogi, maar Misiekaba (NDP) vindt dat Jogi weer politieke aandacht vraagt - 'Heeft de oppositie wel zin vergaderen?'


De algemene politieke beschouwingen op de Jaarrede van de president zijn vandaag, donderdag 3 november 2016, met behoorlijk tumult begonnen, schrijft althans de Ware Tijd in haar webeditie. Nadat Assembleevoorzitster Jennifer Geerlings-Simons de bekendmakingen en de spreektijd had aangegeven, maakte oppositielid Mahinder Jogi (VHP) 'tumult' over het ontbreken van informatie over over de obligatielening van 550 miljoen Amerikaanse dollar. De regering heeft de lening op de internationale kapitaalmarkt afgesloten. Deze gegevens moesten vanuit het ministerie van Financiën komen. Jogi zei te vinden, dat de vergadering uitgesteld moest worden tot alle informatie die beloofd was aanwezig zou zijn. 

Fractieleider André Misiekaba van de Nationale Democratische Partij (NDP) reageerde met de vraag of de oppositie wel zin had in vergaderen. 'Meneer Jogi is lang niet in het nieuws geweest. Hij zoekt politieke aandacht. Gaat u weg als u niet wil vergaderen.'

Nadat Asiskoemar Gajadien, lid van de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) en ook Marinus Bee van Algmene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (ABOP) geprobeerd hadden het punt van Jogi aan te scherpen en uit te leggenm werd door Gajadien een schorsing gevraagd. Na de schorsing legde oppositielid Gregory Rusland van de NPS uit, dat de informatie niet volledig was en dat in een huishoudelijke vergadering en een fractieoverleg duidelijk afspraken zijn gemaakt dat de informatie tot uiterlijk donderdag morgen volledig moest zijn.

Volgens Geerlings-Simons was met de uitleg van Rusland een correcte weergaven gegeven van de gemaakte afspraken. Zij benadrukte verder, dat is afgesproken dat de algemene politieke beschouwingen te maken hebben met de Jaarrede die president Desi Bouterse op 30 september heeft uitgesproken. Volgens haar is de obligatielening belangrijk genoeg. Zij zelf heeft ingestemd dat die bij de beschouwingen wordt meegenomen. Minister Hoefdraad zou nog niet alle informatie aan het college hebben gegeven over de lening, zoals de oppositie verwacht.

Geerlings-Simons zei, dat de vergadering normaal door zou gaan en dat de minister, die de avond tevoren in Suriname was aangekomen van een vergadering op Trinidad en Tobago, aan het eind van de vergadering uitleg moest geven over de obligatielening en over de ontbrekende stukken. 'We vermoeien het volk met wat we net hebben gedaan', zei Geerling-Simons. Nadat de rust was teruggekeerd konden de debatten beginnen.

Mathoera (VHP): 'De Surinaamse politiek heeft het volledig laten afweten'

'Er is geen liefde, geen nationaal belang en normen en waarden zijn steeds aan het wegvallen'


'De Surinaamse politiek heeft het volledig laten afweten. De kwaliteit waarop politiek wordt bedreven heeft alle vertrouwen uit de samenleving weggenomen. Er is geen liefde, geen nationaal belang en normen en waarden zijn steeds aan het wegvallen. We zijn ver afgegleden', zei politica en parlementariër Krishna Mathoera (VHP). 

Zij was dinsdagavond de hoofdspreekster tijdens de maandelijkse discussieavond van stichting Kenniskring. De conclusie vanuit het publiek was dan ook, dat de bezem door de politiek moet worden gehaald.

Mathoera, die overigens op persoonlijke titel sprak, schetste een beeld van de plaats en rol van een politieke partij bij de nationale ontwikkeling. Hoewel in de discussie werd geopperd dat Suriname misschien naar een totaal ander model moet kijken, zoals het rechtstreeks kiezen van volksvertegenwoordigers buiten de politieke partijen om, zei Mathoera dat ze nodig zijn. Er is niets mis met hun belangrijkste taken, om via politieke besluiten het nationaal belang te dienen en er op toe te zien dat wetten worden nageleefd.

Mathoera zei, dat zij in haar vorige functie als politiecommissaris een veel beter imago had dan nu als politicus. Zij heeft echter een bewuste keus gemaakt, omdat het absoluut anders kan en moet, want wetteloosheid is in Suriname de norm geworden, zo sprak ze. 'Eerlijke mensen worden bandieten. Corruptie en een wetteloze samenleving voeden deze bandieten en criminelen.'

Tijdens de discussie werd ook de vraag gesteld waarom het tot nu toe niet is gelukt met een massademonstratie om het huidig politiek regime tot aftreden te dwingen. Volgens Mathoera is er binnen de politiek en de vakbeweging geen eenduidig standpunt en heeft iedereen zijn eigen agenda.

Lime TV wil 'heel nieuw concept van televisie maken laten zien'

'We zijn er nog niet, maar in één jaar hebben we een bepaald niveau bereikt'


'Wij willen mensen een heel nieuw concept van televisie maken laten zien.' Dat zegt directeur Steven Darthuizen van Lime TV vandaag, donderdag 3 november 2016, in de Ware Tijd. De zender,die te bezichtigen is op kanaal 26.2, vierde gisteren haar eenjarig bestaan. 'Wij staan voor gezelligheid en alles dat met gezelligheid te maken heeft.'

Televisie maken op een ander niveau en het verschil uitmaken is een van de voornaamste doelen van de zender. Na een jaar blikt de directeur tevreden terug. 'We zijn er nog niet, maar in één jaar hebben we een bepaald niveau bereikt. Onze kijkers houden van onze techniek en stijl.'

Hij heeft een voorliefde voor Surinaamse producties. Het station is pas een maand geleden begonnen met nieuwsuitzendingen om negen uur 's avonds (Lime at nine).


Darthuizen begon zijn bedrijf met twee medewerkers namelijk Jerry Felter en Rodney Berkleef. Nu bestaat het team uit acht personen. De directeur is ook de maker van het programma Dhamaka TV.

Een ander doel van Lime TV is om te kunnen concurreren met de regionale televisiestations in het Caraibisch gebied en de leider te zijn van de televisiewereld in Suriname. De frequentie van het station is op 80 kilometer afstand nog te ontvangen. Het station werkt samen met Sangeetmala TV. Er worden voorbereidingen getroffen om het bereik uit te breiden naar Nickerie. Daarnaast worden de mogelijkheden besproken om de lokale digitale zender op Curaçao toegankelijk te maken.

Drie jaren onderzoek ministerie van Sociale Zaken wijst uit: Maar eenvijfde wil andere Zwarte Piet

'Wij willen weten wat er speelt. maar niet sturend zijn in dit debat'


Het ministerie van Sociale Zaken heeft de afgelopen drie jaar onderzoek laten doen naar de mening over het uiterlijk van Zwarte Piet. Het blijkt dat slechts 21 procent vóór verandering is. De resultaten daarvan zouden voor intern gebruik zijn maar het televisieprogramma Medialogica van omroep Human presenteert het donderdag en NRC kreeg inzage, zo bericht Joop.nl van de omroep VARA vandaag, donderdag 3 november 2016.

Ook deed de omroep zelf onderzoek, waarvan de resultaten in het filmpje hierboven te zien zijn. Het ministerie liet ook apart onderzoek doen naar hoe witte Nederlanders of degenen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond denken over het uiterlijk van Zwarte Piet. De eerste groep was voor 18 procent vóór aanpassing te zijn en de tweede voor 43 procent.


Een woordvoerder vertelt waarom het resultaat niet naar buiten wordt gebracht: 'Wij willen weten wat er speelt. maar niet sturend zijn in dit debat. We publiceren sowieso niet al onze onderzoeken. Er is in dit geval ook geen beleid aan gekoppeld.'

ONDERZOEKSRESULTATEN








Ook wordt in de uitzending verteld, dat RTL vóór het naar buiten brengen van het nieuws over de aanpassing van Zwarte Piet contact gezocht heeft met de NTR om te overleggen. Die laatste zou geen bericht hebben ontvangen.

De redactie van Medialogica liet ook onderzoek doen naar Zwarte Piet door Kantar TNS met de vraag: ‘Staat u ervoor open dat er wordt geëxperimenteerd met een ander uiterlijk voor Zwarte Piet of met andere helpers van Sinterklaas?’. Daarop antwoordde 23 procent met ‘ja’.

Opvallend is, dat naarmate Nederlanders hoger opgeleid zijn, ze ook veranderingsgezinder blijken te zijn. Hoger opgeleiden zijn voor 43% veranderingsgezind waar het de Pieten-kwestie betreft, lager opgeleiden voor 9%. Ook zijn er opvallende regionale verschillen. In de drie grote steden, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag is 34% van de inwoners veranderingsgezind, terwijl in het Zuiden van het land dat maar 17% is.

Leeftijd en sekse doen er nauwelijks toe. Jonge mensen en vrouwen zijn iets veranderingsgezinder dan oudere mensen en mannen.

Wegafsluiting kruising Kwatta- en Kernkampweg en Washingtonstraat van 4 tot en met 18 november

Afsluiting noodzaak vanwege werkzaamheden SWM

(Bron: Red. De Surinaamse Krant/Google Earth)
Vanaf morgenmiddag vijf uur uur tot en met 18 november zal de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) op de kruising Kwattaweg, Washingtonstraat en de Kernkampweg werkzaamheden verrichten. Om aan het leidingnet te kunnen werken zal het wegdek op dit kruisingsvlak worden opengebroken. 

De afdeling Public Relations van het Korps Politie Suriname deelt vandaag, donderdag 3 november 2016, mee dat het verkeer zal worden afgesloten en middels verkeersborden worden omgeleid.

Weggebruikers kunnen hun bestemming bereiken via de volgende wegen:

Voor verkeer komende vanuit het westen wordt voorgesteld te kiezen voor de Kwattaweg via: De Tweede Rijweg, Johannes Mungrastraat, Kernkampweg, Kuldipsinghstraat, Margarethalaan, Kernkampweg, Flustraat, Kwattaweg.

Voor verkeer komende vanuit het oosten wordt voorgesteld te kiezen voor de Van Idsingastraat via: Sophie Redmondstraat, Flustraat, Margarethalaan, Kuldipsinghstraat, Kwattaweg, Kernkampweg.

Voor verkeer komende vanuit het noorden wordt voorgesteld te kiezen voor de Quaranistraat/Amazonestraat via: Napelstraat, Munderweg, Kwattaweg, Kwasistraat, Lineaustraat, Kernkampweg, Margerthalaan, Kulpdipsinghstraat, Kwattaweg.

Badrisein Sital: 'Ruim 600 miljoen van IsDB-lening zal verdampen, corruptie'

'Te grote importcomponent bij lening die je absoluut niet kan toevertrouwen aan deze roversgroep'

'Amazone Resources is een fake bedrijf, Russische mafia, een etterende etterbuil'


Voormalig hoofdbestuurslid van De Nationale Democratische Partij (NDP) Badrisein Sital voorspelt dat ruim 600 miljoen Amerikaanse dollar van de lening die Suriname wil aangaan bij de Islamitische Ontwikkelingsbank (IsDB) zal verdampen. De lening bedraagt totaal 1,8 miljard. Het herstel- en stabilisatie programma van de regering en het projectprogramma om het geleende geld te besteden, geven volgens Sital alle aanleiding om tot die conclusie te komen. 

Hij was dinsdagavond één van de panelleden tijdens de maandelijkse discussieavond van Stichting Kenniskring.

'Verdampen is het vervangende woord voor corruptie. Het merendeel, haast 50 procent van de in het programma opgenomen projecten heeft direct te maken met het uitbesteden van geld aan lokale importeurs die aan de projecten zullen participeren. Er is een te grote importcomponent bij deze lening die je absoluut niet kan toevertrouwen aan deze roversgroep', zei Sital, doelende op de regering. Volgens hem zal er in alle gevallen, waar projecten worden uitbesteed sprake moeten zijn van een internationale aanbesteding. Hij noemt de situatie in het land 'levensgevaarlijk'.

'Ik bedoel daarmee de elementen die de regering uitmaken. die zijn hoogst onbetrouwbaar. Ik kan uit ervaring de hele avond over praten', zei de voormalige NDP-prominent.

Ook de drie deskundigen Lothar Boksteen, Reynold Simons en Jeffrey Koornaar, die vanuit hun functie en als consultant zijn aangetrokken voor het projectprogramma voor deze lening, zijn volgens hem deel van het grote corruptieplan dat onderdeel is van het herstel- en stabiliteitsprogramma van de regering. 'Het programma is pure oplichting', meent Sital.

Hij heeft meerdere keren zijn gal gespuwd over wat hij noemt het 'corrupte kliekje' rond president Desi Bouterse.

Er bestaat vrijwel geen beleidsprogramma dat gevrijwaard is van het corruptieve gedrag van de beleidsmakers. Als voorbeeld noemt Sital het zoetwater exportproject waarbij aan het in Zwitserland gevestigde Amazone Resources concessie is verleend om zoetwater uit Suriname te exporteren. 'Amazone Resources is een fake bedrijf, Russische mafia', aldus Sital.

Sital heeft in het verleden, zo bericht het Dagblad Suriname vandaag, in opdracht van het Kabinet van de President, gewerkt aan het voorbereiden van ontwikkelingsplannen met Amazon Resources. Er zou groot kapitaal uit Brunei en Saoedi Arabië worden geïnvesteerd in Suriname. De vertegenwoordigers waren drie Nederlanders. Er zou geïnvesteerd worden in de goud-, hout- en agrarische sector. De bedoeling was dat Amazon Resources de rijstsector zou domineren. Er werd gedurende anderhalf jaar gewerkt aan de gedetailleerde uitwerking van de plannen. Alle stakeholders en de banken werden daarbij betrokken.

Sital kreeg echter op een gegeven moment een ‘gutt feeling’ van ‘de gasten’. Er werd onderzoek gepleegd naar de achtergrond van Amazon Resources. Zo werd een aantal zaken duidelijk. Volgens Sital zijn ze nu met dat 'waterding' bezig. Het is naar zijn zeggen dezelfde ‘etterende etterbuil waarmee wij bezig waren’.

'We kunnen geen land opbouwen door van dag tot dag dingen te doen'

'Suriname bouwen op sterke instituten ondersteund door wetgeving'

'Het lijkt erop alsof men bewust bezig is de aandacht van het volk af te leiden van de werkelijke problemen'


De huidige allesomvattende crisis waar Suriname in terecht gekomen is maakt duidelijk dat we geen land kunnen opbouwen door van dag tot dag dingen te doen, zegt Henk Ramnandanlal, ondervoorzitter van de PALU, vandaag, donderdag 3 november 2016, in een uitgebracht persbericht. 

Met de standpunten die ingenomen worden door zowel de coalitie als de oppositie, zien we slechts een klein deel van de crisis waar Suriname momenteel in zit. Voorts horen we mensen zich zorgen maken over hoe we onze leningen gaan afbetalen en weer andere mensen zich afvragen 'pe a moni de'.

Deze vragen hadden we ons ook moeten stellen toen het goed ging. Ook toen het goed ging werden er namelijk leningen gesloten en zijn er uitgaven gedaan door de Surinaamse regering. Maar, ook toen ontbrak voldoende verantwoording. Verantwoording afleggen door elke Surinaamse regering moet met instituten en wetten worden versterkt.

De enige manier om Suriname op een blijvende wijze op te bouwen is sterke instituten te creëren die gericht zijn op de duurzame ontwikkeling van ons land. Met de standpunten die luid verkondigd worden door zowel de coalitie en grote delen van de oppositie lijkt het erop alsof men bewust bezig is de aandacht van het volk af te leiden van de werkelijke problemen. Enerzijds geeft de coalitie de neergang van de prijzen van onze belangrijkste inkomstenverdieners uit de mijnbouw de schuld. Anderzijds geven grote delen van de oppositie als de oorzaak van de huidige problemen 'corruptie en verspilling'. Beide standpunten gaan bewust voorbij aan de zwakke instituten en wetten waardoor een sterk economisch beleid, transparantie en verantwoording van het uitgevoerd beleid al jaren zoek is.

Ook toen het goed ging tussen 2000 en 2013 was dit zo en hebben opeenvolgende regering hier weinig aan gedaan. Het lijkt alsof Surinamers nu wakker worden en zich afvragen 'pe a moni de' en zich zorgen maken over de gesloten leningen.

Opeenvolgende Surinaamse regeringen werken decennia lang met een zogenaamde georganiseerde chaos waarin regelgeving constant wordt opzijgezet of afgebroken en de autoriteit van instituten wordt aangetast om politieke redenen. We hebben daarom als PALU vijf jaar lang gepleit voor een andere wijze van begroten en beter controleren en verantwoorden van de uitgaven van de overheid.

Als wij instituten zoals de Rekenkamer en Centrale Land’s Accountants Dienst (CLAD) niet versterken, zullen we blijven roepen 'corruptie en verspilling', zonder enig zicht te hebben op verbetering. Politici die vaak hun mond vol hebben van corruptie, heel vaak om politieke redenen en zonder enig bewijs, doen juist weinig aan blijvende versterking van deze instituten als zij aan de macht zijn. Het is daarom altijd de politieke partijen in de oppositie die schreeuwen om corruptie en verspilling slechts om politiek gewin, maak niet uit wie er aan de macht is op dat moment. Hiermee denken deze politici te scoren bij de grote groepen Surinamers die teleurgesteld raken in de Surinaamse politiek.

Toen ik tijdens de vorige regering aandacht vroeg om nauwkeuriger te begroten en om een betere controle op de bestedingen, vroegen een heleboel mensen mij waarom ik dat deed. Een onnauwkeurige begroting op basis van een onnauwkeurige begroting van het vorig jaar zonder een evaluatie van de realisaties, zo zou de Surinaaamse overheid het al jaren hebben gedaan volgens de deskundigen van het ministerie van Financien. Een minister van Financien had het lef in het parlement mede te delen dat de Surinaamse overheid altijd al een 'conservatieve begroting' opstelde. 

Verantwoording van wat er met de gesloten leningen zal gebeuren en het evalueren van de bestedingen van de Surinaamse overheid begint met versterking van de Rekenkamer en CLAD. Deze instituten moeten verder versterkt worden om ook de zo lang gewenste doelmatigheid controles uit te voeren. Verder moeten deze instituten versterkt worden met wetten als Openbaarheid van Bestuur waarin overheidsinstituten verplicht worden om informatie te verstrekken, ook aan de samenleving indien erom gevraagd wordt.

Het gevoerd beleid zal eindelijk besproken en geëvalueerd moeten worden in de Assemblee op basis van op tijd ingediende Slotrekeningen. Het online brengen van de Surinaamse financiële huishouding is voorts ook een belangrijke stap in het brengen van transparantie van bestuur, al dan niet ondersteund met de nodige wetten. Een sterk land wordt gebouwd op sterke instituten en sterke wetten. Dit maakt de huidige financiële crisis ons duidelijk meer dan ooit.

Indien we blijven doen wat we altijd hebben gedaan, zullen we krijgen wat we altijd hebben gekregen.

Henk Ramnandanlal

Prinses Margrietschool in Buena Vista, Curacao, krijgt steun van Koninklijke Marechaussee Caribisch gebied

Marechaussee helpt met uitladen 40-voet container met schoolmateriaal


De Prinses Margrietschool te Buena Vista heeft hulp gekregen van functionarissen van de Koninklijke Marechaussee Caribisch gebied. Het betreft een school voor het funderend onderwijs, vanaf (kleuter)groep 1 tot en met groep 8 en telt 290 leerlingen. Het schoolgebouw staat er al jaren en er is veel onderhoud nodig aan ramen, deuren, vloeren en meer. Daarnaast heeft de school behoefte aan materiaal op allerlei gebied, zoals leermiddelen, papier, inktcartridges, schrijfmateriaal, stoelen, tafels en kasten. 

'Toen de Koninklijke Marechaussee Caribisch gebied hiervan hoorde, zijn ze direct aan de slag gegaan en ze hebben inmiddels al een aantal malen spullen geleverd, dit tot grote blijdschap en vreugde van de leiding en kinderen', aldus een persbericht van Eliza Brown, zo bericht vanochtend, donderdag 3 november 2016, het Antilliaans Dagblad.

'Vanwege onze Boekenbankactiviteiten bij de Prinses Margrietschool hebben wij ook de Koninklijke Marechaussee (KMar) van het Caribisch gebied benaderd. En de reactie en hulp van KMar is geweldig. En ze blijven de school helpen, wat nog mooier is.'

Vorig week kreeg de school te horen dat er een 40-voet container was aangekomen vanuit Nederland met in prima staat verkerende tweedehandse spullen voor drie scholen, waaronder de Prinses Margrietschool. De contactpersoon van dit mooie ‘Project Curaçao’ is Shari Schoop. Een container uitladen en weer inladen voor vervoer naar de school en daar weer uitladen, kost veel mankracht en direct werd door de Margrietschool bedacht om de marechaussee te vragen.

'Hoe geweldig was het, dat het na één telefoontje geregeld was en afgelopen zaterdag waren ze er met een groep mannen en vrouwen om te helpen, samen met luitenant-kolonel Vroegh.'

Meyer Transport had ook hulp toegezegd en had een truck en chauffeur beschikbaar gesteld. Samen met een team helpers van de Margrietschool is het werk in een ‘fantastische sfeer’ uitgevoerd en zijn er ook afspraken gemaakt voor vervolgwerkzaamheden ten behoeve van de school. 'De marechaussee toont zo haar betrokkenheid met de gemeenschap. En de Prinses Margrietschool is natuurlijk heel blij met de spontane hulp van de marechaussee', aldus Brown.

Sectordirecteur Algemene Zaken Ribeiro op Curaçao neemt afscheid van collega's

Ribeiro namens Kòrsou di Nos Tur (KdNT) geïnstalleerd als Statenlid


Norberto Ribeiro heeft afgelopen vrijdag in Fort Amsterdam afscheid genomen van zijn collega’s van Algemene Zaken. Sinds 2010 was hij sectordirecteur Algemene Zaken. Hij was daarbij onder meer belast met de integratie van de juridische organisatie van het voormalig Eilandgebied Curaçao (Algemene en Juridische Zaken, AJZ) met die van het voormalig Land Nederlandse Antillen (Directie Wetgeving en Juridische Zaken, DWJZ). Dit meldt vandaag, donderdag 3 november 2016, het Antilliaans Dagblad.

Ribeiro werd gisteren geïnstalleerd als parlementslid voor de nieuwe politieke partij Kòrsou di Nos Tur (KdNT) die in één keer drie Statenzetels bemachtigde. Hij was nummer twee op de kandidatenlijst van KdNT, die wordt aangevoerd door Amparo Dos Santos.

Voorheen was Ribeiro onder andere minister van Justitie voor de politieke partij PAR en lijsttrekker van de Democratische Partij (DP). Nu gaat Ribeiro zich in de Staten van Curaçao als een van de 21 volksvertegenwoordigers inzetten voor de speerpunten van KdNT.

Zes verdachten in zaak cocaïnevangst op Hato, Curaçao, blijven vast zitten

Gevangenhouding door OM met acht dagen verlengd

OM neemt luxueus jetvliegtuig in beslag


De verdachten die naar aanleiding van de grote drugsvangst op Hato van 30 oktober zijn opgepakt, zijn gisteren voorgeleid aan de rechter-commissaris die de gevangenhouding rechtvaardig heeft bevonden. Dat maakt het Openbaar Ministerie bekend, aldus het Antilliaans Dagblad vandaag, donderdag 3 november 2016. 

De Officier van Justitie heeft de gevangenhouding met acht dagen verlengd.

Op 30 oktober heeft de politie 289 kilo cocaïne in beslag genomen op de parkeerplaats van Hato. In totaal zijn er zes mensen aangehouden, te weten M.T. (1965) uit Turkije, F.P. (1965) uit Turkije, K.A. (1963) uit Turkije, F.A. (1963) uit Turkije en E.J.E.W. (1974) uit Curaçao.

 M.T. is piloot. Hij en E.J.E.W. zijn in de omgeving van de airport aangehouden met de drugs, wapens, munitie, mutsen en handschoenen. F.P. - eveneens piloot - K.A. en F.A. zijn op Hato aangehouden op het moment dat ze een luxueus jetvliegtuig wilden boarden. Ook het vliegtuig is door het Openbaar Ministerie in beslag genomen.

Na de aanhouding heeft de politie ook een inval gedaan in drie kamers van een hotel in Otrobanda. Hierbij werd 7.000 gulden in beslag genomen en zijn een man en een vrouw met Turkse nationaliteit en een man met Duitse nationaliteit aangehouden. Politiewoordvoerder Imro Zwerwer meldde toen dat er verder onderzoek wordt gedaan naar de herkomst van de coke.

PNP-leider Davelaar verkozen tot voorzitter Staten Curaçao

Politiek leider Jaime Córdoba van PS gekozen tot vicevoorzitter


Humphrey Davelaar, politiek leider van PNP en tevens parlementariër voor die partij is met 15 stemmen verkozen tot Statenvoorzitter voor de nieuwe periode 2016-2020. Politiek leider Jaime Córdoba van PS is met 13 stemmen gekozen tot vicevoorzitter. Dat is gistermiddag gebeurd in de eerste openbare vergadering waarbij de verkiezing van een voorzitter en een vicevoorzitter voor de Staten op de agenda stonden, zo bericht het Antilliaans Dagblad vandaag, donderdag 3 november 2016.

De twintig Statenleden die gisterochtend bij de gouverneur zijn beëdigd waren allemaal aanwezig bij de vergadering. Politiek leider Gerrit Schotte van MFK ontbrak door verblijf in het buitenland bij de beëdiging en de verkiezing. In een bericht liet Schotte weten dat hij wegens gezondheidsredenen in het buitenland zit.

Een commissie bestaande uit Marilyn Alcalá-Wallé (PAR), Gilmar ‘Pik’ Pisas (MFK) en voorgezeten door Hensley Koeiman (MAN) heeft de stemmen geteld. Bij de verkiezingen voor de Statenvoorzitter behaalde Pisas drie stemmen, Kenneth Gijsbertha (MAN) één stem en werd één blanco stem uitgebracht. De andere Statenleden die stemmen behaalden bij de verkiezing voor de vicevoorzitter zijn Davelaar met drie stemmen en Pisas met eveneens drie stemmen.

Statenlid Pisas probeerde gelijk aan het begin van de vergadering via een voorstel van orde twee onderwerpen op de agenda te plaatsen; namelijk het staken van de onderhandelingen van het Multidisciplinair Projectteam met het Chinese staatsbedrijf Guangdong Zhenrong Energy over de toekomst van de Isla-raffinaderij en het staken van de benoemingen door het demissionaire kabinet. De MFK-leden Pisas, Jacinta Constancia en Amerigó Thodé - die overigens geen zetel in de nieuwe zittingsperiode van de Staten heeft - dienden afgelopen dinsdag een verzoek in voor een spoedvergadering over deze onderwerpen.

Het verzoek van Pisas werd door voorzitter Davelaar niet gehonoreerd. De nieuwe Statenvoorzitter verwees naar het reglement waarin staat dat een voorstel van orde alleen betrekking kan hebben op een onderwerp dat op de agenda staat. Davelaar verklaarde ook dat van de drie aanvragers voor de openbare vergadering er één geen zetel heeft in de nieuwe periode van de Staten, hiermee doelend op Thodé.

'Metamorphosis insectorum Srinamensium' van Maria Sibylla Merian heruitgegeven

'Dankzij heruitgave op ware grootte zijn de illustraties nu weer in volle glorie te bewonderen'


In 1705 kwam het meesterwerk van wetenschapper Maria Sibylla Merian uit: een natuurhistorisch boek vol exotische insecten en planten. Dankzij een heruitgave op ware grootte zijn de illustraties nu weer in volle glorie te bewonderen, zo bericht het Reformatorisch Dagblad in Nederland vandaag, donderdag 3 november 2016.

Merian (1647-1717) was een ondernemende vrouw met uitzonderlijke interesse in rupsen. Op 52-jarige leeftijd vaart ze met haar jongste dochter naar Suriname om de voortplanting en ontwikkeling van insecten te onderzoeken. Haar bevindingen tekent ze op in Metamorphosis insectorum Srinamensium, dat tegenwoordig een plekje heeft in het magazijn Bijzondere Collecties van de Koninklijke Bibliotheek.

De schrijfster draagt haar boek op 'aan alle liefhebbers en onderzoekers der natuur'. Naast rupsen en vlinders zijn er onder andere ook spinnen, mieren en vruchten afgebeeld.

Conservator Marieke van Delft: 'Het werk van Maria Sibylla Merian is een van onze absolute topstukken. Het is een fantastisch boek en we zijn er heel trots op dat we een exemplaar van de eerste druk hebben – een ingekleurd exemplaar nog wel.'

Nu is het dus ook voor de gewone burger mogelijk in bezit te komen van het boek. De heruitgave is aangevuld met een uitvoerige inleiding over het leven van Merian, actuele wetenschappelijke kennis en een index met de planten- en dierennamen. Alle informatie is weergegeven in twee kolommen: links Nederlandstalig, rechts Engels.

In samenwerking met uitgeverij Lannoo werd al eerder een facsimile-uitgave gerealiseerd van twee oude topstukken van de Koninklijke Bibliotheek. Dankzij zo’n facsimile (letterlijk: ”maak gelijk”) is het mogelijk een kwetsbaar manuscript toch te bestuderen en beschikbaar te stellen voor een breder publiek.

Metamorphosis insectorum Surinamensium is indrukwekkend. Allereerst - maar zeker niet uitsluitend - vanwege de omvang: het XXL-boek meet 35 bij 55 centimeter. Let wel: in gesloten vorm. Wie het boek wil bestuderen, kan zijn bureau maar beter goed leegruimen. De 200 pagina’s zijn gevuld met prachtige platen die recht doen aan zowel de kunst als de wetenschap.

Klik hier om de rest van het bericht te kunnen lezen.

Mr. Gaetano Best schrijft commentaar op diverse uitspraken in 8 decemberstrafproces

Carlo Jadnanansing: 'Best schrijft een doorwrochte annotatie in Surinaams Juristenblad'


In het zojuist verschenen nummer van het Surinaams Juristenblad (SJB 2016 nummer 2) heeft Mr.Dr. Gaetano Best een doorwrochte annotatie (commentaar) geschreven op de door het Hof en de Krijgsraad gegeven uitspraken in de zgn. Decemberprocessen.

Vermeldenswaard is dat de auteur op 20 oktober 2016 aan de Universiteit van Amsterdam is gepromoveerd. Gaetano Best heeft zijn proefschrift, getiteld Fair and Accurate Fact-Finding in Dutch Atrocity Crimes Cases met succes in het openbaar verdedigd. Hij heeft onderzoek gedaan naar de berechting van internationale misdrijven, zoals volkerenmoord, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en foltering.

Best begint zijn artikel met te memoreren dat de raadslieden van de nabestaanden en een enkele verdachte niet bij de pakken zijn blijven neerzitten na het vonnis van de Krijgsraad van 2012. Bij dit vonnis had de Krijgsraad de schorsing van de vervolging uitgesproken met de bedoeling het nog steeds niet functionerende Constitutioneel Hof (CHof) in de gelegenheid te stellen zich te buigen over de vraag of de Amnestiewet al dan niet in strijd is met het grondwettelijke inmengingverbod (art 131 lid 3 Grondwet). Op aandrang van de nabestaanden heeft het Hof van Justitie (HvJ) n.a.v. het ingestelde hoger beroep beslist dat de vervolging voortgang moest vinden.
De auteur geeft enkele bespiegelingen over de wijze waarop het bevel tot verdere vervolging ten uitvoer gelegd is.

Op 27 november 2015 beval het HvJ onder andere dat de Procureur-Generaal (P.G.):
- de vervolging moet voortzetten tegen Bouterse c.s.
- doet vorderen dat met onmiddellijke ingang wordt opgeheven de schorsing van de vervolging in de strafzaken tegen Bouterse c.s;
- het onderzoek ter terechtzitting zal doen hervatten in de stand waarin het zich bevond vóór de schorsing.
De wijze waarop de Auditeur-Militair (A.M.) meende het vonnis te moeten uitvoeren is voor Best mede aanleiding geweest van het schrijven van het onderhavige artikel.

In de eerste plaats wijst hij erop dat de beklagprocedure een rechtsfiguur is, waar nog maar sporadisch gebruik van gemaakt wordt in ons land. In de tweede plaats wenst hij stil te staan bij de kennelijke discrepantie tussen de uitvoering van bevel tot verdere vervolging ex art. 4 Wetboek van Strafvordering (Sv) en het bevel tot stopzetting van de vervolging ex art. 148 Grondwet (G.W).
Het bevel ex art. 4 Sv wordt door het Openbaar Ministerie (O.M.) gedeeltelijk niet uitgevoerd en gedeeltelijk onuitvoerbaar verklaard. Het bevel ex art 148 G.W. wordt daarentegen domweg uitgevoerd, terwijl naar de mening van Best redelijkerwijs kan worden betoogd dat het onbevoegdelijk gegeven is, en bovendien evident in strijd is met het Wetboek van Strafvordering.
Op 2 december 2015, een paar dagen nadat het Hof had bevolen tot verdere vervolging, richtte de P.G. zich tot de Krijgraad om een dag, datum, en tijdstip te bepalen voor de verdere voortzetting van de behandeling van de strafzaken tegen Desi Bouterse c.s.

Naar de mening van Best had de A.M. moeten vragen aan het HvJ het bevel van het Hof ten uitvoer te leggen door te vorderen dat de vervolging wordt voortgezet door opheffing van de schorsing van de vervolging en hervatting van het onderzoek ter terechtzitting in de stand waarin het zich bevond vóór de schorsing van het onderzoek. In plaats hiervan verzocht de A.M. de Krijgsraad om de strafzaak voor een periode van één jaar te schorsen.

Best stelt dat de A.M. door zo te handelen regelrecht in strijd met de hoor het HvJ aan de P.G. gegeven bevelen heeft gehandeld. De auteur merkt bovendien op dat de A.M. iets vroeg wat volgens het strafprocesrecht volstrekt onmogelijk is. Op grond van het Sv kan een strafzaak niet geschorst worden. Wat wel geschorst kan worden is de vervolging of het onderzoek ter terechtzitting, aldus de auteur. Best stelt verder dat het HvJ de P.G. opgedragen heeft te doen vorderen dat de schorsing van de vervolging met onmiddellijke ingang wordt opgeheven, omdat de P.G. zelf de bevoegdheid mist om de vordering tot de Krijgsraad te richten. Op grond van het systeem van onze wet rust de bevoegdheid om zich met vorderingen tot de rechter te richten uitsluitend bij het O.M. Nu de A.M. heeft nagelaten om uitdrukkelijk aan de Krijgsraad te verzoeken om de schorsing van de vervolging c.q. het onderzoek op te heffen, heeft hij naar de mening van Best niet gevorderd zoals door het HvJ is bevolen. Hierdoor zou zijn standpunt dat door de uitroeping van de zaak is voldaan aan de bevelen van het HvJ volgens de auteur iedere feitelijke grondslag missen.

De hervatting van het onderzoek ter terechtzitting in de stand waarin het zich bevond vóór de terechtzitting zou volgens de A.M. onuitvoerbaar zijn, waardoor hij het bevel naast zich heeft neergelegd. Volgens Best heeft de A.M. gehandeld in strijd met alle onderdelen van het vervolgingsbevel. Verder zou zijn standpunt ook onverenigbaar zijn met het vervolgingsbelang. Dit vervolgingsbelang houdt volgens Best in dat de vervolgingsambtenaar zou moeten bewijzen dat de verdachte schuldig is aan het ten laste gelegde strafbare feit en om die reden dient te worden gestraft. De uitspraak van de A.M. dat het O.M. noch voorstander noch tegenstander is van een strafproces, is volgens Best niet houdbaar. Dit omdat het O.M. de vervolging instelt omdat het ervan overtuigd is dat een verdachte schuldig is aan het plegen van een strafbaar feit en om die reden dient te worden veroordeeld. Hiertegen kan worden ingebracht dat de stelling van Best in het algemeen wel opgaat namelijk in de gevallen dat het O.M. op eigen gezag een vervolging instelt. In het onderhavige geval is echter de opdracht tot vervolging gegeven door het Hof. Dit betekent dat de neutrale houding van het O.M. over het geen voorstander noch tegenstander zijn, verklaarbaar is. Best zegt echter dat ook in het onderhavige proces het vervolgingsbelang het standpunt van het O.M. logenstraft.

Een met het vervolgingsbelang onverenigbaar standpunt zal doorgaans volgens Best immers samenvallen met het verdedigingsbelang. Van een proces op tegenspraak zou dan geen sprake meer zijn. Het innemen van een vis noch vlees positie door het O.M. wordt door de auteur als onjuist gestempeld. Best brengt verder naar voren dat de bevoegdheid die aan de rechter gegeven is tot het afgeven van een bevel tot vervolging, impliceert dat degene tegen wie het bevel gericht is niet mag treden in de gegrondheid ervan.

De auteur wijst er voorts op dat alleen de P.G. kan bevelen of het bevel ex art. 4 Sv tekort doet aan de strafvordering. Aangezien de P.G. over deze kwestie geen standpunt heeft ingenomen, staat het de A.M. niet vrij om in plaats van de P.G. de uitvoerbaarheid van het bevel te toetsen. De A.M. bracht verder naar voren dat voordat het requisitoir kon worden gehouden zich een formeel vervolgingsbeletsel heeft voorgedaan. Dit beletsel was overigens ook op 4 maart 2016 nog aanwezig. Best brengt hiertegen in dat het juist is dat de gewijzigde Amnestiewet een formeel vervolgingsbeletsel inhoudt, maar dat zulks echter onverlet laat dat het onderzoek ter terechtzitting voortgang dient te vinden. De juiste weg zou volgens Best moeten zijn, dat de A.M. de bevelen van het Hof had uitgevoerd, en daarna om redenen van proceseconomie zou afraden om de vervolging voort te zetten zolang de vraag nog niet was beantwoord of de gewijzigde Amnestiewet in strijd was met het grondwettelijke inmengingverbod.

Best wijst erop dat in het Sv het begrip prealabele rechtsvraag niet voorkomt. Dat de Krijgsraad deze woorden in zijn vonnis van 2012 had gebezigd speelt volgens Best geen enkele rol. Verder wijst hij erop dat de G.W. de rechter de bevoegdheid geeft om in een concreet geval te oordelen of een bepaling van een wet in strijd is met één der in hoofdstuk V genoemde grondrechten en de toepassing van de bepaling voor dat geval ongeoorloofd mag verklaren.
Dit betekent dat de Krijgsraad zelf mag beslissen of er sprake is van een vervolgingsbeletsel. Dit standpunt komt overigens overeen met dat van Mr.Dr. H. Fernandes Mendes in zijn artikel dat verschenen is in hetzelfde nummer van het SJB onder de titel: Het Constitutioneel Hof; een nieuw avontuur in een staatsbestel in ontwikkeling.

Relatie tot vonnis van 11 mei 2012
Volgens Best moeten alle deelbeslissingen in het genoemde vonnis gehandhaafd worden. Het verzoekschrift van de nabestaanden de dato 13 augustus 2012 is volgens de auteur niet goed opgevat door de Krijgsraad. De krijgsraad was van mening dat het verzoek moest worden opgevat als een verzoek ex art. 316 Sv, terwijl dit volgens Best iets geheel anders behelsde namelijk dat de krijgsraad geheel ten onrechte de vervolging had geschorst. (Art. 316 Sv handelt namelijk over zich voegen in het geding als beledigde partij).

Het belangrijkste argument hiervoor was dat uit de vaste jurisprudentie van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens (IAHRM) blijkt dat amnestie voor buitengerechtelijke executies in strijd is met diverse bepalingen uit het Amerikaans Verdrag voor Rechten van de Mens (AVRM). In ons rechtsstelsel wordt echter het uitgangspunt gehanteerd dat een rechterlijke beslissing in een strafzaak in beginsel alleen kan worden aangetast, indien de wetgever daartegen een rechtsmiddel heeft toegelaten.
Daar het verzoekschrift van de nabestaanden niet paste binnen het gesloten stelsel van de rechtsmiddelen, had de Krijgsraad geen andere keus dan het op te vatten als een verzoek in de zin van art 316 Sv.

De resolutie ex art. 148 G.W. is o.a in strijd met het legaliteitsbeginsel
Op 29 juni 2016 is de P.G. via een resolutie ex art. 148 G.W. bevolen de verdere vervolging van de verdachten van de Decembermoorden met onmiddellijke ingang te beëindigen en dienovereenkomstig te handelen. Best is van mening dat voor de uitvoering van de resolutie verschillende obstakels bestaan.
De belangrijkste is het legaliteitsbeginsel zoals verwoord in art. 1 Sv. Deze bepaling stelt dat strafvordering alleen plaats heeft op de wijze bij de wet voorzien. De resolutie van de president is geen wet. Hierdoor kan het volgens Best nooit dienen als grondslag voor het beëindigen van een strafrechtelijke vervolging. Verder wijst hij erop dat de wetgever limitatief voorgeschreven heeft welke rechterlijke beslissingen ten aanzien van de verdachte door de strafrechter op de vervolging kunnen volgen.

De auteur wijst erop dat een uitspraak tot beëindiging van vervolging niet bestaat in ons wettelijk systeem. Dit betekent dat de strafrechter onmogelijk tot een dergelijke uitspraak kan komen krachtens het Wetboek van Strafvordering. Verder wijst Best erop dat art. 148 G.W. stelt dat de Regering in het belang van de staatsveiligheid in concrete gevallen aan de P.G. bevelen kan geven m.b.t de vervolging.

Volgens de G.W. wordt de regering gevormd door de President, Vicepresident en de Raad van Ministers. De voormelde resolutie is echter alleen van de President afkomstig. Hierdoor zou het in strijd zijn met artikel 116 lid 1 G.W. Dit heeft tot gevolg dat het nietig is en derhalve rechtens van onwaarde. Voor de rechtsgeldigheid van het besluit is grondwettelijk voorgeschreven dat het om een regeringsbesluit moet gaan.

Tenslotte merkt Best op dat hoe langer de zaak duurt hoe complexer het lijkt te worden.

Het recht op berechting binnen een redelijke termijn biedt naar zijn mening een probaat middel tegen procesrechtelijke incidenten die onnodig compliceren en daardoor afleiden van de kern van de zaak: wie is schuldig waaraan?

Carlo Jadnanansing

Documentaire over Nederlandse stagiaires in Suriname te zien in CBK Amsterdam Zuidoost

Soso Lobi – Nothing But Love over romantische avontuurtjes stagiaires


'Stagiaires vormen echt een subcultuur binnen de Surinaamse maatschappij'


Vanaf vandaag, donderdag 3 november 2016, is de documentaire Soso Lobi – Nothing But Love te zien bij CBK Zuidoost (Centrum Beeldende Kunst) in Amsterdam. Documentairemaakster Isaura Sanwirjatmo ging twee jaar geleden naar Suriname om deze documentaire te maken over Nederlandse stagiaires die naar Suriname gaan voor romantische avontuurtjes. 

Sanwirjatmo ging een tijdje in een stagiairehuis wonen om te ontdekken wat die daar beleven, zoals tripjes naar de jungle en seks met Surinaamse mannen, die soms als ‘stagiairejagers’ te boek staan.

'Er ging een totaal andere wereld voor me open, een wereld van feestjes en trips. Stagiaires vormen echt een subcultuur binnen de Surinaamse maatschappij'. aldus de 29-jarige documentairemaakster tegen vice.com.

Haar documentaire is van 3 november tot 10 december te zien als onderdeel van de tentoonstelling AIR op Zuidoost in Amsterdam. Bekijk hier de trailer:

'Universiteitsbestuur gaat onderwijsraad instellen om problemen binnen universiteit op te lossen'

Bestuursvoorzitter Menke stipt tijdens 48e Dies Natalis problemen aan en oplosmodellen


Studielimieters, docenten die langs elkaar werken, een lage slagingspercentage, gefragmenteerd onderwijs op de faculteiten en wetenschappelijk personeel dat maar niet bevorderd wordt. Dit zijn enkele van de problemen waarmee de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) al jaren worstelt. Binnenkort gaat het universiteitsbestuur de onderwijsraad instellen om oplossingen te brengen. Dit zei bestuursvoorzitter Jack Menke tijdens de 48e Dies Natalis van de universiteit, dinsdagavond, zo bericht Starnieuws vandaag, donderdag 3 november 2016.

Het bestuur is sinds zijn aantreden bezig met het doorvoeren van hervormingen en werkt tegelijkertijd aan kwaliteitsverbetering, deelde Menke mee. Er zijn zeven commissies, een denktank en een onderzoeksraad ingesteld. De resultaten van deze werkgroepen vormen de basis van een strategisch plan.

'Opgemerkt moet worden dat de universiteit sinds haar oprichting in 1968 nimmer expliciet een duidelijke koers met vlijmscherpe speerpunten heeft kunnen formuleren', gaf Menke aan. 'De afgelopen maanden is er enige vooruitgang geboekt en worden de contouren van de speerpunten enigszins zichtbaar waarmee de universiteit binnen en buiten Suriname een herkenbare identiteit zal moeten verwerven.'

De commissies Wetenschappelijk Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek hebben vastgesteld waar bepaalde knelpunten zitten en hoe ze veroorzaakt zijn. Menke heeft een deel van de ‘diagnose’ met de aanwezigen gedeeld. Faculteiten hebben klachten over het instroomniveau van studenten. Er zijn wensen om het berekenen van studiepunten voor vakken en van het toetsbeleid te verbeteren. Studenten doen te lang over studies en het aantal dat uiteindelijk slaagt is te laag. Studenten vragen steeds meer aandacht voor de problemen die ze bij hun studie ondervinden. Dit resulteert in het steeds groeiend aantal studielimieters bij met name de faculteiten Maatschappij Wetenschappen en Technologische Wetenschappen.

'Het studielimietersprobleem houdt aan de ene kant verband met het ontbreken van adequate toelatingseisen en aan de andere kant met tekortkomingen in het totale onderwijsproces vanaf de freubelschool tot en met de middelbare school', las Menke voor uit de ‘diagnose’.

Aan de andere kant moet er ordening komen in het onderwijsproces van de universiteit zelf, geven de commissies aan. Bevordering van wetenschappelijk personeel vindt nauwelijks plaats. De samenwerking tussen faculteiten en onderzoeksinstituten dient drastisch verbeterd te worden, beklemtoonde Menke.

Een ander punt dat aangepakt moet worden is de versnippering. Er is een fragmentatie geconstateerd van onderwijs tussen en binnen de faculteiten en het wordt alleen maar erger. 'Bij sommige vakken worden er onnodig veel docenten ingezet die bovendien langs elkaar werken.' Een optimale benutting van voltijdse docenten moet worden nagestreefd. 'Het universiteitsbestuur zal binnenkort een onderwijsraad in het leven roepen om te adviseren over het onderwijsbeleid. De onderwijsraad zal commissies instellen om voorstellen te doen ter oplossing van bovengenoemde knelpunten', kondigde Menke aan.

Ministerie van OW tikt vastgoedbedrijf Kensenhuis op de vingers

Kensenhuis NV heeft geen verkavelingsvergunningen voor projecten in Paramaribo, Para en Commewijne


Vastgoedbedrijf Kensenhuis N.V. is door het ministerie van Openbare Werken (OW) per brief van 26 september (zie foto - Bron: Kensenhuis/Facebook) op de vingers getikt voor overtreding van de Stedenbouwkundige Wet. In het schrijven, dat ondertekend is door waarnemend onderdirecteur van OW, Anwar Hassankhan, wordt het bedrijf erop gewezen, dat het niet over een verkavelingsvergunningen beschikt voor projecten in Paramaribo, Commewijne en Para. Het vastgoedbedrijf wordt aangemaand om geen verkavelingswerkzaamheden uit te voeren of certificaten voor opmetingskaarten en/of akten van overdracht op te maken, zonder toestemming van het ministerie. 'Mocht u hieraan geen gehoor geven, dan zullen verdere stappen worden ondernomen voor overtreding van de Stedenbouwkundige Wet.' Dit meldt de Ware Tijd vandaag, donderdag 3 november 2016. 

Robin Kensenhuis, aandeelhouder en oprichter van het bedrijf, zei gisteren tijdens een belegde persconferentie, echter dat de onderneming in geen van de projecten die in de brief zijn aangehaald, een verkavelingsvergunning nodig heeft. In het geval van het verkavelingsproject te Kwatta in Paramaribo zegt Kensenhuis, dat het bedrijf gemachtigd is door de desbetreffende familie die de grond aan hem heeft verkocht. Hij stelt dat de familie al over een vergunning beschikte waardoor het bedrijf die niet opnieuw hoeft aan te vragen.

Over de verkavelingsprojecten in Para zegt Kensenhuis, dat toen het bedrijf daar begon met verkavelen, het volgens de wet nog niet verplicht was om een vergunning te hebben. De gronden daar worden door het bedrijf verhuurd.

Bedrijfspartner Harvey Kensenhuis zegt desgevraagd, dat het bedrijf in 2008 met goedkeuring van het districtscommissariaat en het plantagebestuur is begonnen met verkavelen. Het bedrijf vindt dat het ministerie hem nu niet kan verplichten om een verkavelingsvergunning aan te vragen. Hoewel er in de brief ook wordt verwezen naar projecten in Commewijne, zegt het bedrijf dat het op dit moment geen lopende projecten daar heeft.

Bewoners van de verkavelingsprojecten in Para hebben de brief van het ministerie ook onder ogen gehad. Dit heeft kwaad bloed gezet bij de projectontwikkelaar. Hij stelt dat de brief een 'persoonlijke correspondentie' was tussen het bedrijf en het ministerie en niet bedoeld was voor derden, ondanks dat de inhoud daarvan wel op waarheid berust. Kensenhuis tast in het duister over wie de brief heeft 'gelekt'.

'Ik ben om principiële redenen opgestapt als ondervoorzitster van DOE'

Aaron-Denz blijft DOE-lid en kernvoorzitster Latour

'Ik ben voorstander van bestuursverkiezingen, maar het bestuur blijft aan'


'Ik ben om principiële redenen opgestapt als ondervoorzitster van DOE. Ik ben voorstander van bestuursverkiezingen, maar ik merk dat dit bestuur aanblijft en dat er geen verkiezingen zullen worden gehouden op korte termijn. Wel dan stap ik uit het bestuur, maar blijf lid van DOE. Ik blijf ook kernvoorzitster van Latour', zegt Marlyn Aaron-Denz (zie foto - Bron: Facebook) vandaag, donderdag 3 november 2016, op Starnieuws. 

Aaron-Denz is ook lid van de Staatsraad. Zij zou deze functie willen continueren.

De politica vindt dat het een testcase is voor DOE-voorzitter Carl Breeveld om aan te tonen dat hij een 'pro Suriname' beleid voert. Zij is beleidsadviseur binnen het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen, waar partijgenoot Regilio Dodson de scepter zwaait. Dodson is aangebleven als minister, terwijl DOE uit de coalitie ligt.

'Ik ben beleidsadviseur en dat is een ambtelijke functie. Ik kan deze functie niet neerleggen, omdat DOE uit de coalitie is. Ik kies voor het algemeen belang boven partijbelang. Moet ik dan spookambtenaar worden en mijn geld ontvangen zonder te werken ervoor? Is dat waar het DOE-bestuur zich sterk voor maakt? DOE heeft altijd gesteld zaken anders aan te pakken dan andere partijen. Dat moet in de praktijk ook waargemaakt worden', stelt Aaron-Denz.

Binnen DOE was aanvankelijk besloten, dat er een bestuursverkiezing zou komen. Na enige tijd is aangegeven dat de verkiezing komt, alleen op een iets later tijdstip. Bij een vervolg vergadering werd ineens een heel ander besluit genomen. Aaron-Denz was die dag niet op de vergadering vanwege haar verjaardag. 'Ik sta niet achter dit bestuur en als er geen verkiezing komt, dan stap ik op. Dat zijn mijn principes.' 

Negen districtscommissarissen beëdigd door president Desi Bouterse

Vijf mannen en vier vrouwen beëdigd en geïnstalleerd als districtscommissaris


Negen districtscommissarissen zijn woensdag 2 november 2016 beëdigd door president Desi Bouterse (zie foto - Bron: Stefano Tull/de Ware Tijd). Hierna werden zij geïnstalleerd door minister Edgar Dikan van Regionale Ontwikkeling, zo berichten onder andere Starnieuws en de Ware Tijd. 

De president, de minister, Assembleevoorzitster Jennifer Geerlings-Simons en de deken van de districtscommissarissen Roline Samsoedin wezen op de kracht van decentralisatie en participatie van burgers. De nieuwe districtscommissarissen hebben een theoretische en praktische training gekregen om hun werk optimaal te kunnen verrichten, zei Dikan.

Vijf mannen en vier vrouwen zijn beëdigd en geïnstalleerd op het commissariaat van Wanica te Lelydorp, te weten Freddy Daniel, Ajaikoemar Kali, August Badoo, Audrey Hankers, Jo-ann Arupa, Kenya Pansa, Trees Cirino, Sarwankoemar Ramai en Ludwig Mettendaf. Zij krijgen binnenkort te horen in welke districten of bestuursressorten zij zullen worden geplaatst

Remie Tarnadi is nog niet beëdigd aangezien hij nog lid (NDP) blijft van De Nationale Assemblee totdat de begroting en het Meerjaren Ontwikkelingsprogramma zijn behandeld en goedgekeurd.


Een week lang gratis adverteren als proef?

Een week lang gratis adverteren als proef?
Zendt uw advertentie en/of logo naar de redactie.