woensdag 8 februari 2017

Flora en fauna Suriname bedreigd door eigen onverschillige bevolking

'Surinaams toerisme wordt de das omgedaan door ongeschooldheid en ultralaag normbesef'

- 'Het lijkt alsof er een wedstrijd gaande is hoe men in ijl tempo de flora en fauna totaal kan vernietigen'
- 'Er wordt op alles gejaagd en wat men niet eet gaat in de vrieskist voor de handel'


Toerisme-investering in Suriname staat gelijk aan geld gooien in een bodemloze put. Ongeschooldheid, laaggeletterdheid, ontbrekend milieubewustzijn, armoede en een ultralaag normbesef- de heersende moraal onder invloed van een financiële crisis- draaien het Surinaams toerisme de das om. Zelfs vaderlandsliefde ontbreekt, dus er worden geen offers gebracht. 

Er is nog veel ongerepte natuur in Suriname. Maar het lijkt alsof er een wedstrijd gaande is hoe men in ijl tempo de flora en fauna totaal kan vernietigen. We staan erbij en kijken ernaar en verzuchten schouderophalend, omdat kordate actie een gevecht tegen de bierkaai lijkt. Wij zijn niet in staat onze habitat te beschermen tegen de achtergestelde, degraderende mens en moraal.

In een gezellig goed draaiende bar in Paramaribo wordt als borrelhap ook saté verkocht. Ik bestel een portie en de kastelein vraagt, net zoals de stewardess in het vliegtuig; 'Kip, rund of varken?' Nog voordat ik een keuze heb gemaakt, buigt de kastelein voorover en fluistert dicht bij mijn oorschelp, 'we hebben ook kaaimanvlees, hoor. Heb je het al eens geproefd? Het smaakt naar kip en het is kakelvers hoor'. Het aanbod illegaal vlees - vandaar het zacht gefluister - hoorde bij de gezelligheid en was eigenlijk het neusje van de zalm. Surinaams wild - pakira, capasi, hey, bosgevogelte, schildpad, aap   is een delicatesse waar men valuta voor neertelt zowel panklaar, gerookt als levend.

Op weg naar Nickerie zie ik vele Chinese hengelaars met tientallen hengels, vooral wanneer wij door de creoolse plantages (Allodiale eigendommen) nabij Coronie rijden, neemt hun aantal toe. Met veel geduld worden in west Suriname, het vroegere kwiekwie gebied, alle plassen, sloten, kreken leeggevist. Het moerassige Bigi Pan Natuurgebied is volkomen leeg gestroopt, ook de zeldzame vogels moeten het ontgelden. Opvallend waren de vele vrieskisten onder de huizen. Er wordt op alles gejaagd en wat men niet eet gaat in de vrieskist voor de handel. De Aziaten zijn kampioenen in het leegroven van de natuur zegt men.

Elke Surinaamse toko in Nederland heeft zijn eigen particuliere aanvoerlijnen. Men, alle cultuurgroepen, geneert zich niet de onnozele ecotoeristen te lokken met de verdraaide werkelijkheid.

De dieren die niet direct gedood worden, in de pan of vrieskist belanden, worden levend – vaak na onbewuste marteling verhandeld aan exporteurs van allerhande wild. Zelfs de rode ibis, een roze ooievaar, monki monki aapjes, papegaaien en de waardeloze piranha (gedroogd en opgezet), behoren tot de lucratieve handelswaar. Zelfs Dyompo meti (half bedorven vlees) is zeer in trek en vindt zijn weg naar de boslandcreoolse consument.

In het zuidwesten in de regio van het Bakhuisgebergte kom ik talloze luxe stropers tegen die in een stofwolk voorbijrijden in pick ups met frezer, koelboxen en fijnmazige visnetten waarmee zelfs de kleinste kwiekwie’s (meervallen) worden gevangen. Ook aquariumvisjes in het schone colawater van menig kreekje zijn handelswaar en geliefkoosd stroper doelwit. In het district Commewijne is het dolfijn- en zeeschildpadden toerisme populair.

Maar, die enkele gevallen van massastroperij die de pers halen zijn ontmoedigend. Hoe kan het dat een sterveling die in de nacht met duizenden schildpadeieren wordt aangehouden, geen deel uitmaakt van een geoliede misdaadorganisatie? Men wordt gearresteerd met veel bombarie, betaalt wel of geen boete, en de volgende dag gaat dezelfde dader weer achter een nieuwe buit aan; draaideurpolitie of gewone corruptie?

In Albina word ik door mijn gids geleid naar achter de markt, waar wild vlees verkocht wordt. Met een palmtak waait een indiaanse verkoper duizenden vliegen weg die het uitgestalde vlees permanent belagen. Heerlijk gerookt wild ligt er te wachten op fanatieke kopers uit binnen en buitenland, want busmeti is populair onder de marrons vooral die van Franse zijde. Ik wordt door de koopman verleid een heerlijk uitziend stuk gerookte capasi (gordeldier) te proeven; waar ik niet aan toegeef uit vrees een of andere ziekte op te lopen. Na mijn 'lastige' vragen aan Jan en Alleman, maak ik de balans op van de vieze en rommelige Albina markt en het onveilige gevoel op klaarlichte dag.

Het gehele oerwoud wordt verkocht van kruiden tot dieren; levend, dood, gerookt en zelfs bedorven. De marrons hebben in Paramaribo zelfs een eigen plek op de markt afgedwongen, die door de bevolking schertsend 'Brunswijkmarkt' genoemd wordt. Een houtsoort in de vorm van Kwasi Bita (kininehoudend bitter medicinaal hout), allerlei stokjes en takjes, geroosterde mais (Duru duru, loanguttee, pedreku) in flessen (Tiki tiki batra), kruiden voor de gezondheid en voor de keuken; noem maar op en het is te koop. Er is niets mis mee met het verkopen van kruiden, maar elke gecontroleerde medicinaal verantwoord en betrouwbare voorlichting ontbreekt, wat natuurlijk een walhalla is voor de gifmengers, natuurgenezers, sjamanen en bonuman. Het is waarlijk een ongeorganiseerde boel en niet zelden met veiligheidsgevaren voor de argeloze toerist.

Het binnenland is onder andere door de mijnbouw (goudkoorts) en houtroof zeer onveilig en het recht van de sterkste geldt er nog steeds, ondanks de ontkenningen van overheidszijde - omdat het staatsgezag er volkomen onbekend is.

In Noord Paramaribo (de Henry Fernandesweg) nabij het crematieoord van de Hindu’s heeft een hindustaanse ondernemer een deel van de noordkust ontdaan van het belangrijke mangrovebos en er honderden kokosbomen geplant zonder voorstudie en/of kennis van de landbouw. Hij heeft zijn inmiddels overleden broer - een populaire Pandit - belast met de leiding van een geplande grootschalige kokosindustrie. Het vele hectaren grote terrein aan de Atlantische oceaan door corruptie verworven, werd ter ontwatering voorzien van kanaaltjes om het binnendringende zeewater enerzijds te stuiten en anderzijds om het zoetwater de kans te geven naar zee te stromen. Niet het waterbeheer –het terugdringen van de zoetwater grens- werd een heikel probleem, maar de bijkomende explosieve visserij waar niet op gerekend was. Weldra ontdekten stropers dat de kanaaltjes vol zaten met allerlei kostbare vis. De Pandit moest een geweer aanschaffen tegen het geboefte, maar die stropers lieten zich niet afschrikken en beantwoordden de nachtelijke waarschuwende salvo’s van de vreedzame Pandit met het ijzingwekkende geratel van automatische geweren. Er was geen kruit tegen gewassen, vertelde de Pandit mij toentertijd. Hij had na raadpleging van de politie geleerd dat vis het moeilijkst te beschermen product - roofobject is omdat de vissen geen naam hebben, een congruent niet lokaal bepaald uiterlijk hebben, en de dief bij hoog en laag kan beweren dat hij de bezitter de vissen elders heeft gevangen en dat hij de rechtmatige eigenaar is. Dus vissendieven kun je slechts op heterdaad betrappen en met geweld hun buit afhandig maken, het is onbegonnen werk hen aan te geven bij de politie.

Op zee is de situatie nog erger, omdat de sociale controle ontbreekt. De piraterij is daarom nog hetzelfde als eeuwen geleden, ankeren van het illegale schip en vechten voor je leven 'survival of the fittest' in het man tot man gevecht. Vele moorden op zee zijn onopgelost gebleven. De territoriale wateren moeten allereerst uit hun enclavestatus gehaald worden, door de schijnwerpers te richten op alle bedrijvigheid op zee en de handhavers goed te equiperen zodat zij met weinig risico’s het gevecht aan kunnen gaan met de meedogenloze piraten uit binnen en buitenland.

Vele jaren geleden toen S. Mallone (nu bij Conservation International) nog bij Bosbouw in een leidinggevende rol zat, had ik een gesprek met hem en vertelde hij mij dat Bosbouw in Suriname door de overheid nooit begrepen is. Dat ministerie is het stiefkind onder de ministeries. Bosbouw (een verouderde naam) is financieel-technisch een sluitpost. Bosbouw slaagt er maar niet in om in de hersenen van de Surinamers een duurzame belangrijke plek te verwerven; het oerwoud is een abstract begrip. Veel inventiviteit en strijd zijn nodig om de milieu- levensbedreigende risico’s van ons oerwoud in het bewustzijn van de bevolking te verankeren. Vooral de bevolking van het Noorden (Paramaribo en omgeving), ziet het zuidelijke oerwoud als een ver van hun bed show. Het ministerie / directoraat, en haar nieuwe ambtenaren klaagden over de verouderde infrastructuur van administratie tot voertuigen en machines (met betrekking tot de toegankelijkheid van het bos) , auto’s, en allerlei afgedankt materiaal.

Investeren het oerwoud , bosbouw, is verloren geld is nog steeds de hardnekkige de algemene gedachte. Suriname heeft behoefte aan biologisch goed opgeleide boswachters , veiligheidsdeskundigen (handhaving) en 'milieuwatch' assistenten die onze natuur, flora en fauna vanaf  'gisteren' echt goed en streng gaan bewaken. Er moet milieurecht worden ontwikkeld dat wettelijk opgelegd kan worden (met effectieve sancties) aan multinationals die in de houtverwerkingsindustrie en in de mijnbouw (goud); standaard moeten alle particuliere bedrijven fiscaal belast worden met milieubelasting. Het milieubewustzijn moet met een inhaalslag en internationale koppeling een prioritair onderwijsdoel zijn.

Costa Rica kan als voorbeeld dienen voor Suriname, wij hoeven immers het wiel niet weer uit te vinden. Maar, in het bewaken van onze habitat, het bestrijden van milieucriminaliteit, het ontwikkelen van de menselijke kennis van plantaardige medicijnen, een gelaagd en divers milieubewustzijn, kan Suriname een eigen stijl ontwikkelen op hoog niveau. Nederland (de Europese vraagzijde van de internationale 'wild'-markt) heeft reeds in 2016 en laatstelijk op 30 januari 2017 een verbod op het houden van zeldzame (tropische) huisdieren bekrachtigd; door beleid van Staatssecretaris van Dam van Economische zaken. Vier Surinaamse beschermde dieren komen op de top 150 verboden wilde dieren voor (zie hieronder); de drie- en tweevingerige luiaard, de laaglandtapir en het zesbandgordeldier. Het is nog niet te laat, maar wel vijf voor twaalf om in Suriname het milieubewustzijn op te vijzelen en waarin wij goed zijn te propageren.



Zo kan de zangvogelsport – het koesteren van zangvogels en hen trainen voor vogelzangwedstrijden -wereldfaam behalen en ook het gehele arsenaal van boskruiden wiwiri’s vooral voor gebruik bij stoombaden voor vrouwen en een medicinaal verantwoord exploiteren , vermarkten en herplanten van medicijnen uit het oerwoud een belangrijke economische parameter worden. De zee is een nog onontgonnen ecologisch gebied, niet alleen bedreigd wordt door stroperij maar ook door de vervuilende olie-industrie. Men spreekt lovend over de potentie van waterexport en verzwijgt de vergiftiging.

(gedicht uit poëzie bloemlezing/literair historische roman; Ludwich van Mulier, Jana, overleven door indiaanse geestkracht, pagina 86. Uitgeverij Gallillee. Amsterdam/Nijmegen 2011.)


Ogen gevraagd 

Waar de zee overgaat in de Atlantische oceaan zwemmen vissen, garnalen,krabben, zeeschildpadden naamloos naakt
spartelen hulpeloos, onbeschermd en onbewaakt
voor de kust van Suriname, voor onze kust, voor onze kust
Stropers vissen naar hartenlust  tezamen
voor onze kust voor jouw kust, voor mijn kust
voor de kust van Suriname
In Surinaamse territoriale wateren, varen schepen, Vissen schepen,
schepen vissen;  duiken vissen angstig weg voor ladingen dode vis,
Vluchtend voor fijnmazige netten die de zeebodem schrapen
En Suriname opschepen met ravages en modderige stranden
Voor mijn kust , voor jou kust geschiedt van alles, Fluisteren
stropers onder  mekaar: “sst…in stilte werken (stropen), de Surinamers slapen”
Ongehoord en ongestoord graaien vreemde vogels Surinaamse vissen,
Varen ongehinderd zo vrij als vissen af en aan
In het modderige troebele water, langs het land van Blinde vinken,
 domme garnalen, zeeschildpadden met harde huid, gladde vissen,
 kruiperige krabben,weerloze  mosselen en oesters
moeders, vaders,  verloren zonen, Assepoesters
voor mijn kust, voor mijn kust
zou  elke wakkere Surinamer, al met een oog koning zijn.

ANS persbureau; 
door Ludwich van Mulier, 
Nijmegen 
7 februari 2017 
www.braamspunt.com 

0 comments:

Een reactie plaatsen

Een week lang gratis adverteren als proef?

Een week lang gratis adverteren als proef?
Zendt uw advertentie en/of logo naar de redactie.