zondag 26 maart 2017

FOLS volledig akkoord met herwaarderingsprogramma leerkrachten

'Voor de Federatie van Organisaties van Leerkrachten in Suriname is er geen weg terug'


'De eerste fase van het financieel component is binnen voor de groep onderwijsgevenden die daarvoor in aanmerking komt, en dat moet je niet meer uit handen geven. Voor de Federatie van Organisaties van Leerkrachten in Suriname is er geen weg terug. Het herwaarderingsprogramma is gericht op het creëren van noodzakelijke en voldoende voorwaarden voor het kunnen bereiken van kwalitatief onderwijs als basisvoorwaarde voor duurzame, algemene ontwikkeling van ons land, van onze kinderen, van onze samenleving, onze financieel-maatschappelijke ontwikkeling', zegt Marcellino Nerkust, president van de FOLS, vandaag, zondag 26 maart 2017, op Starnieuws. 

Nerkust zet op een rijtje wat met de regering is bereikt:

Het financieel component zal in fasen worden uitgevoerd. Uitvoering Fase 1 van het financieel component
• De 4e graad, 3e graad a-b-c en de 2e graad 2c worden volledig geherwaardeerd.
• De Srd 500 is erin verwerkt;
 • Het salaris van een leerkracht die onderwijs verzorgt op een school in het district Sipaliwini, wordt verhoogd van 25% naar 50% van het salaris behorende bij de graad waarover de persoon beschikt.
• In de 1e week van april 2017 zal de Fase 1 worden uitgevoerd. De reden daartoe is omdat er vanuit Cebuma (Centraal Bureau Mechanische Administratie) er technische veranderingen en verschuivingen moesten plaatsvinden van FISO (Functie Informatie Systeem van de Overheid) naar het graden systeem.
 • De overige groepen (2e graad b, a en de 1e graad) krijgen vast de Srd 500. 
 • Alle rechten (salaris, pensioen, dienstjaren, medische voorzieningen, vakantieregeling e.d) blijven gehandhaafd. 

'Onze blikken zijn gericht op hoe onderwijsgevenden in 2e graad b, a en de 1e graad ook naar hun eindbestemming kunnen brengen. Hierover heeft de FOLS ook voorstellen aangedragen', zegt Nerkust.

'De onderwijsvakorganisaties hebben in december 2008 voor de FISO-regeling gekozen. Ze hebben in verband daarmee het memorandum van de vakbonden onderschreven. Hierdoor hebben zij, de onderwijsvakorganisaties, zich geconformeerd aan de basisafspraak dat vanaf het in werking treden van FISO de diverse beroepsgroepen met een ambtenaren- of landsdienarenstatus afzonderlijk niet meer in aanmerking zouden komen voor loonsverhoging. Indien de overheid met een afzonderlijke beroepsgroep van ambtenaren of landsdienaren een loonsverhoging overeen zou komen, dan zou die overeenkomst automatisch ook van kracht zijn voor alle ambtenaren, landsdienaren en daaraan gelijk gestelden en voor de tot die groepen behorende gepensioneerden. De overheid kan in de gegeven situatie, dus onder het regiem van FISO, niet zonder meer kan besluiten tot loonsverhoging alleen voor de onderwijsgevenden', stelt Nerkust.

Indien zij daartoe toch besluit, dan zal dit ook moeten gelden voor alle overige ambtenaren, landsdienaren en tot die groepen behorende gepensioneerden. Alleen op deze manier kan loonsverbetering voor de beroepsgroep der onderwijsgevenden geen direct effect hebben op de overige beroeps- of functiegroepen van het FISO-bouwwerk. Het halen van deze beroepsgroep uit het FISO-bouwwerk moet dan in een wetsproduct of resolutie worden geregeld. Daarin wordt ook bepaald dat de onderwijsgevenden (bij de bijzonder diensten en op de openbare scholen) en de schoolleiders alle verworven rechten als ‘ambtenaar’ of ‘met de ambtenaren gelijk gestelden’ of ’landsdienaar behouden. Hierbij gaat het met name om rechten op het gebied van de primaire en de secundaire arbeidsvoorwaarden. Gedacht wordt aan onder meer lonen, pensioenregeling, sociale zekerheid, faciliteiten voor training en scholing en regelingen voor verloven en vakanties.

Met de status van de leerkrachten in het bijzonder onderwijs verandert er dus niets. Ze vielen nooit onder de Personeelswet.

Op de leerkrachten bij de bijzondere diensten was de Personeelswet nooit van toepassing maar het Burgerlijk Wetboek, memoreert Nerkust. Uit FISO treden was een voorwaarde om het loon van leerkrachten te verbeteren. Vandaar, dat het bestuur van de Katholieke Onderwijzers Bond (KOB) gisteren tijdens een spoed algemene ledenvergadering op de leden een ernstig beroep heeft gedaan zich niet te laten meeslepen en ook niet in het koor mee te zingen om de resolutie van 18 februari 2017, houdende het uittreden van de onderwijsgevenden om de FISO-regeling, terug te draaien.

0 comments:

Een reactie plaatsen