vrijdag 30 juni 2017

Bouva reageert op berichtgeving Dagblad Suriname inzake incident Afobakaweg

'Ik ben geconfronteerd met onbehoorlijk politieoptreden'


Met betrekking tot de naar mijn mening, eenzijdige en onjuiste berichtgeving uit Dagblad Suriname van 28 juni jl. welke waarschijnlijk is gebaseerd op selectieve informatie van een kwaadwillige informant uit het korps, wens ik voor de duidelijkheid aan te geven dat deze zaak op deze manier onnodig is opgeblazen, ook aangezien de onbetwistbare feiten anders liggen. 

Hoewel ik in privé op pad was en ook als zodanig ben aangesproken, ben ik gezien mijn functie, maar vooral de wending die deze berichtgeving heeft aangenomen verplicht aan belanghebbenden een verklaring hierover af te leggen.

Onbehoorlijk politieoptreden
Anders dan in het artikel is beweerd ben ik in navolging van vele burgers in dit geval ook geconfronteerd met onbehoorlijk politie optreden.


Op vrij ongebruikelijke wijze ben ik, komende van een familie trip, vanuit de rechterhelft van de Afobakaweg door een politieambtenaar, die ik bijkans voorbij was gereden, gesommeerd om te stoppen. Dit terwijl wij zoals bekend linksverkeer hebben en dat een dergelijke actie gebruikelijk om praktische en veiligheidsreden vnl. vanuit die zijde wordt gedaan. Aangezien ik niet in een te hoge snelheid was en dit tijdig merkte maakte ik een rechtsomkeer over de Afobakaweg een aantal meters terug naar de dienstdoende ambtenaar. De betreffende agent, overigens moederziel alleen op de post, was intussen, kennelijk voor bescherming tegen de zon, onder een ‘Uniqa’ hutje gaan staan, leunend tegen de balie. Vanuit die positie, ongeveer 4-5 meter afstand van mijn voertuig, wenkt hij mij op vrij provocerende wijze om mijn bescheiden uit de auto voor hem te brengen.

Aangezien ik als burger en meer nog als gezagsdrager mede verantwoordelijk ben voor het kordaat optreden van onze politiefunctionarissen, heb ik betrokken agent aangesproken over deze werkwijze en aangegeven, dat ik met een dergelijke houding niet zal meewerken namelijk, om met mijn bescheiden naar hem toe te lopen in een wildvreemde hut. Dit ook in het belang van mijn veiligheid en dat van mijn gezin. Zoals ik aangaf, de betrokken agent stond alleen en had zich vooralsnog niet gelegitimeerd. Na deze opmerking is hij terecht naar de auto gekomen en heb ik hem desgevraagd op behoorlijke wijze zonder enige vorm van protest alle bescheiden afgestaan.

Vergelding en machtsmisbruik
Op gegeven moment bevestigde de ambtenaar dat al mijn zaken in orde zijn, maar dat hij mijn rijbewijs gaat invorderen, omdat ik boven de toegestane maximumsnelheid reed. Ik was mij tot dan niet bewust van een ernstige overtreding en verwachtte overigens voor een eventuele lichte overtreding een redelijke benadering en minnelijke oplossing in de vorm van een waarschuwing of boete welke in dergelijke situaties gangbaar zijn. Als ik later in het gesprek opkom tegen de – voor mij onterechte en onrechtvaardige wijze van – invordering, geeft de politieman aan, dat als ik eerder had meegewerkt (door naar de hut te lopen) het dan anders zou kunnen zijn afgelopen.

‘Als u zich niet zo formeel had opgesteld hoefde ik ‘t ook niet zo formeel af te handelen’ waren min of meer zijn exacte woorden. Met andere woorden; ik had de meneer niet terecht mogen wijzen op zijn onbehoorlijk handelen. De zaak kon in principe dus terecht anders worden afgehandeld, maar er moest bewust worden afgerekend. Een zekere vorm van machtsmisbruik is dus niet uitgesloten.

Verder valt op te merken dat het heel proces jammer genoeg doorspekt was door een onvriendelijke, verbitterde en zelfs respectloze houding naar mij als persoon en zelfs als gezagdrager toe. Ondanks sterke indicaties van andere persoonlijke en misschien zelfs politieke motieven wens ik in dit stadium van de zaak gezien het groter belang dit achterwege te laten.

Ik benadruk; bovenstaande feiten zijn in de kern onbetwistbaar en kunnen in goed fatsoen en met respect voor de waarheid niet worden weerlegd. Hoewel ik over het algemeen een hele goede ervaring en verstandhouding met de politie heb, was dit voor mij meteen een schoolvoorbeeld van onvriendelijke en onbehoorlijke politieoptreden waarover vele delen van samenleving steeds in verweer komen. Hiertegen heb ik me ook in niet mis te verstane woorden uitgesproken. De gevolgen voor verbetering zullen daarom ook niet uitblijven.

Rijden in onbebouwde kom
Ten aanzien van het inhoudelijke is veel ook onduidelijk. Volgens de Rijwet is het rijden in een bebouwde kom vastgesteld op 40 km p/u. In de onbebouwde kom, waartoe de Afobakaweg ongetwijfeld kan worden gerekend, is dat 80 km p/u. Indien voor een bepaalde wegstrekking een uitzondering is geweest dan is daar in volstrekt onvoldoende mate kennis van gegeven. Het is dus onduidelijk gebleken wat de overtreding precies is. Nogmaals: De maximum snelheid over de Afobakaweg is over het algemeen 80 km/ uur.

Noot: alle verkeersborden die vanaf dat punt zijn waargenomen noteerden 80km p/u (hiervan heb ik er minstens 1 vastgelegd/zie foto).

Ik reed mede op basis van deze regel maar meer nog uit voorzorg van onze veiligheid steeds rond de 80 tot 90 km p/u. Voorts dient te worden aangemerkt dat verder alle bescheiden (w.o. rijbewijs, keuring, verzekering) in orde waren en dat betrokkene niet onder invloed was. In deze was er dus geenszins sprake van kwade opzet en kon de zaak naar redelijkheid en billijkheid worden afgewikkeld.

Intussen heeft mijn advocaat hierover reeds overlegd met de PG cq. het parket en is voornoemd geval door tussenkomst van het ministerie van politie aan de korpsleiding gerapporteerd. Intussen is betreffende ambtenaar door de korpsleiding opgeroepen en aangesproken en is de zaak verder in onderzoek voor een redelijke en billijke oplossing in deze.

Ik betreur daarom dat terwijl het onderzoek nog gaande is en een oplossing wordt bereikt, eenzijdige onjuiste informatie bewust vanuit het Korps, mogelijk vanwege stemmingmakerij wordt gelekt naar de media t.w. Dagblad Suriname, die zoals gebruikelijk, naar mijn mening, deze informatie geverifieerd en groot opgeblazen heeft gepubliceerd.

Hoewel ik zoals eerder aangegeven in persoon betrokken ben in deze zaak wil ik ten overvloede aangeven dat ik zowel in persoon en ook als functionaris respect heb voor de wet en onze instituten, maar ik heb ook zelfrespect en waardigheid.

Als elke burger verdien ik dus ook met alle respect te worden behandeld. Hoewel de politie zich over het algemeen wel aan de nodige principes houdt is er in vele opzichten nog veel werk aan de winkel. Ik heb desondanks vertrouwen dat deze case op een rechtvaardige wijze zal worden afgewikkeld en dat wij verder zullen werken aan de verdere versterking van onze instituten.

Melvin Bouva, 
Burger en volksvertegenwoordiger

0 comments:

Een reactie plaatsen