vrijdag 30 juni 2017

Dag van Nationale Rouw in stilte aan Suriname voorbij gegaan

'We willen een onderzoek starten naar vermiste militairen, burgers en leden verzetsgroepen'


Starnieuws gaat vandaag, vrijdag 30 juni 2017, in op de gisteren voor de tweede keer gehouden Dag van Nationale Rouw  bij het monument bij de Waterkant. President Desi Bouterse en Sandew Hira (Dew Baboeram) legden gisteren de eerste krans ter nagedachtenis aan slachtoffers van oorlogsgeweld. De namen van honderden slachtoffers werden opgelezen. De rode draad van de toespraken was dat vergeving belangrijk is. Het leed van alle slachtoffers van politiek geweld moet worden erkend. 

Het werk van het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld, onder leiding van Humphry Jeroe, werd door diverse sprekers geprezen. De president merkte op dat er duidelijk een groei te merken is bij de tweede herdenking van de slachtoffers. Hij hoopt dat de vicieuze cirkel kan worden doorbroken. Het is volgens hem goed dat mensen vrijelijk praten over de pijn die zij meemaken.

Verschillende mensen hebben hun gevoelens kunnen uiten tijdens de bijeenkomst. De president zei diep onder de indruk te zijn van de zoon van de doodgeschoten inspecteur Herman Gooding. Lloyd Gooding, zijn zoon, zei, dat hij alle wrok en haat achter zich heeft gelaten. Hij heeft God tot Leidsman en heeft leren vergeven. Hij weet zeker dat zijn vader trots op hem zou zijn. Bouterse hield zijn toespraak kort, omdat Sandew Hira volgens hem alles haarfijn had uitgelegd.

Hira en Jeroe stonden stil bij de pijn die zij en anderen voelen. 'We willen een onderzoek starten naar vermiste militairen, burgers en leden van de verzetsgroepen. Voor de betrokken families is dit een voortdurende trauma, omdat er geen closure heeft kunnen plaatsvinden. Mogelijk moeten begrafenissen worden georganiseerd als er overblijfselen worden gevonden. Hiervoor is veel expertise nodig die de overheid heeft', zei Jeroe.

Hira merkte op dat tussen 25 februari 1980 en 1992 er in Suriname twaalf gevallen geweest zijn van politiek geweld of pogingen daartoe. De belangrijkste zijn 25 februari 1980, de Rambocuscoup in maart 1982, de Decembermoorden en de Binnenlandse Oorlog. In totaal zijn er 450 doden gevallen, waarvan 15 op 8 december 1982. 'Ik was mij als nabestaande van een slachtoffer van 8 december niet bewust van de vicieuze cirkel van haat en wraak, totdat ik in het kader van het project De Getuigenis, op hardhandige wijze geconfronteerd werd met een andere realiteit van haat, woede, wrok en wraak', zei Hira.



0 comments:

Een reactie plaatsen