woensdag 5 juli 2017

'Als je ziet wat wit over zwart zegt, dreig je alle geloof in de mensheid te verliezen'

'Zie op Twitter, en elders, wat wit over zwart te melden heeft'


OPINIE (Trouw) Stevo Akkerman
COLUMN - Het was op de Centrale Markt van Paramaribo, waar ik duidelijk niet zwart was, dat een jongen me toesiste: ‘Hey, white monkey’. Ik kon daar wel om lachen, en het paste ook perfect bij de research die ik in Suriname aan het plegen was, dus mij hoorde je niet klagen.


Maar, ik kan me voorstellen dat wie in zijn Nederlandse dorp wordt aangeduid als ‘zwarte aap’ - het voorbeeld komt uit het discriminatie-rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau - dat minder grappig vindt. Voor mij is het gemakkelijk lachen: ik behoor niet tot een etnische minderheid in een dominant-witte samenleving. En mijn ras is ook nooit door een ander, overheersend ras gezien als een kruising tussen aap en mens, de missing link in de evolutieleer. Of tentoongesteld in een circustent.

Misschien is het nuttig daar even bij stil te staan, als context bij het SCP-rapport.

Ik was in Paramaribo om te graven in het Nationaal Archief en om met Surinamers te praten over de Wereldtentoonstelling van 1883 in Amsterdam. Daar waren, voor wie een kwartje extra entreegeld betaalde, 28 Surinamers te bezichtigen - een betrekkelijk onbekende geschiedenis, waarover ik de roman ‘De inboorling’ schreef. Ik was dit verhaal op het spoor gekomen doordat ik op de radio een item hoorde over Ota Benga, een pygmee uit Congo, die in 1906 werd opgesloten bij de apen van de dierentuin in de Bronx, New York. Duizenden kwamen hem bekijken.

Toen ik wat meer over Benga ging lezen, begreep ik al snel dat zwarten veel vaker door witten te kijk waren gezet, en dat dat ook in Nederland was gebeurd. De 28 Surinamers - elf mannen, tien vrouwen en zeven kinderen, twintig jaar daarvoor nog slaven - werden in de Nederlandse kranten beschreven als een onbekende diersoort, en niet in sympathieke termen: 'De boschnegerbevolking is steeds staande gebleven op den laatsten trap van ontwikkeling, die zich nauwelijks boven volstrekte barbaarschheid verheft.'

Het waren de dagen van het opkomende sociaal-darwinisme; de ‘inboorlingen’ gingen als antropologische objecten op de foto en ook werden hun schedels gemeten. Daarmee werden ze gecategoriseerd op een schaal van toenemende menselijkheid, die begon met de orang-oetang en eindigde met de Europeaan, de kroon der schepping.

Wetenschappers meenden in de ‘neger’ mogelijk het bewijs voor de evolutie te hebben gevonden, temeer omdat er berichten de ronde deden over seksueel verkeer tussen mensapen en zwarte vrouwen.

Nog in 1908 wilde de Haarlemse natuuronderzoeker Bernelot Moens naar Congo afreizen om mensen en apen te kruisen en zo ‘proefondervindelijk onderzoek te doen omtrent de afstamming van de mensch’. De man kwam in plaats van in Congo in Amerika terecht, waar hij vanwege naaktfoto’s van zwarte vrouwen in problemen raakte met justitie.

Natuurlijk, we zijn inmiddels ruim een eeuw verder. Maar zie op Twitter, en elders, wat wit over zwart te melden heeft, en je dreigt alle geloof in de menselijke vooruitgang te verliezen.


http://beeldbank.amsterdam.nl/beeldbank/indeling/detail/start/86?q_searchfield=wereldtentoonstelling+1883 (zie foto top)

0 comments:

Een reactie plaatsen