zaterdag 15 juli 2017

'Sandew Hira, de knoeiende kwakzalver'

'De geveinsde objectiviteit van de ‘wetenschapper’ duurde niet lang'

'Sandew Hira heeft noch de opleiding, noch de training, om ernstige schendingen van de mensenrechten te onderzoeken'


In Bakana Tori, in het Sranan, zegt Sandew Hira, de ‘onwetenschappelijkheid’ van auditeur-militair Roy Elgin, te zullen aantonen. De auditeur-militair heeft twintig jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de decembermoorden geëist tegen hoofdverdachte Desi Bouterse. Hij heeft ook vrijspraak geëist voor onder meer Edgar Ritfeld. 

Hira heeft zich, na gerekruteerd te zijn door inlichtingenman Melvin Linscheer, opgeworpen als onpartijdige ‘wetenschapper’ die door ‘waarheidsvinding en dialoog’, ‘verzoening’ zou brengen, tussen daders, slachtoffers en nabestaanden. Hij werd gelanceerd door de staatsmedia en ‘in natura’ gefinancierd door de regering van de president-hoofdverdachte. Hij had al samengewerkt met de regering Bouterse I aan het ‘herschrijven van de geschiedenis’.

De geveinsde objectiviteit van de ‘wetenschapper’ duurde niet lang. Zijn conclusies bleken voor het ‘onderzoek’ als klaar: handhaving van de zelf-Amnestiewet van 2012 en onmiddellijke stopzetting van het 8-decemberstrafproces.

Ook zijn geveinsde neutraliteit bleek een farce. Hira voerde een smadelijke staatsmediacampagne tegen ‘de 8 decembergroep’, terwijl hij een heuse propagandist bleek van de ‘progressieve’ en ‘dekoloniale’ Bouterse. Zijn partijdigheid bleek niet alleen uit zijn methode, de monoloog zonder wederhoor, maar ook uit de naam van zijn ‘onderzoek’: ‘De getuigenis van president Bouterse’.

Na ontmaskerd te zijn in de onafhankelijke media bleek onmiskenbaar zijn ware gezicht: Hira propageert met ‘alternatieve feiten’ de onschuld van de hoofdverdachte en belastert zijn 8-decemberslachtoffers, inclusief zijn broer John Baboeram (!), met de beschuldiging van een couppoging. Terwijl op 8 december 1982 niet de vijftien slachtoffers, maar bevelhebber Bouterse c.s. een bloedige zelfcoup pleegden om een totalitaire macht in Suriname te vestigen. In hun regeringsverklaring van 1 mei 1983 waren algemene en vrije verkiezingen dan ook afgeschaft.

Hira verdedigt de zelf-Amnestiewet van Bouterse door te doen alsof het slechts een kleine wijziging is van de Amnestiewet van 1992. Hij verzwijgt daarbij dat het een ‘zelf-Amnestiewet’ is, dat het voor moord en folter amnestie verleent en dat het tegen de grondwet in, inmenging in een lopend rechtsproces beveelt. Hira verdedigt de absurde stelling dat de bevoegdheden van de wetgever (wetgeving) en regering (Artikel 148), aan die organen het recht verschaft de grondwet en internationale mensenrechten verdragen te schenden.

Met het brede maatschappelijke protest tegen zijn poging de procureur-generaal, Roy Baidjnath Panday, te doen aftreden en zijn bakzeil halen, heeft president Bouterse aan de lijve ervaren, hoe politiek zelfdestructief de campagne van Misiekaba, Naarendorp, Herrenberg en Hira tegen de rechterlijke macht, uitwerkt.

Sandew Hira heeft noch de opleiding, noch de training, om ernstige schendingen van de mensenrechten te onderzoeken en/of een proces van nationale verzoening te faciliteren. En toch koestert hij de pretentie de onafhankelijke rechtsgang en/of een waarheids- en verzoeningscommissie (die overigens in de Amnestiewet van 2012 was beloofd), te kunnen substitueren door een door de staatstelevisie geregistreerd onderonsje met de hoofdverdachte, bij het kampvuur te Brokobaka. En deze man beweert de jurist Roy Elgin, ervaren in strafzaken, constitutioneel bevoegd en ter zake deskundig, ‘wetenschappelijk’ de maat te kunnen nemen?!

Het is de pretentie van gebrek aan zelfinzicht. Het is als de knoeiende kwakzalver die zegt de professionaliteit van een medicus te kunnen beoordelen.

Theo Para

0 comments:

Een reactie plaatsen