vrijdag 4 augustus 2017

Politicoloog Hans Breeveld: 'De Assemblee en regering gegijzeld'

'Verontrustende ontwikkelingen in Assemblee en bij regering'


Het was verademend te lezen, dat recentelijk twee parlementariërs hun stem hebben laten horen tegen de toenemende verruwing in het parlement. Al tijden blijkt dat leden in ons parlement of vergeten zijn of niet weten wat 'unparliamentary language' is. Het is evenwel evident dat het parlement een voorbeeldfunctie dient te hebben. 

Wij merken in onze dagen ook ontwikkelingen in zowel DNA (De Nationale Assemblee) als bij de regering die verontrustend zijn. Leden van deze staatsorganen hebben allen een redelijke tot goede opleiding genoten en zijn begiftigd met een geweten en toch schijnen zij zich te laten gijzelen.

De gijzeling van DNA 
We zijn het er zeker allen mee eens dat de onderhandelingen van de regeringscommissie met de Alcoa van essentieel belang zijn voor de verdere ontwikkeling van ons land. Het gaat immers om een bedrijf dat ruim 100 jaar de belangrijkste financiële input voor onze economie heeft geleverd. Het is bekend dat de Memorandum of Understanding (MoU) die tot stand kwam na onderhandelingen van een regeringscommissie met vertegenwoordigers van de Alcoa kamerbreed door DNA werd verworpen. Moet het volk dan niet verbaasd zijn, dat wanneer de president – na veel afzeggingen - eindelijk zijn visie met DNA deelt over de toekomst van de bauxiet sector het blijkt, dat de door DNA afgewezen MoU voor de regering nog recht overeind staat. De verbazing kan dan alleen toenemen wanneer de fractieleider van de coalitie – zonder om een verduidelijking over de positie van de MoU te vragen - daarna aangeeft dat de coalitie pal achter de regering zal staan wat de onderhandelingen met de Alcoa betreft. In feite geeft een orgaan, dat als belangrijke taak heeft de regering te controleren een vrijbrief aan die regering, maar maakt zichzelf tegelijk tot tandeloze tijger.

Deze premature loyaliteitsbetuiging kan niet anders dan als een dieptepunt in onze parlementaire geschiedenis gezien worden. Een zichzelf respecterende fractie in het parlement, mag nooit op voorhand zich scharen achter een regering.

Wie wat kennis draagt van de Nederlandse parlementaire geschiedenis weet dat in 1966 de regering aldaar ten val kwam na het indienen van een motie door de leider van de coalitie; ja, van de coalitie. Van recentere datum is het gebeuren in de VS. Presidentskandidaat Trump beloofde tijdens de verkiezingen dat als hij gekozen werd een van de eerste dingen die hij zou doen zou zijn het afschaffen van de zogenoemde 'Obamacare'. Hij werd niet alleen gekozen tot president, maar de republikeinen behaalden in zowel het Huis als in de Senaat een meerderheid. Wij zijn nu maanden verder. Ondanks zijn persoonlijke inzet blijkt de Obamacare niet te zijn afgeschaft. Dit gebeurt, omdat de kiezer in de VS op zijn belang let. Volksvertegenwoordigers die – die in die staat - een loopje nemen met de belangen van de kiezer worden afgestraft.

In Suriname blijven kiezers – in te veel gevallen – ongeachte wat de partij hun lapt wandelende billboards voor de partijen. De optimale beleving van de democratie heeft dan ook veel te maken met het ontwikkelingsniveau en de kritische zin van het electoraat. Aangezien DNA als volk vertegenwoordigend orgaan bij uitstek wordt gezien, lijkt het mij dienstig u de uitspraak van een van de founding fathers in de USA namelijk Thomas Jefferson voor te houden: When the people fear the government there is tyranny, when the government fears the people there is liberty.

De gijzeling van de regering 
Maar ook bij de regering zien wij ontwikkelingen die zorgen baren. Eerst worden wij geconfronteerd met het feit dat alle ministers een resolutie tekenen met de kennelijke bedoeling de Procureur-Generaal (PG) ertoe te brengen de eer aan zichzelf te houden. Gelukkig hebben wij een PG, die in deze tijd van crisis en moreel verval zijn rug recht gehouden heeft. Ik kan mij helemaal terugvinden in de verbazing van de zeer gerespecteerde bisschop van de RK kerk over deze handeling van de ministerraad. Kennelijk heeft niet één minister zich de vraag gesteld of deze handeling niet op gespannen voet staat met ons staatsrechtelijk bestel.

Deze uitglijder is nog niet eens goed voorbij of wij worden geconfronteerd met het feit over agrément verlening aan de nieuwe Nederlandse ambassadeur. Vooral de manier waarop het een en ander plaatsvond wekt wrevel. Agrément wordt in eerste instantie aan de voorgestelde persoon verleend. Het staatshoofd van het zendend land beëdigt deze persoon om kort daarna te vernemen dat de agrément-verlening wordt ingetrokken. De president zelf zou aan DNA moeten komen uit te leggen wat ten grondslag ligt aan dit zigzag beleid. Wederom zien wij het bekende desavoueren van DNA. De minister deelt het besluit mee en kan niet nader ingaan om het waarom daarvan. In de grondwet staat dat de president de leiding heeft van de buitenlandse politiek, maar er staat niet dat de president een buitenlands beleid kan op basis van willekeur moet voeren. Ik denk dat de president aan DNA een gedegen onderbouwing schuldig is voor dit besluit.

Bij de aanvaarding van het ambt heeft de president gezworen of beloofd dat hij bij de vervulling van het ambt, de belangen van land en volk met al zijn vermogen zal voorstaan, waarnemen en bevorderen. Ik betwijfel of deze houding naar Nederland in het belang is van Suriname en ons volk is.

In Suriname is het Nederlands de taal die zij die gealfabetiseerd zijn het beste spreken en schrijven. Dat geldt ook voor zij die hun mond niet vijf minuten open kunnen doen of ze schelden al op het Nederlands kolonialisme. Velen van ons hebben gestudeerd of onze opleiding in Nederland genoten. Haast elke familie heeft een familielid in Nederland wonen, met als gevolg Nederlandse diaspora gemeenschap. We praten nu over het stimuleren van het toerisme. Ook weten wij dat de wereld Suriname via Nederland kent en dat Nederland voor velen het eerste en vaak ook enige buitenland is. En zo zou ik nog vele redenen kunnen noemen waarom het niet zo verstandig is dat zo een kortzichtige houding naar Nederland wordt geëtaleerd.

Overigens is de huidige trend in de wereld om bruggen naar elkaar te slaan en geen muren te bouwen. Wij herinneren ons toch nog de internationale verontwaardiging over de muur die Trump beloofde te bouwen tussen de VS en Mexico.

Personen die afgegeven op Nederland geven vaak als argument dat de Nederlandse samenwerking niet de nodige ontwikkeling voor Suriname heeft gebracht. Of dat zo is wil ik even parkeren. Politiek is echter in mijn optiek nog altijd, een strijd om de macht, waarbij het behartigen van belangen centraal staat. We moeten dan ook niet boos zijn op Nederland als die kennelijk beter gelet heeft op haar belangen dan wij. Laten wij daar lering uit trekken.

Met name wat onze nieuwe internationale relaties betreft. In dit verband kan het artikel in The New York Times van mei 2017 warm aanbevolen worden. De titel luidt: China wants fish, so Africa goes hungry.

Het is te hopen dat toekomstige generaties in ons land niet – net als nu - zullen klagen over het kolonialisme, maar dan het Chinese. Laten wij geen muren bouwen, maar ons als volwassenen opstellen, lettend op ONZE belangen. Een kritische DNA en regeerteam zijn daarbij onontbeerlijk. 

Hans Breeveld
(Politicoloog)

0 comments:

Een reactie plaatsen