zaterdag 26 augustus 2017

St. 8 December: 'Gemeenschap overspoeld met insinuerende berichten regeringszijde dat belonen straffeloosheid internationale ondersteuning geniet'

'Uitspraken Sandew Hira staan haaks op officiële standpunten OAS'

'Stichting roept totale gemeenschap op niet toe te staan dat er politiek aangestuurde aanslagen plaatsvinden op rechterlijke macht'


De afgelopen dagen is de gemeenschap overspoeld met insinuerende berichten van regeringszijde en regeringsgezinden die de indruk moeten wekken, dat de instelling en opstelling voor het belonen van straffeloosheid regionale en internationale ondersteuning zou genieten. De Stichting 8 December roept de samenleving vrijdag 25 augustus 2017 op zich niet te laten meeslepen in een scenario om de rechtspraak en rechterlijke macht te ondermijnen en de totale samenleving te beroven van haar rechtszekerheid. 

Uitspraken van de heer Sandew Hira, die opmerkelijk zijn steun naar de verdachten en in het bijzonder de hoofdverdachte vanuit het perscentrum van het kabinet betuigt, als zouden rechters gepolitiseerd zijn en zijn vele voortgaande pogingen voor het stopzetten van het 8 decemberstrafproces staan haaks op de officiële standpunten en beginselen van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Deze zijn heel helder weergegeven in het persbericht (zie onderaan).

In het bericht wordt onder meer ook verwezen naar een eerder bericht van de organisatie van 2012 waarin de Amnestie Wet werd veroordeeld: In deze verklaring wordt onder meer gesteld dat: '…De inter-Amerikaanse commissie voor de mensenrechten benadrukte dat …amnestiewetten die verband houden met ernstige mensenrechtenschendingen, onverenigbaar zijn met internationale mensenrechten verplichtingen, omdat dergelijke wetten Staten weerhouden onderzoek,vervolging en bestraffing van de daders te laten uitvoeren. …'

Voorts stelt de IACHR dat: Zij herhaalt dat Suriname, als een OAS-lidstaat en partij bij het Inter-Amerikaans Verdrag inzake de rechten van de mens, zich ertoe heeft verplicht ernstige mensenrechtenschendingen, zoals het 8 decembermoorden, te onderzoeken, te vervolgen,en te bestraffen van de schuldigen. De 8 decembermoorden van 1982 zijn in straffeloosheid gebleven door toepassing van een verscheidenheid aan mechanismen die onverenigbaar zijn met de internationale verplichtingen van de Staat.

De oproep van de OAS Mensenrechten Commissie zoals hieronder geciteerd logenstraft het misplaatst idee dat onder andere de heer Hira, wiens broer de advocaat John Baboeram gemarteld, vernederd en vermoord is op 8 december 1982, wil wekken als zou de OAS akkoord gaan met zijn opvattingen van straffeloosheid en stoppen van het rechtsproces. 'De inter-Amerikaanse Commissie dringt er bij de autoriteiten van Suriname op aan alle nodige maatregelen te nemen om te voldoen aan zijn verplichting om de ernstige mensenrechtenschendingen die tijdens de militaire dictatuur zijn begaan, te vervolgen en te bestraffen, en met name die van 8 december 1982.. ...'


De IACHR heeft overigens de Republiek Suriname niet alleen opgeroepen om de daders van de 8 decembermoorden strafrechtelijk te vervolgen maar ook de daders van het Moiwana bloedbad en andere mensenrechtenschendingen.

De Stichting 8 december 1982 respecteert het rechtsproces en beoordeelt deze niet op basis van een opportunistisch belang. Dit in tegenstelling tot het nu vertoonde gedrag waarbij wanneer de uitspraak niet is in het voordeel van de verdachte, er onterechte beschuldigingen naar de rechters en de rechterlijke macht worden geuit.

De Stichting 8 december 1982 roept de samenleving op om alert te zijn voor eenzijdige informatie verstrekking die alleen tot doel heeft om de gemeenschap te verwarren, rechters hun naam te bezoedelen en uiteindelijk de onafhankelijke rechtspraak en de rechterlijke macht volledig uit te schakelen.

De Stg 8 december 1982 heeft het volste vertrouwen erin, dat onze rechters en rechterlijke macht onbevreesd, naar eer en geweten zich kwijten van hun taken, beseffende de bijzondere rol die zij hebben in het garanderen van de rechtszekerheid van elke burger van ons land. De Stichting roept dan ook de totale gemeenschap op niet toe te staan dat er politiek aangestuurde aanslagen plaatsvinden op deze belangrijke poot van de Trias politica.


http://www.oas.org/en/iachr/media_center/preleases/2016/108.asp


Press Release

IACHR Expresses Deep Concern over Blocking of Trial for Grave Human Rights Violations in Suriname

August 2, 2016

Washington, D.C. - The Inter-American Commission on Human Rights (IACHR) expresses its deep concern with respect to measures taken by President Dési Bouterse of Suriname in June of 2016 to block the resumption of a trial for grave human rights violations in which he is among those accused. 
The IACHR closely monitored the human rights situation in Suriname during the military dictatorship, and published a series of reports documenting grave human rights violations, including massacres.  These massacres include the emblematic case of the killing of 15 prominent citizens at Fort Zeelandia on December 8, 1982. The UN Human Rights Committee also established the violations of the right to life in the case. In addition, the Inter-American Court of Human Rights issued judgements related to grave human rights violations perpetrated during that period, on the Moiwana Community case (issued June 15, 2005) and Aloeboetoe et al (issued December 4, 1991).
Years later, in 2007, steps were taken to initiate trial proceedings, but these were halted when Congress passed an amnesty law in 2012.  As the IACHR indicated in a press release issued at that time, that law sought “to consolidate immunity for human rights violations committed during the military era (1982-1992) in Suriname, and to remove the exception in the 1992 Amnesty Law that applies to crimes against humanity and war crimes.”  The Inter-American Commission underlined “that amnesty laws related to serious human rights violations are incompatible with international human rights obligations, as such laws keep States from investigating and punishing the perpetrators.” 
In late 2015, the High Court ruled that proceedings must resume.  On June 9, 2016, the Military Court seized of the case reportedly ruled that the amnesty law was unlawful, opening the possibility to proceed with the trial. 
However, media reports indicate that President Bouterse rejected that ruling, and that in late June he addressed the National Assembly in a closed session to announce that he was invoking Article 148 of the Constitution which provides that the government sets general prosecution policy, and in the interest of matters of state security, it may give the attorney general instructions regarding prosecution.  Reports indicate that this is the mechanism the president used to again halt progress in the trial against him. 
The Inter-American Commission reiterates that Suriname, as an OAS member state and a party to the American Convention on Human Rights, has committed itself to investigate, prosecute and punish serious human rights violations such as this case, known as the December killings.  The December killings have remained in impunity through the application of a variety of mechanisms which are incompatible with the State’s international obligations.
The Inter-American Commission and Court have established that an amnesty law is not a justification for failing to investigate and ensure access to justice for human rights violations.  Nor may a state investigate and prosecute human rights violations in the military justice system, as it lacks the required guarantees of independence and efficacy.  The measure most recently announced, in which one of the accused instructs the prosecution to cease the proceedings, continues to deny justice to the family members who have been seeking it since 1982, and denies clarification to Surinamese society.  The fact that the Constitutional Court called for in the constitution has yet to be established represents yet another deficiency in access to justice.  
Laws and other measures that prevent the due investigation and prosecution of serious human rights violations are incompatible with inter-American human rights obligations. Following the development and consolidation of inter-American standards in favor of justice and against impunity, many states in the region have reviewed and invalidated the effects of their amnesty laws and similar measures in order to comply with obligations established in the inter-American system.
The Inter-American Commission urges the authorities of Suriname to take all actions necessary to comply with its obligation to investigate, prosecute and punish the serious human rights violations committed during the military dictatorship, and particularly those committed on December 8, 1982.
A principal, autonomous body of the Organization of American States (OAS), the IACHR derives its mandate from the OAS Charter and the American Convention on Human Rights. The Inter-American Commission has a mandate to promote respect for human rights in the region and acts as a consultative body to the OAS in this area. The Commission is composed of seven independent members who are elected in an individual capacity by the OAS General Assembly and who do not represent their countries of origin or residence.
No. 108/16

0 comments:

Een reactie plaatsen