zondag 13 augustus 2017

SVJ-voorzitter lijkt zijn gelijk te willen halen in opgeblazen 'media- en woordenstrijd' inzake Wet Elektronisch Rechtsverkeer

Leeuwin voelt zich 'gesterkt' door 'al de kritiek'

'Mijn standvastige opvatting over recht op vrije meningsuiting en persvrijheid heeft behoorlijke adrenaline boots-up gekregen'


Met al de kritiek die ik de afgelopen dagen mezelf op de schouders heb gehaald, (terecht of onterecht), voel ik mij nu erg gesterkt. Mijn standvastige opvatting over het recht op vrije meningsuiting en de persvrijheid heeft een behoorlijke ‘adrenaline boots-up’ gekregen. Mijn voornemen om niet weer in de pen te klimmen voor een ingezonden stuk heeft het echter moeten afleggen tegen deze ‘boots-up en de journalistieke kick, feiten te onderzoeken, te weerleggen en de burger bewust te maken. Ik hoop dan ook dat dit met het onderstaande recht wordt aangedaan. 

In De Nationale Assemblee heeft parlementariër Stephen Tsang op vrijdag 11 augustus 2017 in een openbare commissie vergadering, zich met klem uitgesproken tegen wat hij noemt een verkeerde interpretatie die is gegeven en het in een kwaad daglicht stellen van de ‘Wet Elektronisch Rechtsverkeer, door de voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) Wilfred Leeuwin.

De parlementariër Tsang, die voorzitter is van de commissie die deze wet voorbereidt, heeft meteen na het afwijzen, zij het veroordelen van deze interpretatie, aangeven wat deze wet dan wel inhoudt en voor staat. Voor de inhoud van deze vergadering verwijs ik naar het artikel op Starnieuws getiteld ‘Tsang weerlegt onwaarheden rond Elektronische Rechtsverkeer’, waar een haast bijna woordelijk verslag van deze vergadering is weergegeven. Het zou echter beter zijn het audiomateriaal te raadplegen. Hopelijk voorziet de staatszender STVS hierin.

Parlementariër Tsang verwijst naar een artikel in de Ware tijd waarin staat, dat de voorzitter van de SVJ het een trieste ontwikkeling vindt dat het parlement een wet maakt om het elektronisch rechtsverkeer te regelen, maar tegelijkertijd de muilkorfwetten uit de ijskast haalt. Hij stoort zich er aan dat in het krantenartikel wordt gesteld dat deze wet puur bedoeld is om de president te beschermen.
Om de zaak niet te lang en ingewikkeld te maken formuleer ik hier vijf fictieve koppen (titels) die een journalist voor een artikel zou willen gebruiken:
1. Beledigingen kunnen strafbaar worden gesteld met deze wet
2. Belediging is strafbaar in bestaande wetgeving
3. Beledigen van het staatshoofd is strafbaar in bestaande wetgeving
4. Met (de aanname van) de wet elektronisch rechtsverkeer kunnen mensen worden vervolgd
5. De toegevoegde waarde van ‘Wet elektronisch Rechtsverkeer’ is vervolgen van mensen

Op 3 augustus, wanneer de Wet Elektronisch Rechtsverkeer in een openbare commissievergadering in behandeling wordt genomen, zegt Tsang - die voorzitter is van deze commissie - het volgende. (De quotes zijn ongecorrigeerd letterlijk overgeschreven van het audiomateriaal) (Quote 1)... Beledigingen kunnen ook strafbaar worden gesteld met deze wet. Ik denk dat er uiteindelijk wel een wet cybercrime moet komen, maar hiermee kunnen we alvast een begin maken met wat ordening en voorlichting naar de burgerij toe bij het gebruik van social media. Mensen zijn zich niet van bewust, maar ik wil het hier benadrukken en het is belangrijk dat we het beseffen voorzitter, het is met de huidige bestaande wetgeving al strafbaar, volgens de Wetboek van Strafrecht, artikel 153 lid 1 dat beledigen van het staatshoofd strafbaar is en daarin staat letterlijk en ik citeer artikel 153 lid 1…. Nadat Tsang artikel 135 van het Wetboek van Strafrecht heeft geciteerd vervolgt hij met …(Quote 2) … Dus ik wil hier benadrukken dat het online beledigen van het staatshoofd reeds strafbaar is volgens de Wetboek van Strafrecht. Met de aanname van deze Wet Elektronisch Rechtsverkeer kunnen mensen ook worden vervolgd voor het beledigen van anderen dan het staatshoofd. Dat is dan de toegevoegde waarde van deze wet…. 

Ik vraag de lezer van dit stuk nu te kijken naar de fictieve koppen hierboven waaruit een keuze gemaakt kan worden om een artikel te schrijven ofwel volgens de vrijheid van meningsuiting te verwoorden wat parlementariër Tsang over de Wet Elektronisch Rechtsverkeer heeft gezegd. Wanneer deze fictieve koppen worden vergeleken met de quotes, blijkt dat alle vijf letterlijk zijn uitgesproken in het parlement door Tsang. Op het moment dat (op 3 augustus) deze uitspraken door Tsang worden gedaan ben ik voor de Ware Tijd de journalist die verslag moet doen van de openbare vergadering. Ik kies ervoor het accent te leggen op precies deze quotes en iets verder in het artikel iets algemeens over deze wet te schrijven.

Hoewel het wenselijk is, moet eerlijk gezegd worden dat in de praktijk geen enkele journalist op dat moment een conceptwet van 47 pagina’s, verdeeld in 13 hoofdstukken met 75 artikelen die weer onderverdeeld zijn, gaat bestuderen om een artikel te schrijven. Dus verschijnt op 4 augustus een subjectief, maar naar ik denk waarheidsgetrouwe verslag op basis van wat Tsang in het parlement heeft gezegd, onder de kop ‘Beledigen president wordt strafbaarder en als onderkop, 'Muilkorfwetgeving wordt ingrijpend aangescherpt'. Beide koppen afgeleid uit de toespraak van Tsang.

Op 3 augustus vraag ik de coördinator van de nieuwsredactie om niet zelf over deze kwestie te schrijven, omdat ik als voorzitter van de SVJ een uitgesproken mening heb over dit soort wetsartikelen en graag in die hoedanigheid ook mijn zegje wil doen. (Dit is een beroepsprincipe). Op 4 augustus verschijnen van de hand van de journalist Ivan Cairo twee artikelen in de Ware Tijd online, waarin ik door hem wordt geïnterviewd over deze kwestie. Beide artikelen zijn wat mij betref een juiste weergave van wat ik heb gezegd in het interview. Op 5 augustus verschijnt in de krant, aan de hand van dezelfde journalist ook een artikel onder de kop ‘Nieuwe muilkorfwet aantasting vrije meningsuiting’. Deze kop indiceert inderdaad dat er een wet komt met regels op het beledigen van de president. Maar, de journalistieke vrijheid, die ook onderdeel is van het recht op vrije meningsuiting geeft de vrijheid om afgeleid van de beide quotes van Tsang die formulering wel degelijk te maken. Deze kop is mijn inzien een goede afgeleide van wat Tsang met meer woorden heeft gezegd. Ik sta dan ook volledig achter deze kop en, omdat ik het artikel zelf hebt geïnitieerd, denkt geen haar op mijn hoofd er aan mij ervan te distantiëren of de redactie van de krant te vragen het te corrigeren. Er valt gewoon niets te corrigeren.

Op 10 augustus bevind ik mij op het terrein van De Nationale Assemblee. De openbare vergadering is nog niet begonnen en praat ik zoals normaal met collega’s en parlementariërs van zowel de oppositie als de coalitie. Als ik Stephen Tsang zie lopen van het kantoorgebouw naar de vergaderzaal, loop ik naar hem toe en vraag, of hij de publieke discussie heeft gevolgd rond dit onderwerp. Hij bevestigt dat en wij staan ongeveer drie tot vier minuten te praten voordat de schel gaat die het begin van de openbare vergadering aankondigt. In die paar minuten zeg ik tegen hem, dat ik in een ingezonden stuk op Starnieuws heb aangegeven nooit beweerd te hebben dat de wet Elektronisch Rechtsverkeer iets te maken heeft met wat ik noem muilkorven van personen of met het beledigen van het staatshoofd, maar juist processen bij wet regelt die echt nodig zijn. De reactie van hem is, dat hij wat ik toen zei niet terug ziet in de artikelen in de krant. Hij vond dat als ik van mening ben dat de wet daar niets mee te maken heeft, ik mij moet distantiëren van de artikelen en de journalist die mij heeft geïnterviewd tot de orde moet roepen.

Ik maak hem duidelijk dat ik het wel eens ben met de artikelen omdat ze een afgeleide zijn van wat hij zelf over de wet heeft gezegd. We zijn het oneens met elkaar hierover en noemt hij de artikelen suggestief. Wanneer de schel gaat zegt hij, 'ik ben blij dat we kunnen praten hierover, ik ga je nog uitnodigen voor een gesprek'. Dit gesprek van enkele minuten op het terrein van De Nationale Assemblee is een gesprek dat ik heb aangeknoopt, omdat ik als journalist altijd on speaking terms wil zijn met mijn bronnen of de personen over wie ik schrijf, ook al zijn we het oneens met elkaar. 

Dezelfde dag, terwijl ik boven op de publieke tribune zit van het parlement, is het de tweede keer dat ik de Wet Elektronisch Rechtsverkeer aan het lezen ben. Alleen dit keer niet vluchtig, maar grondig. Ook nu kom ik, als leek, (ik heb geen professionele juridische opleiding), tot de conclusie dat deze wet zoals het nu in concept er uitziet niets te maken heeft met wat Tsang op 3 augustus (zie quotes) heeft gezegd. De grote vraag die ik mijzelf toen en tot nu toe stel is …. Waarom Tsang op 3 augustus zo nadrukkelijk de ‘Wet Elektronisch Rechtsverkeer in verband heeft gebracht met het beledigen van de president, met artikel 135 van het Wetboek van Strafrecht en waarom hij benadrukt dat beledigen van het staatshoofd nu al strafbaar is. Maar ook waarom, het strafbaar stellen van een belediging aanmerken als toegevoegde waarde van deze wet. Vooral dit laatste klopt totaal niet. De toegevoegde waarde van deze ontwerpwet is zeker wel het feit dat het Elektronisch Rechtsverkeer, in tijd, ruimte en financieel economisch, uitermate efficiënt wordt gemaakt. Het kan zijn dat ik iets heb gemist, maar mijn juridisch inzicht reikt niet zo ver.

Wanneer ik op vrijdag 11 augustus thuis, DNA TV aanzet en merk dat er een openbare vergadering is die op dat moment is geschorst. Wanneer de vergadering weer aanvangt, duurt deze openbare vergadering nog maar 15 tot 17 minuten. Hiervoor verwijs ik ook naar het artikel over het verslag van deze vergadering op Starnieuws, maar het zou beter zijn te luisteren naar de audio opname. Driekwart van die tijd wordt besteed door Tsang om aan te geven hoe de voorzitter van de SVJ, Suriname te schande heeft gezet met zijn kritiek die in de gewraakte artikelen staan verwoord, hoe deze wet nodeloos door hem in een kwaad daglicht is geplaatst en dat deze wet helemaal niets te maken heeft met het beledigen van de president en het muilkorven van de burgers etc etc etc. (zie verder het artikel op Starnieuws).

Dit is totaal iets anders dan wat Tsang op 3 augustus publiekelijk heeft gezegd en aanleiding is geweest voor de artikelen waaraan hij zich nu stoort. Ook vraagt hij zich af welke politieke motieven aanwezig zijn bij de SVJ-voorzitter. Ik wil de volksvertegenwoordiger Stephen Tsang hier verzekeren dat bij de voorzitter van de SVJ, geen enkel politiek motief aanwezig is. De vereniging heeft sinds haar oprichting in 1991 elke regering, met welke kleur dan ook precies op dezelfde manier bejegent zodra het recht van vrije meningsuiting volgens de doelen van de SVJ, onder bedreiging komt te staan. Het probleem dat de SVJ heeft met zulke artikelen zoals artikel 135 van het Wetboek van Strafrecht is gedocumenteerd afgestaan aan De Nationale Assemblee, in het verleden en voor het laatst in 2014.

Het is dus geen persoonlijk standpunt, zoals jammer genoeg ook sommige journalisten denken, maar dat van de SVJ, geformuleerd en goedgekeurd door de algemene ledenvergadering, als hoogste orgaan van de vereniging. Het is maar een stem die het standpunt verwoordde.

De inhoud van dit ingezonden stuk is vooral niet persoonlijk bedoeld naar meneer Tsang. Het is puur een persoonlijke noot wanneer ik zeg dat, hij tot een van de weinige parlementariërs gerekend mag worden naar wie ik met genoegen luister tijdens debatten in het college. Ik hoop dat ik (sportief genoeg) met deze uiteenzetting de lezer aan het denken heb gezet om zelf een oordeel te vellen over deze discussie en storm van kritiek de afgelopen dagen.

Wilfred Leeuwin
SVJ-voorzitter

0 comments:

Een reactie plaatsen