donderdag 26 januari 2017

Onderwijsdeskundige Hanoeman: 'Handelwijze NJP is belachelijk'

'Handelwijze van het NJP inzake de onderwijskwestie totaal ondoordacht'


Het besluit van het Nationaal Jeugdparlement (NJP) om een rechtszaak aan te spannen tegen de stakende leerkrachten, heeft vele wenkbrauwen doen fronsen. 'Dit is belachelijk', zegt Soenderpersad Hanoeman, voorzitter en secretaris van het stichtingsbestuur van Scholengemeenschap Arya Dewaker tevens pedagoog onderwijskundige, donderdag 26 januari 2017 in het Dagblad Suriname. 

Volgens Hanoeman is de handelwijze van het NJP inzake de onderwijskwestie totaal ondoordacht.

Hanoeman zou het een beter idee vinden als het NJP het initiatief had genomen om met de Alliantie van Leerkrachten in Suriname (ALS) en de Bond van Leraren (BvL) te onderhandelen. 'Dit zou een beter uitgangspunt zijn.' 

De onderwijskundige vindt dat de stap naar de rechter pas mogelijk is indien alle alternatieven zijn uitgeprobeerd.

Ex-OW-minister Kandhai: ‘Ik sta open voor onderzoek vermeende corruptiegevallen’

'CLAD-rapporten liggen bij OW en ik heb nergens daarin gelezen dat geld is verdwenen'

Kandhai reageert op beschuldigingen NDP-Assembleelid Doekhie


Ex-minister Ganeshkoemar Kandhai van Openbare Werken (OW) is niet te spreken over de beschuldigingen die in het parlement aan zijn adres geuit zijn door NDP-parlementariër Rachied Doekhie. De parlementariër heeft dinsdag in een spreekbeurt van zo'n twee uur een lijvig boek opengedaan over vermeende corruptiepraktijken uit de periode van het Nieuw Front. Het gaat volgens Doekhie om de bestemming van Srd 118 miljoen uit de periode 2006-2010 bij OW die niet te verklaren is. 

Volgens het extern onderzoeksrapport, dat door president Desi Bouterse naar de procureur-generaal is gestuurd, zijn er grote verschillen tussen raming en de aannemingssommen die zijn uitbetaald.

'Ik heb altijd gezegd, ik sta open voor een onderzoek van vermeende corruptiegevallen. De CLAD-rapporten liggen daar op het ministerie en ik heb nergens uit die rapporten gelezen dat geld is verdwenen', zegt Kandhai donderdag 26 januari 2017 in het Dagblad Suriname.

De politicus benadrukt, dat hij direct na zijn aantreden in 2006 contact heeft opgenomen met de Centrale Landaccountantsdienst (CLAD) om zodoende bijstand te krijgen bij onderzoeken die ertoe moesten leiden dat ‘scheve zaken’ op tijd werden ontdekt. Zo oefende de CLAD elke maand controles uit op het ministerie en werd elk jaar een verslag hierover uitgebracht. Het verbaast hem dat dit soort geruchten nu opduiken, terwijl deze tijdens zijn bewindsperiode nimmer zijn ontdekt.

'In het rapport dat ik ook onder ogen heb gehad, is nergens genoemd dat de minister deel is geweest van de gepleegde corruptie. Het gaat erom dat zaken niet correct zijn afgehandeld. Dit zijn geen zaken die door een minister worden gedaan. De minister zorgt ervoor dat projecten worden goedgekeurd en dat deze projecten door directeuren, afdelingshoofden en andere ambtenaren verder worden uitgevoerd', aldus de politicus.

Doekhie spaarde ook toenmalige politiecommissaris, nu VHP-Assembleelid, Krishna Mathoera, niet van zijn kritiek. Volgens de NDP’er heeft de toenmalige procureur-generaal, Subhaas Punwasi, deze zaak overgedragen aan de politie voor onderzoek. Maar, het onderzoek is nooit gekomen. Hij vermoedt dat Mathoera vanwege haar invloed bij het Korps Politie Suriname (KPS) het onderzoek heeft tegengehouden.

Kandhai wijst deze beschuldiging naar het rijk der fabelen. Hij vindt dat de politie op basis van de rapportage van de president gewoon moet beginnen met het verhoor van mensen die in deze zaak betrokken zijn geweest. Hij zelf is bereid mee te werken om de werkelijke daders te zoeken.

De oud-bewindsman zegt verder, dat het hem verbaast dat gelijk na zijn zittingsperiode op OW een extern onderzoek wordt gepleegd en deze externe onderzoeker met beschuldigingen komt opdagen. Tijdens de vorige zittingsperiode van De Nationale Assemblee is Kandhai als parlementariër verschillende malen geconfronteerd met beschuldigingen uit het extern onderzoek. Volgens Kandhai is het ook opvallend, dat niemand tot nu weet welk bureau de zaken op het ministerie heeft onderzocht. 'De informatie is toen ook door niemand geverifieerd, maar opgestuurd naar de vaste commissie OW, waarna het via de president bij de procureur-generaal is beland.'

Ontwerpwet Arbeidsinspectie door parlement aangenomen

Minister van Arbeid Moestadja: 'Nu decreet wet is geworden krijgt door regeringen verwaarloosde Arbeidsinspectie meer armslag'


Met 39 algemene stemmen is de ontwerpwet Arbeidsinspectie donderdagmiddag 26 januari 2017 aangenomen in de De Nationale Assemblee (DNA). 

Met de aanname van deze wetswijziging krijgt de Arbeidsinspectie meer armslag, aldus het ministerie in een donderdag uitgebracht persbericht. Dat wil zeggen, dat de Arbeidsinspectie meer wettelijk kader ter beschikking heeft om zich te kunnen ontplooien bij het toezien op de naleving van de arbeidswetgeving. Hierdoor is een betere bescherming gegarandeerd voor in het bijzonder werknemers.

Nu is het een uitdaging voor het ministerie van Arbeid om ook de slachtkracht van de dienst te verhogen, waardoor overal in Suriname de Arbeidsinspectie nadrukkelijk aanwezig kan zijn. Intussen is het ministerie bezig met de voorbereiding om in personeel- en materieel opzicht de Arbeidsinspectie te versterken.

Met de aangenomen wijziging is het 'Decreet  gewijzigd in de Wet Arbeidsinspectie. Het decreet is een verouderd wetsproduct waarin de taken en bevoegdheden van de Arbeidsinspectie en de arbeidsinspecteurs zijn geregeld. Die taken en bevoegdheden zijn in de afgelopen 34 jaren niet afgestemd geworden op de steeds veranderende uitdagingen en ontwikkelingen op het vlak van arbeidsverhoudingen en arbeidsbescherming in zowel ons land als in de regio. Met de aanname van deze ontwerpwet is dit eindelijk het geval. Dit komt erop neer dat het wettelijk kader waarbinnen de Arbeidsinspectie met haar arbeidsinspecteurs zal optreden volledig in lijn is gebracht met de huidige standaarden van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO).

Een belangrijk aspect dat als leidraad gediend heeft bij het aanpassen van de wet was het integriteitsbeginsel. Zo mag de arbeidsinspecteur geen direct of indirect belang hebben in een onderneming die onder zijn toezicht staat. Dit is van belang voor het waarborgen van een onpartijdig en onafhankelijk optreden bij het uitoefenen van zijn taak.

De wet verbiedt voorts ongewenste afhankelijkheid en belangenverstrengeling van de arbeidsinspecteur. Ook ten aanzien van de geheimhoudingsplicht van de arbeidsinspecteur is de wet aangescherpt. Zo is het verboden voor de inspecteur om informatie die hij verkregen heeft bij inspectiebezoeken in bedrijven, openbaar te maken. Het gaat in deze om informatie die betrekking heeft op bedrijfs- en handelsgeheimen en/of productieprocessen. De geheimhoudingsplicht is nu ook van toepassing op voormalige inspecteurs. Voorheen was de verplichting tot geheimhouding van de arbeidsinspecteur slechts gedurende de actieve dienstperiode.

Het ministerie benadrukt dat het aangenomen wetsontwerp nog geen verbetering van het functioneren van de Arbeidsinspectie zal betekenen, want in personeel- en materieel opzicht moet nog werk verzet worden. Deze dienst is door opeenvolgende regeringen verwaarloosd. De werkomstandigheden zijn daarom dringend aan verbetering toe.

Intussen heeft minister van Arbeid Soewarto Moestadja, gezorgd voor nieuwe huisvesting. Spoedig zal het personeel van de Arbeidsinspectie het nieuw kantoorpand aan de Gemenelandsweg mogen betrekken.

De aangenomen ontwerpwet Arbeidsinspectie is de vierde van de zes ontwerpwetten die het ministerie heeft aangeboden aan de Assemblee voor goedkeuring. Drie maanden geleden werden reeds aangenomen: de Wet op de Collectieve Arbeidsovereenkomst, de Wet Vrijheid Vakvereniging en de Wet op het Arbeidsadviescollege. Deze drie wetten richten zich voornamelijk op verbetering van de arbeidsverhoudingen. De zes wetten die zijn aangeboden aan het parlement moeten gezien worden in het kader van de modernisering van de arbeidswetgeving die dateert uit de jaren veertig. De decreten dateren uit de jaren tachtig.

De twee ontwerpwetten die nog behandeld moeten worden door het parlement zijn:
1. Wet Terbeschikkingstelling Arbeidskrachten Intermediairs;
2. Wet Arbeidsbemiddeling.

Het wachten is op een uitnodiging van de Assemblee om deze ontwerpwetten in openbare commissie vergadering te behandelen. De wet Terbeschikkingstelling Arbeidskrachten Intermediairs is een volledige nieuwe wet. Deze wet zal zich richten op regulering van uitzendbureaus en uitzendkrachten. De gewenste regulering moet voorkomen dat arbeidskrachten misbruikt worden door uitzendbureaus.

Bij de ontwerpwet Arbeidsbemiddeling gaat het om aanpassingen van een bestaande wet. Deze wet richt zich op de arbeidsmarkt en invulling van werkgelegenheid. De arbeidswetgeving zal met deze 6 wetten voldoen aan de hedendaagse Surinaamse eisen en realiteit op het arbeidsvlak. Afgezien hiervan zal de Surinaamse arbeidswetgeving in lijn zijn gebracht met de CARICOM-modelwetgeving en de ILO standaarden. Daarvan zullen zowel werknemers als bonafide werkgevers profiteren.

Indiaas bedrijf Kirloskar Brothers Ltd. vernieuwt pompgemaal Wageningen

Project wordt volledig gefinancierd door de Exim Bank of India



Minister Algoe van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) ontving dinsdag een delegatie uit India op het ministerie. De afvaardiging van Kirloskar Brothers Ltd., het grootste pompbedrijf in India, is onder leiding van de vicepresident, Santosh Kulkarni, in ons land om de vernieuwing van ‘Pompgemaal Wageningen’, het belangrijkste pompgemaal in het Nickerie, ter hand te nemen. Dit meldt het ministerie dinsdag 24 januari 2017 in een persbericht(zie hieronder).

Kirloskar Brothers heeft eerder projecten in Suriname uitgevoerd, in de afgelopen tien jaren werden veertien nieuwe pompen geplaatst. De vernieuwing van het pompgemaal te Nickerie is hun derde project.


Het plan voor renovatie van het gemaal werd jaren gleden ingediend, maar wordt nu pas opgepakt. Algoe gaf vorig jaar groen licht aan het project en gaf ook, omdat de nood in het district hoog is, meteen het startsein hiervoor. Het project wordt volledig gefinancierd door de Exim Bank of India, zo schrijft de Ware Tijd donderdag 26 januari 2017.

Het vernieuwen van de pompen zal in drie fasen geschieden waarbij zij opeenvolgend zullen worden vervangen. Er zijn drie pompen binnen het gemaal, die elk ouder zijn dan 60 jaar. Het onderhoud van het pompgemaal kost de staat jaarlijks miljoenen dollars. Van de drie pompen functioneert slechts één.

De delegatie oriënteerde zich dinsdag in het district met minister Algoe en staf. De deskundigen haalden een van de pompen helemaal uit elkaar om die te bestuderen en te analyseren. Komende zaterdag keert de delegatie terug naar India om meteen aan de slag te gaan voor de bouw van de pompen. Het bedrijf wil in 2017 minstens één pomp vernieuwd hebben; in het derde kwartaal van 2018 moeten alle drie de pompen gerenoveerd zijn.

'Oppositiepartijen hebben geen respect voor de rechterlijke macht'

Fractieleider NDP reageert via zijn 'ondersteuningsgroep' op verklaring oppositie inzake onderzoek procureur-generaal naar overtreding Wet op de Staatsschuld


Naar aanleiding van de verklaring van de oppositionele politieke partijen in De Nationale Assemblee inzake de kwestie overtreding van de Wet op de Staatsschuld, wordt het volgende verklaard:

Middels een brief van 16 december 2016 van de heer Ch. Santokhi en negen andere leden van De Nationale Assemblee is aan de Procureur-Generaal (PG) bij het Hof van Justitie het verzoek gedaan om een onderzoek in te stellen naar overtreding van de Wet op de Staatsschuld. Ten aanzien van het verzoek heeft de PG de verzoekers/oppositionele politieke partijen inmiddels geïnformeerd. Hetgeen in essentie erop neerkomt dat de uitkomst van het onderzoek uitwijst dat er vooralsnog niet gebleken is dat er sprake is van overtreding van de Wet op de Staatsschuld, aangezien er uit betrouwbare documenten van het Bureau op de Staatsschuld gebleken is dat er bij het aangaan van leningen voor het land, steeds conform de wet en binnen de kaders van zijn taken en bevoegdheden is gehandeld door de Minister van Financiën.

Uit het onderzoek van de PG is ook gebleken, dat de door het Bureau voor de Staatsschuld en de minister van Financiën verstrekte informatie aan De Nationale Assemblee betreffende het obligoplafond, op waarheid berustte en betrouwbaar is. Dit, in tegenstelling tot de beweringen van de verzoekers/oppositionele politieke partijen, die ten onrechte hebben getracht om de integriteit van zowel de minister van Financiën als het Bureau voor de Staatsschuld te ondermijnen. Het is dan ook van belang en getuigt van transparantie dat het volk op de hoogte is (gesteld) van de uitkomst van het onderzoek van de PG en de bevindingen van deze autoriteit daaromtrent, aangezien het land zowel nationaal als internationaal ernstig in diskrediet zou worden gebracht ingeval de Wet op de Staatsschuld zou zijn overtreden.

Uit de bevindingen van de PG blijkt voorts dat er naar aanleiding van het verzoek van de betrokken Assembleeleden een deugdelijk onderzoek is ingesteld door het Openbaar Ministerie (OM) c.q. de PG op grond van zijn taken en bevoegdheden op het gebied van het onderzoeken/opsporen en vervolgen van strafbare feiten in het land ex art. 145 GW jo art. 3 RIS (G.B. 1935 no. 79), waarbij ethische en juridische (beroeps)normen en waarden hoog in het vaandel worden gedragen door deze onafhankelijke, objectieve, professionele, kritische en transparante justitiële autoriteit.

Dat de verzoekers/oppositionele politieke partijen, na de uitkomst van het door de PG ingesteld onderzoek, nu stellen dat zij geen genoegen nemen met het antwoord/de bevindingen van de PG op basis van het onderzoek en de uitkomst daarvan, dat zij een ‘serieus, diepgaand, onafhankelijk en objectief’ onderzoek willen afdwingen en met het oog daarop in beraad zijn m.b.t. te ondernemen vervolgstappen, wekt de indruk dat de oppositionele politieke partijen – die altijd luid hebben geroepen dat zij de Trias Politica, het respect voor en de (juridische) onschendbaarheid van de Rechterlijke Macht (RM) hoog in het vaandel dragen – achteraf bezien volstrekt géén vertrouwen hebben in, noch enig respect hebben voor de RM in ons land, waar het OM met aan het hoofd de PG een wezenlijk deel van uitmaakt.

Dit is niet alleen ironisch en tegenstrijdig van de verzoekers/oppositionele politieke partijen binnen De Nationale Assemblee, maar ook vooral heel treurig (gesteld met hen), daar zij als politieke partijen nu de onschendbaarheid en integriteit van de RM, i.c. het OM, trachten te ondermijnen, z.a. zij eerder ten onrechte de integriteit van het Bureau voor de Staatsschuld – hetgeen ex art. 22 Wet op de Staatsschuld bovendien door het College van Beheer wordt gecontroleerd – te grabbel hadden gegooid.

Met hun verklaring en houding ter zake van het antwoord/de bevindingen van de PG, hebben de verzoekers/oppositionele politieke partijen namelijk ook expliciet tot uitdrukking gebracht, dat zij de lakens willen uitdelen op het OM. Dit, terwijl art. 145 GW uitdrukkelijk stelt dat het OM, dat door of namens de PG wordt uitgeoefend ingevolge art. 146 GW – met uitsluiting van elk ander orgaan – het vervolgingsbeleid (in concreto) bepaalt (binnen de kaders van het algemeen vervolgingsbeleid dat ex. art. 148 GW door de Regering wordt bepaald). Het daadwerkelijk afdwingen/eisen van een onderzoek van het OM door of namens i.c. de oppositionele politieke partijen – terwijl het OM uit een recent justitieel onderzoek over dezelfde kwestie reeds tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake is van een strafbaar feit i.c. overtreding – zou dan ook als in strijd met de Grondwet (m.n. art. 145) kunnen worden aangemerkt.

Gezien de hiervoor vermelde wettelijke taken en bevoegdheden van het OM, is het ook nog juridisch incorrect en onbegrijpelijk dat de verzoekers/oppositionele politieke partijen van de PG verlangen dat deze justitiële autoriteit buiten de kaders van zijn wettelijke taken en bevoegdheden treedt om de uitgaven van de Regering (ook) in zijn onderzoek te betrekken, terwijl het krachtens de Grondwet (art. 149 en 151) en de Wet op de Rekenkamer (G.B. 1953 no. 26) tot de taak van de Rekenkamer behoort om toezicht te houden op de besteding van de staatsfinanciën alsook om controle uit te oefenen op het beheer van de staatsfinanciën door de overheid en ten aanzien daarvan, ingevolge art. 151 GW, verslag uit te brengen aan De Nationale Assemblee, waarvan de verzoekers/oppositionele politieke partijen – nota bene – zelf ook deel van uitmaken.

Geconcludeerd kan worden, dat de verklaring van de verzoekers/oppositionele politieke partijen ter zake van de uitkomst van het door de PG ingesteld onderzoek en zijn antwoord naar aanleiding van hun verzoek, alles weg heeft van een weigering van de acceptatie van de feiten/de realiteit dat er, anders dan zij verondersteld of verwacht hadden en de samenleving hebben doen geloven, geen sprake is van overtreding van de Wet op de Staatsschuld door de Minister van Financiën.

Politieke Ondersteuningsgroep van de Fractieleider van de NDP

Kort Geding Staat Suriname tegen BvL/ALS uitgesteld tot vrijdagmiddag 27 januari

Rechter wil comparitie van partijen houden

Staat en bonden eisen dwangsommen van elkaar van respectievelijk Srs 100.000 en een miljoen Srd


De Kort Gedingrechter heeft donderdagmiddag 26 januari 2017, dat de door de Staat Suriname aangespannen zaak vrijdagmiddag om twaalf uur wordt voortgezet. Zij wil een comparitie van partijen houden. Zij hoeft geen vonnis te vellen indien de regering en de onderwijsbonden elkaar kunnen vinden ten overstaan van de rechter. Dit meldt Starnieuws.

De regering wil dat de onderwijsgevenden onmiddellijk naar school gaan. Wilgo Valies, voorzitter van de Bond van Leraren (BvL) en Alliantie van Leerkrachten in Suriname (ALS), stelt dat er geen duurzame oplossing in de rechtszaal kan worden gevonden.

De rechter begon om twee uur 's middags met de rechtszaak. De advocaat van de BvL en ALS, Gerold Sewcharan, zette uiteen waarom de staking wordt gehouden. De herwaardering zou aanvankelijk per 1 oktober worden uitgevoerd, maar werdverschoven naar 1 januari. De regering heeft hierna tot eind maart de tijd gevraagd. De BvL en de ALS hebben hier geen genoegen mee genomen.

De regering nam dinsdag het besluit naar de rechter te stappen, nadat beide bonden het aanbod van de regering om Srd 500 in januari en in februari aan de onderwijsgevenden uit te betalen, had afgewezen. Sinds oktober ontvangen de leerkrachten elke maand Srd 375 in afwachting van de herwaardering. Het aanbod werdwel aangenomen door de Federatie van Organisaties van Leerkrachten in Suriname (FOLS).

De Staat wordt vertegenwoordigd door de advocaten Dwight Kraag en Edward Naarendorp.

Kraag heeft de rechter voorgehouden, dat de regering het herwaarderingsplan al in uitvoering heeft. Er moeten nog enkele administratieve zaken worden afgerond. De herwaardering van de leerkrachten gaat per 1 januari in. Kraag zei verder, dat het aan de rechter is om te beoordelen of wat naar voren is gebracht genoeg is.


De Staat beweert, dat er geen reden is voor de BvL en de ALS om actie te voeren. De regering heeft niet gezegd dat het herwaarderingsprogramma niet wordt uitgevoerd.

De Staat heeft geëist dat de bonden een dwangsom van Srd 100.000 per uur betalen bij een veroordeling, als zij het vonnis niet naleven om onmiddellijk het werk te hervatten. De ALS en de BvL hebben een miljoen Srd per uur geëist in een tegenvordering, omdat de Staat afgesloten overeenkomsten niet nakomt.

Advocaat Sewcharan, lichtte de tegenvordering van de bonden toe aan de leerkrachten. Valies merkte op, dat Sewcharan de zaak van de bonden uitmuntend heeft verdedigd tijdens de zitting. Wie de bal kaatst moet deze terugverwachten, stelde Sewcharan. Vandaar de tegenvordering.

Valies heeft de leerkrachten gevraagd zich vrijdag om half tien te melden in Theater Unique. Hij benadrukte dat de regering zich moet houden aan conventies. De loonparagraaf kan volgens hem niet eenzijdig worden ingevuld. De werknemers horen hier inspraak in te krijgen op basis van internationale conventies.

Man in AZP gebracht met schotwond in een been

30-Jarige man ontdekt schotwond nabij de Plattebrug aan de Waterkant

Onduidelijk is wie schot heeft gevuurd en waarom


Op de Spoed Eisende Hulp van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo, AZP, is donderdagochtend 26 januari 2017 de 30-jarige H.B. binnengebracht met een schotwond in het linkerbeen. Volgens verklaring van de man bevond hij zich in zijn voertuig aan de Waterkant ter hoogte van de Plattebrug in Paramaribo.

B. was op dat moment bezig met zijn telefoon toen hij op een bepaald moment een schot hoorde. Gelijk na de knal kreeg hij een branderig gevoel in een been. Hij had toen pas in de gaten dat hij geraakt was. Hij keek naar zijn been waar veel bloed uit sijpelde.

B. werd paniekerig, startte zijn voertuig en reed weg. Gekomen op de kruising van de Waaldijk- en de Anton de Komstraat raakte hij het bewustzijn kwijt. Een kennis van hem, een zekere R.H., die in de omgeving woonachtig is, bood het slachtoffer hulp aan nadat hij door gekregen had dat B. gewond was. H. bracht het slachtoffer naar het ziekenhuis.

De politie van het bureau Centrum aan de Keizerstraat is belast met het onderzoek.

Minister Pengel installeert commissie Nationale Geneesmiddelen Klapper

Commissie moet ministerie adviseren ter vaststelling van Geneesmiddelen Klapper en gegevens up to date houden

(Bron foto: ministerie van Volksgezondheid)

De minister van Volksgezondheid, Patrick Pengel, heeft afgelopen maandag de Nationale Geneesmiddelen Klapper commissie geïnstalleerd. Deze commissie is voor een periode van drie jaren benoemd, te rekenen van 9 november 2015 tot en met 9 november 2018. Suriname heeft zich geconformeerd aan de algemene doelstelling om belangrijke geneesmiddelen voor de gemeenschap ter beschikking te hebben, zo bericht het ministerie vandaag, donderdag 26 januari 2017.

'Geneesmiddelen zijn een belangrijke bouwsteen van elk gezondheidszorgstelsel. De selectie van essentiële geneesmiddelen is één van de kernbeginselen van een nationaal geneesmiddelenbeleid. Het helpt om prioriteiten voor alle aspecten van de farmaceutische kolom vast te stellen; vanaf de financiering, tot de aankoop alsook het vaststellen van welke geneesmiddelen bovenop de stapel worden gelegd, bij een aanvraag tot registratie en in de financiering van een Universal Health Coverage. Om het maximale uit de beschikbare middelen te halen ter dekking van de zorgvraag is werkzaamheid en rationeel gebruik van geneesmiddelen een belangrijke factor', aldus de minister van Volksgezondheid in de richting van de geïnstalleerde commissieleden van de Nationale Geneesmiddelen Klapper.

Enkele van de taken van de commissie zijn het adviseren van het ministerie ter vaststelling van de Nationale Geneesmiddelen Klapper(zie hieronder), het uitbreiden van het beschikbare pakket aan medicijnen voor de mensen in Suriname, beter contact hebben met belanghebbende waar onder de zorgverleners, zorgverzekeraars en de patiënten vereniging.





Een belangrijk doel van de commissie is om de lijst van de geneesmiddelen zo up to date als mogelijk te houden. Rekening houdend met de werkzaamheid van de medicijnen en economische haalbaarheid en betaalbaarheid van de middelen die op de lijst voorkomen.

De minister wenste de commissie heel veel succes met deze belangrijke taak voor de Surinaamse gemeenschap in het bijzonder het ministerie van Volksgezondheid en gaf de leden mee, dat er een grote verantwoordelijkheid op hen ligt om transparant en efficiënt te werken en om er voor te zorgen dat er geen belangenverstrengeling plaats vindt.

Voorzitster dr. E. Dams gaf aan, dat ze met zijn allen de verantwoordelijkheid voelen om een goed modern en vooruitstrevende medicijnen beleid te voeren. In de Nationale Geneesmiddelen Klapper commissie hebben zitting mevrouw dr. E. Dams, (voorzitster), mevrouw M. Naarendorp, (ondervoorzitster) mevrouw drs. M. Mohan-Algoe, mevrouw drs. E. Boomsma, de heer drs. V. Sewbarat Misser en de heer drs. W Balraadjsing.

De Nationale Geneesmiddelen Klapper is al geruime tijd ook online te vinden via www.ngksuriname.org.

Vijftien basisgoederen worden goedkoper

Ministerie van HI stelt pakket goederen samen vrijgesteld van invoerrechten en omzetbelasting


Het ministerie van Handel en Industrie heeft een pakket van goederen samengesteld dat vrijgesteld is van invoerrechten en omzetbelasting. Daarenboven wordt het statistiekrecht gereduceerd tot Srd 10. Voor het garanderen van de beschikbaarheid van basisgoederen tegen verlaagde prijzen, heeft het ministerie van Handel en Industrie een bepaald pakket basisgoederen samengesteld waarvan de maximale consumentenprijzen gepubliceerd zullen worden. Dit meldt het ministerie vandaag, donderdag 26 januari 2017.

Importeurs die in aanmerking wensen te komen voor vrijstelling van deze invoerheffingen, dienen zich te houden aan de Wet Prijszetting en Prijsbewaking 1984 en moeten vooraf hun invoerdocumenten (factuur, Bill of lading, enzovoorts), vergezeld van een kostprijscalculatie bij het ministerie van Handel en Industrie overleggen.

De maximale consumentenprijzen van deze goederen die met vrijstelling van invoerrechten en andere importheffingen worden geïmporteerd, zullen periodiek door het ministerie worden gepubliceerd. Winkeliers die deze basisgoederen verhandelen zullen zich moeten houden aan de door Handel en Industrie gepubliceerde maximale consumentenprijs conform de wet Prijszetting en prijsbewaking, deelt het ministerie mee.

Internationaal symposium AdeKUS over medische geschiedenis van Suriname

Tijdens symposium presentatie resultaten studies over lepra en bestrijding ervan


De Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) houdt 27 en 28 januari in het IGSR-gebouw een internationaal symposium over de medische geschiedenis van Suriname. Dit is een bijzondere samenkomst van personen uit verschillende disciplines, zoals historici, dermatologen, artsen, biologen, specialisten in DNA-onderzoek, cultuurspecialisten en sociale wetenschappers. 

Tijdens dit symposium worden de resultaten gepresenteerd van recente studies op het snijpunt van geschiedenis, geneeskunde, biologie, farmacologie, dermatologie en de sociale wetenschappen. Deze activiteit is voor de wetenschap en het beleid een eye-opener met een grote diversiteit aan voor Suriname belangwekkende thema’s. 

Enkele jaren geleden is een grootschalig vergelijkend historisch bronnenonderzoek opgestart in Nederland over lepra en leprabestrijding in Suriname en Indonesië in de koloniale tijd (1750-1950). Na overleg besloot Jack Menke vanuit een Surinaams perspectief, met Melinda Reyme, en de dermatoloog Henk Menke een bottom-up historische studie te doen waarbij de stem centraal staat van oude lepra patiënten die vroeger in leprozerieën waren geïsoleerd. Tijdens dit symposium zullen de resultaten van deze studies gepresenteerd worden.

Het symposium wordt morgenavond om kwart over zeven worden geopend door de minister van Volksgezondheid, Patrick Pengel. Na de opening wordt een keynote speech gehouden door Maureen Lichtveld, die het gaat hebben over The History of Public Health in Suriname. Hierna is er een panel over ‘Lepra en kolonialisme’, met vier andere sprekers, die het gaan hebben over de epidemiologie over lepra in Suriname, lepra palaeomicrobiologie, Salomon Bueno de Mesquita en Peerke Donders en Batavia. De eerste dag zal afgesloten worden met de vertoning van een documentaire van Boris Evers en Toine Pieters getiteld: ‘Leprasporen in Suriname’.

Voor de tweede dag, zaterdag 28 januari, zijn twee panels gepland, namelijk ‘Gezondheidszorg in Suriname’ en ‘Lepra epidemiologie en oral history’, met presentaties van Joop Vernooij, Humphrey Lamur, Edward van Eer, Marthelise Eersel, Eric Kafiluddin, Sahienshadebie Ramdas, Jack Menke en Melinda Reyme. Op deze dag zal ook de presentatie plaatsvinden van een nieuw boek over ‘lepra en kolonialisme’ door Stephen Snelders. Het symposium wordt afgesloten met een ronde tafel discussie, die moet resulteren in het vaststellen van de contouren van toekomstig wetenschappelijk onderzoek aangaande de medische geschiedenis in Suriname.

Het symposium is een gezamenlijk initiatief van het Instituut voor Maatschappijwetenschappelijk Onderzoek (IMWO), het Institute For Graduate Studies & Research (IGSR) en de Faculteit der Humaniora en de Faculteit der Medische Wetenschappen. Andere belangrijke deelnemende partners zijn: het Rooms katholieke Bisdom Paramaribo en de Dermatologische Dienst Suriname. Het R.K. Bisdom organiseert in dit kader zondag 29 januari een boottocht naar Batavia aan de Coppenamerivier.

Bijzondere Nederlandse korte documentaire over dubbelleven marron Fred Pansa

Fred Pansa, uit Paramaribo, organiseert excursies naar binnenland voor toeristen

'Hij wordt eigenlijk uit elkaar getrokken door twee werelden'


Vorig jaar reisde Sietse van der Molen uit Ede vanuit Nederland naar Suriname voor de productie van de korte documentaire Duizend Procent. De film gaat over het dubbelleven dat de marron Fred Pansa leidt door zowel in Paramaribo als in het tropisch regenwoud van het binnenland te leven, zo laat Van der Molen vandaag, donderdag 26 januari 2017, tegenover De Surinaamse Krant weten.

De documentaire is door hem samen gemaakt met Marije Huijsman die in 2014 stage liep bij het 10 minuten Jeugdjournaal in Suriname. Daar leerde zij Pansa kennen. Hij organiseert excursies naar het Surinaamse binnenland voor toeristen. Marije ging mee op zo’n excursie en raakte onder de indruk van de wilskracht en het doorzettingsvermogen van deze man. Zelfs zo erg, dat ze na terugkomst in Nederland besloot dat er een film over hem moest komen, zo is te lezen op de website 2doc.nl.

'Twee jaar voordat ik met Fred op deze excursie ging sprak hij nog helemaal geen Nederlands. Inmiddels heeft hij op zijn berg allerlei voorzieningen zoals een douche aangelegd', aldus Huijsman. De berg waar zij het over heeft vormt een belangrijk onderdeel van de trektocht die Fred organiseert. 'Als je deze berg, die door Fred gepacht wordt, nu opzoekt op Google Maps draagt deze zelfs de naam ‘Fredberg’.'

Ze riep de hulp in van haar studiegenoot Van der Molen die de technische en uitvoerende kant van de documentaire voor zijn rekening moest nemen. Huijsman had al eerder met hem samengewerkt aan projecten en dat was goed bevallen. 'Ik besloot hem dan ook te vragen of hij met mij wilde afstuderen op deze film.'

Sietse stond echter niet meteen na het horen van het idee te springen om deel te nemen in dit project. 'Marije had haar Suriname-verhaal over Fred inmiddels al zo’n vier keer verteld', zegt Sietse 17 januari op de website doc.nl. 'Maar ik begreep nog niet echt waarom het verhaal van Fred interessant genoeg zou zijn voor een documentaire. Een van onze docenten legde toen uit waar dit verhaal volgens hem over ging. Fred is namelijk een echte Surinamer uit het binnenland die tegen wil en dank naar de stad moet. Hij wordt eigenlijk uit elkaar getrokken door twee werelden. Toen ik die invalshoek hoorde viel het voor mij ook op zijn plek.'

'Sinds de Nederlandse première in juni hebben we de derde juryprijs op het documentairefestival CampusDoc te Utrecht in ontvangst mogen nemen (uit handen van Journaallezer Jeroen Overbeeke. De jury - NTR, NOS journaal - was zeer te spreken over het hoge filmische niveau en de actuele thematiek van de Edese inzending.), draaide de film voor Surinamers in de Amsterdamse Bijlmer en kregen we nominaties voor internationale filmfestivals', aldus Van der Molen vandaag.


Van der Molen: 'De Surinaamse gemeenschap in Nederland heeft de film al in zijn hart gesloten, maar het is tot nu toe lastig geweest om de documentaire ook in Suriname onder de aandacht te brengen door de kleine hoeveelheid Surinaamse filmfestivals. Dat is jammer, want wij zien de film zelf als een stuk nationale trots waar júist door Surinamers van genoten moet worden. Dat probleem is nu opgelost, aangezien de film sinds deze week ook online te bekijken is via de documentairewebsite 2Doc.nl.'

Marije Huijsman studeerde in 2016 af aan de Christelijke Hogeschool Ede. Op dit moment werkt ze voor NOBS als editor bij omroep MAX. Zij heeft daarnaast haar eigen bedrijf, Marije Huijsman Producties, maar door haar dagelijkse werkzaamheden ligt dit nu even stil.
Sietse van der Molen zal na het afronden van zijn scriptie ook afstuderen aan de Christelijke Hogeschool Ede. Ook hij heeft zijn eigen bedrijf, MediaMolen, en wordt in die hoedanigheid ingehuurd voor losse filmklussen.

(Red. De Surinaamse Krant)

Deep Water Energy in Arnhem plaatst 'Oryon Watermill' waterkrachtcentrale bij Duwatra

Waterkrachtinstallatie gaat drie dorpen van stroom voorzien - Plaatsing gepland voor juni/juli 2017


Deep Water Energy (DWE), het Oost-Gelderse bedrijf,gevestigd te Arnhem, achter de revolutionaire Oryon Watermill, zet een volgende belangrijke stap in zijn ontwikkeling. Ondersteund door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) plaatst DWE binnenkort een eerste waterkrachtinstallatie in Suriname. De zogeheten off-grid Oryon Watermill opstelling komt te liggen in de Surinamerivier bij het dorpje Duwatra. Dit bericht utilities.nl vandaag, donderdag 26 januari 2017.

De dertig kilowatt waterkrachtinstallatie wekt straks voldoende energie op voor de stroomvoorziening van in totaal drie dorpen.

Dolf Pasman, International Sales Manager van DWE, licht toe: 'Als de installatie straks volledig operationeel is, dragen we hem over aan de lokale bevolking. Nu zijn de inwoners nog afhankelijk van dure, vervuilende dieselgeneratoren. Straks krijgen ze hun stroom 24 uur per dag, zeven dagen per week van de stille, schone en uiterst efficiënte Oryon Watermill.'

Dolf Pasman en DWE-vennoot Jaap Ory raakten al begin januari 2012 in gesprek met de betrokken Surinaamse ministeries en met het Surinaamse energiebedrijf. Uiteindelijk vonden de samenwerkende partijen de juiste off-grid locatie en onlangs besloot RVO tot ondersteuning van het project.



Dolf Pasman: 'RVO biedt Nederlandse MKB-bedrijven financiële hulp bij de realisering van projecten in het buitenland. Met die steun kunnen bedrijven, zoals DWE, wereldwijd hun innovatieve producten demonstreren. Ook daarom is de locatie zo belangrijk; die moet voor andere geïnteresseerde partijen in de regio goed bereikbaar zijn.'

Onder DWE-management worden op dit moment in Suriname de civieltechnische werkzaamheden uitgevoerd. Tegelijkertijd berekenen de engineers in Nederland de juiste capaciteit en wordt de bouw van de installatie voorbereid. De plaatsing staat gepland voor juni/juli 2017.

DWE voerde eerdere test- en demoprojecten uit, onder meer in de Oude IJssel in het Achterhoekse Ulft. Daarnaast is DWE betrokken bij het Tidal Technology Center in de Grevelingendam. Samen met Waterschap Rijn en IJssel en de gemeente Doesburg bereidt DWE de bouw van een waterkrachtcentrale in de sluis bij Doesburg voor.

Ook wereldwijd groeit de belangstelling voor de Oryon Watermill onstuimig, constateren Dolf Pasman en Jaap Ory: 'Vrijwel dagelijks komen er nu aanvragen voor technische informatie en concrete offertes binnen. Die zullen niet direct allemaal vallen, want het zijn lange trajecten. Maar we voorzien voor 2017 eerste substantiële orders.' 

DWE profiteert van de wereldwijd sterk groeiende vraag naar duurzaam opgewekte energie. Wind en zon spelen daarin een leidende rol. Maar, met de Oryon Watermill is water sterk in opkomst. DWE vult met zijn waterkrachtcentrale op innovatieve wijze de behoefte in aan decentraal opgewekte, betaalbare energie. Een uitkomst voor gebieden die niet aangesloten zijn op een energienet en waar energie nu vrijwel onbetaalbaar is.

Zeven jaar cel voor Guyanese anti-narcotica agent voor smokkel drugs naar Suriname

Agent trachtte amfetamine en marihuana via backtrack-route naar Suriname te smokkelen


Een Guyanese anti-narcotica agent is gisteren in de 'Springlands Maistrates' Court te Georgetown tot zeven jaar cel veroordeeld voor een poging marihuana en amfetamine naar Suriname te smokkelen. De 24-jarige Ian Michael Johnson uit Stanleytown, New Amsterdam, werd schuldig bevonden aan twee feiten inzake bezit van drugs voor smokkel, zo bericht de Guyanese nieuwswebsite Demerara Waves vandaag, donderdag 26 januari 2017.

Hij werd veroordeeld tot vier jaar cel voor het bezit van 2.525 kilo marihuana en drie jaar cel voor het in bezit hebben van 15 gram amfetamine.

Volgens de politie wilde Johnson op 5 juni 2016 aan boord van een boot gaan met een koffer bij de backtrack-route te Number 7 Village, Corentyne. Bij een controle troffen agenten en medewerkers van de Guyana Revenue Authority (GRA, de Belastingdienst) de drugs aan in de dubbele bodem van de koffer.

Suriname in positieve zin 24 plaatsen gestegen in 'corruptie index' van Transparency International

Van plaats 88 in 2015 stijgt Suriname in 2016 naar plek 64


Suriname heeft 'grote stappen voorwaarts' gemaakt in de strijd tegen corruptie, zo is vandaag, donderdag 26 januari 2017, te lezen in de Ware Tijd. Waar het land in 2015 door de internationale waakhond Transparency International (TI) nog 88e op een lijst van 176 landen in de wereld gerangschikt stond, maakt het een sprong naar de 64e plaats. Die plek wordt gedeeld met Zuid Afrika, Senegal, Oman en Montenegro. 

Suriname staat momenteel hoger genoteerd dan landen als Brazilië (79), Jamaica (83), Argentinië (95) en Guyana (108). Uitgaande van de onderwerpen waar landen op getoetst worden, behaalde Suriname een score totaal van 45 punten, een verbetering van de 36 die de afgelopen drie jaar zijn genoteerd.

Er is echter lang geen reden tot feesten: 'Waar landen onder de vijftig scoren, betekent het dat regeringen onvoldoende doen tegen corruptie', schrijft TI in haar gisteren gepubliceerde rapport.



Er zijn in 2016 markante schandalen ontdekt in de Amerika's die goed zijn geweest voor de corruptiebestrijding (zie onderaan). In Brazilië werd grootschalige corruptie bij het staatsoliebedrijf Petrobas ontdekt, terwijl de wereld in de greep was van de Panama Papers. Bij dit laatste houden rijken bijna vier miljard Amerikaanse dollar aan vermogen via brievenbusbedrijven verborgen. Ook hooggeplaatste figuren werden aangepakt wegens corruptie, zoals de schoondochter van de Chileense president en het voormalige staatshoofd van Argentinië, Cristina Fernandez de Kirchner.

Er worden in diverse landen concrete maatregelen tegen corruptie getroffen, omdat er steeds meer druk op machthebbers wordt uitgeoefend door hun bevolking.









AMERICAS: SOMETIMES BAD NEWS IS GOOD NEWS

Regional analysis by Jessica Ebrard, Transparency International
https://www.transparency.org/news/feature/americas_sometimes_bad_news_is_good_news
It is not always bad to have headlines about corruption. From the Panama Papers in April to the record US$3.5 billion Odebrecht settlement in Brazil in December, 2016 was a good year in the fight against corruption in the Americas
The Panama Papers revealed that a Panamanian law firm helped set up thousands of secret shell companies, many of them used by corrupt politicians, criminals and tax abusers around the world. The Odebrecht settlement with the U.S. Department of Justice shed light on a company spending millions of dollars on bribing politicians and political parties across Latin America, as well as in two African countries in order to win business contracts.
The wealthy and powerful were also increasingly placed under the spotlight. The Chilean President’s daughter-in-law was charged in a corruption case, and former Argentinian President Cristina Fernandez de Kirchner is now under investigation on corruption charges, among several other examples.
2016 was also notable in that large corruption investigations continued to jump across national borders. On cases from Odebrecht to Petrobras and FIFA, we see increasing communication and cooperation among regulators and law enforcement throughout the region and also with their counterparts in Europe and the United States.
The fight against corruption has dominated discussion in the Americas for years now, from online and traditional media to mass protests.
One thing is clear though: even if 2016 marks the start of a shift towards more active enforcement by authorities in response to these public demands, there is still a long way to go.
The average score on the 2016 Corruption Perceptions Index was 44 out of 100 for the Americas. Anything below 50 indicates governments are failing to tackle corruption.
In many parts of the region, impunity continues to be a major problem. Even in countries where cases of large-scale corruption are being tackled, the risk remains that this is the result of the efforts of a small group of brave individuals rather than a long-term plan.
Venezuela, with a score of 17, is the lowest scorer in the region. Last year saw hundreds of thousands of citizens protesting against the government. In Mexico, while the government tries to clean the country’s image through a series of reforms, corruption scandals continue to escalate and the President’s approval rating is at its lowest ever. With a loss of 5 points in this year’s index, Mexico is the region’s biggest decliner.

WHAT NEEDS TO HAPPEN

Perhaps as a consequence of the Panama Papers revealing the offshore holdings of many public officials, commitments to continue anti-corruption efforts were on display throughout the year. For instance, at the London Anti-Corruption Summit in May 2016, commitments to increase transparency around the real owners of anonymous shell companies were made by Argentina, Brazil, Colombia and Mexico.
Citizens must keep up pressure on leaders and continue to demand the transparent, accountable and functioning institutions the region needs to make sure these and similar commitments are delivered on. Authorities in every country should ramp up their efforts to stop powerful corporate leaders and public officials from getting away with acts of Grand Corruption with impunity. This includes enhancing regional cooperation between law enforcement.
As the Panama Papers showed, the combination of whistleblowers, big data and networked journalism is proving to be a powerful force for change. In coming years, governments in the Americas will have to become more transparent, or increasingly they will find transparency forced upon them

'Hoeveel geld is er voor onze zorg?'

'Wat moeten we doen om de zorg weer op peil te brengen?'

'Er moet dringend meer geld beschikbaar komen om de zorg uit de gevarenzone te krijgen'


Ziekenhuizen die de salarissen van hun personeel nauwelijks kunnen uitbetalen. Zorg in het binnenland die niet geleverd kan worden wegens geldgebrek. Personeel van de RGD in actie vanwege uitblijven van subsidie. Volksgezondheid in gevaar wegens gebrek aan werkmaterialen bij het laboratorium van het BOG. Schaarste aan dure medicamenten. Het lijkt allemaal kommer en kwel in de gezondheidszorg doordat er te weinig geld beschikbaar is. Hoeveel geld is er voor onze zorg? Wat moeten we doen om de zorg weer op peil te brengen? Prangende vragen waarop in dit artikel wordt ingegaan. 

Het is niet eenvoudig om precies te bepalen hoeveel geld er in totaal in de gezondheidszorg omgaat. Middels National Health Accounts worden de zorguitgaven van de publieke sector, de private sector en de consument (out-of-pocket) berekend. Hieruit kan worden herleid hoeveel geld er naar de zorg vloeit, welk bedrag er gemiddeld per inwoner wordt besteed aan zorg en welk percentage van de nationale bestedingen naar de zorg gaat. Deze laatste indicator (total health expenditures as percentage of Gross Domestic Product) geeft aan welke relatieve inspanning de economie moet plegen om de zorgkosten op te brengen. Met dit percentage wordt eigenlijk aangegeven welk belang een land hecht aan zijn zorgsector: een hoger percentage geeft een hogere prioriteit weer, een lager percentage reflecteert een lagere prioriteit.

Er is geen ideaal percentage van het BBP voor te schrijven dat moet gaan naar de gezondheidszorg. Elk land stelt zo zijn eigen prioriteiten om de zorg te financieren. Maar er zijn uit de beschikbare wereldwijde cijfers wel bepaalde trends te halen. Zo geven de lage inkomenslanden gemiddeld tussen de 4% en 6% van hun BBP uit aan gezondheidszorg; bij de hoge inkomenslanden zit dit percentage gemiddeld tussen de 12% en 15% (bron: Wereldbank). De tendens is dat naarmate landen zich verder ontwikkelen de zorg steeds hoger op de politieke agenda komt en een steeds hoger percentage van het BBP naar de zorg gaat.

Zorguitgaven Suriname 
Nu naar de cijfers van Suriname. De laatste volledige National Health Accounts van Suriname dateert alweer van 2006. Sedertdien worden de uitgaven aan de gezondheidszorg bepaald aan de hand van beschikbare data en inschattingen. Vanwege de onvolledigheid van data kan er dus wel enige inaccuraatheid in de cijfers zitten. Volgens globale schattingen is in 2016 circa SRD 1 miljard uitgegeven aan onze zorg. Bij een BBP van circa SRD 18 miljard (bron: Centrale Bank van Suriname) komt het erop neer dat in 2016 ongeveer 5.6% van onze BBP is besteed aan de zorg. Vergeleken met landen met een soortgelijke economische status is dit percentage aan de lage kant.

Nog zorgwekkender is dat uit data van de Wereldbank (data.worldbank.org) en van de Pan American Health Organization (Health Situation in the Americas 2016) blijkt dat onze uitgaven aan gezondheidszorg als percentage van het BBP stelselmatig zijn afgenomen van 9.7% in 2000 naar 5.7% in 2014. Ter vergelijk: wereldwijd zijn de zorguitgaven juist toegenomen van 9.0% in 2000 tot 9.9% in 2014. Het Caribische gebied kent in dezelfde periode een gemiddelde toename van zorguitgaven van 5.2% naar 6.1%. Suriname is een van de weinige landen in de regio waar de zorguitgaven in het afgelopen decennium proportioneel flink zijn teruggevallen. Zijn onze beleidsmakers in de afgelopen tijd misschien minder waarde gaan hechten aan een goede gezondheidszorg? Dat zou een uitermate verkeerde keuze zijn voor onze samenleving!

Stellingen 
Over de financiering van de gezondheidszorg in Suriname worden vaker verschillende standpunten geuit. Hieronder passeren enkele van deze stellingen de revue.

De zorg moet eerst zijn waarde bewijzen alvorens er meer geld beschikbaar zal komen. Een merkwaardige stelling. Moet het personeel van de zorginstellingen eerst de straat op, voordat er geld beschikbaar komt om hen maandelijks uit te betalen? Moeten ziekenhuizen eerst omvallen, om dan te ontdekken dat we geen adequate ziekenhuiszorg meer kunnen bieden aan patiënten? Moet de kwaliteit van zorg verder afglijden, totdat het onverantwoord wordt om nog langer zorg te leveren? Moeten er doden vallen, alvorens beseft wordt wat de waarde is van een goed zorgstelsel?

Iedereen moet bezuinigen, ook de gezondheidszorg. Een waarheid als een koe. Iedereen begrijpt dat we in een economisch zeer moeilijke tijd leven. We zullen met z’n allen de tering naar de nering moeten zetten, ook in zorgland. We hebben de plicht om onze zorg efficiënter te maken en om verspillingen tegen te gaan. Slimmer inkopen en meer samenwerken zijn mogelijkheden om te bezuinigen. Maar waarom moet de zorg proportioneel steeds meer inleveren? Gelet op de eerder genoemde terugval aan zorguitgaven zouden wij er nu eerder voor moeten kiezen om te koesteren wat met veel inspanningen binnen de zorg is opgebouwd. Uiteraard zijn er meerdere sectoren in ons land die net zo hulpbehoevend zijn als de volksgezondheid. Het is dus van belang om een goed nationaal bestedingsbalans tussen deze sectoren te vinden. Het wordt tijd om een weloverwogen financieringsplan voor de zorg te maken en af te spreken welke middelen beschikbaar moeten zijn om de zorg op het gewenste peil te houden.

We moeten meer investeren in goedkopere preventieve zorg en minder in dure curatieve zorg. Hier valt zeker wat voor te zeggen. Alom is aangetoond dat investeringen in preventie en een gezonde levensstijl leiden tot een gezondere bevolking en uiteindelijk tot minder zorgkosten. Aan de andere kant heeft de samenleving hoge verwachtingen omtrent de beschikbaarheid van kostbare medische behandelingen in ziekenhuizen en dure levensreddende medicijnen. In welke mate wij op realistische wijze aan de toegenomen zorgverwachtingen van de samenleving kunnen voldoen, zal door een brede discussie met alle betrokkenen moeten worden vastgesteld.

Meer geld naar de zorg! 
De rode draad van dit betoog is dat de uitgaven aan de zorg in Suriname onevenredig zijn afgenomen. Het tij moet worden gekeerd. Er moet dringend meer geld beschikbaar komen om de zorg uit de gevarenzone te krijgen. De benodigde financiering voor de zorg moet beleidsmatig worden vastgesteld en worden gegarandeerd. Dan hoeven de discussies in de zorg niet steeds te gaan over geld, maar kan vooral geconcentreerd worden op de kwaliteit en de effectiviteit van onze zorg. Want uiteindelijk willen we allemaal onze burgers een lang en gezond leven bieden.

Manodj Hindori

Curaçao Tourist Board (CTB) weer op New York Times Travel Show van 27 tot 29 januari

CTB heeft in haar stand te New York een fotomozaïek van de Handelskade



De Curaçao Tourist Board (CTB) staat ook dit jaar weer op de New York Times Travel Show van 27 tot 29 januari. Dit is een van de grootste beurzen van de reisbranche in de Verenigde Staten en toeristische bestemmingen van over de hele wereld zijn hier vertegenwoordigd. In totaal zijn er meer dan 500 standhouders afkomstig uit 150 landen, zo bericht vanochtend, donderdag 26 januari 2017, het Antilliaans Dagblad.

Deelnemers zijn onder andere toeristenbureaus, bestemmingen, cruises, touroperators en hotels en resorts. De beurs trekt 6.000 professionals uit de reisbranche, 600 mediaprofessionals en 15.000 vakantiegangers.

De stand van Curaçao op de vorige New York Times Travel Show in 2016 oogstte veel succes met de virtual reality-brillen en won de prijs voor de meest originele stand van de beurs.

Ook dit jaar gaat CTB een interactieve activiteit organiseren. In de stand wordt op een wand een mozaïek van de Handelskade gecreëerd. Deze mozaïek wordt samengesteld uit foto’s die in het beursweekend worden geplaatst op Instagram met de hashtag #RightNowInCuracao.

CTB vraagt voor het creëren van deze promotionele weergave van Curaçao de hulp van het publiek. Het toeristenbureau vraagt om een foto van jezelf of je omgeving te plaatsen op je open Instagram-account en te taggen met #RightNowInCuracao en @CuracaoTB te volgen gedurende het weekend van 27 tot 29 februari. De foto wordt dan geplaatst in het mozaïek. Na de beurs zal het mozaïek naar Curaçao worden verscheept.

Geen stemrecht 2e Kamerverkiezingen voor groep Curaçaoenaars, Arubanen en Sint Maarten

Arubaans Statenlid Bikker haalt bakzeil bij Raad van State


Curaçaoënaars, Arubanen en Sint Maarten worden terecht uitgesloten van deelname aan de Tweede Kamerverkiezingen als zij niet ten minste tien jaar ingezetene zijn geweest van het land Nederland. Dat heeft de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald in het beroep dat onder meer door het Arubaanse Statenlid Andin Bikker was ingediend tegen de afwijzing van minister Ronald Plasterk (PvdA) van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van het verzoek van een Arubaan om zijn stem te mogen uitbrengen als Nederland op 15 maart een nieuw parlement kiest. Dit bericht het Antilliaans Dagblad vandaag, donderdag 26 januari 2017.

Bikker, die behalve Statenlid ook advocaat is, had twee weken geleden tijdens de hoorzitting betoogd dat besluitvorming die in Den Haag - bijvoorbeeld in de Rijksministerraad - tot stand komt effect heeft op de Caribische delen van het Koninkrijk zonder dat de inwoners er invloed op kunnen uitoefenen, omdat zij geen stemrecht hebben voor de Tweede Kamer. Bikker voerde aan dat dit des te meer klemt, omdat er nog altijd geen geschillenregeling is.

'De Raad van Ministers van het Koninkrijk mengt zich door middel van Algemene Maatregelen van Rijksbestuur en koninklijke besluiten met enige regelmaat en steeds vaker in de rechtsorde van Aruba, waardoor inwoners van Aruba direct worden geraakt. Nu de Rijksministerraad uiteindelijk feitelijk en juridisch uitsluitend verantwoording aflegt aan de Tweede Kamer hebben zij ten onrechte geen inspraak in de samenstelling en de besluitvorming van dit orgaan', aldus Bikker.

Hij meende ook dat er sprake is van ongelijkheid ten opzichte van de inwoners van Caribisch Nederland die wel stemrecht hebben voor de Kamer.

Om de weigering van Plasterk aan te vechten beriep hij zich op het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

In de gisteren gepubliceerde uitspraak (zie hieronder) maakt de Raad van State korte metten met Bikkers argumenten. De bestuursrechters erkennen, dat in Nederland genomen besluiten invloed kunnen hebben op de Caribische landen, maar dat dit beperkt blijft tot een beperkt aantal - in het Statuut genoemde - beleidsterreinen. Bovendien, zo stelt de RvS, hebben de landen mogelijkheden om invloed op de besluitvorming uit te oefenen. 'Het Statuut voorziet in waarborgen en voorzieningen ten behoeve van de inbreng van de landen.'

EU steunt kustbeschermingsproject Suriname en Guyana met miljoen euro

Suriname en Guyana in staat meer te ondernemen ter bescherming rijkdommen in zee en aan kust

(Bron: Red. De Surinaamse Krant/Google Earth)

Het project voor het vergroten en beschermen van rijkdommen in zee en langs de kust van Suriname en Guyana is dinsdag officieel gelanceerd in Theater Unique in Paramaribo met de ondertekening van de samenwerkingsprotocollen tussen het Wereldnatuurfonds, de dienst Natuurbeheer, het Green Heritage Fund Suriname en de Guyana Protected Areas Commission enerzijds en de Europese Unie, die een miljoen euro aan het project heeft gedoneerd, anderzijds,zo schrijft de Ware Tijd donderdag 26 januari 2017.

Suriname kan nu samen met Guyana en overige partners meer acties ondernemen om de rijkdommen in de zee en langs de kust te beschermen.

Belangrijke aspecten zijn het menselijk welzijn, voedselveiligheid, klimaatbestendigheid, kustbescherming en de mogelijkheid tot ontwikkeling en verruiming van economische activiteiten. Het aspect van bescherming is voortgekomen uit een dialoog tussen de partners. Gezamenlijk zal nog worden afgestemd welke detailaspecten onder de noemer van 'bescherming' vallen.

Het project is begroot op 1,25 miljoen euro. Het bedrag moet in vier jaar worden besteed. In 2020 moet het aantal beschermde gebieden in Suriname tot 10 procent, onder dit project komen te staan.

Voor de ondertekening en lancering van het project waren in Theater Unique aanwezig de niet-residerende EU ambassadeur, Jernej Vicetic, en het niet-residerende EU Hoofd voor samenwerking, Christof Stock. Daarnaast waren er de vertegenwoordigers van de partners.

Sukadefabriek Suriname Candied Fruits gaat podosiri naar Nederland exporteren als proef

Belangstelling voor podosiri uit Nederland, VS, Zweden, Engeland, Duitsland en Canada


Sukadefabriek Suriname Candied Fruits (SCF) bereidt zich voor op een proefexport podosiri naar Nederland. Graciëlla Troenoredjo, manager kwaliteit en export, zegt vandaag,donderdag 26 januari 2017, in de Ware Tijd, dat de testzending niet lang op zich zal laten wachten. 

De fabriek richt zich hoofdzakelijk op het konfijten van vruchten, maar besloot vorig jaar uit te breiden met podosiri. Er zijn daarvoor contracten gesloten met vijftien landbouwers uit Marowijne die het product zullen leveren aan SCF. Troenoredjo zegt, dat de vraag heel groot is. Er is belangstelling uit Nederland, de Verenigde Staten, Zweden, Engeland, Duitsland en Canada.

Voor de proefexport wordt vijftig kilo pure podosiri, verwerkt zonder toevoeging, naar Nederland gestuurd.

Er zijn ook plannen om een testzending van tien kilo te sturen naar Hongkong, China. Het bedrijf wil dit jaar totaal 55.000 kilo podosiri exporteren.

SCF, in 2009 officieel opgericht, was vorige week ook aanwezig op de Agri- & Foodbeurs in Marowijne om meer bekendheid te geven aan het voornemen om podosiri te exporteren en meer telers aan te trekken. De huidige telers zullen worden getraind in de biologische teelt van podosiri.

 De fabriek richtte zich aanvankelijk op het konfijten van sukade. Later kwamen er andere vruchten bij zoals papaja, gember en ananas. Het fruit is afkomstig van de kwekerij van het bedrijf zelf en van lokale, gecertificeerde kwekerijen. Inmiddels is er al geëxporteerd naar Mauritius, Barbados en Nederland.

LVV-minister Algoe wil presidentiële commissie voor onderzoek uitgifte visvergunningen

'Aantal vergunningen in schril contrast met hoeveelheid vis die op Surinaamse markt belandt'


Tegen eind maart wil minister Soeresh Algoe van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) de evaluatie over de uitgifte van visvergunningen rond hebben. Elk jaar moeten visvergunningen worden verlengd. Op dit moment is er volgens Algoe nog geen enkele visvergunning voor 2017 verstrekt. De bewindsman zegt vandaag, donderdag 26 januari 2017, op Starnieuws dat hij president Desi Bouterse heeft gevraagd om een commissie samen te stellen om de uitgifte van visvergunningen aan een onderzoek te onderwerpen. Vissers mogen met hun vergunning van 2016 tot en met eind maart opereren.


Begin van de maand heeft minister Algoe tijdens een werkbezoek aan Nickerie gezegd, dat hij de werkwijze van het indienen van vergunningsaanvragen incorrect vindt. Zo zouden aanvragers vooraf de kosten betalen, zodat de minister ‘verplicht’ was om deze te verlenen. Hij zegt dat er bij één persoon 34 vergunningen zijn, die hij dan weer verder verhuurt. Met zoveel vergunningen is er nauwelijks vis in Nickerie te zien, constateert hij.

'We willen erop toezien dat gevangen vis in Suriname wordt gebracht. Het aantal vergunningen staat in schril contrast met de hoeveelheid vis die op de Surinaamse markt belandt.'

Bij de evaluatie zal worden nagegaan wat de aanlandingsplaats van de boten is en waar de vis in Suriname wordt geleverd.

De bewindsman wil het visvergunningenbeleid een andere vorm geven. Hij steekt de hand in eigen boezem voor wat de controlemechanismen betreft. Ook daar wil hij een onderzoek instellen. Controle is ook nodig op zee waar veel vissers netten met te kleine mazen gebruiken en zich niet houden aan de vergunningsvoorwaarden. Het gaat om de hele linie, bevolkingsvisserij, diepzee (trawler) visserij en lijnvisserij.

De LVV-minister tekent de vergunningen voor diepzee- en lijnvisserij, terwijl de onderdirecteur Visserij de vergunningen voor bevolkingsvisserij tekent. Op dit moment is er geen onderdirecteur Visserij, na het vertrek van Lieveld. De directeur van het departement is volgens Algoe bevoegd om deze te tekenen als daartoe wordt besloten. Voor zover hem bekend is, heeft de directeur ook geen nieuwe vergunningen verstrekt.

Assemblee behandelt vrijdag 27 januari Wet op de Staatsschuld

Minister Hoefdraad: 'Begroting en Ontwikkelingsplan worden goed op elkaar afgestemd'


De Nationale Assemblee zal morgen de Wet op de Staatsschuld in openbare vergadering behandelen. De regering had gevraagd om het schuldplafond (obligoplafond) van 60 naar 80 procent te verhogen. Coalitieleden die zitting hebben in de commissie van rapporteurs, onder leiding van NDP'er Amzad Abdoel, hebben voorgesteld om de regering toestemming te geven alleen voor de financiering van een begrotingstekort schuldverplichtingen aan te gaan. Het begrotingstekort mag maximaal 8% zijn. Dit bericht Starnieuws vandaag, donderdag 26 januari 2017.

Tijdens de openbare commissievergadering van gisteren zei minister Gillmore Hoefdraad van Financiën, dat hij in grote lijnen mee kan gaan met de voorstellen die gedaan zijn. Hij deelde mee, dat het Ontwikkelingsplan in de afrondende fase is. De begroting en het Ontwikkelingsplan worden volgens de bewindsman goed op elkaar afgestemd.

De begroting voor dit jaar wordt behandeld nadat het Ontwikkelingsplan is gepresenteerd.

De openbare commissievergadering werd geleid door Assembleevoorzitster Jennifer Geerlings-Simons, die opmerkte dat goed gelet zal worden op het begrotingstekort dat gepresenteerd wordt. De toestemming die de regering krijgt, wordt gekoppeld aan het beleid, waarbij De Nationale Assemblee controle zal uitoefenen. Abdoel voerde aan dat deze voorziening tijdelijk is. Wanneer de situatie genormaliseerd is, zal deze voorziening komen te vervallen. De negatieve groei van de economie waardoor het Bruto Binnenlands Product teruggelopen is, maakt deze voorziening noodzakelijk.

Commissielid Asiskumar Gajadien (VHP) zei, dat de Wet op de Staatsschuld liever ingetrokken wordt, als de regering nu zoveel ruimte krijgt om te lenen. Hij voerde aan dat de regering zo oneindig door kan gaan met lenen. Besloten werd dat dit essentiële vraagstuk tijdens de plenaire openbare vergadering verder bediscussieerd zal worden.

Uitgebrande auto in Groenhartweg, Para, vermoedelijk van vermiste studente

Moeder plaatst op Facebook oproep voor informatie over haar dochter Clarissa Boldewijn


Aan het einde van de Groenhartweg, te Para, is gisterochtend een uitgebrande auto aangetroffen. Buurtbewoners hebben hierna de politie ingeschakeld, waarna een onderzoek werd ingesteld. Er bestaat een vermoeden, dat de auto afkomstig is van de vermiste studente Clarissa Boldewijn, zo bericht de Ware Tijd woensdag 25 januari 2017.

Een buurtbewoner vertelt, dat hij in de vroege ochtend naar zijn kostgrond ging en toen een rooklucht waarnam, waarop hij alarm sloeg. In de directe omgeving werden geen andere personen aangetroffen.
De moeder van de studente plaatste een bericht op Facebook dat haar dochter al enige tijd vermist is en dat de auto van haar zou zijn:


Het vermoeden bestaat dat het voertuig in brand is gestoken. De zaak is overgedragen aan de afdeling Kapitale Delicten van het Korps Politie Suriname.

Bel goedkoop naar Suriname!