woensdag 8 februari 2017

Curaçaos minister Jesus-Leito werkt aan verbetering van ambulancedienst

Meer ambulances voor Fundashon Kuido di Ambulans en chauffeurs krijgen cursus


Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur Zita Jesus-Leito is hard aan de slag gegaan met plannen om ambulancedienst Fundashon Kuido di Ambulans (FKA) te verbeteren, zo bericht Paradise FM woensdag 8 februari 2017. 

Enkele weken geleden kwam de Algemene Rekenkamer tot de conclusie. dat de dienst niet aan alle voorschriften en normen van de wet- en regelgeving voldoet om verantwoorde ambulancezorg te garanderen. Ook zou de financiële situatie van de stichting te rooskleurig worden voorgesteld.

Vorige week kondigde de minister aan dat er dit jaar twee nieuwe ziekenauto’s bijkomen en datzelfde zal in 2018 en 2019 gebeuren. Ze heeft nu tegen de Extra gezegd, dat Nederland heeft toegezegd een nieuwe ambulance te doneren. Verder zullen er meerdere maatregelen worden getroffen om het functioneren van de dienst te optimaliseren. Zo krijgen de chauffeurs van de ambulances een cursus in het verantwoord manoeuvreren met hun auto in het belang van patiënt, de apparatuur en het verkeer. Voor die cursus zijn twee instructeurs overgekomen uit Nederland.

Verder moet onder meer de communicatie worden verbeterd. FKA beschikt niet over een goed functionerend systeem van radiocommunicatie tussen meldkamer en ambulances. Ook het telefoon- en portofoonsysteem voldoet niet aan de primaire eisen; de bereikbaarheid is niet op het hele eiland gegarandeerd.

Supermarkt aan Frederikshoopweg op klaarlichte dag beroofd

Politie-eenheden weten vier verdachten snel in kraag te vatten

Een van de verdachten loopt bij arrestatie schotwonden aan benen op


Een supermarkt aan de Frederikshoopweg te Pontbuiten in Paramaribo is vandaag, woensdag 8 februari 2017, op klaarlichte dag beroofd. Een van de vier slachtoffers heeft hierbij verwondingen opgelopen en is behandeld door de spoedpost van Libi Makandra (zie foto - Bron: 'Starnieuws'). 

Politie-eenheden wisten alle vier verdachten aan te houden. Starnieuws bericht te hebben vernomen, dat de overvallers gewapend waren met jachtgeweren en vuistvuurwapens. Zij hebben Srd 12.000, belkaarten, mobiele telefoons, beveiligingscamera en een personenauto buitgemaakt. Die auto is teruggevonden. Het bericht op Starnieuws vermeldt niet of de overige buit ook is gevonden.

Eenheden van het Regio Bijstandsteam Midden en de surveillance dienst van Regio Midden hielden in eerste instantie drie verdachten aan. Rond vier uur vanmiddag kon de vierde verdachte aangehouden worden door het Regio Bijstandsteam Midden. De verdachte heeft daarbij schotwonden opgelopen aan beide benen. Hij wordt onder politiebewaking behandeld op de Spoedeisende Hulp van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo.

(Bron: Red. De Surinaamse Krant/Google Earth)

Speciale delegatie van Amerikaanse multinational in Suriname tweede week februari

Amerikanen gaan in gesprek met Surinaamse regering over 'vertrek'-kwestie en gevolgen

- 'Wij willen eerst meer uitleg van president in parlement alvorens vervolggesprekken door presidentiële commissie met de delegatie worden gevoerd'
- 'Kwestie onderhandelingen over definitieve sluiting Alcoa in Suriname riekt nog steeds naar corruptie, omdat er teveel onduidelijkheden zijn'


Een speciale delegatie van de multinational Alcoa zal in de tweede week van februari in Suriname zijn om verdere gesprekken te voeren over het conflict waarin Suriname momenteel verwikkeld is met de multinational. Dit zegt Assembleelid Asiskumar Gajadien (VHP), lid van de speciale parlementaire commissie belast met deze kwestie, vandaag, woensdag 8 februari 2017, in het Dagblad Suriname. 

Op de laatste vergadering in het parlement over dit issue, op 12 januari, hebben coalitie en oppositie behoorlijke kritiek geleverd op het beleid van de regering rond Alcoa. De aanbevelingen van de volksvertegenwoordiging van november 2015 zijn niet uitgevoerd. Aan het gezicht van minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen was duidelijk af te lezen dat hij totaal niet betrokken is bij de onderhandelingen, die geleid worden door een presidentiële commissie, onder leiding van Dilip Sardjoe.

Gajadien vindt het jammer dat de vervolgvergadering over deze kwestie niet meer is gekomen. De geplande vervolgvergadering van 26 januari werd wegens uitlandigheid van de bewindsman afgeblazen. 'Wij zouden graag eerst meer uitleg van de president in het parlement willen hebben alvorens deze vervolggesprekken door de presidentiële commissie met de delegatie worden gevoerd', zegt de politicus.

Hij hekelt het feit, dat het parlement steeds achter de feiten moet aanhollen, zo ook bij de kritieke situatie van de conditie van de dam bij Klaverbladmijn aan de Surinamerivier te Para, ter hoogte van Acaribo. Hij vindt het jammer dat de regering reeds kennis droeg van deze situatie, maar zelf niet vroegtijdig heeft ingegrepen.

Het is volgens hem geen gezonde situatie, dat de regering andere standpunten inneemt, nadat het parlement kamerbreed standpunten in deze kwestie heeft ingenomen.

Gajadien stelt, dat de regering nog steeds geen antwoord heeft gegeven op de vraag hoe het komt dat Alcoa rechtstreeks is uitbetaald voor energie door het ministerie van Financiën, zonder dat deze goedgekeurd is door Natuurlijke Hulpbronnen. 'Wanneer de multinational aangeeft dat zij alles naar het nulpunt terugbrengt en vertrekt uit Suriname, betekent het dat de Brokopondo-overeenkomst niet meer in werking is. Waarom zou Suriname dan verder moeten betalen voor energieleveringen? Wij willen duidelijk weten welke richting wij opgaan', stelt de VHP’er.

Op de laatste vergadering heeft ook Assembleevoorzitster Jennifer Geerlings-Simons dit punt beaamd. Zij benadrukte, dat Alcoa de facto de Brokopondo-overeenkomst opzegt, door op 30 november 2015 de aluinaardeproductie, stop te zetten. Hierdoor moet Suriname ook geen cent voor energieleveringen betalen. Verder bracht zij in herinnering dat het Memorandum of Understanding tussen de Staat Suriname en Alcoa formeel ingetrokken is door de minister van Natuurlijke Hulpbronnen, nadat het college hierover een standpunt had ingenomen. In de intentieverklaring staat dat als één van de partijen deze opzegt, de overeenkomst dan beëindigd is.

De hele kwestie rondom de onderhandelingen over de definitieve sluiting van multinational Alcoa in Suriname riekt volgens Gajadien nog steeds naar corruptie, omdat er teveel onduidelijkheden zijn. De politicus merkt op, dat het nog steeds niet bekend is wat de bestemming van het fabrieksterrein van Suralco zal zijn en in wiens handen dit terecht zal komen. Ook bij de ontmanteling van delen van de aluinaardefabriek te Paranam zijn er volgens hem te veel onduidelijkheden. Hij vermoedt dat deze ontmanteling direct gedaan zal worden door bedrijven die gelinkt zijn aan leden van de onderhandelingscommissie.

'Wanneer moedwillig delen van de ontbonden overeenkomst wel worden nageleefd en delen van het regeringsonderhandelingsteam zich ervan bewust zijn, dan ontstaan er wel twijfels. Wij weten dat Alcoa sociaal, maatschappelijk en technisch veel schuldig is aan de Surinaamse samenleving. Het is ook geen onbekend verschijnsel dat multinationals andere bedrijven in kleine landen gebruiken voor dit soort praktijken. Zelfs de VN roept op om corruptie bij multinationals te bestrijden', aldus Gajadien.

De regering werkt momenteel hard aan vier definitieve overeenkomsten om het beste te halen uit de onderhandelingen met multinational Alcoa. Als alles goed zit, zullen deze ‘definitive agreements’ volgens eerdere verklaringen van Dodson in maart 2017 aan het parlement worden aangeboden om zodoende wijzigingen te kunnen brengen in de Brokopondo-overeenkomst.

Bewoner woning aan Gulzarweg, zijstraat Indira Gandhiweg, door drie mannen overvallen

Man ligt te slapen als hij door drie overvallers wordt aangevallen en beroofd

Daders er vandoor met Srd 70.000 en een mobiele telefoon


Drie mannen hebben in de nacht van dinsdag op woensdag 8 februari 2017 een gewapende roofoverval gepleegd in een woning aan de Gulzarweg (Wintiwai), een zijstraat van de Indira Gandhiweg in Paramaribo, zo bericht het Dagblad Suriname woensdag. 

Volgens verklaring van het slachtoffer R.K. was een van de drie rovers gewapend met een vuistvuurwapen.

Hij was in diepe rust toen de overvallers hem aanvielen. Onder bedreiging van het wapen maakten de drie mannen Srd 70.000,- en een mobiele telefoon van het slachtoffer buit.

Uit het politieonderzoek blijkt, dat de overvallers een deur hadden geforceerd en zich via die opening toegang tot de woning hebben weten te verschaffen.

De politie van Latour is belast met het verdere onderzoek.

(Bron: Red. De Surinaamse Krant/Google Earth)

Geen zorgen bij Sylvana Simons over schadeclaim ingediend door DENK

'Geen rechter gaat DENK gelijk geven'

'Ik hou ook wel van een beetje rebellie, ben er niet vies van om er met gestrekt been in te gaan'


Sylvana Simons maakt zich weinig zorgen over de schadeclaim die haar voormalige partij DENK tegen haar heeft ingediend. Dat zegt de lijsttrekker van de politieke partij Artikel 1 in een interview met Zaman Vandaag, waarvan woensdagavond 8 februari 2017 (Nederlandse tijd) een deel is verschenen op de website van Zaman Vandaag

DENK eist van Simons 30.000 euro en van voormalig campagneleider Ian van der Kooye, die samen met Simons vertrok, 40.000 euro. Door zich negatief uit te laten over DENK hebben de twee contractbreuk gepleegd, zo redeneert DENK. Maar, hier ligt Simons dus niet wakker van, zegt ze nu.


'Geen rechter gaat DENK gelijk geven', stelt Simons. 'Het enige wat wij niet willen, is de kiezers van DENK schofferen. Dat zijn oprechte mensen met een oprecht verlangen. Ook over de partij of organisatie zal je ons niets horen zeggen, vragen over onze persoonlijke ervaringen beantwoorden we gewoon.'

Verder zegt ze onder andere:
'(...) Toen Denk mij benaderde, was de partij het enige alternatief voor de gevestigde partijen. De enige partij ook die over racisme sprak. En, eerlijk is eerlijk, ik hou ook wel van een beetje rebellie; ik ben er niet vies van om er met gestrekt been in te gaan. Gaandeweg merkte ik echter dat ik niet op mijn plek zat. Bij mijn entree had ik mijn kaarten op tafel gelegd en laten weten wat belangrijk is voor mij: vrouwenemancipatie, emancipatie van de LGBT-gemeenschap, verbinding tussen alle Nederlanders én dat betekent ook Turken onderling, Surinamers onderling en ga zo maar door. Je moet dan ook kritisch naar je eigen gemeenschap kijken. Ik kwam erachter dat wat ik te bieden had niet kwijt kon binnen Denk. Ik wilde de instituties aanpakken, het systeem; daar zit het racisme. (...)'

'(...) Toch blijft het gek, dat Denk zich iedere keer moet verantwoorden voor wat er in Turkije gebeurt. Jij vraagt mij toch ook niet naar Desi Bouterse? Ik vind het alleen wel schijnheilig dat heel Nederland een mening heeft over Turkije, maar dat we over elkaar heen buitelen voor de goedkoopste tickets naar de Turkse kust. Ik hoor de laatste tijd vaak van mensen die zeggen dat zij in die tijd aanvragen deden die mij niet bereikt hebben.(...)'

Het hele interview verschijnt zaterdag.

(Red. De Surinaamse Krant/De Telegraaf/Zaman Vandaag/Twitter)

'Curaçaoënaars zitten niet altijd te wachten op jouw kennis vanuit Nederland'

Stempel Makamba Pretu ofwel 'verkaasde' Antilliaan kan demotiverend werken


Curaçaoënaars die in Nederland hebben gestudeerd of er zijn geboren worden op Curaçao Makamba Pretu genoemd, oftewel ‘verkaasde’ Antilliaan. Dat stempel kan echter demotiverend werken; het rapport ‘We are deeply rooted’, een onderzoek van adviesbureau PBLQ, concludeert dat de meeste studenten naar hun studie terug willen naar hun geboorte-eiland, maar dat vaak niet aandurven. Er zijn zelfs speciale projecten om de afgestudeerde Antilliaan te stimuleren het toch te proberen op de eilanden, schrijft Renshonique Antonia vandaag, 8 februari 2017, op de website het Caribisch Netwerk van de NTR in Nederland. 

Sharemy Bloem (35), assistent supervisor: 'Curaçaoënaars zitten niet altijd te wachten op jouw kennis vanuit Nederland. Ik snap de Makamba Pretu uitspraak wel, want er zijn wel degelijk terugkerende Antillianen die alles beter denken te weten.' 

'Ik begrijp wat mensen ermee willen zeggen, maar de stempel wordt te makkelijk gebruikt', redeneert Yolanda Wiel (40), beeldend therapeute.

Caimin Douglas (39), ondernemer en oud-topsporter: 'De uitspraak doet mij niks. Curaçaoënaars staan open voor je kennis, maar je moet voorzichtig zijn met de manier waarop je dit overbrengt. Als jij het volk respecteert en niet te betweterig bent, dan kun je het ver schoppen.' Volgens Douglas moet een Antilliaan in Nederland zich juist meer bewijzen dan op Curaçao. 'Als Antilliaanse topsporter die voor Nederland uitkomt wordt succes door je Nederlandse collega’s niet altijd gegund.'

Volgens Sue-Ellen Quarton (32), frontofficemedewerkster, wordt een terugkerende Antilliaan in de Curaçaose gemeenschap sneller gewaardeerd als je Papiamentu spreekt. 'Als je ergens binnenloopt met je gebruinde huid en Nederlands gaat praten, kan dat verkeerd uitpakken.' Wiel: 'Omdat ik bruin ben en goed Nederlands spreek, noemden mijn collega’s mij een Surinamer.'

Douglas: 'De Curaçaoënaars die roepen dat je Papiamentu en geen Nederlands moet spreken hebben wel een punt. In Nederland moet je ook Nederlands praten.'

Jarzinho Adelina (48), docent beeldende kunst, heeft veel tegenslagen bij zijn terugkeer moeten overwinnen. 'Als je een kruiwagen met een breed netwerk hebt, zijn er voldoende mogelijkheden op het eiland. Maar, je kan niet overenthousiast uit Nederland komen en denken dat alle deuren voor jou opengaan. Negen van de tien keer krijg je geen antwoord op je sollicitatie, tenzij je de juiste mensen kent.' 

Volgens Douglas heeft zijn sportachtergrond niks te maken met de kansen die hij op het eiland kreeg. 'Mijn vrienden hebben eerder een kans gekregen om op het eiland te werken, dus mijn verleden als topsporter heeft het voor mij niet makkelijker gemaakt.' 

Ter herinnering en informatie
Op vrijdag 13 november 2015 was de première van het komische theaterstuk ‘Makamba Pretu’ in Theater Zuidplein in Rotterdam. Geschreven en geregisseerd door de broers Kenneth en Jandino Asporaat.
‘Makamba Pretu’, letterlijk vertaald Zwarte Nederlander, gaat over de misopvattingen die op het eiland Curaçao bestaan over het ‘oh zo mooie Nederland’. Het beloofde land waar luxe auto’s, villa’s en gouden bergen binnen handbereik liggen. Voor een groep in Nederland wonende vrienden pakt het leven in ons kikkerlandje helemaal niet zo rooskleurig uit. Wie van hen durft open kaart te spelen tijdens hun vakantie naar thuisland Curaçao?


‘Makamba Pretu’ trok op Curaçao bomvolle theaters. Reden genoeg voor de broers Asporaat om het succesvolle theaterstuk ook naar Nederland te halen. De cast bestond onder andere uit Jasmine Sendar, Archell Thompson en Junelisa Asporaat.  Het stuk is gebaseerd op hun waargebeurde verhalen.

Directeur gevangenis Point Blanche op Sint Maarten slaat alarm

Hekken kapot, muur drie jaar geleden weggeslagen door orkaan, bagagescanner defect


De directeur van de gevangenis Point Blanche op Sint-Maarten (zie foto - Bron: lottedehortop.waarbenjij.nu) slaat alarm. Ontsnappen of in opstand komen is eenvoudig. De hekken zijn kapot, een muur is drie jaar geleden weggeslagen door een orkaan en nooit hersteld en de gevangenis zit regelmatig zonder stroom. Betonbewapening steekt uit de vloer en kan simpel worden veranderd in een steekwapen. Gevangenisdirecteur Edward Rohan doet zijn verhaal aan het Caribisch Netwerk van de NTR vandaag, woensdag 8 februari 2017.

Hij zegt dat er mobiele telefoons en wapens naar binnen worden gesmokkeld, mogelijk door cipiers.
Rohan gelooft niet dat bezoekers van de gevangenis de verboden spullen binnensmokkelen.

'De afgelopen twee jaar hebben we geen enkele bezoeker betrapt op het naar binnen smokkelen van spullen', zegt de gevangenisdirecteur. Het lukt verslaggevers echter om met een volle tas en een mobiele telefoon binnen te komen voor het interview. De bagagescanner, zo wordt bij het afscheid duidelijk, blijkt al weken defect.

De directeur weet zeker dat een ‘georganiseerde groep bewakers’ de spullen ’s nachts de gevangenis binnensmokkelt. 'Ik weet zeker dat het de nachtploeg is want er is weinig toezicht, er is minder security en ze nemen het risico. Ze moeten met een groepje zijn, dat is de enige verklaring die ik hiervoor kan vinden', aldus Rohan.

Er zijn maar een paar bewakers op 135 gevangenen.

Ambassadrice Kanhai in India heeft geen openstaande rekening bij Taj Krishna Hotel Hyderabad

Brief aan BuZa van hotel zou zijn geschreven op instigatie van ontslagen honorair-consul Iqbal

Een-tweetje tussen Iqbal en medewerker hotel 


Surinames ambassadrice in India, Aashna Kanhai, heeft geen openstaande rekening meer bij het Taj Krishna Hotel te Hyderabad. Dat stelt het management van de hotelketen in een brief. Het Dagblad Suriname publiceerde maandag een brief van de credit manager van het hotel aan het Surinaamse ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) waarin wordt gesteld, dat de ambassadrice een openstaande rekening van ruim 56.000 rupees van sinds juli vorig jaar nog steeds niet heeft betaald. 

De Ware Tijd bericht vandaag, woensdag 8 februari 2017, dat die rekening al was voldaan. De ambassadeur vroeg. naar wordt vernomen, om opheldering bij het hotel waarna een intern onderzoek volgde. Uit het onderzoek van het management van het Taj Krishna Hotel is gebleken, dat de door toenmalig minister Niermala Badrising ontslagen honorair-consul Asif Iqbal achter de briefactie zit. Dat wordt ook aangegeven in een officiële brief die vandaag door het hotel naar de Surinaamse ambassade in New Delhi is gestuurd.

'Taj Krishna, Hyderabad, biedt bij deze excuses aan u en de ambassade voor het ongerief veroorzaakt door een brief van 3 februari 2017 door onze collega meneer Sreepal Reddy. Wij willen nadrukkelijk aangeven dat er geen openstaande rekening is, hetzij van u persoonlijk of van de ambassade van Suriname, New Delhi. Verder is de brief van 3 februari 2017 door de heer Reddy op persoonlijke titel geschreven, op instructie de heer Asif Iqbal. De Taj Group staat niet achter hetgeen in de brief wordt gesteld en het management van de Taj zal gepaste maatregelen treffen tegen de heer Reddy', stelt Arif Said Khan, directeur Verkoop & Marketing van Taj Krishna in de brief aan de ambassade.

Uit de emailcorrespondentie tussen Iqbal en de Taj-medewerker blijkt, dat het tweetal al geruime tijd met elkaar in contact stond en dat de inhoud van de brief door Iqbal is opgesteld en door Reddy op het brievenhoofd van het Taj Krishna hotel werd geplaatst en aan Iqbal afgestaan.

Het is niet de eerste keer dat, naar later is gebleken, valse verdenkingen tegen de ambassadrice zijn gelanceerd. Zo dook er ook een gemanipuleerde foto in de media op als zou er bij een openbare aanklager in New York een klacht tegen de diplomate zijn ingediend. Ook andere aantijgingen bleken naderhand geen juiste weergave van de feiten te zijn.

Color run is schadelijk voor de gezondheid

Kleurenpoeders over mensen gooien bij evenementen kan leiden tot irritaties ogen en huid

Ook in Suriname is men bekend met het gooien van gekleurde poeders tijdens Holi Phagwa


Het is slecht voor de gezondheid om kleurenpoeders over mensen te gooien bij evenementen, de zogeheten color runs. Het kan leiden tot klachten aan je luchtwegen en irritaties van ogen en huid. Mensen die rennen bij een color run, ademen veel kleine stofdeeltjes in, zo bericht de NOS vandaag, woensdag 8 februari, in reactie op een door het RIVM uitgebracht rapport.

Het RIVM raadt het gebruik van kleurenpoeders tijdens evenementen 'vanuit gezondheidskundig oogpunt' af. Tienduizenden mensen doen jaarlijks mee aan evenementen zoals The Color Run, waarbij kleurpoeders over hardlopende deelnemers worden gegooid. Maar dat is niet zonder risico's, zegt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid in een adviesrapport (zie onderaan).

The Color Run organiseert dit jaar twee evenementen waaraan twintigduizend mensen kunnen deelnemen. Daarnaast zijn er allerlei kleine hardloopevenementen waar per evenement enkele duizenden mensen deelnemen. Ook bij festivals en feesten worden de kleurenpoeders soms gebruikt om de toeschouwers een feestelijk kleurtje te geven, zo schrijft de NOS.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu raadt mensen aan om geen kleurpoeder-evenementen meer te houden. Maar als ze dat toch doen, kunnen ze het beste een mondkapje en bril dragen en snel douchen.

Ook in Suriname is met gekleurde poeders gooien geen onbekend fenomeen. Dat gebeurt met name tijdens het Holifeest, Holi-Phagwa, een hindoeïstisch feest dat jaarlijks rond de maand maart gevierd wordt en een combinatie is van een lentefeest, een feest van de overwinning van het goede op het kwade en een Nieuwjaarsfeest. Tijdens het feest wordt met gekleurd poeder gegooid.

De adviezen van het RIVM
- Kinderen, ouderen en mensen met astma of andere longklachten worden afgeraden om deel te nemen
- Gebruik altijd een mondkapje en een beschermbril en draag geen lenzen
- Gooi het poeder niet in het gezicht van de deelnemers
- Ga na afloop snel douchen, om huidirritatie te voorkomen
- Gebruik geen zelf meegebrachte kleurpoeders
- Zorg als organisatie voor een EHBO-post op elke plek waar poeder wordt gegooid  


(Red. De Surinaamse Krant/NOS/RIVM)

Douane en politie onderscheppen 978 kilo cocaïne in haven Paramaribo

Drugs gevonden in tientallen sporttassen in twee containers

In deze zaak is een 38-jarige verdachte aangehouden


Op het Nieuwe Havencomplex heeft hebben de autoriteiten in de nacht van maandag op dinsdag 978 kilo cocaïne onderschept. De Douanerecherche en de Narcotica Brigade van het Korps Politie Suriname hadden verkregen informatie over de drugs uitgewerkt waarna tot actie werd overgegaan, zo bericht de afdeling Public Relations van het korps vandaag, woensdag 8 februari 2017.

Agenten zijn tijdens het onderzoek gestuit op tientallen sporttassen die in twee containers waren verborgen. In de containers - bestemming Europa - waren goederen voor export geladen. Vervolgens is gebleken dat het om pakken cocaïne ging.

De Ware Tijd bericht vandaag, dat een heftruckchauffeur 's avond werd gesignaleerd op het Nieuwe Haven-complex die bezig was containers te verplaatsen. De politie vond zijn handelingen verdacht, waarna zij in samenwerking met de douane besloot de containers te onderzoeken.

De 38-jarige M.S. is in deze zaak aangehouden.

Weer problemen met een vliegtuig van Insel Air

Fokker-toestel keert met motorprobleem terug naar Baranquilla in Colombia


Het Persbureau Curaçao meldt vandaag, woensdag 8 februari 2017, dat er opnieuw problemen zijn met een Fokker-toestel van Insel Air. Gisteravond moest dit toestel vertrekken van Baranquilla, Colombia, maar na 20 minuten kwam er een melding in de cockpit dat er te weinig trust (vermogen) was in de linkermotor van het toestel. 

De piloot besloot daarop terug te keren naar de luchthaven. Daar wordt met behulp van technici van Avianca gekeken naar het probleem.

Deze tegenslag komt op een slecht moment voor Insel, dat juist heeft verklaard dat de toestellen die vliegen, in orde zijn.

Regering Colombia is vredesonderhandelingen gestart met guerrillabeweging ELN

ELN is de laatste guerrillabeweging die nog actief is in Colombia


De Colombiaanse regering en de guerrillabeweging ELN zijn dinsdag in de Ecuadoraanse hoofdstad Quito gestart met vredesgesprekken die een einde moeten maken aan meer dan een halve eeuw van vijandigheden.

Na de succesvolle vredesbesprekingen met de rebellengroep FARC vorig jaar, knoopt de Colombiaanse regering nu gesprekken aan met het ELN, de laatste guerrillabeweging die nog actief is in Colombia. De gesprekken starten met bijna elf maanden vertraging. Eerst moest worden gewacht op de vrijlating door ELN van het vroegere parlementslid Odín Sánchez.


In aanwezigheid van een aantal genodigden verklaarden Juan Camilo Restrepo en Pablo Beltran, de onderhandelaars van respectievelijk de Colombiaanse regering en het ELN, de onderhandelingen voor geopend.

Beltran las een tekst voor die de ELN-bevelhebbers opstelden, waarin beide partijen werden opgeroepen om 'alles te veranderen wat moet veranderd worden om de deur naar een volledige vrede te openen'.

Restrepo gaf op zijn beurt aan te hopen dat de gesprekken 'eerlijk, realistisch en met een duidelijk doel' zullen verlopen. 'We zijn hier niet gekomen om te verkennen. Het doel is om een definitief te tekenen en een einde te maken aan het gewapende conflict', aldus de voormalige Colombiaanse minister.

In november vorig jaar ondertekende Santos na meer dan vier jaar van onderhandelingen een vredesakkoord met de grootste rebellenorganisatie, de FARC. Een akkoord met ELN wordt nu als hoogst noodzakelijk beschouwd, om te voorkomen dat de groep de gebieden inneemt die vroeger door de FARC werden gecontroleerd.


(Red. De Surinaamse Krant/Twitter/AD/El Tiempo)

Claudia Marcia-Redan waarnemend directrice Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP).

Oud-directeur Brahim blikt in overzicht tevreden terug op zijn AZP-periode


Claudia Marcia-Redan, financieel-directrice bij het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP), is nu waarnemend algemeen directrice van het ziekenhuis. Zij is sinds gisteren de opvolgster van Antoine Brahim, die na 4,5 jaar zijn dienstverband beëindigde. Hij is overgestapt naar Kersten Holding NV. Dit meldt de Ware Tijd vandaag, woensdag 8 februari 2017. 

Brahim kijkt tevreden terug naar de afgelopen periode. Hij benoemt in een persbericht enkele succesvolle resultaten, zoals de nieuwe ontwikkeling van de organisatiestructuur. Het aantal medische specialisten is uitgebreid van 68 in 2012 naar het huidige aantal van 94 specialisten. Daarnaast is er een masterbouwplan 2025 opgesteld.


Volgens de ex-directeur is de aanstaande start van de bouw van een nieuw Academisch Medisch Centrum (AMC-SU) een absolute mijlpaal.

Ondertussen worden het Beddenhuis en de afdeling ICU en OK gerenoveerd. Meer dan twintig andere belangrijke bouwprojecten van onder andere het Kindergeneeskunde Centrum zijn afgerond. 


Ondanks het wegvallen van de suppleties van de overheid is het exploitatietekort van Srd 125 miljoen in 2012 teruggebracht naar Srd 25 miljoen in 2015. Toch zijn er volgens Brahim nog vele uitdagingen met betrekking tot de realisatie van het AMC-SU. De bezuinigingen zijn alleen geen garantie voor duurzaam financieel herstel. Ook het afronden van een nieuw marktconform tarievenstelsel is een must.

Directeur MacAndrew van VSB: 'Ministerie van Arbeid en politici slaan plak volkomen mis'

'Met enkele bepalingen in ontwerpwet contractarbeid zit ministerie fout'

'De belangrijke faciliterende rol van intermediairs kan in gedrang komen'


'Het ministerie van Arbeid en Assembleeleden slaan de plank volkomen mis met enkele bepalingen in de ontwerpwet ter regulering van contractarbeid en standpunten daarover. De bepalingen kunnen ertoe leiden dat de belangrijke faciliterende rol van intermediairs in gedrang komt', zegt Steven MacAndrew, directeur van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB), in de Ware Tijd van vandaag, woensdag 8 februari 2017.

De ontwerpwet werd maandag in een openbare vergadering van de commissie van rapporteurs behandeld. De stap om te komen tot de wetgeving over uitzendkrachten is volgens MacAndrew een goed bedoeld initiatief, maar bij enkele bepalingen zit het ministerie fout. Als voorbeelden noemt hij de bepaling dat het een vergunninghouder verboden is dezelfde uitzendkracht voor langer dan een jaar aaneensluitend aan dezelfde onderneming ter beschikking te stellen.




'Ik denk dat de ontwerpers in de fout zijn gegaan door zich te laten leiden door bepalingen of de geest van een aanbeveling van de ILO (International Labour Organization) over arbeidsrelaties.'

Volgens hem is echter de laatste paragraaf van de aanbeveling over het hoofd gezien. Deze geeft aan dat de aanbeveling Conventie-181 (zie onderaan) niet kan wijzigen. MacAndrew: 'Deze bepaling is volkomen in strijd met Conventie-181.' Hij voert aan dat het bedrijfsleven, inclusief de uitzendbureaus, het ministerie van Arbeid op de hoogte hadden gebracht van hun zienswijze en bezorgdheid.

Ook bij de bepaling dat uitzendbureaus hun contractanten dezelfde lonen en overige arbeidsvoorwaarden moeten toekennen als aan vaste werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van het inlenend bedrijf, heeft het ministerie zich laten leiden door aanbeveling 198 van de ILO (zie onderaan), meent hij. MacAndrew zegt,dat als de ontwerpwet wordt aangenomen, deze bepaling buiten de bevoegdheid van het ministerie valt.


C181 - Private Employment Agencies Convention, 1997 (No. 181)

Convention concerning Private Employment Agencies (Entry into force: 10 May 2000)Adoption: Geneva, 85th ILC session (19 Jun 1997) - Status: Up-to-date instrument (Technical Convention).

Display in: French - Spanish - Arabic - German - Portuguese - Russian - Chinese

Preamble

The General Conference of the International Labour Organization,
Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Eighty-fifth Session on 3 June 1997, and
Noting the provisions of the Fee-Charging Employment Agencies Convention (Revised), 1949, and
Being aware of the importance of flexibility in the functioning of labour markets, and
Recalling that the International Labour Conference at its 81st Session, 1994, held the view that the ILO should proceed to revise the Fee-Charging Employment Agencies Convention (Revised), 1949, and
Considering the very different environment in which private employment agencies operate, when compared to the conditions prevailing when the above-mentioned Convention was adopted, and
Recognizing the role which private employment agencies may play in a well-functioning labour market, and
Recalling the need to protect workers against abuses, and
Recognizing the need to guarantee the right to freedom of association and to promote collective bargaining and social dialogue as necessary components of a well-functioning industrial relations system, and
Noting the provisions of the Employment Service Convention, 1948, and
Recalling the provisions of the Forced Labour Convention, 1930, the Freedom of Association and the Protection of the Right to Organise Convention, 1948, the Right to Organise and Collective Bargaining Convention, 1949, the Discrimination (Employment and Occupation) Convention, 1958, the Employment Policy Convention, 1964, the Minimum Age Convention, 1973, the Employment Promotion and Protection against Unemployment Convention, 1988, and the provisions relating to recruitment and placement in the Migration for Employment Convention (Revised), 1949, and the Migrant Workers (Supplementary Provisions) Convention, 1975, and
Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to the revision of the Fee- Charging Employment Agencies Convention (Revised), 1949, which is the fourth item on the agenda of the session, and
Having determined that these proposals shall take the form of an international Convention;
adopts, this nineteenth day of June of the year one thousand nine hundred and ninety-seven, the following Convention, which may be cited as the Private Employment Agencies Convention, 1997:
Article 1
  1. 1. For the purpose of this Convention the term private employment agency means any natural or legal person, independent of the public authorities, which provides one or more of the following labour market services:
    • (a) services for matching offers of and applications for employment, without the private employment agency becoming a party to the employment relationships which may arise therefrom;
    • (b) services consisting of employing workers with a view to making them available to a third party, who may be a natural or legal person (referred to below as a "user enterprise") which assigns their tasks and supervises the execution of these tasks;
    • (c) other services relating to jobseeking, determined by the competent authority after consulting the most representative employers and workers organizations, such as the provision of information, that do not set out to match specific offers of and applications for employment.
  2. 2. For the purpose of this Convention, the term workers includes jobseekers.
  3. 3. For the purpose of this Convention, the term processing of personal data of workers means the collection, storage, combination, communication or any other use of information related to an identified or identifiable worker.
Article 2
  1. 1. This Convention applies to all private employment agencies.
  2. 2. This Convention applies to all categories of workers and all branches of economic activity. It does not apply to the recruitment and placement of seafarers.
  3. 3. One purpose of this Convention is to allow the operation of private employment agencies as well as the protection of the workers using their services, within the framework of its provisions.
  4. 4. After consulting the most representative organizations of employers and workers concerned, a Member may:
    • (a) prohibit, under specific circumstances, private employment agencies from operating in respect of certain categories of workers or branches of economic activity in the provision of one or more of the services referred to in Article 1, paragraph 1;
    • (b) exclude, under specific circumstances, workers in certain branches of economic activity, or parts thereof, from the scope of the Convention or from certain of its provisions, provided that adequate protection is otherwise assured for the workers concerned.
  5. 5. A Member which ratifies this Convention shall specify, in its reports under article 22 of the Constitution of the International Labour Organization, any prohibition or exclusion of which it avails itself under paragraph 4 above, and give the reasons therefor.
Article 3
  1. 1. The legal status of private employment agencies shall be determined in accordance with national law and practice, and after consulting the most representative organizations of employers and workers.
  2. 2. A Member shall determine the conditions governing the operation of private employment agencies in accordance with a system of licensing or certification, except where they are otherwise regulated or determined by appropriate national law and practice.
Article 4
Measures shall be taken to ensure that the workers recruited by private employment agencies providing the services referred to in Article 1 are not denied the right to freedom of association and the right to bargain collectively.
Article 5
  1. 1. In order to promote equality of opportunity and treatment in access to employment and to particular occupations, a Member shall ensure that private employment agencies treat workers without discrimination on the basis of race, colour, sex, religion, political opinion, national extraction, social origin, or any other form of discrimination covered by national law and practice, such as age or disability.
  2. 2. Paragraph 1 of this Article shall not be implemented in such a way as to prevent private employment agencies from providing special services or targeted programmes designed to assist the most disadvantaged workers in their jobseeking activities.
Article 6
The processing of personal data of workers by private employment agencies shall be:
  • (a) done in a manner that protects this data and ensures respect for workers privacy in accordance with national law and practice;
  • (b) limited to matters related to the qualifications and professional experience of the workers concerned and any other directly relevant information.
Article 7
  1. 1. Private employment agencies shall not charge directly or indirectly, in whole or in part, any fees or costs to workers.
  2. 2. In the interest of the workers concerned, and after consulting the most representative organizations of employers and workers, the competent authority may authorize exceptions to the provisions of paragraph 1 above in respect of certain categories of workers, as well as specified types of services provided by private employment agencies.
  3. 3. A Member which has authorized exceptions under paragraph 2 above shall, in its reports under article 22 of the Constitution of the International Labour Organization, provide information on such exceptions and give the reasons therefor.
Article 8
  1. 1. A Member shall, after consulting the most representative organizations of employers and workers, adopt all necessary and appropriate measures, both within its jurisdiction and, where appropriate, in collaboration with other Members, to provide adequate protection for and prevent abuses of migrant workers recruited or placed in its territory by private employment agencies. These shall include laws or regulations which provide for penalties, including prohibition of those private employment agencies which engage in fraudulent practices and abuses.
  2. 2. Where workers are recruited in one country for work in another, the Members concerned shall consider concluding bilateral agreements to prevent abuses and fraudulent practices in recruitment, placement and employment.
Article 9
A Member shall take measures to ensure that child labour is not used or supplied by private employment agencies.
Article 10
The competent authority shall ensure that adequate machinery and procedures, involving as appropriate the most representative employers and workers organizations, exist for the investigation of complaints, alleged abuses and fraudulent practices concerning the activities of private employment agencies.
Article 11
A Member shall, in accordance with national law and practice, take the necessary measures to ensure adequate protection for the workers employed by private employment agencies as described in Article 1, paragraph 1(b) above, in relation to:
  • (a) freedom of association;
  • (b) collective bargaining;
  • (c) minimum wages;
  • (d) working time and other working conditions;
  • (e) statutory social security benefits;
  • (f) access to training;
  • (g) occupational safety and health;
  • (h) compensation in case of occupational accidents or diseases;
  • (i) compensation in case of insolvency and protection of workers claims;
  • (j) maternity protection and benefits, and parental protection and benefits.
Article 12
A Member shall determine and allocate, in accordance with national law and practice, the respective responsibilities of private employment agencies providing the services referred to in paragraph 1(b) of Article 1 and of user enterprises in relation to:
  • (a) collective bargaining;
  • (b) minimum wages;
  • (c) working time and other working conditions;
  • (d) statutory social security benefits;
  • (e) access to training;
  • (f) protection in the field of occupational safety and health;
  • (g) compensation in case of occupational accidents or diseases;
  • (h) compensation in case of insolvency and protection of workers claims;
  • (i) maternity protection and benefits, and parental protection and benefits.
Article 13
  1. 1. A Member shall, in accordance with national law and practice and after consulting the most representative organizations of employers and workers, formulate, establish and periodically review conditions to promote cooperation between the public employment service and private employment agencies.
  2. 2. The conditions referred to in paragraph 1 above shall be based on the principle that the public authorities retain final authority for:
    • (a) formulating labour market policy;
    • (b) utilizing or controlling the use of public funds earmarked for the implementation of that policy.
  3. 3. Private employment agencies shall, at intervals to be determined by the competent authority, provide to that authority the information required by it, with due regard to the confidential nature of such information:
    • (a) to allow the competent authority to be aware of the structure and activities of private employment agencies in accordance with national conditions and practices;
    • (b) for statistical purposes.
  4. 4. The competent authority shall compile and, at regular intervals, make this information publicly available.
Article 14
  1. 1. The provisions of this Convention shall be applied by means of laws or regulations or by any other means consistent with national practice, such as court decisions, arbitration awards or collective agreements.
  2. 2. Supervision of the implementation of provisions to give effect to this Convention shall be ensured by the labour inspection service or other competent public authorities.
  3. 3. Adequate remedies, including penalties where appropriate, shall be provided for and effectively applied in case of violations of this Convention.
Article 15
This Convention does not affect more favourable provisions applicable under other international labour Conventions to workers recruited, placed or employed by private employment agencies.
Article 16
This Convention revises the Fee-Charging Employment Agencies Convention (Revised), 1949, and the Fee-Charging Employment Agencies Convention, 1933.
Article 17
The formal ratifications of this Convention shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.
Article 18
  1. 1. This Convention shall be binding only upon those Members of the International Labour Organization whose ratifications have been registered with the Director-General of the International Labour Office.
  2. 2. It shall come into force 12 months after the date on which the ratifications of two Members have been registered with the Director-General.
  3. 3. Thereafter, this Convention shall come into force for any Member 12 months after the date on which its ratification has been registered.
Article 19
  1. 1. A Member which has ratified this Convention may denounce it after the expiration of ten years from the date on which the Convention first comes into force, by an act communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration. Such denunciation shall not take effect until one year after the date on which it is registered.
  2. 2. Each Member which has ratified this Convention and which does not, within the year following the expiration of the period of ten years mentioned in the preceding paragraph, exercise the right of denunciation provided for in this Article will be bound for another period of ten years and, thereafter, may denounce this Convention at the expiration of each period of ten years under the terms provided for in this Article.
Article 20
  1. 1. The Director-General of the International Labour Office shall notify all Members of the International Labour Organization of the registration of all ratifications and acts of denunciation communicated by the Members of the Organization.
  2. 2. When notifying the Members of the Organization of the registration of the second ratification, the Director-General shall draw the attention of the Members of the Organization to the date upon which the Convention shall come into force.
Article 21
The Director-General of the International Labour Office shall communicate to the Secretary- General of the United Nations, for registration in accordance with article 102 of the Charter of the United Nations, full particulars of all ratifications and acts of denunciation registered by the Director-General in accordance with the provisions of the preceding Articles.
Article 22
At such times as it may consider necessary, the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.
Article 23
  1. 1. Should the Conference adopt a new Convention revising this Convention in whole or in part, then, unless the new Convention otherwise provides -
    • (a) the ratification by a Member of the new revising Convention shall ipso jure involve the immediate denunciation of this Convention, notwithstanding the provisions of Article 19 above, if and when the new revising Convention shall have come into force;
    • (b) as from the date when the new revising Convention comes into force, this Convention shall cease to be open to ratification by the Members.
  2. 2. This Convention shall in any case remain in force in its actual form and content for those Members which have ratified it but have not ratified the revising Convention.
Article 24
The English and French versions of the text of this Convention are equally authoritative.

R198 - Employment Relationship Recommendation, 2006 (No. 198)

Recommendation concerning the employment relationshipAdoption: Geneva, 95th ILC session (15 Jun 2006) - Status: Up-to-date instrument.

Display in: French - Spanish - Arabic - German - Russian - Chinese

Preamble

The General Conference of the International Labour Organization,
Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Ninety-fifth Session on 31 May 2006, and
Considering that there is protection offered by national laws and regulations and collective agreements which are linked to the existence of an employment relationship between an employer and an employee, and
Considering that laws and regulations, and their interpretation, should be compatible with the objectives of decent work, and
Considering that employment or labour law seeks, among other things, to address what can be an unequal bargaining position between parties to an employment relationship, and
Considering that the protection of workers is at the heart of the mandate of the International Labour Organization, and in accordance with principles set out in the ILO Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work, 1998, and the Decent Work Agenda, and
Considering the difficulties of establishing whether or not an employment relationship exists in situations where the respective rights and obligations of the parties concerned are not clear, where there has been an attempt to disguise the employment relationship, or where inadequacies or limitations exist in the legal framework, or in its interpretation or application, and
Noting that situations exist where contractual arrangements can have the effect of depriving workers of the protection they are due, and
Recognizing that there is a role for international guidance to Members in achieving this protection through national law and practice, and that such guidance should remain relevant over time, and
Further recognizing that such protection should be accessible to all, particularly vulnerable workers, and should be based on law that is efficient, effective and comprehensive, with expeditious outcomes, and that encourages voluntary compliance, and
Recognizing that national policy should be the result of consultation with the social partners and should provide guidance to the parties concerned in the workplace, and
Recognizing that national policy should promote economic growth, job creation and decent work, and
Considering that the globalized economy has increased the mobility of workers who are in need of protection, at least against circumvention of national protection by choice of law, and
Noting that, in the framework of transnational provision of services, it is important to establish who is considered a worker in an employment relationship, what rights the worker has, and who the employer is, and
Considering that the difficulties in establishing the existence of an employment relationship may create serious problems for those workers concerned, their communities, and society at large, and
Considering that the uncertainty as to the existence of an employment relationship needs to be addressed to guarantee fair competition and effective protection of workers in an employment relationship in a manner appropriate to national law or practice, and
Noting all relevant international labour standards, especially those addressing the particular situation of women, as well as those addressing the scope of the employment relationship, and
Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to the employment relationship, which is the fifth item on the agenda of the session, and
Having determined that these proposals shall take the form of a Recommendation;
adopts this fifteenth day of June of the year two thousand and six the following Recommendation, which may be cited as the Employment Relationship Recommendation, 2006.

I. NATIONAL POLICY OF PROTECTION FOR WORKERS IN AN EMPLOYMENT RELATIONSHIP

  1. 1. Members should formulate and apply a national policy for reviewing at appropriate intervals and, if necessary, clarifying and adapting the scope of relevant laws and regulations, in order to guarantee effective protection for workers who perform work in the context of an employment relationship.
  2. 2. The nature and extent of protection given to workers in an employment relationship should be defined by national law or practice, or both, taking into account relevant international labour standards. Such law or practice, including those elements pertaining to scope, coverage and responsibility for implementation, should be clear and adequate to ensure effective protection for workers in an employment relationship.
  3. 3. National policy should be formulated and implemented in accordance with national law and practice in consultation with the most representative organizations of employers and workers.
  4. 4. National policy should at least include measures to:
    • (a) provide guidance for the parties concerned, in particular employers and workers, on effectively establishing the existence of an employment relationship and on the distinction between employed and self-employed workers;
    • (b) combat disguised employment relationships in the context of, for example, other relationships that may include the use of other forms of contractual arrangements that hide the true legal status, noting that a disguised employment relationship occurs when the employer treats an individual as other than an employee in a manner that hides his or her true legal status as an employee, and that situations can arise where contractual arrangements have the effect of depriving workers of the protection they are due;
    • (c) ensure standards applicable to all forms of contractual arrangements, including those involving multiple parties, so that employed workers have the protection they are due;
    • (d) ensure that standards applicable to all forms of contractual arrangements establish who is responsible for the protection contained therein;
    • (e) provide effective access of those concerned, in particular employers and workers, to appropriate, speedy, inexpensive, fair and efficient procedures and mechanisms for settling disputes regarding the existence and terms of an employment relationship;
    • (f) ensure compliance with, and effective application of, laws and regulations concerning the employment relationship; and
    • (g) provide for appropriate and adequate training in relevant international labour standards, comparative and case law for the judiciary, arbitrators, mediators, labour inspectors, and other persons responsible for dealing with the resolution of disputes and enforcement of national employment laws and standards.
  5. 5. Members should take particular account in national policy to ensure effective protection to workers especially affected by the uncertainty as to the existence of an employment relationship, including women workers, as well as the most vulnerable workers, young workers, older workers, workers in the informal economy, migrant workers and workers with disabilities.
  6. 6. Members should:
    • (a) take special account in national policy to address the gender dimension in that women workers predominate in certain occupations and sectors where there is a high proportion of disguised employment relationships, or where there is a lack of clarity of an employment relationship; and
    • (b) have clear policies on gender equality and better enforcement of the relevant laws and agreements at national level so that the gender dimension can be effectively addressed.
  7. 7. In the context of the transnational movement of workers:
    • (a) in framing national policy, a Member should, after consulting the most representative organizations of employers and workers, consider adopting appropriate measures within its jurisdiction, and where appropriate in collaboration with other Members, so as to provide effective protection to and prevent abuses of migrant workers in its territory who may be affected by uncertainty as to the existence of an employment relationship;
    • (b) where workers are recruited in one country for work in another, the Members concerned may consider concluding bilateral agreements to prevent abuses and fraudulent practices which have as their purpose the evasion of the existing arrangements for the protection of workers in the context of an employment relationship.
  8. 8. National policy for protection of workers in an employment relationship should not interfere with true civil and commercial relationships, while at the same time ensuring that individuals in an employment relationship have the protection they are due.

II. DETERMINATION OF THE EXISTENCE OF AN EMPLOYMENT RELATIONSHIP

  1. 9. For the purposes of the national policy of protection for workers in an employment relationship, the determination of the existence of such a relationship should be guided primarily by the facts relating to the performance of work and the remuneration of the worker, notwithstanding how the relationship is characterized in any contrary arrangement, contractual or otherwise, that may have been agreed between the parties.
  2. 10. Members should promote clear methods for guiding workers and employers as to the determination of the existence of an employment relationship.
  3. 11. For the purpose of facilitating the determination of the existence of an employment relationship, Members should, within the framework of the national policy referred to in this Recommendation, consider the possibility of the following:
    • (a) allowing a broad range of means for determining the existence of an employment relationship;
    • (b) providing for a legal presumption that an employment relationship exists where one or more relevant indicators is present; and
    • (c) determining, following prior consultations with the most representative organizations of employers and workers, that workers with certain characteristics, in general or in a particular sector, must be deemed to be either employed or self-employed.
  4. 12. For the purposes of the national policy referred to in this Recommendation, Members may consider clearly defining the conditions applied for determining the existence of an employment relationship, for example, subordination or dependence.
  5. 13. Members should consider the possibility of defining in their laws and regulations, or by other means, specific indicators of the existence of an employment relationship.Those indicators might include:
    • (a) the fact that the work: is carried out according to the instructions and under the control of another party; involves the integration of the worker in the organization of the enterprise; is performed solely or mainly for the benefit of another person; must be carried out personally by the worker; is carried out within specific working hours or at a workplace specified or agreed by the party requesting the work; is of a particular duration and has a certain continuity; requires the worker's availability; or involves the provision of tools, materials and machinery by the party requesting the work;
    • (b) periodic payment of remuneration to the worker; the fact that such remuneration constitutes the worker's sole or principal source of income; provision of payment in kind, such as food, lodging or transport; recognition of entitlements such as weekly rest and annual holidays; payment by the party requesting the work for travel undertaken by the worker in order to carry out the work; or absence of financial risk for the worker.
  6. 14. The settlement of disputes concerning the existence and terms of an employment relationship should be a matter for industrial or other tribunals or arbitration authorities to which workers and employers have effective access in accordance with national law and practice.
  7. 15. The competent authority should adopt measures with a view to ensuring respect for and implementation of laws and regulations concerning the employment relationship with regard to the various aspects considered in this Recommendation, for example, through labour inspection services and their collaboration with the social security administration and the tax authorities. 16. In regard to the employment relationship, national labour administrations and their associated services should regularly monitor their enforcement programmes and processes. Special attention should be paid to occupations and sectors with a high proportion of women workers.
  8. 17. Members should develop, as part of the national policy referred to in this Recommendation, effective measures aimed at removing incentives to disguise an employment relationship.
  9. 18. As part of the national policy, Members should promote the role of collective bargaining and social dialogue as a means, among others, of finding solutions to questions related to the scope of the employment relationship at the national level.

III. MONITORING AND IMPLEMENTATION

  1. 19. Members should establish an appropriate mechanism, or make use of an existing one, for monitoring developments in the labour market and the organization of work, and for formulating advice on the adoption and implementation of measures concerning the employment relationship within the framework of the national policy.
  2. 20. The most representative organizations of employers and workers should be represented, on an equal footing, in the mechanism for monitoring developments in the labour market and the organization of work. In addition, these organizations should be consulted under the mechanism as often as necessary and, wherever possible and useful, on the basis of expert reports or technical studies.
  3. 21. Members should, to the extent possible, collect information and statistical data and undertake research on changes in the patterns and structure of work at the national and sectoral levels, taking into account the distribution of men and women and other relevant factors.
  4. 22. Members should establish specific national mechanisms in order to ensure that employment relationships can be effectively identified within the framework of the transnational provision of services. Consideration should be given to developing systematic contact and exchange of information on the subject with other States.

IV. FINAL PARAGRAPH

  1. 23. This Recommendation does not revise the Private Employment Agencies Recommendation, 1997 (No. 188), nor can it revise the Private Employment Agencies Convention, 1997 (No. 181).

Bel goedkoop naar Suriname!